RozemarijnOnline




Ruusbroec
Die geestelike brulocht

onderzoeksnota
1995



























Deze nota is geschreven in 1995 in het kader van het onderzoekscollege ‘Die geestelike brulocht van Jan van Ruusbroec’ onder begeleiding van prof.dr. P. Mommaers (Wijsbegeerte en Theologie, Ufsia, Universiteit Antwerpen).



Er staan nog vijf nota’s met historisch letterkundig onderzoek integraal op deze site:

- Katharyne Lescailje
- Tristan en Isolde
- De Génestet
- Het tabernakel
- Doctoraalscriptie
  Hadewijch en
  Ruusbroec

klik hiervoor op: Historische letterkunde







Licht en warmte

Het gebruik en de betekenis van de begrippen ‘licht’ en ‘warmte’
in Die geestelike brulocht van Jan van Ruusbroec.

door Rozemarijn van Leeuwen
(© 1995)



 



Besluit



Het beperkte onderzoek in deze nota naar het gebruik, de betekenis en de tekstuele context van ‘licht’ en ‘warmte’ in Die geestelike brulocht van Jan van Ruusbroec, heeft verschillende inzichten en hypothesen opgeleverd. De onderzochte hoeveelheid tekst is te gering om harde conclusies op te baseren, hiervoor zou een volledig onderzoek nodig zijn. Toch is deze invalshoek om inhoudelijk naar het gedachtengoed van de Brulocht te kijken een zinvolle gebleken.

Het opvallend frequent voorkomen van licht en warmte door het hele boek heen, riep verschillende vragen op, die in de inleiding expliciet gesteld zijn: Zit er een logica in het gebruik van deze twee begrippen? In hoeverre zijn dit essentiële begrippen om de menselijke ziel mee te omschrijven? Is er een samenhang met de geestelijke vermogens van de mens? Kan er aan de hand van deze begrippen iets worden gezegd over de relatie van de mens tot God of over kenmerken van God zelf volgens mystieke inzichten?

Deze vragen, die in de inleiding nog geheel open waren, kunnen nu meer of minder precies worden ingevuld.



Overzicht van de ‘gevolgtrekkingen’


Om overzicht te krijgen over de bevindingen naar aanleiding van de analyses van de drie passages zoals die hiervoor zijn geformuleerd, worden de voorlopige gevolgtrekkingen van de drie analyses hier achter elkaar herhaald. Dit geeft ook een overzicht van de manier waarop Ruusbroec zijn terminologie in de loop van zijn boek uitdiept en ontvouwd.


De eerste passage: de zon in het dal.

Eerst de bevindingen met betrekking tot het gebruik van ‘licht’ in het Werkende leven (par. 1.3). Geschapen geestelijk licht komt als genade in de ziel van de mens die de juiste geestesgesteldheid heeft. In dit licht geeft God Zichzelf.

Het belang voor de menselijke ziel is tweevoudig. Enerzijds is het een voorwaarde om geestelijk ziende te worden, anderzijds werkt het door in de rede. Licht wordt dus zowel betrokken op het waarnemingsvermogen van de ziel als op het redelijke vermogen.


De tweede passage: de bron met drie rivieren.

De bevindingen op basis van de tweede passage blijken nergens in tegenspraak te zijn met de gevolgtrekkingen en hypothese in paragraaf 1.3. Wel kunnen de daar gestelde voorlopige gevolgtrekkingen worden uitgebreid. De genade van God is een kracht die zich, naast geestelijk licht, kenmerkt door geestelijke warmte.

Zoals het licht samenhangt met geestelijk waarnemen en verstand, wordt ook de warmte op tweeërlei wijze betrokken op de ziel, namelijk op de wil als geestelijk vermogen en op de gevoelsgesteldheid, de liefde, van de ziel. Hoewel licht en warmte als genade door God wordt gegeven en Hij hierin Zichzelf geeft, bezit de menselijke ziel deze altijd.


De derde passage: de zesde gave.

De bevindingen kunnen verder worden uitgebreid. De oorsprong van de drie-eenheid is de Vader als scheppende kracht. De Zoon kenmerkt Zich door licht en vertegenwoordigt de rede en het schouwen. Van de Heilige Geest kan worden verondersteld dat deze Zich door warmte kenmerkt en deze vertegenwoordigt de liefde of de minnende kracht, de wil. Naast werkzaamheid in de drie Personen is God wezenlijk één in genietende rust.

Hoe meer de mens gelijk wordt aan God, in eenheid van geest, in verlichting van zijn verstand en schouwen, en in verhitting van zijn wil en vermogen tot liefhebben, hoe optimaler eenwording met God mogelijk is.



Synthese


De samenhang van ‘licht’ en ‘warmte’ met de geestelijke vermogens komt vrij consequent door de hele tekst heen terug. Voor beide begrippen is een soortgelijk rijtje te maken: licht - verstand - waarnemen, en warmte - wil - gevoelsgesteldheid. De memorie als geestelijk vermogen wijkt af van de twee andere vermogens. De mens kan worden verheven in zijn memorie als er eenheid heerst in zijn geest en in al zijn vermogens.

De begrippen ‘licht’ en ‘warmte’ lijken vrij essentieel te zijn voor het omschrijven van de menselijke ziel en zijn gelijkenis met God. De juist genoemde rijtjes zouden dan op de volgende manier kunnen worden aangevuld:

•  Zoon - licht - verstand - waarnemen
•  Heilige Geest - warmte - wil - gevoelsgesteldheid (minne)

De kracht van God die wordt gekenmerkt door geestelijk licht en geestelijke warmte wordt genade genoemd. In deze kracht geeft God Zichzelf aan de mens.

Hoe meer het verstand en het waarnemen van de mens zijn verlicht en zijn wil en gevoelsgesteldheid zijn verhit, hoe meer de mens met God in overeenstemming is gekomen. Blijkbaar is de ontwikkeling van het inzicht en het verstand van de mens af te meten aan een sterker geestelijk licht en die van zijn wil en liefde aan een sterkere geestelijke warmte. Hebben deze het niveau van Gods licht en warmte (goddelijk licht en goddelijke warmte) bereikt, is de meest optimale eenwording met God mogelijk.

Naast het kunnen beantwoorden van enkele vragen, heeft dit korte onderzoekje op zijn beurt ook weer vragen opgeroepen. Zo is nog onduidelijk waarom het waarnemen en de rede betrokken zijn op het licht en de wil en de liefde op de warmte. Het lijkt onwaarschijnlijk dat deze samenhang willekeurig zou zijn.

Hieruit vloeit de vraag voort of er een samenhang is tussen waarnemen en rede aan de ene kant en de wil en liefde aan de andere kant. Een tweede vraag die er uit voortvloeit is of het zowel bij het geestelijke waarnemen als bij de rede om precies hetzelfde licht (of precies dezelfde lichttoestand of lichtgradatie) gaat, of dat dit te differentiëren is. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de warmte.

Zo blijft Die geestelike brulocht een intrigerend boek, dat zich niet zomaar prijsgeeft, maar waarbij er voor de nauwkeurige en diepgravende lezer steeds weer boeiende inzichten te ontdekken zijn.



[einde van het Besluit]



Rozemarijn van Leeuwen, ‘Licht en warmte. Het gebruik en de betekenis van de begrippen ‘licht’ en ‘warmte’ in Die geestelike brulocht van Jan van Ruusbroec’ (onderzoeksnota, 1995). Op: www.rozemarijnonline.net/letterkunde.html.


© Het is alleen toegestaan
om gegevens uit deze nota over te nemen
met gebruikmaking van bovenstaande verwijzing.




  Nota Brulocht Ruusbroec
  Inhoudsopgave
  Inleiding
  Eerste passage - de zon in de vallei
  Tweede passage - de drie rivieren
  Derde passage - de zesde gave
  Besluit   ↑
  Bijlagen