RozemarijnOnline




Ruusbroec
Die geestelike brulocht

onderzoeksnota
1995



























Deze nota is geschreven in 1995 in het kader van het onderzoekscollege ‘Die geestelike brulocht van Jan van Ruusbroec’ onder begeleiding van prof.dr. P. Mommaers (Wijsbegeerte en Theologie, Ufsia, Universiteit Antwerpen).



Er staan nog vijf nota’s met historisch letterkundig onderzoek integraal op deze site:

- Katharyne Lescailje
- Tristan en Isolde
- De Génestet
- Het tabernakel
- Doctoraalscriptie
  Hadewijch en
  Ruusbroec

klik hiervoor op: Historische letterkunde







Licht en warmte

Het gebruik en de betekenis van de begrippen ‘licht’ en ‘warmte’
in Die geestelike brulocht van Jan van Ruusbroec.

door Rozemarijn van Leeuwen
(© 1995)



 



Inleiding



Jan van Ruusbroec (1293-1381) schreef Die geestelike brulocht rond 1335. Het werk behandelt de ontmoeting van de mens met God. Ruusbroec schetst de verschillende fasen van de opgang van de ziel naar God. Dit doet hij zeer gestructureerd: de driedeling van zijn werk geeft de drie te onderscheiden fasen weer, namelijk het zogenaamde werkende, innighe en godscouwende leven. Deze drie delen zijn vervolgens weer op eenzelfde manier opgebouwd volgens het leidmotief: ‘Ziet / de Bruidegom komt / gaat uit / om Hem te ontmoeten’.

Ruusbroec hangt de mystieke ontmoeting op aan de algemeen aanvaarde psychologie van Augustinus. Om Ruusbroecs mystiek te begrijpen is het van belang om te weten hoe volgens de middeleeuwse denkwijze de psyche van de mens is opgebouwd.

De menselijke ziel is, evenmin als God, geen enkelvoudig wezen. Hoewel de mens één leven, één werkelijkheid is, zijn er drie verschillende niveaus of ‘eenheden’ in de ziel te onderscheiden. De menselijke ziel is op te vatten als een ‘drie-voudige eenheid’.

Meteen aan het begin van het tweede deel (de beschrijving van het Innige leven) zet Ruusbroec de structuur van de ziel uiteen. Hij benadrukt dat íeder mens dit, natuurlijkerwijze, bezit.

Het hoogste niveau van de ziel is het wezen. Hier hangt de menselijke ziel als het ware in God en wordt hij voortdurend door Hem in stand gehouden. Het is in deze eenheid dat het beeld van God zich in de mens bevindt. De kern of de diepste grond van de menselijke ziel is dus voortdurend en onlosmakelijk met God verbonden.

Het tweede niveau is de eenheid van de geest. Deze eenheid is in feite niet los te zien van het wezen, het vormt er veeleer een aspect van. Van de ene geestelijke werkelijkheid vertegenwoordigt het wezen het wezenlijke (rustende) aspect en de geest het werkelijke (dynamische) aspect. In de eenheid van de geest hebben de drie hogere vermogens, memorie, verstand en wil, hun oorsprong op ‘werkelijke’ wijze.

Het derde niveau is de eenheid van het hart. Hiermee wordt het lichaam bezield en hieruit vloeien de vijf zintuigen voort.

In ieder mens spelen zich innerlijk dingen af, inwendige ervaringen. De mysticus ervaart inwendig de aanwezigheid van een Ander, in wie hij wordt opgenomen en die hem overstijgt. Dit verschijnsel probeert Ruusbroec te beschrijven, onder woorden te brengen: dit is dus op zich geen psychologie, maar wat je zou kunnen noemen fenomenologie. Deze fenomenologie hangt Ruusbroec op aan het algemeen aanvaarde psychologische kader.

Bij het beschrijven van de verschillende stadia van de opgang naar God, komen de begrippen ‘licht’ en ‘warmte’ steeds weer terug. Het schouwen van de mysticus, de komst van Christus en de ontmoeting met God worden door Ruusbroec niet beschreven als een afstandelijk gebeuren. De mysticus ziet niet vanuit de verte licht, maar God werkt ìn op de ziel. Hij komt van bìnnenuit en brengt licht in het verstand en warmte in de wil. Verlichting en verhitting gaan weer samen met ‘vruchtbaarheid’.

In elk van de vier onderdelen van de drie levens (het werkende, innighe en godscouwende leven) zijn de termen ‘licht’ en ‘warmte’ terug te vinden. Gezien het frequente voorkomen, hecht Ruusbroec hier blijkbaar waarde aan.

In deze nota zal aan de hand van drie passages het begrippenpaar ‘licht’ en ‘warmte’ worden bekeken. Zit er een logica in het gebruik van deze twee begrippen? In hoeverre zijn dit essentiële begrippen om de menselijke ziel mee te omschrijven? Is er een samenhang met de geestelijke vermogens van de mens? Kan er aan de hand van deze begrippen iets worden gezegd over de relatie van de mens tot God of over kenmerken van God zelf volgens mystieke inzichten?

De drie voor dit beperkte tekstinhoudelijke onderzoek gebruikte passages komen achtereenvolgens uit het onderdeel ‘De Bruidegom komt’ uit het Werkende leven, ‘De Bruidegom komt / gaat uit’ uit het Innige leven en ‘Om Hem te ontmoeten’ uit het Innige leven. In de laatste twee hiervan ligt de nadruk op het gebruik van licht en warmte in samenhang met de geestelijke vermogens ‘verstand’ en ‘wil’ van de mens. Gebruik maken van het voorkomen van de termen buiten deze drie passages om zal niet worden geschuwd.

Voor deze nota heb ik de Middelnederlandse tekst gebruikt zoals die staat afgedrukt in:
  • Jan van Ruusbroec, De verhevenheid van de geestelijke bruiloft, of de innige ontmoeting met Christus. Oorspronkelijke tekst met juxta-hertaling in modern Nederlands door dr. Lod. Moereels S.J. Tielt, 1989
Verwijzingen naar bladzijdenummers in noten betreffen dan ook deze uitgave. Voor inhoudelijke interpretatie heb ik steeds gebruik gemaakt van de vertaling op de rechter pagina van deze uitgave.

Daarnaast gebruikte ik als achtergrondinformatie de inleiding van Moereels, de inleiding in de Opera omnia-uitgave en de uitgebreide informatie en verhelderende toelichtingen die op het college Middelnederlandse mystieke teksten door prof.dr. P. Mommaers naar voren zijn gebracht.

De drie passages die ik als uitgangspunt heb genomen voor deze nota, zijn in z’n geheel opgenomen in de bijlagen. Ook hierbij is de tekst overgenomen uit de hierboven vermelde uitgave, het betreft achtereenvolgens bladzijde 84-86, 224+232 en 304-308.



[einde van de Inleiding]



Rozemarijn van Leeuwen, ‘Licht en warmte. Het gebruik en de betekenis van de begrippen ‘licht’ en ‘warmte’ in Die geestelike brulocht van Jan van Ruusbroec’ (onderzoeksnota, 1995). Op: www.rozemarijnonline.net/letterkunde.html.


© Het is alleen toegestaan
om gegevens uit deze nota over te nemen
met gebruikmaking van bovenstaande verwijzing.




  Nota Brulocht Ruusbroec
  Inhoudsopgave
  Inleiding   ↑
  Eerste passage - de zon in de vallei
  Tweede passage - de drie rivieren
  Derde passage - de zesde gave
  Besluit
  Bijlagen