RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Slauerhoff
(29 januari 2015)


Beste Rozemarijn,

Ik ben sinds kort begonnen met het lezen van gedichten. Nu lees ik voor m'n plezier gedichten, maar nu heb ik een gedicht van J. Slauerhoff. Het gedicht heet 'De ontdekker'. Nou zag ik dat u goed bent met analyseren met gedichten.

Ik begrijp het gedicht helaas niet. Ik heb onderzoek gedaan naar J. Slauerhoff. Daarnaast heb ik zoals gewoonlijk een analyse gemaakt zoals:
- Het gedicht is een sextet
- Het gedicht bestaat uit eindrijm en volrijm.

Toch begrijp ik het gedicht niet en ik kan het gedicht niet goed analyseren. Ik moet toegeven dat z'n gedichten boven mijn kennis gaan.

Daarom wil ik u vragen of u mij zou kunnen helpen met het analyseren van het gedicht. Het zou echt een grote hulp voor me zijn. Ik heb het gedicht hieronder toegevoegd.

Met vriendelijke groet,

Cindy.

---

De ontdekker


Den rustigen die mij tartten te vertrekken
Heb ik om 't schip te krijgen woest beloofd
Rijkdommen fabelachtig te ontdekken,
Waarvoor ik ingestaan heb met mijn hoofd,

En eindlijk in triomftocht aangebracht.
Tot zinkens toe geladen lag mijn vloot.
Wel waren bijna al mijn mannen dood,
Maar alle havensteden bont bevlagd.

Toen moest ik knielen voor den gouden troon.
De koning boog en wilde mij een keten
Omhangen - die ik hem met wilden hoon
Ontrukt heb en een hoovling toegesmeten.

Nog heeft een vrouw mij innig vroom omhelsd,
En in haar grijze oogen zag 'k mijn vrede.
Ik neeg - maar in mij brandde toch het felst
't Vuur dat mij voortdrijft buiten rust en reede.

En haastig heb ik mij weer ingescheept,
Zeker van een ontdekking, anders grootsch,
Maar ben door onweerstaanbre drift gesleept
Naar zeeën leeg en kusten steil en doodsch.

Nimmer belijd ik mijn dwaling, mijn zwak.
Voor dezen blinden muur zal 'k blijven kruisen
Tot 't eind der wereld met mijn trouwe wrak,
Waarop drie kale masten: galgen? kruisen?


J.J. Slauerhoff (1898-1936)





Antwoord     (30 januari 2015)


Dag Cindy,

als je het lastig vindt om de betekenis van een gedicht te begrijpen, dan is het allereerst belangrijk om het gedicht van zin tot zin te lezen (in plaats van regel tot regel). In de eerste helft van de twintigste eeuw was het de gewoonte om elke regel met een hoofdletter te beginnen, dat maakt het soms verwarrend, maar je moet die negeren en doorlezen tot de eerstvolgende punt. Ook het taalgebruik dat ietwat verouderd is, en de zinnen die soms wat ingewikkelder zijn, omdat de dichter zich aan een strak rijmschema hield, dragen bij aan de wat lastigere leesbaarheid en begrijpelijkheid van het gedicht.

Inhoudelijk is het gedicht verhalend, zonder lastige beeldspraak of meerduidige lagen. De titel geeft ook helder het onderwerp van het gedicht aan: 'De ontdekker'. Het gedicht gaat over een ontdekker, die er met zijn schip op uit gaat, waarbij gesuggereerd wordt dat het zich afspeelt in een tijd dat de wereld nog niet helemaal ontdekt was, dus ergens in of rond de zestiende eeuw (de tijd van de grote ontdekkingsreizen).


De eerste zin loopt over de eerste 5 regels. Het gedicht is geschreven vanuit een ik-figuur, een ontdekkingsreiziger (de 'ontdekker' uit de titel). Deze 'ik' wordt (door 'rustigen', dus door mensen die lekker willen blijven waar ze zijn) getart om op reis te gaan. Om een schip te krijgen, heeft hij beloofd dat hij rijkdommen zal ontdekken, en deze brengt hij uiteindelijk in een triomftocht binnen.

In de tweede strofe meldt hij dat zijn vloot in de haven ligt, tot zinkens toe volgeladen. Bijna zijn hele bemanning is weliswaar dood, maar hij heeft zijn vlag in alle aangedane havens achtergelaten.

De derde strofe bestaat uit 1 doorlopende zin. Hij moet knielen voor de troon en de koning wil hem als eerbetoon een keten ophangen - maar deze weigert hij, hij smijt hem weg.

In de vierde strofe wordt de ik-persoon omhelsd door een vrouw en in haar ogen ziet hij zijn vrede. Bij haar zou hij rust kunnen vinden. Maar hij wordt toch teveel voortgedreven door een innerlijk vuur.

De vijfde strofe bestaat weer uit 1 zin: haastig scheept hij zich weer in. Hij is er zeker van dat hij opnieuw een ontdekking zal doen, op een andere manier groots. Zijn vorige reis eindige in triomf en met volgeladen schepen - maar deze reis verloopt anders: hij komt terecht in lege zeeën en bij dode kusten.

In de slotstrofe stelt hij dat hij nooit zijn dwaling, zijn zwak toegeeft en dat hij voor de steile kust, de blinde muur heen en weer zal blijven varen met zijn wrakkige schip. Op zijn schip staan 3 masten, waarin hij galgen of kruizen meent te zien.


Kortom, het gedicht gaat dus over een ontdekkingsreiziger die twee reizen maakt. Na zijn eerste reis keert hij met volgeladen schepen in triomf terug. Hij wil hiervoor geen eerbetoon van de koning - die immers behoort tot de 'rustigen' door wie hij getart werd om te vertrekken (voor wie hij dus niet veel achting heeft). Zijn enige vrede vindt hij in de ogen van een vrouw, maar hij blijft niet bij haar, omdat hij te sterk wordt voortgedreven.

Hij gaat opnieuw op reis, maar deze reis verloopt heel anders, de zeeën zijn leeg, hij vindt nu geen rijkdommen om zijn schip mee vol te laden. Toch kan hij niet stoppen met zijn reis. Hij wil zijn dwaling niet onderkennen. Deze dwaling zou naar twee dingen kunnen verwijzen: ofwel het was een dwaling om bij de vrouw weg te gaan en opnieuw een reis te gaan ondernemen (dat is achteraf een foute keuze); ofwel dat hij niet kan stoppen om over lege zeeën te varen is een dwaling (een foute keuze), een zwakte. Hoe dan ook kan hij toch niet besluiten met zijn reis te stoppen en naar de vrouw terug te keren.

In de 3 masten van het schip ziet hij een andere betekenis, mogelijk galgen of kruizen. Een galg verwijst naar de dood, deze tocht zonder einde kan niet anders eindigen dan met zijn dood. Een kruis verwijst naar geloof en hoop: na de dood zou een wederopstanding kunnen plaatsvinden. Als hij de tocht maar blijft doorzetten, gaat het hem misschien toch nog iets brengen; of na zijn tocht zou er toch nog iets anders voor hem in het verschiet kunnen liggen.

De masten symboliseren zijn angst en zijn hoop. De toekomst is ongewis.


Slauerhoff was scheepsarts en werkte aan boord van verschillende schepen. Veel van zijn gedichten gaan over rusteloos reizen over zee, geen rust kunnen vinden aan land, maar uiteidelijk ook niet op zee.


Ik hoop dat je op deze manier een stapje verder komt met het lezen van dit gedicht. Veel plezier met de gedichten van Slauerhoff!

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

Gedichten met een bespreking





Antwoord     (30 januari 2015)


Beste Rozemarijn,

Ik wil u als eerst bedanken met het helpen van het analyseren. Het gedicht heeft nu een betekenis die ik kan begrijpen. Echt tof dat u dit doet voor onze beginnende poëzielezers.

Met vriendelijke groet,

Cindy.








Versanalyse en interpretatie


Home           Gastenboek