RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Aafjes
(1 februari 2015)


Beste Rozemarijn,

Voor het vak Nederlands moet ik een presentatie geven waarin ik een gedicht analyseer. Ik heb hier echter wat moeite mee. Het metrum bepalen vind ik erg lastig en de mogelijke betekenis kan ik niet achterhalen. Zou u mij kunnen helpen?

Het gedicht is: 'Een vers' van Bertus Aafjes (zie de tekst hieronder).

Alvast bedankt! Met vriendelijke groet,

Timothy.

---

Een vers


Ik zag een kind, nadenkend in zijn spel;
het blies een ademteug met volle wangen
in een wit pijpje en het dacht bevangen:
ik blaas de wereld in een glazen bel.

De wereld groeide tot een nieuwe staat
en raakte los en ging eenzelvig leven
en dieper zinkend kwam hij aangedreven
tegen de hoogmoed van de grauwe straat.

De wereld viel de wereld koel ten buit;
maar onverminderd bleven bellen zweven,
zij stieten stuk doch gaven geen geluid.

Een vers wordt als een zeepbel neergeschreven;
ook Orpheus blaast een wereld aan zijn fluit.
De laatste zal de Wereld overleven.


Bertus Aafjes (1914 - 1993)





Antwoord     (3 februari 2015)


Dag Timothy,

het gedicht van Aafjes is een puntgaaf sonnet: je herkent het natuurlijk aan de vorm (4 strofen van 4, 4, 3 en 3 regels) met een vast rijmschema (hier: abba cddc ede ded; dus met slechts 5 rijmklanken). Het heeft ook een vast metrum. Om het metrum te bepalen, vindt je hier meer uitleg: http://www.rozemarijnonline.net/poezie/metrum.html (hoe bepaal je een metrum?)

Je ziet in dit sonnet een afwisseling van onbeklemtoond-beklemtoond (zie de onderstrepingen, onderaan mail), dus zwak-sterk, en dat heet een jambe.


Waar gaat het gedicht over?

In de eerste strofe beschrijft Aafjes een kind dat bellen blaast. Het blaast meerdere bellen door een 'wit pijpje' en denkt dat hij (of zij) met elke bel een wereld blaast.

In de tweede strofe groeit er een zeepbel, raakt los en zweeft naar beneden, naar een grauwe straat (een zeepbel is veelkleurig, in tegenstelling tot deze grijze straat). In de derde strofe gaat de bel stuk (valt als buit ten prooi aan de grauwe straat), maar er blijven zeepbellen zweven, die allemaal stuk gaan.

In de laatste strofe vergelijkt Aafjes de zeepbel met een vers, een gedicht. Orpheus maakt ook een wereld als hij op zijn fluit blaast. En deze zal de wereld overleven.


Om de laatste strofe te begrijpen, moeten we weten wie Orpheus is. In de online encyclopedie Wikipedia staat te lezen, dat hij een beroemde zanger/dichter uit de Griekse mythologie is, in sommige mythen zelfs de god van de muziek. Hij wordt gewoonlijk afgebeeld met een lier (een soort kleine harp), maar Aafjes laat hem in dit sonnet op een fluit spelen, zodat er een overeenkomst ontstaat met het kind dat door een pijpje bellen blaast.

In de laatste strofe staat dan dus dat een vers (een gedicht) is zoals een zeepbel. En hoe is een zeepbel? Dat heeft Aafjes in de voorgaande strofen beschreven: een zeepbel is een wereld. Het is echter een zeer kwetsbare, tijdelijke wereld, want alle zeepbellen spatten uiteindelijk stuk.

Een vers is dus, net zoals een zeepbel, een wereld op zichzelf, een tijdelijke wereld (die tijdelijk kleur geeft aan de wereld). Ook Orpheus blaast een wereld tot leven als hij op zijn fluit blaast - dus ook (zijn oude, mytische) muziek is een wereld op zichzelf. Maar, hoewel een zeepbel tijdelijk is, en ook een gedicht tijdelijk is, is dat laatste wèl een lang leven beschoren, het zal de wereld overleven.

Ik weet niet zeker waar 'de laatste' naar terugverwijst. Het kan verwijzen naar Orpheus zelf (als (half)god zal hij de wereld overleven) of naar de wereld die Orpheus maakt, muziek (muziek is een wereld op zichzelf en zal deze wereld overleven).

Hoe dan ook lijkt Aafjes te willen zeggen: wat de mens creëert, schept, is tijdelijk (een zeepbel, een gedicht), alleen de wereld van de Griekse goden, of de wereld van muziek (beide lezingen zijn mogelijk), heeft eeuwigheidswaarde, blijft altijd, zal de wereld overleven.


De titel van het gedicht is 'Een vers'. Dat legt de nadruk op de 12e regel (de eerste regel van de laatste strofe): 'een vers wordt als een zeepbel neergeschreven'. In een gedicht schept een dichter een kleurrijke, maar tijdelijke wereld. Ook dit gedicht van Aafjes is een zeepbel, een tijdelijke wereld - het bestaat slechts zolang er nog lezers zijn die het lezen.

Bertus Aafjes heeft veel geschreven over de klassieke oudheid. Dit gedicht sluit dus aan bij een van de belangrijkste thematieken in zijn werk. Daar is mogelijk wel meer over te vinden.


Veel succes met het voorbereiden van je presentatie! Ik hoop dat je hiermee weer een stap verder bent gekomen.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

Gedichten met een bespreking





Antwoord     (3 februari 2015)


Beste Rozemarijn,

Heel erg bedankt voor uw tijd en uitleg. Hiermee ben ik zeker een stap verder!

Met vriendelijke groet,

Timothy.








Versanalyse en interpretatie


Home           Gastenboek