RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Van Eeden
(8 februari 2016)


Beste Rozemarijn,

Voor mijn Nederlands poëzie verslag moet ik het gedicht 'Aan een meisje' van Frederik van Eeden analyseren. Ik heb hier echter erg veel moeite mee en ik hoopte dat u me hierbij zou kunnen helpen.

Ik hoop dat u me wil helpen met het analyseren!

Met vriendelijke groet,

Esther.

---

O zeg mij, vriendlijk meisje!
Is 't u slechts naar de zin
Als ik mijn harte toesluit
Voor wat ik meest bemin?

Als ik mijzelf koelbloedig
Mijn levenslust ontroof
De gloed die in mij brandde
Met eigen hand verdoof

Als ik met koele wijsheid
Mijn jonge hartstocht tem,
Als ik niet meer wil horen
Mijns harte zoete stem.

Als ik mijn borst verscheurde
Met stoïcijnse moed -
0 spreek, mijn vriendlijk meisje!
Dan deed ik zeker goed?

Nog ga ik door het leven
In vreugd en vrolijkheid
De wereld met haar schoonheid
Ligt voor mij uitgebreid.

Mijn bloed gaat nog niet langzaam
In trage lauwe rust
Het tintelt in mijn aadren
Van louter levenslust

Ik zie veel duizend dingen
Op mijne levensbaan
Het goede en het schone
Het trekt mij krachtig aan.

Goddank! dat nog mijn polsslag
Niet even snel steeds gaat
Goddank! dat nog 't onstuimig bloed
Mijn zielstoestand verraadt.

Mijn hart heeft liefde nodig
Gelijk een bloem de zon -
Moet ik het dan verstenen
Waar het u minnen kon?

De jonge plant der liefde
Zo welig opgegroeid
Moet zij met tak en wortel
Voor immer uitgeroeid?


Frederik van Eeden (1860-1932).





Antwoord     (19 oktober 2015)


Dag Esther,

Ik begrijp dat je dit gedicht van Frederik van Eeden een lastig gedicht vindt, het taalgebruik is wat ouderwets en daarom lastig te begrijpen. Ook is het gedicht nogal een lange gedachtegang.

Om te beginnen is het handig om het gedicht inhoudelijk in 3 delen op te delen:
- strofe 1 - 4
- strofe 5 - 8
- strofe 9 - 10


In het eerste deel van het gedicht stelt de 'ik' vragen aan een meisje. Zeg mij, meisje: moet ik mijn hart toesluiten? (str. 1). Moet ik stoppen met levenslustig zijn en de gloed in mijzelf doven? (str. 2). Moet ik mijn hartstocht temmen en niet naar mijn eigen hart luisteren? (str. 3). En als ik mijn borst (gevoel) zou verscheuren, doe ik het dan goed?

Met andere woorden: hij vraagt het meisje, of hij er goed aan doet, om te stoppen met zijn gevoelens (zijn liefde voor haar).


Dan het tweede deel van het gedicht (str. 5-8).
Hij heeft blijkbaar zijn hart nog niet gesloten, zijn levenslust nog niet gestopt, zijn hartsttocht nog niet getemd - want, zo zegt hij in str. 5: nóg ben ik vreugdevol en vrolijk (ja, nóg wel, nu hij de dingen uit 1-4 nog niet heeft gedaan).

Zijn bloed gaat nog niet langzaam, het tintelt nog (str. 6). Hij wordt nog aangetrokken tot het goede en schone (str. 7). Zijn bloed klopt nog snel, het weerspiegelt zijn gevoelens (snel kloppend hart door de liefde) (str. 8).

In dit tweede deel wordt duidelijk dat hij nog steeds vrolijk en levenslustig, verliefd, is.


Dan het derde deel (str. 9-10).
In de laatste 2 strofen stelt hij dan opnieuw twee vragen aan het meisje. Zijn hart heeft liefde nodig: moet zijn hart verstenen, terwijl hij haar ook zou kunnen liefhebben? (str. 9). En de liefde die in hem is gegroeid als een plant, moet die liefde worden uitgeroeid?


Met andere woorden: het gedicht is een liefdesgedicht en gaat over onbeantwoorde liefde. Er is een 'ik' die verliefd is op een meisje (zie bijvoorbeeld: wat ik het "meest bemin", str. 1; dat mijn hart "u minnen kon", str. 9; en de "liefde" die is "opgegroeid", str. 10).

Maar het meisje beantwoordt blijkbaar zijn liefde niet. Hij vraagt haar of ze echt wil (is het u "naar de zin", str. 1) dat hij zijn hart sluit (str. 1); of ze echt wil dat zijn levenslust stopt en de gloed die hij in zichzelf voelt stopt (str. 2); en of ze echt wil dat hij zijn hartstocht temt (str. 3).

Hij voelt zich nu nog vrolijk en levenslustig, maar zijn hart heeft wel liefde nodig (str. 9). Als hij die niet van haar krijgt, dan zal zijn hart verstenen en zal zijn liefde doodgaan (str 9-10).

Het gedicht vertelt niet of het meisje uiteindelijk toch zijn liefde beantwoordt.


Ik hoop dat je hier een beetje verder mee komt. Veel succes met het schrijven van je verslag.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

Gedichten met een bespreking








Versanalyse en interpretatie


Home           Gastenboek