RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Andreus
(16 februari 2016)


Beste Rozemarijn,

Ten eerste moet ik u complimenteren met uw prachtige website en kennis van gedichten!

Ik moet voor mijn mondeling Nederlands een aantal gedichten van Hans Andreus lezen. Het interpreteren van de gedichten gaat echter nog niet zo goed. Ik moet bij mijn mondeling wat vertellen over het gedicht 'Al ben ik een reiziger'.

Ik weet echter niet goed hoe ik moet beginnen met het 'ontleden' van dit gedicht. Hopelijk kunt u me helpen. Ik hoor graag van u.

Groetjes, Laurents

---

Al ben ik een reiziger


Al ben ik een reiziger, ik woon hier
en heb wat hier ook woont min of meer lief:
man, vrouw en kind, bomen, gras en rivier,
dier en geliefde. Maar ben ik een dief

als ik met een vrouw wegloop? Nee, ik heb haar lief
in het lang en nachtelijk speelkwartier
of overdag, in het hard perspectief
van het licht. Want een vrouw is een heilig dier.

Maar hier te wonen en hier te bestaan
is dodelijk ook: de tijd houdt niet stil
en angst laat een mens doen wat de angst wil.

En de liefde wou dat zij meer zijn kon
dan de woedende waanzin van de maan
en de gloeiende pijlen van de zon.


Hans Andreus (In: De Gids, jaargang 121, 1958).





Antwoord     (17 februari 2016)


Dag Laurents,

Dit gedicht is een sonnet, en daar zit meestal een inhoudelijke breuk in na de tweede of derde strofe. Zo ook hier, dit is eenvoudig te zien aan het woordje 'maar' aan het begin van strofe 3. Dus: het gedicht is inhoudelijk in tweeën te delen, eerst de eerste twee strofen, dan de 3e en 4e strofe.


In strofe 1 schetst de 'ik-figuur' een situatie. Hoewel hij eigenlijk een reiziger is, woont hij hier en hij heeft de plek en de mensen 'min of meer' lief. In strofe 2 meldt hij dat een vrouw liefheeft, zowel 's nachts tijdens het 'speelkwartier' (wellicht op te vatten als een nachtelijke vrijpartij) als overdag, als het licht alles in een scherp perspectief zet.

De situatie lijkt stabiel, hoewel hij zich een reiziger voelt, woont hij ergens en heeft hij de plek en mensen/een vrouw lief. Maar dan volgt de 'maar' in strofe 3, er is blijkbaar wel een kanttekening, een voorbehoud bij deze situatie te plaatsen.

Strofe 3. Hoewel hij 'woont' en 'bestaat', gaat ondertussen de tijd door en dat voortgaande bestaan is uiteindelijk dodelijk. Er zit als het ware drijfzand onder zijn schijnbaar stabiele situatie: de voortgaande tijd en de naderende dood. Dat zorgt voor angst. Let op: de woorden in strofe 3 weerspiegelen de woorden in strofe 1: 'reiziger'/'wonen' (str.1); en 'wonen'/'bestaan' (str.3).
Je zou kunnen zeggen dat er een terugkerend thema is (str.1 en 3) rond reizen/wonen/bestaan/voortgang (en uiteindelijk: de dood), kortom: het thema leven en dood.

Strofe 4. Het voorbehoud (de 'Maar') uit strofe 3 wordt hier voortgezet: 'En ...'. Hij zegt hier dat 'de liefde wou dat zij meer zijn kon', meer dan de maan, meer dan de zon. Deze woorden spiegelen ook woorden uit str.1+2: 'liefde wou meer zijn' staat tegenover 'min of meer lief'; en 'de maan' tegenover 'het nachtelijk speelkwartier' en 'de zon' tegenover 'overdag', 'het licht'. Er is wel sprake van liefde in het eerste deel van het gedicht, maar het is duidelijk niet genoeg - liefde zou meer moeten zijn dan 'de waanzin van de maan' (oftewel 'het nachtelijk speelkwartier' uit str 2) en 'de pijlen van de zon' (oftewel 'het hard perspectief van het licht' uit str 2).
Je zou kunnen zeggen dat hier een terugkerende thema is rond de liefde.


Er zit dus een heel sterke structuur in dit gedicht: de eerste helft en de tweede helft hangen heel nauw samen. Allerlei woorden komen terug, waarin 2 thema's te zien zijn. Grofweg strofe 1 en 3: leven en dood; en grofweg strofe 2 en 4: liefde.
De vraag is dan: hoe hangen die terugkerende woorden en thema's samen, zit er een ontwikkeling in deze thema's in dit gedicht?

Bij beide thema's zou ik zeggen: de 'ik' schiet tekort, en het leven zelf schiet ook tekort. Thema leven en dood: hoewel hij ergens is gaan wonen, geworteld is, blijft de tijd doorgaan en gaat hij uiteindelijk dood. Daar is hij bang voor. Het leven lijkt dus wel stabiel en goed, maar er ligt een existentiele angst onder. En wat je ook kiest in het leven (of je nu reist of je ergens vestigt) - de tijd verstrijkt en het leven gaat voorbij.
Thema liefde: heel duidelijk zegt hij in str. 1: 'ik heb min of meer lief' - en na de 'maar' drukt hij z'n tekortschieten in de liefde uit: 'wou dat ik méér zijn kon'.


Het gedicht is vrij lastig, doordat het inhoudelijk zo compact is. Andreus behandelt niet één thema, maar twee verschillende: leven en dood; en de liefde. Dit zijn beide belangrijke thema's in zijn poezie.

Het lijkt me dus niet een eenvoudig gedicht om over te praten op een mondeling. Ik zou in ieder geval op de structuur wijzen: er zit een duidelijk tweedeling in het gedicht (een breuk is normaal in een sonnet), tussen strofe 2 en 3. Dat zie je aan het woord 'maar'.

De eerste en tweede helft staan dus tegenover elkaar. In het 2e deel volgen twéé voorbehouden bij de situatie in het eerste deel (de situatie is wel zo, 'Máár'... 'En'...).

Het eerste voorbehoud gaat over het wonen, ergens bestaan, ergens zijn (woorden spiegelen strofe 1). Het lijkt wel alsof de gekozen situatie, door niet te reizen, statisch, onveranderlijk is, maar de tijd gaat door en hij ervaart een existentiele angst. Hiermee heeft Andreus het over (een terugkerend thema in zijn werk) leven en dood (thema 1).

Het tweede voorbehoud ('En'...) gaat over het tekort schieten van de liefde. Hij wou dat hij méér liefhad dan het 'min of meer liefhebben' uit strofe 1. Hier zie je een ander belangrijk thema uit zijn werk: de liefde (thema 2).


Je bent al een heel eind, denk ik, als je kunt aangeven dat Andreus twee thema's aansnijdt in dit gedicht (bestaan/leven en liefde) en dat hij na de breuk vanaf 'Maar' op deze beide thema's terugkomt en er een voorbehoud bij plaatst: het leven schiet tekort (want je gaat dood) en zijn liefde schiet tekort (want hij heeft slechts 'min of meer' lief en wou dat dat meer zijn kon).


Sterkte ermee en natuurlijk veel succes met je mondeling Nederlands.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

Gedichten met een bespreking





Re:     (21 februari 2016)


beste Rozemarijn,

Heel erg bedankt voor het helpen en de uitleg!

U heeft het enorm duidelijk omschreven en ik vind het een erg mooi gedicht.

Bedankt!

Groetjes, Laurents.








Versanalyse en interpretatie


Home           Gastenboek