RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Marsman
(5 juli 2016)


Hallo Rozemarijn,

Voor het vak Nederlands op school moet ik een mondelinge presentatie maken over een gedicht. Ik heb gekozen voor 'Herinnering aan Holland' van Hendrik Marsman.

Ik ben zelf al een heel eind gekomen in de analyse van het gedicht (zie bijlage). Echter zijn er nog wel wat dingen waar ik zelf niet uit kom, zoals de betekenis van de vijfde strofe en waarom dit gedicht typisch bij de stijl Marsman past.

Zou u mij hierbij kunnen helpen? Een andere aanvulling op mijn analyse is natuurlijk ook welkom :)

Bij voorbaat dank!

Maud.

---

Denkend aan Holland           (1)
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar               (2)
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige             (3)
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,           (4)
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband.
de lucht hangt er laag           (5)
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten               (6)
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.


Hendrik Marsman (1936).





Antwoord    (7 juli 2016)


Dag Maud,

hierbij even vlug (mijn week zit nogal vol) een aantal opmerkingen bij je bespreking van het gedicht 'Herinnering aan Holland' van H. Marsman.


Eerste strofe: prima geparafraseerd. Het gedicht werd overigens eerst zonder witregels gepubliceerd, de strofe-indeling is pas van later datum.

Tweede strofe: 'ijle populieren' slaat op het feit dat de bekende populier die je in Nederland veel ziet, nl. de Italiaanse populier, heel hoog wordt en nauwelijks in de breedte groeit. Het is dus een heel hoge, smalle boom (vandaar 'ijl').
Hij wordt veel gebruikt als windkering/windsingel langs erven en langs landwegen. Op het platteland zie je dan in de verte een lange rij van die kenmerkende hoge, smalle bomen. Vandaar dus ook die 'rijen'.
- Zie links onderaan -

Dan: 'als hoge pluimen'. De vergelijking die Marsman hier maakt, luidt letterlijk: 'de populieren staan aan de einder (horizon), als hoge pluimen'. De populieren zien er, vanuit de verte, dus blijkbaar uit als 'hoge pluimen'. Welke pluimen bedoelt Marsman hiermee?
Je kunt dan denken aan bloeiend gras. Gras in de natuur, dat niet wordt gemaaid, schiet hoog op en gaat dan bloeien, soms met aren, maar andere soorten met pluimen. Dit hoge pluimengras groeit net als de populier niet in de breedte, maar is hoog en smal. Het ziet er precies uit als miniatuur-populieren, in de verte -iets aan de horizon ziet er altijd klein uit- (de Italiaanse populier bedoel ik dan, die het meeste in Nl. voorkomt).
- Zie links onderaan -

Het woord 'ondenkbaar' slaat op 'ijl' (het is dus een bijwoord bij het bijvoeglijk naamwoord) en Marsman duidt ermee aan dat het haast ondenkbaar is dat bomen zo dun zijn, zo ijl lijken. Het is heel kenmerkend voor de populier, vrijwel alle andere bomen groeien ook in de breedte, het is dus ondenkbaar bij de meeste bomen.

Derde strofe: prima. Denk bij verzonken ook aan: boerderijen liggen vaak achter een dijk. Ze liggen dus lager dan het water dat er voorbij stroomt en lager dan de dijk is.

Vierde strofe: 'geknotte torens': denk ook aan torens zonder torenspits. Die zijn afgeplat van boven, en doen dus denken aan geknotte knotwilgen.

Dan: 'groots verband': let op, het gaat hier om een opsomming! Marsman begint in strofe 3 een lange opsomming. In gedachten ziet hij vanalles in de 'geweldige ruimte' van het Nederlandse landschap: boerderijen, boomgroepen, dorpen, torens, kerken en olmen - en samen vormen zij één groots verband. Dit hangt allemaal samen: Nederland is een groot samenhangend geheel.

Vijfde strofe: De lage lucht verwijst naar de mist en ochtendnevel die vaak boven het Nederlandse landschap hangt. De grijze en veelkleurige dampen lijken een beschrijving te zijn van de ondergaande zon, die de grijze luchten vele kleuren geeft voordat ze wordt 'gesmoord', ondergaat (of achter de wolken wegzakt).

Zesde strofe: Gewesten kun je inderdaad vergelijken met de huidige provincies.

Waarom wordt de stem van het water in 'àlle' gewesten gevreesd en gehoord'? De provincies die aan zee liggen, kennen overstromingen vanuit zee. Maar de hoger gelegen oostelijke en zuidelijke provincies kennen overstromingen van rivieren. Vooral als de sneeuw smelt in de Alpen (dus in het voorjaar), maar ook als er veel regenval is in bijv. Duitsland (vaak in zomer of herfst), kunnen hier de rivieren (Rijn, Maas) overstromen. Er is in het gedicht dus geen enkele eenduidige verwijzing naar een seizoen.

De laatste regel is niet willekeurig geformuleerd, maar bouwt op in dreiging. De 'stem van water' wordt 'gevreesd', dat betekent dat hij niet te horen is, maar men is er wel bang voor; en de 'stem van het water' wordt ook daadwerkelijk 'gehoord', dat betekent dat zich een ramp aankondigt. De toenemende dreiging maakt de laatste regel extra beklemmend.


Tot slot: het rijmschema heb je sterk vereenvoudigd opgeschreven, door alleen de rijmende woorden een letter toe te kennen - maar het klopt in die zin wel.

De wending zie ik ook: de eerste vijf strofen zijn beschrijvend, geven een beeld van Nederland, kunnen ook iets weemoedigs hebben, als je bedenkt dat Marsman dit als 'herinnering' schreef, terwijl hij zelf in het buitenland was. De laatste strofe is dreigend en duidt een negatief aspect aan van het wonen in Nederland.

Dan de stijl van Marsman: dit gedicht is geheel afwijkend van zijn gebruikelijke stijl. Het is dus a-typisch voor zijn poetische oeuvre. Het past totaal niet bij het expressionisme, laat staan het vitalisme - doe geen poging om het daarbij onder te brengen.
Tijdens mijn studie hoorde ik tijdens een college, dat het voor hem een bittere teleurstelling was, dat dit gedicht nou juist het meest geliefd werd bij de lezers. Maar ik heb hier geen (online) bron voor. Marsman heeft dus een realistisch, beschrijvend, weemoedig gedicht geschreven, over herinneringen aan Nederland terwijl hij in het buitenland was, dat sterk afwijkt van zijn gebruikelijke onderwerpen en stijl. En juist dit gedicht heeft hem onsterfelijk gemaakt in de Nederlandse poezie.


Veel succes met je mondelinge presentatie, je maakt er vast een mooie bespreking van.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


Gedichten met een bespreking








Versanalyse en interpretatie


Home           Gastenboek