RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Vasalis
(11 juni 2017)


Beste Rozemarijn,

Ik moet een presentatie houden over een gedicht. Nou zou ik dit heel graag willen doen over het gedicht: 'De winter en mijn lief zijn heen' van Vasalis.

Ik vind het namelijk een heel mooi en interessant gedicht. Zou u mij misschien willen helpen met het analyseren van het gedicht?

Met vriendelijke groet,

Anna.

---

De winter en mijn lief zijn heen


De winter en mijn lief zijn heen.
Er zit een merel op het dak,
zijn keel beweegt, zijn snavel beeft
alsof hij in zichzelve sprak.

Hij luistert: uit een verre boom
klinkt als het ketsen van twee stenen
een vonkenregen van verlangen
zo luid, zo helder en zo bang.

De merel stort zich met een kreet
vol wildheid in de voorjaarsvlagen.
Ik kan het bijna niet verdragen:
mijn voorjaar en mijn lief zijn heen.


M. Vasalis
In: Vergezichten en gezichten (1954).





Antwoord     (14 juni 2017)


Dag Anna,

Dit gedicht 'De winter en mijn lief zijn heen' van Vasalis gaat over verlies.

Het begint met een kleine 'natureingang' (een natuurbeeld als aanvang, dat het onderwerp van de rest van het gedicht weerspiegelt of ermee in tegenstelling is). De winter is voorbij. Meestal wordt dit gezien als iets positiefs: de kou en de dorheid van de winter zijn ten einde. Meteen in dezelfde beginzin wordt een situatie geschetst die hiermee in schril contrast staat: want ook haar lief is weggegaan. De emoties die hierbij horen zijn negatief: verdriet, pijn, afscheid, verlies.

Door het natuurbeeld en het onderwerp van het gedicht (die tegengestelde emoties oproepen) in één zin te vatten, zit er meteen spanning in de eerste regel.

Zonder verder iets uit te leggen over deze verdwenen geliefde, gaat het gedicht meteen door naar een beschrijving van de beginnende lente. Deze beslaat vrijwel het hele gedicht (r. 2 t/m 10). Vasalis beschrijft een merel die in de verte blijkbaar een andere merel hoort: vanaf een boom in de verte klinkt een verlangen. De merel reageert daarop door zich wild in de voorjaarslucht te storten. Dit suggereert dat de twee merels elkaar aantrekken om in de lente mogelijk samen te gaan nestelen.

De laatste twee zinnen gaan dan over de 'ik': zij kan het natuurtafereel bijna 'niet verdragen'. Doordat haar lief weg is, is de aantrekking tussen de twee vogels pijnlijk om te zien. Dus niet alleen de winter als natuurbeeld, maar ook de lente met de vogels die een nestje willen gaan bouwen, staat in contrast met het gevoel van de 'ik-persoon'.

In de slotzin dan herhaalt Vasalis de beginzin - maar met een kleine variatie: 'mijn voorjaar en mijn lief zijn heen'. Woorden en zinnen die herhaald worden in een gedicht, geven meestal meer nadruk aan die zin. Maar als de dichteres de zin letterlijk had herhaald, was het een beetje saai einde geweest, want die constatering kende je al. Het gedicht had dan geen extra inzicht toegevoegd.

Maar nu varieert Vasalis: 'mijn voorjaar' is heen. Het voorjaar is weliswaar aangebroken, maar het tijdperk van aantrekkingskracht, liefde, nestjes bouwen, dat is uit háár leven verdwenen. Door de variatie wordt de zin extra schrijnend: de beginnende lente biedt geen oplossing voor de tegenstelling tussen het positieve gevoel dat de winter voorbij is en het negatieve gevoel dat de geliefde weg is - maar de lente benadrukt nog eens extra het verdriet van de verdwenen geliefde: de natuur laat nadrukkelijk zien wat zij nu mist. Voor haar is er dit jaar geen voorjaar te vieren.


Vasalis heeft veel over verlies en afscheid geschreven, met name in de eerdere bundel De vogel Phoenix (1947). In de jaren '40 stierf haar zoontje en werd haar echtgenoot langdurig in een kliniek opgenomen. Het is echter onduidelijk of dit gedicht over haar echtgenoot gaat: de bundel Vergezichten en gezichten (1954), waar bovenstaand gedicht in staat, is 7 jaar later uitgegeven en in het gedicht zelf zit niets dat dit suggereert.

Doordat dit gedicht niet expliciet naar haar persoonlijke leven verwijst en er over de omstandigheden van het verdwijnen van de 'lief' geen enkele toelichting wordt gegeven, wordt de ervaring veralgemeniseerd, voor iedereen wel herkenbaar. Bijna elke volwassene heeft wel eens meegemaakt dat een geliefde uit zijn of haar leven verdween. En doordat over de omstandigheden helemaal niets wordt vermeld, kan iedereen het gedicht toepassen op zijn eigen omstandigheden.

Opmerkelijk is ook dat dit gedicht over een pijnlijk verlies, voor het merendeel bestaat uit een mooi, optimistisch natuurtafereel, twee verwachtingsvolle merels, een beetje bang misschien, maar toch luid roepend, verlangend, zich in de voorjaarswind stortend op weg naar de ander. Na bijna drie volle strofen komt de tegenstelling des te harder aan: 'ik kan het bijna niet verdragen'. (Stel je voor dat na de beginregel meteen de slotregels zouden volgen: de spanning is dan helemaal weg). Door de lang aangehouden natuurbeschrijving, die geheel tegengesteld is aan het gevoel van de 'ik-figuur', komen de pijn en het verdriet van de 'ik' aan het eind des te scherper over.

En dat draait ook de kijk van de lezer bij op de tegenstelling in de beginzin: 'de winter en mijn lief zijn heen'. De meeste mensen zijn blij als de winter is afgelopen. Maar van de 'ik-persoon' had het dat jaar wel winter mogen blijven.


Ik hoop dat je zo verder komt met de bespreking van het gedicht.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


Gedichten met een bespreking





Re:     (15 juni 2017)


Beste Rozemarijn,

Onwijs bedankt voor uw antwoord!

Ik ben het gedicht veel beter gaan begrijpen en vind het ook ongeloofelijk interessant hoe is zon klein gedichtje zoveel verscholen kan zitten :)

Bedankt en een fijne dag!

Met vriendelijke groet, Anna.








Versanalyse en interpretatie


Home           Gastenboek