RozemarijnOnline




Gedicht
van de maand




















Alles over poëzie:











Meer gedichten lezen?
Klik onderaan de pagina op ‘dichtercollectief Ithaka’ en kies voor ‘Gedichten uit Ithaka’

(of klik hier)






tip:

zorg dat de resolutie van je beeldscherm op 1024x768 of hoger staat om de gedichten op deze site goed te kunnen lezen.
Is je scherm kleiner, worden lange regels op rare plaatsen afgebroken.




auteursrechten:

Bij de gekozen gedichten is een zo precies mogelijke literatuurverwijzing en eventueel een verwijzing naar een webpagina gegeven. Heeft u aanvullingen of wilt u dat een gedicht van deze site wordt verwijderd i.v.m. auteursrechten, stuur dan een mailtje. Kies bovenaan de pagina voor ‘Contact en colofon’.




Gedicht van de maand





Gekozen uit de gedichten die bij mij thuis of op mijn werk aan de muur hangen,
of die mij op andere wijze al langere tijd omringen.
Klik hieronder om meteen naar de betreffende maand te springen,
of scroll langs alle maanden naar beneden.








Blader naar andere jaren:      1      2      3




januari





Utrecht 2001


Utrecht is een grijze dame met een opgebroken hart
Utrecht is een toverstad waar baksteen groeit tot kathedralen
Utrecht is een pleisterplaats voor magistraten, zenuwlijders,
zakkenwassers, zakkenvullers, dromers en vandalen.

Utrecht is een knekelveld van oude sarcofagen.
Utrecht is geheime tuinen, binnenplaatsen vol seringen,
singels waar nog vogels zingen - Utrecht is de Zwaansteeg
met de zon er schuin doorheen. Utrecht is van licht en steen.

Utrecht is een stad waar je niet weg kunt en niet blijven
om er stijlvol te vergrijzen tussen kroegen, kerken en paleizen,
aan vertwijfeling ten prooi. Utrecht is een gouden kooi.

Utrecht is een plek aan de rivier waar ooit drie schepen landden,
lang begraven werkershanden palen sloegen, stenen sjouwden,
huizen bouwden, vuren brandden.


Ingmar Heytze

(In: Alle 24 goed, p16. Op: www.heytze.nl)





februari





Enkel dit


Van alle dingen enkel dit:
het hoge ruisen van de zwanen
op weg naar oevers die nooit dichter kwamen.
Het kind dat nog verborgen zit.

De hoge klaarte van de morgen.
Verwachting leunend aan een raam.
Verwonderd zoeken naar een naam
voor wat nog zal geboren worden.

De avond die de vensters sluit.
De kleine weemoed van de glazen
waarin stil zichtbaar wie we waren.
Gedachten drijven in en uit.


Johanna Kruit

(In: Achter een glimlach, 1976. Zie: www.johannakruit.nl)





maart





Onder de bomen


Vrienden zijn het, bomen
die gesprekken met je voeren
je gedachten laten gaan
als hun bladeren
het licht laten schommelen.

Het zijn je vrienden, bomen.
Hun schaduw leggen ze
als een arm om je heen
als je alleen wilt zijn
en niet alleen wilt zijn.


Fetze Pijlman

(In: Een ander pad, 1986)





april





De liefde zegt...


De liefde zegt dat ik een jas moet zijn,
een harnas van gevlochten hout, een helm
op het schedelveld van het zand, een dicht vizier,
een lans, een liggend beeld slapend gestrekt,
in maliën gegespt, een schild van zij.
De liefde zegt dat ik als gras moet zijn,
een mantel voor een zandstuivende wond
van het duin, een mond waar zij haar woord in legt.


Chr. J. van Geel

(In: Verzamelde gedichten, 1993. Info: Van Geel)





mei





Glorie


Het is weer helemaal genieten. Zo
zou het altijd moeten zijn: licht
en vredig dus, alsof alles ineens
voor altijd en nooit weer is. Geen
lengte van dagen, geen gevoel van
weg te moeten en te huilen. Nooit
gaat meer iets voorbij.


T. van Deel

(In: Gedichten 1969-1986, 1988, p103. Info dbnl: Van Deel)





juni






Het licht is rond en rolt naar alle kanten
de bergen op en af, de dalen door,
de wezens in en uit en langs de planten
stijgt het de bomen in en gaat het alles voor.

Waarom? Ik vraag dat niet, ik kom, ik ga,
omdat mijn handen en mijn voeten,
mijn ogen en mijn hart zo moeten
en ik het licht nu eenmaal zo versta.


Pierre Kemp

(In: Een bloemlezing, 1953. Info dbnl: Kemp)





juli






de maan is onder
en de Plejaden

middernacht is voorbij

de uren verstrijken verstrijken
en ik lig alleen


Sappho

(vertaling in: K. Blixen, Een lied van Afrika)





augustus





2


nacht
lig naast me
de zee spoelt in lange zwarte golven
verzet zich tegen het verhaal
het onweer trekt landinwaarts
het strand is breed en stil
lig naast me raak de zuilen aan
leg wat je zegt tegen me aan
tot ik je ken en heb verzameld
tot ik naar je terugga


Ankie Peypers

(In: De liefde verwilderde niet, 1990, p48. Info: Peypers)





september






Het witvoetig meisje leefde voortaan binnen
de vier muren van haar pas ontworpen stad,
zodat ze langzaam haar herinnering vergat
en nieuwe dingen vond om te beminnen.

De blinde ogen van de hoge stapeldozen
kleurde ze gretig in met hemelsblauw,
de muren en de daken liet ze grauw,
voor de straten had ze donkerrood gekozen.

Nog was ze niet geheel tevreden
en mengde okergeel op haar palet,
daarmee heeft ze overal haar naam gezet,
zodat niemand ooit de stad zou binnentreden.


Els van Stalborch

(In: Ik heb de stilte afgezet, 1989, p23)





oktober





Thuis


Alsof je een plek bereikt.
Om je heen kijkt en weet
dat je thuis bent.
Een weiland, vergeten
langs duinen en bosrand,
iemand buigt tussen jou
en een feest - op zoek
naar de wijn, een gezicht
wordt zijn eerste woorden,
wat geschreven werd voor jou
door een nooit gevoelde hand.
Alsof je dit al kende
voor je het zag. Er geweest was
voor je er zou komen.
Zo thuis.


Kees Spiering

(In: Een prachtige tuin, 1996. Info: Spiering)





november





Plato’s Utrecht


Diep onder Utrecht ligt een echte stad:
een net van gangen die elkander kruisen,
waar echte mensen in reële huizen
met werkelijke dingen bezig zijn.

Een holle stad, die nooit dat valse, vage,
gemorste licht van hier hoeft te verdragen.
Bisschoppen en Romeinen die daar zwerven
door crypten en gewelven uit hun jeugd
belanden soms al dwalend op de werven
en trekken zich geschrokken weer terug,
zoals men door een droom verschrikt kan raken.

Verschrik hen niet. Door hun terechte schroom
bestaan wij schimmig voort; als zij ontwaken
verdwijnen wij. Dit Utrecht is hun droom.


Arie Niemeijer

(In: Ik ging naar Bommel, 1998, p84.
Zie: Arjaan Nimwegen, boekwerkindemarge.nl)






december





De wandelaar


De wandelaar hijgt. Bij het achterlaten
van niets heeft hij ervaren hoe alles blijft.

Langs de jaren voordien ging zijn tocht.
Wat tot bedaren werd gebracht,
als met water besprenkeld stof, wordt herdacht.

In over elkaar gelegde landschappen
vindt hij één voor één iedereen terug.

Alleen: omkeren naar zichzelf kan hij niet.


Eddy van Vliet

(In: Bloemlezing, 1994)






Blader naar andere jaren:      1      2      3



Meer gedichten lezen?
Klik onderaan de pagina op ‘dichterscollectief Ithaka’
en kies voor ‘gedichten uit Ithaka’

(of klik hier)