RozemarijnOnline




Katharyne Lescailje

onderzoeksnota
1993





























Deze nota is geschreven in 1993 in het kader van het onderzoekscollege ‘De vrouwelijke blik: schrijfsters in de zeventiende tot de negentiende eeuw’ onder begeleiding van prof.dr. M.A. Schenkeveld-Van der Dussen (Nederlandse taal- en letterkunde, Universiteit Utrecht).



Er staan nog vijf nota’s met historisch letterkundig onderzoek integraal op deze site:

- Tristan en Isolde
- De Génestet
- De brulocht
- Het tabernakel
- Doctoraalscriptie
   Hadewijch en
   Ruusbroec

klik hiervoor op: Historische letterkunde






Katharyne Lescailje

‘Vermaarde en volgeestige dichteresse tot Amsteldam’
1649-1711

door Rozemarijn van Leeuwen
(© 1993)



 




Bijlagen




BIJLAGE 1 : STAMBOOM VAN DE FAMILIE LESCAILLE


Balthasar Crijnen van Dorsten (±1607-1639) x Alida Verwou (±1612-1679)
           |
       Jan (±1638-62)

Jacob Lescaille (1611-±1679) x(1634) Geertruijt Rogaerts (±1612-vóór 1645)
           |
       Jacob (jr.) (1640-...)
       Antoni (1643-87)

idem x(1645) Alida Verwou (±1612-1679)
           |
       Barbara (...-1677)
       Katharyne (1649-1711)
       Aletta (...-...)

Jacob Lescailje (jr.) (1640-...) x(1665) Hillegond Witse (±1640-...)

Antoni Lescailje (1643-1687) x(1671) Geertruy Oppyn (±1647-vóór 1682)

idem x(1682) Fransijntie Abrahams (±1644)

Barbara Lescailje (...-1677) x(±1674) Matthias de Wreed
           |
       Susanna (±1674/77-±1729)

Susanna (±1677-1729) x(1712) Dirk Rank (±1684-1736)
           |
       Gerrebrand (1717-...)


(Gegevens uit de biografische woordenboeken, Amstelodamum en Mengelpoëzy).



BIJLAGE 2 : GEDRUKTE WERKEN VAN KATHARYNE LESCAILJE


• Katryne Lescailje, De zeegepraalende vreede. By Jacob Lescailje. Amsterdam, 1678. [UBA, 1148 B 1; in verzamelband, zp., zj.]

Wenseslaus, koning van Poolen. Gerymd door Katryne Lescailje. By de erfgen. van Jakob Lescailje. Amsterdam, 1686. [UBA, 691 c 145; in UBA ook een exemplaar uit 1715]

Herkules en Dianira. Gerymd door Kataryne Lescailje. By de erfgenaamen van J. Lescailje. Amsterdam, 1688. [UBA, 639 F 108]

• Kataryne Lescailje, Daphnis harderszang op de vrede. By de erfgen. van J. Lescailje. Amsterdam, 1697. [AB, Rariora qu 161; in veramelband ‘Vrede van Ryswyk’, zp., zj.]

• Kataryne Lescailje, Lykklagt overt den heere Pieter Bernagie, Arts en Hoogleeraar der Geneeskunde. Z.p., 1699. [UBA, 661 c 4]

• Katharyne Lescailje, Tooneel- en mengelpoëzij. Amsterdam, Beurshuis, 1729. [AB]

De mengelpoëzy van Katharyne Lescailje. By de erfgenaamen van J. Lescailje en D. Rank. Amsterdam, 1731. 3 delen. [AB, Moltzer 4 A 8-10 en UBA 694 A 12-14]

Geta, of de broedermoord van Antoninus, treurspel. Naar het Fransch van Nicolas de Péchantré, door Cataryne Lescailje en J. Haverkamp. Amsterdam, 1735. [AB en UBA; in UBA ook een exemplaar uit 1713]

De mengelpoëzy van Katharyne Lescailje. By de erfgen. van J. Lescailje en D. Rank. (By Jacobus Verheyde, op de hoek van de Molsteeg. Arent van Huyssteen, op ’t Rokin. Steven van Esveld, over ’t Meisjes Weeshuis. Nicolaas Verheyde, in de Rosemarynsteeg) Amsterdam, 1737. [UBA, inst. 113, E 3 1-3]

Herkules en Dianira, treurspel. Naar het Fransch van J.J. Juvenon dit de la Thuillerie. Amsteldam, 1744. [AB en UBA; in UBA ook exemplaar uit 1730]

Herodes en Mariamne, treurspel. Naar het Fransch van F. Tristan l’Hermite. Amsteldam, 1757. [AB en UBA]

• Katharyne Lescailje, ‘Landleven. Het lusthof Doornburg, van den Heere Willem van Zon, Domheer van Oud-Munster’. In: De leermeester der zeden, vertoond in Horatius zinnebeelden, lierzangen, enz., Lof van ’t landleven en Bespiegelingen op ’t leven der menschen, verbeeld in de vier getyden des jaars. Met veele uitmuntende verzen vermeerderd. De sesde druk. Met koperen plaaten vercierd. By Tjeert Bliek. Amsterdam, 1781. [LB, Rar LMY Leerm 2]

• Kataryne Lescailje, ‘Gezang op Doornburg, lusthoove van de Heere Willem van Zon, Domheer van Oud Munster’. In: een verzameld werk met hofdichten (zonder titel). Z.p., z.j. [AB]


UITGAVEN TREURSPELEN VOLGENS WORP

• Genserik : 1685, (1731)
• Herodes en Mariamne : 1685, 1730, 1731, 1757, 1791
• Wenceslaus : 1686, 1715, (1731)
• Herkules en Dianira : 1688, 1731, 1744
• Nicomedes : 1692, (1731), 1734
• Ariadne : 1693, 1731
• Cassandra : 1731


VANAF DE NEGENTIENDE EEUW

• ‘Katharyne Lescailje’. In: Keur van Nederlandsche Letteren. Tweede jaargang, drieëndertigste stukje. Amsterdam, 1827-28. (72 blz.; 33 gedichten)
Parelen uit de lettervruchten van Nederlandsche dichteressen. Door A.J. van der Aa. Amsterdam, 1856. (blz. 7-8; 1 gedicht)
Bloemlezing uit de Nederlandse dichters der zeventiende eeuw (...). Door J. van Vloten. Arnhem, 1869. (blz. 606-7; 2 gedichten)
De Nederlandse poëzie van de zeventiende en achttiende eeuw in duizend en enige gedichten. Door G. Komrij. Amsterdam, 1986. (blz. 643-644; 2 gedichten)


HANDSCHRIFT

Er is in ieder geval nog één handschrift bewaard gebleven van Katharyne Lescailje, in het album amicorum van Johannes Blasius:

• Johannes Blasius, Album amicorum. Leiden, Amsterdam, Franeker e.a. 1658-1672. (245 bladzijden).
- blz. 197v-198
- gedateerd op 19 maart 1672 (Amsterdam), ondertekend met: Katarine Lescailje
- 22 vss, inc.: ‘Ik volgde, ô Blasius! het spoor’
- zie Mengelpoëzy I, blz. 97 (met kleine verschillen)
- zie artikel Heesakkers



BIJLAGE 3 : PAMFLETTEN


Op het vertrek van den doorluchtighsten Vorst zyn hoogheit Wilhem de derde, Prince van Oranje, Grave van Nassou, etc.
- Den 15 van Oegst-maand 1672
- inc.: ‘Amsterdam spreekt: Vaarwel, ô Vorst, die mijne wallen’
- ondertekend: Katarine Lescailje
- [UBA Pfl port.gr. f-1672:21]; niet gevonden in Knuttel
- zie Mengelpoëzy I, blz. 41

Hollants zege ter zee, onder ’t beleit van den manhaften Helt Michiel de Ruiter, ridder, L. Ammiraal generaal, &c. &c. tegens de twee Koningklijke Vlooten van Vrankrijk en Engelant, den VII. en XIV. van Zomermaant, 1673, kloekmoederlijk bevochten.
- Amsterdam, J. Lescailje, 1673
- in-4o, 8 blz., inc.: ‘Ik zing nu hoe twee Koningsvlooten’
- ondertekend met: Katarine Lescailje
- [UBA Pfl JB 44]; Knuttel 10790
- zie Mengelpoëzy I, blz. 50 (met enkele verschillen)

Nederlandts darde zeetriomf, over de Vlooten van Engelant en Vrankrijk, bevochten den XXI van Ooghstmaandt, 1673.
- in-plano, 1 blad, inc.: ‘Noch dorst zich ’t Fransche en Brittenlantsch gewelt’
- ondertekend met: Katarine Lescailje
- Knuttel 10812
- zie Mengelpoëzy I, blz. 55 (met enkele kleine verschillen)

Lofdichten, op de Verwoestinge van Bozra. Stichtelijck en beweeghlijck op de konst der regel-maet gebracht, en schriftmatig uytgebreyt, Door Johan van Vollenhoven. Behelsende het neder-storten van den Utrechtsen Dom-Kerck.
- Utrecht, Willem Clerck
- in-4o, 20 blz., met de muziek
- vooraf gaan gedichten van Katryne Lescailje, J. Pluimer, J. d. Wees, Bidloo, Jasper Lemmers, P. v. Geleyn, W. de Bogaart, C. Soolmans, J. v. Raephorst, W. van der Meer, P. de la Croix, A. Leeuw, P. van Vloten.
- titel gedicht Katryne Lescailje: ‘Aan Johan van Vollenhoven, Over sijn Gedicht op ’t neder-storten van den Dom-Kerk tot Utrecht, in den Jare 1674. den eersten Augusti.’. Inc.: ‘Hoe onlangs Gods getergden tooren’. Zie Mengelpoëzy I, blz. 319
- Knuttel 11217

Het beroemde leven en sterven van Den seer Doorlugtigen Heere, de Heer Michael de Ruiter (...). Vertoond in een korte Lykreden door Adrianus Severinus.
- in-4o., 24 blz., 1676
- gedichten volgen van: Katryne Lescailje, J. Oudaen, A. Angelkot, A.V.D. Boogaart, J. Antonides van der Goes, M. Abrugge, K.C.
- titel gedicht Katryne Lescailje: ‘Op de dood van den Ed. Manhaften Heere Michiel de Ruiter’. Inc.: ‘Men help met klagen, zuchten, schreien’. Zie Mengelpoëzy II, blz. 321 (met enkele kleine verschillen)
- Knuttel 11382

De zeegepraalende vreede, door Katryne Lescailje
- Amsterdam, J. Lescailje, 1678
- in-4o., 10 blz., inc.: ‘Ianus Kerk word toegeslooten’
- [UBA Pfl JZ 12]; Knuttel 11599
- zie Mengelpoëzy I, blz. 21



BIJLAGE 4 : DREMPELDICHTEN


• A. Alewyns, Vermeerderde Zeede en Harp Gezangen. By J. Lindenberg. Amsterdam, 1711.
- drempeldichten van: K.L., Kataryne Lescailje (2 x), Cornelia Pruimer
- titel gedicht K.L.: ‘Aan den Heere Abraham Alewyn, Zyn Zede en Harpgezangen In ’t licht geevende. Klinkdicht’. Inc.: ‘Nooit speelde uw Zangheldin op aangenaamer snaaren’
- titel eerste gedicht van Kataryne Lescailje: ‘Op de Zede en Harpgezangen Van den Heere Abraham Alewyn’. Inc.: ‘Zie hier de ziel verrukt door keur van Hemelwyzen’
- titel tweede gedicht van Kataryne Lescailje: ‘Op de harderszangen Van den Heere Abraham Alewyn’. Inc.: ‘Die nu ten rei wil gaan en speelen’

• D. van Hoogstraten, Gedichten. By Jacobus van Hardenberg. Amsterdam, 1696.
- drempeldichten van: Kataryne Lescailje, P. Francius, Janus Broukhusius, J. Vollenhove, A. Moonen, J. Brandt, Joachimus Targier, J. Pluimer, Ant. Jansz. van der Goes, A. Bógaert
- inc. gedicht Kataryne Lescailje: ‘Hoogstraten, aan den rei der Dichtren hoog verheven’ (6 vss)
- zie Mengelpoëzy blz. xx

• P. Nuyts, De Bredaasche Klio. By de erfgen. van J. Lescailje. Amsterdam, 1697.
- drempeldichten van: Kataryne Lescailje, P.B. (= Pieter Bernaige), J. Pluimer
- titel gedicht Kataryne Lescailje: ‘Op de Bredaasche Klio van den Wel-Edelen Heere Pieter Nuyts, Officier der Vryheid Etten, Leur en Sprundel’. Inc.: ‘’t Gelukt de Zangberg, om voortaan’ (72 vss)
- de drempeldichten worden gevolgd door een dankdicht ‘Aan de Volgeestige Juffr. Kataryne Lescailje, Den Hooggeleerden Heere Pieter Bernaige, En den schranderen Heer Johan Pluimer, Vermaarde Dichtoeffenaars tot Amsteldam’. Inc.: ‘Begaafde Geesten, die ’t oud Grieken’. Ondertekend: P. Nuyts
- op blz. 119 is afgedrukt: ‘Op de gedichten van Juffr. Lescailje, En de Heeren Bernaige en Pluimer, Waar mede haare E. het Treurspel van Admetus hebben gelieven te vereeren’.
Inc.: ‘Doorluchte Geesten, die den Amstel met de klanken’ (6 vss)

• J. Pluimer, Gedichten. By de erven van Albert Magnus. Amsterdam, 1692.
- drempeldichten van: Kataryne Lescailje, P. Francius, J. Broukhusius, K. Lescailje, C.H. Selkart, P. Bernagie, A. v.d. Bogaard, H. Angelkot, P.V. Ryn
- titel eerste gedicht van Kataryne Lescailje: ‘Op de gedichten van Joan Pluimer’, inc.: ‘Zo zien we uw Poëzy, Heer Pluimer, in het licht’ (90 vss)
-titel tweede gedicht van K. Lescailje: ‘Uit het Latyn Van den Heer J. v. Broekhuizen’, inc.: ‘Wat luister is zo schoon als uwe Poëzy?’ (12 vss)

• H. Sweerts, Alle de gedichten. By Cornelis Sweerts. Amsterdam, 1697.
- drempeldichten van: Kataryna Lescailje, Lamb. Bidloo, Lud. Smids Med., P. Rabus, A. Jansen, J.D.C., anoniem (‘Constantia et Labore’), H. vander Mark
- titel gedicht Kataryna Lescailje: ‘Op de Gedichten van Hieronymus Sweerts, Verzameld en uitgegeeven Door zyn Zoon Kornelis Sweerts’. Inc.: ‘Dus brengt de schandre Zoon by een zyn Vaders Dicht’

• K. Sweerts, Tafereel der deugden en ondeugden. Vertoonende Liefde, Geloof, Hoop, Gerechtigheid, Voorzichtigheid, Goedtierendheid, Kloekmoedigheid, Mildheid, Matigheid, en andere Deugden: Als ook Hovaardy, Gulzigheid, Wellust, Gramschap, Gierigheid, Haat, Nyd, Achterklap, Luiheid; en verdere Ondeugden. By Willem Lamsveld. Amsterdam, 1703.
- drempeldichten door: Kataryne Lescailje, J. Vollenhove, A. Moonen, Johannes Brandt, L. Rotgans, Abraham Alewyn
- titel gedicht Kataryne Lescailje: ‘Op het tafereel Van deugden en ondeugden door den Heer Cornelis Sweerts’. Inc.: ‘Uw Zangheldin, versierd met godgewyde straalen’. (10 vss.)



BIJLAGE 5 : NAMEN VAN DICHTERS IN MENGELPOËZY


* Lofdichten

- J. Antonides vander Goes
- Joan Pluimer
- Joan van Broekhuyzen
- David van Hoogstraten
- Pieter Nuyts
- Maria Paeuw
- Cornelia van der Veer
- Ludolph Smids
- Sybrand Feitema
- Adriaan Tymens
- Hieronimus Sweerts
- Kornelis Sweerts
- Abraham Alewyn
- Kornelis van Eeke

* Verjaargedichten

- Ludolph Smids
- Joost van den Vondel
- Jasper Lemmers
- Hendrik Schreuder van Draag

* Mengeldichten

- W. Sluiter

* Huwelykszangen

- J. Antonides van der Goes
- Ludolph Smids
- David van Hoogstraten
- Joan van Vollenhove
- Elizabeth Koolaart-Hoofman

* Lykdichten

- Joost van den Vondel
- Ludolph Smids



BIJLAGE 6 : VROUWENNAMEN IN MENGELPOËZY


* Lofdichten

- Joanna Koerten (huisvrouw van Adriaan Blok)
- Sara de Canjoncle
- Maria Paeuw (dichteres)
- Cornelia vander Veer (dichteres)

* Afbeeldingen

- Helena van der Hek (gemalinne van den heere Willem van Zon)
- Joanna Koerten (huisvrouwe van den heere Adriaan Blok)

* Verjaargedichten

- Helena vander Hek van Zon
- Sara de Canjoncle
- Sara Hardebol
- Katharyne Schaak (dichteres ?)
- Sara Maria Amia
- Katharina Maria Dommer
- Anna Constantia Dommer
- Constantia ...
- Cornelia Commelin (vrouwe van Oostwaard, gemalinne van den heere Jan Daems)
- Cornelia de la Fontaine (zuster van Jean de la Fontaine)
- Joanna Muissaert (weduwe van den heere Joan de la Fontaine)
- Margareta van Ditsom
- Klara Bertholds
- Dirkje (weduwe van Jasper Goris)
- Sara de Geus (echtgenoote van den heere Jan de Canjoncle)
- Cornelia van der Veer
- Lucretia Roldanus
- Catalina Bargeus (weduwe van den heere Joan Busschof)
- Agnes Sassenraad
- Alida ...
- Klementia van Kuilenburg
- Jongkvrouwe N.N.
- Mejuffer N.N.
- Alida de Les
- Margareta
- Helena ...

* Mengeldichten

- Rozemond
- Clarimeen
- Galathé
- Ida Hochepied
- Helena Fransisca Staats (non)
- Lodowina Poppe (non)
- Cornelia van der Veer
- Sara de Canjoncle
- Helena van der Hek
- Yda Hochepied Dispontyn
- Jongkvrouwe N.N.
- Anna
- Maria Barnsteen



BIJLAGE 7 : GEDICHTEN AAN / OP KATHARYNE LESCAILJE


• Titia Brongersma, ‘An de Amstelsche Puyk Bloem Jr. Katharina Lescailie op het versoek, my enige van haar Ed. Versen te senden. Sonnet’. In: De Bron-swaan of Mengeldichten. Groningen, 1686, blz. 30.

• Klara Ghyben, ‘De vlugge Katharyn’. In: J. Badon en K. Ghyben, Mengeldichten. Dordrecht, 1756, blz. 105.

• D. van Hoogstraten, ‘Aen Juffrou Katarina Lescaille, Op myn aenkomst t’ Amsterdam’. In: Gedichten. Amsterdam, 1696, blz. 241-42

• Elisabeth Koolaart geb. Hofman, ‘Aan mejufvrouw Catharyne Lescailje, bij het te rug zenden van haaren tyter’. In: Keur van Nederlandsche Letteren. Eerste stukje. Amsterdam, 1827-28, p. 35-6.

• Pieter Nuyts, ‘Op de afbeelding van Juffr. Kataryne Lescailje, Vermaarde en volgeestige Dichteresse tot Amsteldam’. In: De Bredaasche Klio. By de Erfgen. van J. Lescailje. Amsterdam, 1697, blz. 119.

• J. Pluimer, ‘Zomervreugd, Verbeeld door een aangenaame droom. Aan Mejuffr. Katharina Lescailje; Uitsteekenste Poëtersche’. In: Gedichten. Amsterdam, 1692, blz. 70-2.

• Jetske Reinen van der Malen, ‘Amsterdam vercierd door haar alomberoemde puikpoëterse, mejuffrouw Katarina Lescailje’. In: Keur van Nederlandsche Letteren. Tweede jaargang, achtentwintigste stukje. Amsterdam, 1827-28, p. 29-33, blz. 70-2.

• Jetske Reinen van der Malen, ‘Klagten over ’t afsterven van de alom beroemde puikdichteresse mejuffer Katarine Lescailje’. In: Keur van Nederlandsche Letteren. Tweede jaargang, achtentwintigste stukje. Amsterdam, 1827-28, p. 60-63.

• Ludolf Smits, ‘Op Herodes en Mariamne, het treurspel van Juffr. Katharine Lescailje’. In: Poësije. Amsterdam, 1694, p. 61-64.

Lykzangen en grafschiften op Katharyne Lescailje (opgenomen in Mengelpoëzy) door:

- Jetske Reinou van der Malen
- B. Huydecoper
- M. Bode
- P.A. de Huybert (Hr. van Kruyningen)
- L. Coster
- D. Steenwinkel
- Willem Spiering
- C.L. Bruin
- Amicitia
- J. Haverkamp
- D. Kroon
- Enoch Krook
- Joan Pluimer
- H. Angelkot
- Sylvius
- D. Willink
- G.T.D.
- B. van Oudega
- H. de Roo
- C.G. Braam

Gedichten van anderen opgenomen in Mengelpoëzy:

- W. Sluiter (blz. 326)
- Cornelia van der Veer (blz. 335, 338, 347)




[einde van de Bijlagen]



Rozemarijn van Leeuwen, ‘Katharyne Lescailje: “Vermaarde en volgeestige dichteresse tot Amsteldam” (1649-1711)’ (onderzoeksnota, 1993). Op: www.rozemarijnonline.net/letterkunde.html.


© Het is alleen toegestaan
om gegevens uit dit artikel over te nemen
met gebruikmaking van bovenstaande verwijzing.




  Nota Katharyne Lescailje
  Inhoudsopgave
  Woord vooraf
  Hoofdstuk 1 - Biografie
  Hoofdstuk 2 - Oeuvre
  Hoofdstuk 3 - Receptie
  Tot besluit
  Literatuurlijst
  Bijlagen   ↑