RozemarijnOnline




Cursus
middeleeuwse mystiek





























Cursus over spiritualiteit in de Westerse cultuur


Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen

De christelijke spiritualiteit van Hadewijch en Jan van Ruusbroec



   



Het mensbeeld van Ruusbroec: wezen, geest en ziel (fragment)

(Die geestelike brulocht ca. 1335; hertaling: L. Moereels, 1989)



Een drievoudige eenheid bevindt zich in elke mens natuurlijkerwijze en wordt door de goede mensen ook bovennatuurlijkerwijze bezeten.

(...)

De eerste en hoogste eenheid is in God: want alle schepselen hangen in deze eenheid met hun wezen, doordat zij bestaan, leven en in stand gehouden worden. En mochten zij van God scheiden, dan vielen zij in het niet en hielden op te bestaan. (...) Deze eenheid bezitten wij in onszelf en toch ook boven onszelf als een oorsprong en instandhouding van ons bestaan en van ons leven.

(...)

Een tweede eenheid bevindt zich eveneens van nature in ons: het is de eenheid der hogere vermogens, waarin deze hun natuurlijke oorsprong nemen op werkelijke wijze, dus in werkzaamheid. Dit is de eenheid van de geest. (...) Hieruit komt de memorie [het bewustzijn], het verstand en de wil en heel de kracht waardoor wij vermogen geestelijk te werken. In deze eenheid noemt men de ziel: geest.

(...)

De derde eenheid die wij van nature in ons bezitten, is eigendom of grond van de lichamelijke krachten en heet: eenheid van het hart, dat beginsel en oorsprong van alle lichamelijke leven is. Deze eenheidskern bezit de ziel in het lichaam en in de levende grond of levenscel van het hart, en hieruit vloeien alle lichamelijke werkzaamheden en de vijf zintuigen. En in dit opzicht noemt men de ziel: ziel, omdat zij de vorm of het bestaansbeginsel van het lichaam is en het lichaam bezielt.

(...)

Deze drie eenheden bevinden zich in de mens van nature en vormen één leven. In de laagste is men gevoelig en dierlijk; in de middelste redelijk en geestelijk; in de hoogste wordt men door God wezenlijk in stand gehouden. En dit is van nature in alle mensen.







Bovenstaand fragment in het Middelnederlands:



Drierhande eenicheit vintmen in allen menschen natuerlijcke, ende daertoe overnatuerlijcke in goeden menschen.

(...)

Die eerste ende die hoochste eenicheit es in gode, want alle creatueren hanghen in deser eenicheit met wesene met levene ende met onhoude, ende scieden si in deser wijs van gode si vielen in niet ende worden te niete. (...) Dese eenicheit besitten wi in ons selven ende doch boven ons selven, als een beghin ende een onthout ons wesens ende ons levens.

(...)

Eene andere eeninghe ochte eenicheit es oec in ons van natuere, dat es eenicheit der overster crachten, daer si hare natuerlijcke oerspronghe nemen werkelijckerwijs, in eenicheit dies gheests. (...) Hier ute comt memorie ende verstannisse ende wille, ende alle die macht gheestelijcker werke. In deser eenicheit heetmen de ziele: gheest.

(...)

Die derde eenhicheit die in ons is van natueren, dat is eyghendoem der lijflijcker crachte in eenicheit des herten, beghin ende oerspronc des lijflijcks levens. Dese eenicheit besit die ziele inden live ende inde levendicheit dies herten, ende hier ute vloeyen alle lijflijcke werke ende die .v. zinnen. Endie hier af heetet die ziele ziele, want si des lijfs forme es, ende den lichame animeert.

(...)

Dese drie eninghen staen inden mensche nauerlijcke alse een leven. In den nedersten es men ghevoelijc ende beestelijc, inden middelsten es men redelijc ende gheestelijc, inden oversten wertmen onthouden weselijc. Ende dit es natuerlijcke in allen menscen.





Meer fragmenten uit mystieke teksten.