RozemarijnOnline




Cursus
middeleeuwse mystiek





























Cursus over spiritualiteit in de Westerse cultuur


Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen

De christelijke spiritualiteit van Hadewijch en Jan van Ruusbroec



   



Ruusbroec: De onvatbaarheid van God (fragment)

(Die geestelike brulocht ca. 1335; hertaling: L. Moereels, 1989)



De onbegrijpelijke natuur van God gaat alle schepselen in hemel en aarde te boven. Al wat het schepsel begrijpt, is schepsel. God echter is boven alle schepselen en buiten en binnen alle schepselen. En alle geschapen begrip is te eng om hem te vatten. Maar wil het schepsel God begrijpen en verstaan en smaken, dat moet het getrokken worden boven zichzelf in God, en God met God begrijpen.

Wie dan zou willen weten en doorvorsen wat God is, doet wat ongeoorloofd is: hij zou er zijn zinnen bij verliezen. Zie, zo schiet alle geschapen licht van het verstand te kort in het kennen van wat God is: de ‘watheid’ van God gaat alle schepselen te boven. Maar dat hij bestaat, dat getuigen de natuur en de schriftuur en heel de schepping.







Bovenstaand fragment in het Middelnederlands:



Die ombegripelijcke natuere god die onthoghet allen creatueren inden hemel ende inder eerden. Want al dat die creatuere begripet, dat es creatuere. Want God es boven alle creatueren, ende buyten ende binnen alle creatueren. Ende al ghescapen begrijp es te inge hem te begripene. Maer sal de creatuere god begripen ende verstaen ende smaken, soe moet si ghetrocken sijn boven haer selven in god ende begripen god met gode.

Die dan weten woude wat god ware, ende daer na studeren, dat es ongheoorlooft: hi soude verwoeden. Siet aldus faelliert al ghescapen licht in wetene wat god es: die watheit gods onthoghet alle creatueren. Maer dat hi es, dat tuyghet natuere ende screftuere ende alle creatueren.





Meer fragmenten uit mystieke teksten.