RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
analyseren gedicht






















Versanalyse en interpretatie
analyseren gedicht


Gerrit Achterberg - Ichthyologie
In: Cenotaaf, 1953





gedicht analyse voordracht afspelen    Afspelen op YouTube - Kanaal van RozemarijnOnline



Ichthyologie


Er is in zee een coelacant gevonden,
de missing link tussen twee vissen in.
De vinder weende van verwondering.
Onder zijn ogen lag voor ’t eerst verbonden

de eeuwen onderbroken schakeling.
En allen die om deze vis heenstonden
voelden zich op dat ogenblik verslonden
door de miljoenen jaren achter hen.

Rangorde tussen mens en hagedis
en van de hagedis diep in de stof,
verder dan onze instrumenten reiken.

Bij dit besef mogen wij doen alsof
de reeks naar boven toe hetzelfde is
en kunnen zo bij God op tafel kijken.


Gerrit Achterberg
In: Cenotaaf, 1953.



Analyse en interpretatie


Achterbergs gedicht Ichthyologie is verschenen in de bundel Cenotaaf in 1953. Het staat in de traditie van de zogenaamde Criterium-poëzie van die tijd. Dichters die in het tijdschrift Criterium publiceerden gingen vaak uit van wat wel het romantisch-realisme werd genoemd (denk aan Hoornik, Vasalis; ook Achterberg heeft hierin gepubliceerd): beschrijvende, anekdotische poëzie (vaak met een vaste vorm), waarbij uit werd gegaan van gewone dagelijkse dingen, een voorval of bijvoorbeeld een krantenberichtje. Dit laatste is ook bij het gedicht Ichthyologie het geval. Het is gebaseerd op een berichtje in de krant dat de vondst vermeldde van een coelacant: een vis waarvan men dacht dat die al eeuwen was uitgestorven.

Het gedicht is een sonnet met een vast rijmschema. De regels zijn allen vijf-jambische versregels.



Het octaaf


1.    Er is in zee een coelacant gevonden,
2.    de missing link tussen twee vissen in.
3.    De vinder weende van verwondering.
4.    Onder zijn ogen lag voor ’t eerst verbonden

5.    de eeuwen onderbroken schakeling.
6.    En allen die om deze vis heenstonden
7.    voelden zich op dat ogenblik verslonden
8.    door de miljoenen jaren achter hen.

De eerste zin (r1) is een heel gewone mededeling, het zou letterlijk uit het krantenbericht overgenomen kunnen zijn (zeer Criterium-achtig). Een coelacant (grieks: koilos akantha = holle ruggengraat) is een vis met pootachtige vinnen. Hij is daardoor verwant aan de reptiel-achtigen.

R2: de term ‘missing link’ is afkomstig uit de evolutietheorie (theorie van Darwin). Het is een ontbrekende schakel in de onwikkelingslijn van de soorten. Er volgt een beschrijving van de verwondering en ontroering die de vondst oproept (r3). Het woord ‘vinder’ (niet: visser) geeft duidelijk aan dat het een vondst is, en geen vangst. De witregel in het gedicht tussen r4 en 5, die inhoudelijk als één zin doorloopt, lijkt het beeld van de onderbroken reeks te ondersteunen (linguïstisch loopt de zin door, qua vorm is de zin onderbroken).

Naast ontroering roept de vondst echter ook iets anders op, namelijk perspectief (strofe 2). De getuigen van de vondst voelen zich verbonden met de miljoenen jaren achter hen, met de evolutie, voelen zich onderdeel van die evolutie. Hier gaat het gedicht het anekdotische van de Criterium-poëzie voorbij.



Het sextet


9.      Rangorde tussen mens en hagedis
10.    en van de hagedis diep in de stof,
11.    verder dan onze instrumenten reiken.

12.    Bij dit besef mogen wij doen alsof
13.    de reeks naar boven toe hetzelfde is
14.    en kunnen zo bij God op tafel kijken.

Tussen het octaaf en sextet lijkt zich de wending (volta of chute) te bevinden, die traditioneel in het sonnet voorkomt. De dichter lijkt zich te hernemen, wendt zich af van het tafereeltje van de gevonden coelacant en gaat meer in zijn algemeenheid over op een wij-vorm (r12). De beschrijving gaat over in meer een beschouwing.

In het eerste terzet wordt de evolutielijn terug naar het verleden gevolgd: van de mens terug naar de hagedis, naar de vis, en verder tot diep in de stof (eencelligen, moleculen), zelfs verder dan onze wetenschappelijk instrumenten nog kunnen waarnemen. De lijn gaat uiteindelijk terug tot de kern of het beginpunt van het leven.

Dan volgt in het tweede terzet:
Bij dit besef mogen wij doen alsof / de reeks naar boven toe hetzelfde is / en kunnen zo bij God op tafel kijken.

Waarom kunnen we bij God op tafel kijken? Wat is de reeks naar boven? In hoeverre is de reeks ‘hetzelfde’? Wat is ‘dit besef’ in r12?



Sleutel tot interpretatie


Dit gedicht van Achterberg geeft in de eerste drie strofen geen problemen tot interpretatie. Er is een coelacant gevonden, een vis waarvan men dacht dat hij was uitgestorven. Dit roept ontroering op bij de visser en de omstanders. Het besef van het vinden van een missing link, roept daarnaast het besef op van de evolutielijn (‘rangorde’) die van de mens via hagedis en vis uiteindelijk terugvoert tot diep in de stof.

Het laatste terzet roept echter vragen op. Waarom mogen wij doen alsof ‘de reeks’ naar boven toe hetzelfde is? Wat is die reeks eigenlijk? Zit daar ook een missing link in? Wat heeft de coelacant daarmee te maken? Waarom kunnen wij bij God op tafel kijken?
[tip voor je verder leest: lees het gedicht met deze vragen in je achterhoofd opnieuw over.  Naar boven  ]


Een goed gedicht geeft altijd de sleutel tot interpretatie. Het moet voldoende gegevens bevatten voor de lezer om betekenis toe te kunnen kennen. Ook in dit geval geeft Achterberg ons binnen dit gedicht aanwijzingen om alle bovengenoemde vragen te beantwoorden.
In dit geval reikt de titel een oplossing aan. Ichthyologie is: vissenkunde, viswetenschap. Het Griekse woord Ichtus betekent letterlijk ‘vis’. Dit verwijst natuurlijk naar de coelacant.
Maar Ichtus verwijst ook naar: Christus. De Griekse woorden Iesous Xristous Theos (H)Uios Soter (Jezus Christus Gods Zoon Redder) vormen samen het woord Ichtus. Hierdoor raakte al in het vroege Christendom de afbeelding van een vis in gebruik als symbool voor Christus. De term Ichthyologie kun je dus ook uitleggen als: kennis over Christus, Christus-wetenschap.



Analyse en interpretatie


Dit geeft een heel nieuw perspectief om mee naar het gedicht te kijken. Net zoals de coelacant een schakel is, is Christus dat ook. De vis zit in de lijn naar het verleden (is een schakel tussen mens en hagedis en diep in de stof, een lijn die zelfs verder loopt dan onze instrumenten reiken). Christus als schakel zit in ‘de reeks naar boven’: is een schakel tussen mens en God.

Volgens dit gedicht zijn deze twee lijnen in feite overeenkomstig. Ze leiden tot hetzelfde. De vis vult een lacune op in de reeks naar beneden, die leidt tot diep in de stof, het begin van leven, of: het begin van de schepping - en dus uiteindelijk naar God. Christus is de missing link in de reeks naar boven, vormt een schakel tussen mens en God. En zo komen beide reeksen op hetzelfde neer: ze leiden allebei naar God.

Door het besef (r12) wat de vondst van de vis als missing link oproept, kunnen we ons een voorstelling maken van de betekenis van Christus als schakel in de reeks die vanaf de mens verder ‘naar boven’ doorloopt. Het geeft ons ‘Ichthyologie’ in de tweede betekenis van het woord: kennis over Christus, Christus weten-schap. En het zet ons daarnaast aan het denken over de notie dat Christus misschien ook (in ons denken? in onze tijd?) een missing link is; of in de geschiedenis een missing link is geweest (lang verwacht en gezocht bij het joodse volk) waarbij de schakeling pas sinds tweeduizend jaar niet meer onderbroken is?

Achterberg speelt hier met de evolutieleer versus het creationisme; en met God als oorsprong versus eindpunt van de schepping. De vis in de evolutietheorie krijgt vanuit dit perspectief een bijna religieuze dimensie. Het doortrekken van de evolutietheorie naar boven, vormt de evolutietheorie haast om tot een religieuze theorie of zelfs een godsbewijs (schijnbare tegenstelling: paradox). Het gedicht brengt zo de vaste denkkaders van de lezer aan het wankelen.

Tegelijk relativeert het woord ‘alsof’ in r12 het besef en het beeld van de lijn die via Ichtus/Christus naar boven kan worden doorgetrokken. Wij mogen ‘doen alsof de reeks naar boven toe hetzelfde is’. Het is uiteindelijk alleen ons voorstellingsvermogen, of ons geloof, dat ons bij God op tafel laat kijken.

Tot slot de slotzin (r14): het op tafel kijken wekt de suggestie van inzicht in het goddelijke plan (het roept een beeld op van een tekentafel). Dit is niet de reiziger van Nijhoff, die ‘uit de bergen komend, God zag van aangezicht tot aangezicht’. Hier is het de rangorde, de (goddelijke) orde, die de mens bewust laat worden van zijn plaats in een geheel, die de mens inzicht geeft in een goddelijk plan, die de mens misschien een glimp van God laat opvangen.

Overigens is deze zin gebaseerd op een uitdrukking uit de jaren ’50. Als iemand heel lang was, zei men: die kan bij Onze Lieve Heer op tafel kijken. Zo’n haast banale uitdrukking uit de spreektaal in poëzie met een religieus thema is kenmerkend voor de poëzie van Achterberg. Hij wil het verhevene zo concreet mogelijk, op het triviale af, formuleren. Enerzijds als teken voor vertrouwdheid met het heilige; anderzijds uit de behoefte om het religieus-historische te actualiseren. (Bekend voorbeeld hiervan is ‘Reiziger doet Golgotha’). Voor de lezer werkt dit (doorbreking van verwachtingspatroon) als een ontregeling van het leesautomatisme. Het kan ook (net als het woord ‘alsof’) als relativerend worden ervaren (meent hij het wel serieus, met zo’n uitdrukking uit de spreektaal?).

Hoewel het anekdotische begin, de verwijzing naar een krantenartikel, en de vormvastheid van het gedicht in eerste instantie sterk lijken te verwijzen naar Criterium-poezie, tilt Achterberg het gedicht in de tweede helft daar bovenuit. Hij geeft het gedicht een religieuze lading, zonder daar al te veel de nadruk op te leggen, en vermijdt al te zware taal in de laatste strofe. In de titel geeft hij een verwijzing naar Christus. Het is dan aan de lezer de puzzel op te lossen, de symbolische lading van de coelacant af te wegen, de reeks naar boven toe in te vullen en voor zichzelf de balans op te maken tussen de botsende, of elkaar ondersteunende?, theorieën van evolutie en schepping.



Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (juli 2006)   © zie hieronder.
Gedicht: Gerrit Achterberg, Ichthyologie. In: Cenotaaf, 1953.

Voordracht: Rozemarijn van Leeuwen (april 2011).
Foto's: M. Courtenay 1938, J. Smith 1952, wetenschappers en journalisten 1952.

Speel voordracht af op: YouTube - RozemarijnOnline - Achterberg.
Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.




© copyright 2006. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Gerrit Achterberg, Ichthyologie (2006). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html..





Overzicht van gedichten:
lijst van gedichten met bespreking




<  
  >