RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
korte bespreking gedicht


Hans Andreus - Laatste gedicht
In: Laatste gedichten, 1977



<    
  >



Gastenboek. Onderwerp: Hans Andreus
(9 maart 2015)


Hallo Rozemarijn,

Ik heb komende vrijdag mijn mondeling voor Nederlands en heb een gedicht waar ik niet uitkom en helemaal niks over weet. Het is het gedicht 'Laatste gedicht' van Hans Andreus. Zou u me daar iets over kunnen vertellen?

Ik stuur hem hieronder mee. Alvast bedankt!

Met vriendelijke groet,

Danique.

---

Laatste gedicht


Dit wordt het laatste gedicht wat ik schrijf,      1
nu het met mijn leven bijna is gedaan,         2
de scheppingsdrift me ook wat is vergaan      3
met letterlijk de kanker in mijn lijf,            4

en, Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan,      5
ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,      6
maar ik praat liever tegen iemand aan      7
dan in de ruimte en zo is dit wel            8

de makkelijkste manier om wat te zeggen),-      9
hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht      10
van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in      11

het onverhoeds onnoemelijke begint?      12
Of is het dat jij me er een onverdicht      13
woord dat niet uitgesproken hoeft voor vindt?      14


Hans Andreus
In: Laatste gedichten, 1977.




Antwoord     (12 maart 2015)


Dag Danique,

Het gedicht van Hans Andreus komt uit zijn laatste bundel, Laatste gedichten uit 1977. Hij overleed in juni van dat jaar, de bundel verscheen kort daarna, postuum. Het gedicht 'Laatste gedicht' was werkelijk een van de laatste gedichten die hij schreef, hij leed toen al aan botkanker.

Het gedicht is een sonnet en het heeft een rijmschema (niet geheel regelmatig: abba bcbc def f'ef' - dus met 'zeggen' als weesrijm). Het gebruik van een vaste vorm en veel rijm en alliteratie/assonantie is kenmerkend voor de gedichten van Andreus. Ook inhoudelijk sluit het aan bij bekende thematieken van hem, zoals het licht, de dood en het zoeken naar wie of wat God is.


Meteen in de eerste regel wordt duidelijk dat dit gedicht gaat over doodgaan, heel letterlijk: het moment van overlijden is nabij, het lyrische 'ik' (die gezien de ernstige vorm van kanker bij Andreus lijkt samen te vallen met de persoon Andreus) schrijft nog een laatste gedicht aan het eind van zijn leven (r. 1 en 2). De 'ik' lijdt aan kanker (r 4) en voelt weinig drang meer tot schrijven, scheppend bezig zijn (r 3).

Dan spreekt hij iemand aan: 'Heer' (r 5), de aanspreking wordt onderbroken door een aantal regels tussen haakjes en gaat dan verder vanaf r. 10: 'Heer, hoe moet dat nou ..?'.

Deze monoloog is gericht aan een 'Heer', aan een God of een goddelijke entiteit (de aanspreekvorm 'Heer' lijkt te verwijzen naar de bijbel en het christendom). Je zou dus kunnen spreken van een gebed, maar dan wel een vol vragen.

Eerst het terzijde, tussen de haakjes (r 5-9), hierin zegt de 'ik' in feite: ik spreek jou, God, toch maar weer aan als 'Heer', hoewel ik me daar niets bij kan voorstellen, maar ik praat liever tegen een persoon dan tegen een lege ruimte. Dat praat makkelijker. Dit verwijst naar eerdere thematiek in zijn werk, waarin hij zich afvraagt hoe hij zich God, of een scheppende kracht, een oorsprong van leven, moet voorstellen.

Is de scheppende kracht waardoor wij bestaan een 'Heer', een persoonlijke God (zoals bijv. de christenen geloven, en Andreus ook in zijn jeugd heeft geleerd)? Of is het leven ontstaan vanuit een leeg heelal (een evolutie)? Hoewel Andreus zich weinig kan voorstellen bij een 'Heer', kiest hij er in dit gedicht voor om toch 'weer' (r 5, blijkbaar net als vroeger, in zijn jeugd) een 'Heer' aan te spreken.

Dan hervat de monoloog, va. r 10, met een aantal vragen.

- Heer, hoe moet dat nu? Hoe moet het nou, nu ik kanker in mijn lijf heb, ga overlijden, geen scheppingskracht meer voel? (r 5 en 10)
- Wat betekent die thematiek van dat licht nog, waar ik zoveel gedichten over heb geschreven - dat licht van mij, of misschien moet ik zeggen: dat licht van jou (God)? (r 10-11)
- Hoe moet dat, als het vallen in het onnoemelijke (de dood) begint? (r 11-12).

Hij zit dus, aan het einde van zijn leven, vol vragen.

In de laatste twee regels (r 13-14) vraagt hij zich af, of de oplossing misschien bij God ligt. In r. 11 vraagt hij zich al af of het licht niet zozeer tot hemzelf, de dichter, behoort, als een thematiek - of dat het licht misschien van God is. Dit verwijst naar het bijbelboek Genesis, want volgens Genesis schiep God het licht, door te zeggen: 'Er zij licht' (dit is een beroemde zin: 'Er zij licht. En er was licht'). Volgens de bijbel dus, schiep God het licht door het spreken van woorden.

Nu Andreus doodgaat en hij geen gedichten meer kan schrijven, niet meer scheppend bezig kan zijn, vraagt hij zich af of God dat niet voor hem kan doen, en een woord kan vinden voor het licht. God heeft in Genesis het licht geschapen door middel van een woord, en Andreus heeft als dichter geprobeerd het licht in woorden te vangen. Wellicht dat God 'er' (r 13, lijkt mij naar 'licht' te verwijzen uit r 10) nu een 'onverdicht' woord voor kan vinden, dat 'niet uitgesproken' hoeft te worden.

'Onverdicht' is op meerdere manieren op te vatten: een woord dat niet in een gedicht staat, onopgeschreven, niet gedicht. Of: wellicht in de zin van iets met weinig dichtheid, een ijl, onstoffelijk, geestelijk woord. Hoe dan ook is het een woord dat wij als mens niet kennen, en niet zullen kennen, want àls God het vindt, hoeft het niet te worden uitgesproken.

Zo laat Andreus ons, aan het einde van zijn oeuvre, achter met een woord dat niet zal worden opgeschreven of uitgesproken. Als deze 'Heer', deze God, een woord zal vinden voor het licht, zullen wij, als lezer, het nooit weten. De uiteindelijke verwoording van het licht, blijft onopgeschreven.


In de laatste regels van dit gedicht, vallen dus enkele belangrijke thematieken van Andreus samen: schrijven over licht, over de dood, en over de aard van God/het goddelijke/een schepper.

- Thema entiteit van God: Andreus grijpt aan het einde van zijn leven, bij gebrek aan beter, terug op de God uit het christendom ('Heer') en dus op zijn jeugd en besluit zo zijn zoektocht naar wie of wat God is. Met het, aan het eind van zijn leven, teruggrijpen op het begin van zijn leven, lijkt deze cirkel (hoewel niet echt opgelost) toch rond.
- Thema licht: De God van het christendom is volgens de bijbel de oorsprong van het licht (het licht 'van jou', r 11). Nu hij het zelf niet meer kan, vraagt hij God een woord te vinden voor het licht. Hij legt het benoemen van het licht in de handen van degene die het licht met een woord zou hebben geschapen - en zo lijkt ook deze cirkel rond.
- Thema de dood: En dat in een gedicht over de dood, kort voor zijn eigen overlijden. Het lijkt of in al die thema's de cirkel nu rond is.


Kortom: in het kort zou je kunnen zeggen dat het gedicht gaat over de dood. Daar wijst ook de titel op: 'Laatste gedicht' en de beginzin 'Dit wordt het laatste gedicht wat ik schrijf'.

De 'ik' heeft kanker en zal gaan sterven, zijn drift om te scheppen (zin om te schrijven) is vergaan. Hij spreekt God aan (zoals hij hem vroeger (als kind) aansprak, met 'Heer') en vraagt Hem hoe het verder moet, wat er overblijft van het thema van het licht waarover hij schreef wanneer hij zal sterven (het 'vallen' in het 'onnoemelijke'). Hij vraagt zich af of, nu hijzelf niet meer scheppend/schrijvend zal zijn, en als dichter niet meer het licht in woorden zal kunnen vangen, misschien God een woord kan vinden voor het licht. En wellicht is het licht wel van God ('van jou', r 11), àls God de God is uit de bijbel (de 'Heer'), die het licht in den beginne heeft geschapen door het spreken van woorden.

Dat Andreus dit gedicht daadwerkelijk vlak voor zijn overlijden schreef, maakt de inhoud des te indringender. Het is een aangrijpend besef, dat hij terugkijkt aan het eind van zijn leven op thema's in zijn werk en leven.


Het is geen eenvoudig gedicht om over te praten, omdat er, aan het eind van Andreus' leven, veel van zijn leven en thematieken in samenvalt. Eigenlijk zou je zowel kennis moeten hebben van de biografie van Andreus, als veel van zijn oeuvre moeten hebben gelezen om voldoende achtergrond te hebben om dit gedicht in een goed perspectief te plaatsen. Bovenstaande is dan ook niet meer dan aanzet tot een aantal mogelijke ingangen.


Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

Gedichten met een bespreking (www.rozemarijnonline.net)

---

Verder lezen:

Jan van der Vegt, 'Waar blijf ik met dat licht? De laatste poëzie van Hans Andreus'. In: Ons Erfdeel (jrg. 21, 1978). Op dbnl.org.

E. de Gilde, Sonnet 'Laatste gedicht' (Meander). Op klassiekegedichten.net.







Antwoord     (12 maart 2015)


Hallo Rozemarijn,

Harstikke bedankt! Dit zal zeker helpen.

Met vriendelijke groet,

Danique.







14 maart:

PS: Nogmaals super bedankt! Ik heb een 7,5 voor mijn mondeling!

Groetjes, Danique.







Antwoord     (14 maart 2015)


Gefeliciteerd met je mooie cijfer! Geweldig! Ik ben blij dat het goed is gegaan.

Fijn dat dat mondeling in ieder geval achter de rug is en veel succes met het voorbereiden van je volgende tentamens.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

Gedichten met een bespreking



∗       ∗       ∗



Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (maart 2015)   © zie hieronder.
Gedicht: Hans Andreus, 'Laatste gedicht'. In: Laatste gedichten, 1977.

Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.




© copyright 2015. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Hans Andreus, 'Laatste gedicht' (2015). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Lees meer:

poëziegeschiedenis

kenmerken van poëzie        analyseren en interpreteren

alle gedichten met een bespreking




<    
  >