RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
bespreking gedicht


Herman van den Bergh - Nocturne
In: De boog (1917)



<    
  >



Onderwerp: Gedicht Van den Bergh
(1 januari 2014)


Beste Rozemarijn,

Ik zit in vijf VWO en op school zijn we nu bezig met het analyseren van poëzie.

Op zich begrijp ik de meeste gedichten heel erg goed, maar ik ben vastgelopen op 'Nocturne' van Herman van den Bergh. De eerste drie strofes zijn mij vrij duidelijk. Tot nu toe heb ik het volgende eruit kunnen halen:

De titel van dit gedicht is 'Nocturne'. Een nocturne is een dromerig muziekstuk dat doet aandenken aan de nacht. Het thema van dit gedicht is ook nacht. De eerste strofe gaat over de maan, dat zij 'roeit' langs het wolkenrif. Het bos wordt beschreven als 'paars'; door de donkere nacht lijkt het bos vergiftigd; niets heeft zijn natuurlijke kleur. In de tweede strofe wordt een pad beschreven waar bramenstruiken groeien: 'heet' en 'fel en rond in geur'. De derde strofe gaat over een bloem ('ruiker'). De bloem is droog, maar dan vallen er dauwdruppels, als vallende sterren, op de blaadjes van de bloem.

Ik dacht dat de vijfde strofe iets te maken had met bloemen ('bloemwit', 'groene haren'), maar eigenlijk ben ik daar niet helemaal zeker van (de nimf als metafoor voor bloem?).

Zou u mij kunnen helpen? Prachtige site, trouwens!

Alvast bedankt!

Met vriendelijke groet,

Roos.

---

NOCTURNE


De maan roeit brandend
langs 't wolkenrif,
en 't bosch is paars:
vergiftigd. -

Poel en half open pad
vol heete bramen,
fel en rond
in geur.

De vlakte, een fletse ruiker
en de lippen droog;
sterren vallen
als dauw.

Gestalten jagen woest:
saters in horden;
en hun grijze adem
is zichtbaar.

Nimfen, bloemwit
met groene haren,
vluchten in 't bosch,
hijgend,

In den nevel de syrinx
en op onzen mond,
week en dartel:
Pans fluit. -


Herman van den Bergh,
In: De boog (1917).




Antwoord     (2 januari 2014)


Dag Roos,

Als je een gedicht wil analyseren, is het heel handig om meteen alle woorden/begrippen die je niet (precies) kent, op te zoeken in een woordenboek of encyclopedie. Immers, als je niet alle woorden begrijpt, wordt het wel heel moeilijk om de tekst te gaan begrijpen...

In dit gedicht stuit ik meteen op 4 begrippen die ik ofwel niet ken, of waar ik weinig over weet: saters, nimfen, syrinx en Pan. Het handigst is, nu ik toch achter mijn computer zit, om ze op te zoeken in de online encyclopedie Wikipedia (zie de links onderaan).

Deze artikelen geven veel achtergrondinformatie over de mythologie waar deze figuren een rol in spelen. Je hebt die kennis over deze wereld nodig om te begrijpen wat Van den Bergh wil zeggen met zijn gedicht - immers: hij verwijst naar deze wereld en blijkbaar zat deze achtergrondinformatie bij het schrijven in zijn hoofd.

Kort gezegd is een sater (of satyr) een boswezen/vruchtbaarheidsgeest uit de Griekse mythologie. Saters hebben bokkenpoten en verleiden graag nimfen. Nimfen zijn een soort natuurgeesten/halfgodinnen. Syrinx is de naam van een nimf - zij werd door de halfgod Pan verleid, vluchtte een rivier in en veranderde in riet. Van dit riet maakte Pan een fluit, de panfluit.

De tweede helft van het gedicht lijkt geheel naar deze mythe te verwijzen. Maar allereerste de titel en de eerste strofen.


Het woord 'nocturne' is Frans voor 'nachtelijk', 'van de nacht'. De titel 'Nocturne' kan verwijzen naar nachtmuziek (vaak dromerige/melancholische muziek) of naar een lyrisch gedicht. Gezien de fluit van Pan, waarmee het gedicht eindigt, zou de betekenis van nachtmuziek voor de hand liggen, en meer in z'n algemeenheid lijkt het te verwijzen naar de nacht in het gedicht (de maan schijnt, sterren vallen).

De eerste drie strofen schetsen een situatie in een bos, in de nacht. De maan schijnt ('brandt', en vaart rakelings langs een 'rif' van wolken, die dus als kliffen uit zee steken - een wat gevaarlijk beeld), het bos is veranderd van kleur in het maanlicht - het is 'vergiftigd', dit geeft ook al iets onheilspellends aan. In het bos is een poel, het pad is half overwoekerd met braamstruiken, na het bos komt blijkbaar 'een vlakte', de sterren 'vallen als dauw' (dauw is nevel/luchtvochtigheid die meestal aan het einde van de nacht neerslaat).

In strofe 4 veranderen de toon en inhoud van het gedicht: in het donkere, ietwat griezelige maar nog rustige bos, ontstaat ineens actie. Saters (de mythologische boswezens met bokkepoten) jagen 'woest' en in groepen voorbij - hun 'grijze adem' is zichtbaar (mogelijk grijze nevel; het woord 'dauw' wees al op luchtvochtigheid).

Nimfen, 'bloemwit en met groene haren' (zij zijn immers natuurgeesten, vandaar het bloemwit en groen), vluchten voor de saters - geheel in lijn met de mythologische verhalen (zie Wikipedia). In de laatste strofe wordt de 'nevel' genoemd (die al werd gesuggereerd met het beeld van de dauw, en de grijze adem). In deze nevel verschijnt de nimf Syrinx en op 'onze mond' voelt de 'ik' (de wandelaar door het bos) Pans fluit.

De lippen van de 'ik' (die in strofe 3 nog 'droog' waren), worden hier beroerd door de ochtendnevel, het voelt 'week en dartel' - 'week' wellicht omdat nevel geen vorm heeft, en 'dartel' verwijst naar een kermerk van de nimfen. De nevel op de lippen is Syrinx, die veranderde in riet en die de fluit van Pan werd.


Het gedicht begint dus met een beschrijving van een nacht in een bos. In deze nacht, in de grijze nevel, komen figuren uit de Griekse mythologie tot leven. Saters jagen langs, nimfen vluchten, en de 'ik', de nachtelijke wandelaar, voelt de nimf Syrinx in de nevel als panfluit tegen zijn lippen.

Rest nog de vraag: waarom komen deze figuren voor hem tot leven in deze nacht, in dit gedicht? Is het gewoon zijn fantasie, die in gang wordt gezet door het nachtelijke bos en de nevels? Of is er een andere aanleiding mogelijk?


Wellicht hangt een mogelijk antwoord daarop (en een tweede manier om het gedicht te lezen) samen met een detail in de laatste strofe, dat in het gedicht onopgehelderd blijft. In de eerste 5 strofen is nergens een 'ik' aanwezig - pas in strofe 6 (de slotstrofe) staat dan ineens 'onze mond'. Dit kan, hoewel meervoud, (zeker rond 1900) op het lyrisch 'ik' slaan - maar het zou ook twee mensen kunnen suggereren: een 'wij', een 'ik' en een ander dus. Als ik voor het gemak de 'ik' me even als een mannelijke wandelaar voorstel, dan is hij dus samen met iemand anders in dat bos. Analoog aan de beelden van saters die nimfen verleiden, en van Pan en zijn geliefde nimf Syrinx, zou ik voor het gemak aannemen: een man en een vrouw. De mythologische beelden zijn dan niet toevallig gekozen, maar een spiegel voor de situatie van een man en zijn geliefde.

Het gedicht krijgt dan, bij herlezing, een andere lading. De 'ik' maakt met een geliefde, midden in de nacht, een wandeling door een bos (de beschrijving suggereert een beetje gevaarlijke, spannende situatie) en langs een open vlakte. Er wordt een 'ruiker' (een boeketje bloemen - ter plekke geplukt?) gegeven, de lippen zijn hier nog droog. Het beeld van vallende sterren kan suggereren dat er wensen uitkomen.

De jagende saters (bekend om het verleiden van nimfen) en vluchtende nimfen roepen een beeld op van iemand die achter zijn geliefde aan jaagt. In de nevel verschijnt Syrinx, die veranderde in riet en in Pans fluit. Elke keer als Pan op de panfluit speelt, beroert hij dus in feite met zijn lippen Syrinx, kust hij haar als het ware. In de laatste regels lijkt het alsof Pans fluit wordt gebruikt als beeld voor een kus.


In plaats van alleen een nachtgedicht met mythologische verwijzingen, wordt het gedicht als je het op deze manier leest, ten diepste een liefdesgedicht, waarin een nachtelijke wandeling in de vroege ochtendnevel eindigt met een kus.

De kus is dan heel impliciet, alleen omschreven in een mytisch beeld, maar het is de enige interpretatie die ik kan verzinnen, waarbij de 'ruiker', de 'droge lippen', 'onze mond' en 'Pans fluit' in de slotzin, een samenhangende betekenis hebben. Niet de nevel, maar de kus zelf is dan 'week en dartel'. Een mooiere afsluiting kun je toch niet bedenken voor twee geliefden aan het eind van een nachtelijke wandeling.


Ik hoop deze twee mogelijke manieren om het gedicht te lezen je verder brengen met jouw interpretatie van het gedicht. Veel succes met het schrijven van je verslag! Je kunt mijn website als bron opgeven.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

- meer gedichten met uitleg
- © onderaan pagina

---

https://nl.wikipedia.org/wiki/Sater
https://nl.wikipedia.org/wiki/Nimf_(mythologie)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Syrinx_(nimf)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Pan_(mythologie)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Griekse_mythologie
https://nl.wikipedia.org/wiki/Griekse_oudheid





Re:     (2 januari 2014)


Beste Rozemarijn,

Hartelijk dank voor uw snelle reactie. Ik begrijp het gedicht nu veel beter!

Ik had het er namelijk nooit achter gezocht dat het ook als een liefdesgedicht gelezen kon worden. De volgende keer zal ik wat beter voorwerk verrichten, ik begreep het tweede deel namelijk helemaal niet.

Nu rest mij echter nog een vraag. Waarom wordt het bos als onheilspellend beschreven ('vergiftigd'), terwijl de man er met zijn geliefde loopt? Is zijn geliefde er dan nog niet? Dit is mij niet helemaal duidelijk geworden. Of is dit ook eigenlijk niet van belang?

Nogmaals, ontzettend bedankt!

Met vriendelijke groet, Roos.





Re:     (3 januari 2014)


Dag Roos,

Heel goede vraag, en goede suggestie; als ik je docent was, kreeg je een pluim van mij, want je laat zien dat je zelfstandig doordenkt naar aanleiding van mijn beide suggesties voor interpretatie.

Ten eerste: een goede mogelijkheid die je voorstelt. Wellicht lopen de 'ik' en de ander samen door het bos, of wellicht loopt hij alleen en is de ander er pas aan het einde van het gedicht. Ik ben bang dat dit niet met zekerheid is vast te stellen op basis van deze (vrij summiere) tekst.

Ook waarom het bos onheilspellend, zelfs vergiftigd, is, zou ik niet durven zeggen naar aanleiding van de inhoud. Of 'onze mond' nou poetisch verwijst naar 1 persoon, en het de nevel is die week en dartel zijn mond raakt; of dat 'onze mond' verwijst naar 2 personen, die elkaar aan het eind kussen - bij beide mogelijke interpretaties lijkt het er niet op dat het donkere bos symbool staat voor het gevoel van de 'ik' (zoals bij de Tachtigers vaak het geval is).

Zelf zou ik in dit geval naar de rest van Van den Berghs oeuvre, of naar zijn opvattingen over poezie gaan kijken. Schrijft hij vaker over de nacht, of over onheilspellende dingen, komen er bepaalde thema's vaker in zijn werk voor?

Op het internet is er vrij weinig te vinden over Herman van den Bergh, maar toch zie ik simpelweg in zijn Wikipedia-artikel wel een mogelijke aanwijzing. Er staat dat Van den Bergh een vitalist is (zeker in zijn vroege werk, waar dit gedicht onder valt). En bij de stroming van het vitalisme staat, meteen in de eerste alinea:

"Vitalisme is een stroming in de literatuur van de 20e eeuw. Vitalisme betekent zoveel als levensdrift, de drang om intens, vurig en gevaarlijk te leven."

Dat zou mogelijk de keuze voor de situatieschets in dit gedicht verklaren. Immers, een wandelingetje door een zonnig, aangeharkt park, daar is niet zoveel vurigs, intens en gevaarlijks aan. Maar midden in de nacht door een bos lopen, terwijl de maan af en toen achter de kliffen van wolken verdwijnt (dan is het echt pikdonker in een bos), terwijl de mistslierten lijken op vreemde mythologische wezens, dan maak je echt een spannende wandeling, waarbij je het gevoel kan oproepen dat je intens leeft.


Tot slot: wellicht duidt de nachtelijke wandeling (en de maan langs de gevaarlijke klippen) op een geheime of verboden liefde.

Het beeld dat uit de mythologische figuren naar voren komt, is het verleiden of najagen van een geliefde, maar deze niet krijgen (de saters verleiden nimfen, maar deze vluchten; Pan verleidde Syrinx, maar zij veranderde in riet, en hij kan alleen met zijn lippen de panfluit beroeren).

Wellicht dus een geheime/onmogelijke liefde, die niet verder gaat dan een kus tijdens een nachtelijke ontmoeting?


Nogmaals succes met het uitwerken van je verslag. Je hebt je echt ingezet om het gedicht grondig uit te pluizen. En ik hoop dat het je ook helpt als je nog eens vaker gedichten moet of gaat lezen.

Met hartelijke groet weer,

Rozemarijn.

- meer gedichten met uitleg
- © onderaan pagina





Re:     (3 januari 2014)


Beste Rozemarijn,

Dat zou ook de 'gevaarlijke' nacht kunnen aanduiden in een 'vergiftigd' bos: een spannende, stiekeme ontmoeting. Dat zou wel de gekozen omgeving verklaren! Uw suggesties hebben er zeker voor gezorgd dat ik het gedicht met andere ogen ben gaan bekijken. Hierdoor ben ik ook veel beter in staat om het gedicht te begrijpen.

Nogmaals dank!

Met vriendelijke groet,

Roos.



∗       ∗       ∗



Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (januari 2014)   © zie hieronder.
Gedicht: Herman van den Bergh, 'Nocturne'. In: De boog (1917).

Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.




© copyright 2014. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Herman van den Bergh, Nocturne (2014). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Lees meer:

poëziegeschiedenis

kenmerken van poëzie        analyseren en interpreteren

alle gedichten met een bespreking




<    
  >