RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
korte bespreking gedicht


J.C. Bloem - Het portret
In: Avond, 1950



<    
  >





gedicht analyse voordracht afspelen    Afspelen op YouTube - Kanaal van RozemarijnOnline



Het portret
            Aan W.

Wanneer ik dood ben en de donkren komen,
Geef me 't portret niet mee, dat altijd mij
Ten hoofdeneinde stond en in mijn droomen.
Ik merk er toch niets van. Het is voorbij.

Neen, ik wil niet, dat na de laatste morgen
De beeltenis van dit bemind gelaat,
In een tot molm geworden kist geborgen,
Diep in de muffe grond met mij vergaat.

Doch als ik stervend ben, maar nog niet henen
Dan wil ik 't houden in mijn veege hand.
Mijn laatste denken moet nog zijn doorschenen
Door 't liefste waar het zich aan had verpand.

Want ik berust er in. 'k Heb in mijn streven
Naar iedere andere liefde om niet gehaakt -
Door deze alleen is dit rampzalig leven
Tot onuitsprekelijk geluk gemaakt.


J.C. Bloem
In: Avond, 1950.



Bespreking gedicht


Jakobus Cornelis (Jacques) Bloem (1887-1966) debuteerde in 1921 met de bundel Het verlangen. Het hier voorgedragen gedicht Het portret staat in zijn achtste bundel, Avond (1950). Het bestaat uit vier strofen van elk vier regels (kwatrijnen). Ze hebben een vast rijmschema van gekruist rijm (abab). De regels hebben een vast metrum en een gelijke lengte (vijf beklemtoonde lettergrepen; een vijf-jambische versregel).

In de poëzie is de dood een veel terugkerend thema. Bloem neemt dit thema nog een stap verder en begint het gedicht zelfs met het moment waarop hij al gestorven is. Hij stelt, in de eerste twee strofen, dat als hij begraven wordt, dat hij dan niet wil dat het portret met het 'bemind gelaat' met hem mee wordt begraven.

Wel wil hij dit portret als laatste vasthouden, zodat zijn laatste gedachten naar deze geliefde persoon uit zullen gaan. Deze heeft zijn hele 'rampzalige leven' tot 'onuitsprekelijk geluk' gemaakt.

Zo lijkt het gedicht, dat in eerste instantie over de dood lijkt te gaan, een liefdesgedicht te zijn. Echter, boven het gedicht is een opdracht opgenomen: "Aan W". Bloem kreeg samen met zijn vrouw Clara Eggink een zoon, Wim (1927). Aan het initiaal te zien, lijkt dit gedicht aan zijn kind te zijn opgedragen.



Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (november 2010)   © zie hieronder.
Gedicht: J.C. Bloem, Het portret. In: Avond, 1950.

Voordracht: Rozemarijn van Leeuwen (november 2010).

Speel voordracht af op: YouTube - RozemarijnOnline - Bloem.
Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.







Gastenboek. Onderwerp: Gedicht Bloem
(21 juni 2016)


Goeiemiddag,

Ik zit in het 5e jaar van het VWO. Vrijdag a.s. heb ik mijn poëziepresentatie, deze ga ik houden over het gedicht 'Het Portret' van J.C. Bloem.

Er zijn mij nog een paar dingen onduidelijk, en ik vroeg me af u deze vragen zou kunnen en willen beantwoorden, daar zou u me ontzettend mee helpen.

1. Wat betekent 'veege hand'?
2. Wat bedoelt hij met 'Mijn laatste denken moet nog zijn doorschenen door 't liefste waar het zich aan had verpand'?
3. Wat bedoelt hij met 'Naar iedere andere liefde om niet gehaakt -' en waar staat het streepje dan voor?

Als u verder nog belangrijke toevoegingen zou hebben bij 'Het portret', altijd welkom! Ik hoor graag van u.

Alvast bedankt!

Met vriendelijke groet, Pien.






Antwoord     (23 juni 2016)


Dag Pien,

Dit gedicht van Bloem gaat over een portret (zoals de titel al zegt). Het gedicht kun je inhoudelijk in tweeën delen (de eerste twee strofen; en de laatste twee strofen - hier tussen staat het woord 'doch', in r. 9, dat net als maar/echter altijd wijst op een verandering, omkering, tegenstelling in de tekst).

De eerste twee strofen gaan erover, wat er met het portret moet gebeuren als de ik-figuur dood zal zijn: het mag niet met de ik-persoon begraven worden. De laatste twee strofen gaan erover dat de ik-figuur het portret vast wil houden als hij op sterven ligt. Hij wil het dus niet bij zich hebben in de dood (str. 1-2), maar wel in zijn laatste momenten (str. 3-4).

Het portret, of preciezer: de persoon die op het portret staat afgebeeld, is duidelijk heel belangrijk voor de ik-figuur. Uit elke strofe blijkt hoezeer de ik-figuur de persoon die op het portret staat afgebeeld liefheeft: het portret heeft altijd bij het hoofdeinde van zijn bed gestaan (str. 1); het gelaat wordt door hem 'bemind', het mag niet vergaan (str. 2); het is het liefste dat hij heeft, hij heeft zijn hart aan deze persoon verpand, zijn allerlaatste denken voor zijn sterven moet nog vol zijn van deze persoon (str. 3); en deze liefde heeft zijn leven tot onuitsprekelijk geluk gemaakt (str. 4).

Wie is nu de persoon op het portret? Op het eerste gezicht lijkt het gedicht op een liefdesgedicht, maar de opdracht erboven ('Aan W.') wijst erop dat dit over een heel bepaalde persoon gaat: zijn zoon Wim (die ten tijde van de publicatie van dit gedicht een twintiger was).


Met deze betekenis van het portret in je achterhoofd, het gaat over zijn zoon Wim, kun je het gedicht dus als volgt lezen.

Strofe 1. De 'ik' stelt zich het moment voor dat hij dood zal zijn ('de donk'ren' zou kunnen wijzen op de doodgravers, die in zwarte pakken komen om hem te begraven). Als hij eenmaal dood is, moet het portret niet met hem begraven worden. Het portret van zijn zoon was wel heel belangrijk voor hem: het stond altijd aan het hoofdeinde van zijn bed en het stond hem voor de geest in zijn dromen. Maar meegeven in het graf is zinloos: hij merkt daar dan toch niets meer van, het is voorbij.

Strofe 2. Bloem werkt de inhoud van de eerste strofe verder uit. Als het portret in de grafkist wordt meegegeven, dan vermolmt het diep in de muffe grond. Dat wil de ik-persoon niet.

Strofe 3. Maar (echter): als de 'ik' stervend is, dan wil hij het portret van zijn kind graag vasthouden. Hij wil dat zijn laatste denken, zijn laatste gedachten aan het eind van zijn leven, vervuld zullen zijn van zijn geliefde zoon, degene aan wie hij zijn hart het meest had verpand.

Strofe 4. Want hij berust erin (hij berust in zijn naderende dood? Of: hij berust erin dat hij maar één liefde heeft gekend, of één soort liefde, nl. een ouder-kind liefde?). Zijn streven naar iedere andere liefde is 'om niet' (voor niets) geweest - hij heeft voor niets gereikt, gehaakt naar andere liefdes (of: een ander soort liefde). Enkel en alleen door deze liefde (voor de persoon op het portret, voor zijn zoon, door zijn vaderliefde), is zijn rampzalige leven onuitsprekelijk gelukkig geworden.


Dan de concrete zinnen die je noemde.

In strofe 3 staat 'vege hand'. Als je kijkt in het woordenboek (of bijv. online het etymologisch woordenboek: http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/veeg1), dan betekent 'veeg' zoveel als: stervend, de dood nabij. Denk bijv. aan het gezegde: 'hij probeerde zijn vege lijf te redden'. In het gedicht betekent het dus simpelweg: 'in mijn stervende hand'.

Strofe 3, r. 11-12: 'mijn laatste denken' verwijst naar zijn laatste gedachten voor de naderende dood, zijn laatste gedachten als hij op sterven ligt. Deze laatste gedachten moeten zijn 'doorschenen', vervuld zijn, van zijn zoon. Zijn zoon is het liefste, waar hij zich aan had verpand, gehecht (denk aan: je hart verpanden aan iemand - hier varieert Bloem hierop doordat zijn 'gedachten' zijn 'verpand' aan iemand). Dus: hij wil dat zijn laatste denken, zijn laatste gedachten aan het eind van zijn leven, vervuld zullen zijn van zijn geliefde zoon.

Strofe 4, r. 14: zijn streven naar iedere andere liefde is 'om niet' (voor niets) geweest - hij heeft voor niets gereikt, gehaakt naar andere liefdes. Na het streepje, in de laatste twee zinnen, volgt het belangrijke inzicht, de betekenis van zijn geliefde zoon voor zijn leven: het bestaan van zijn kind heeft hem gelukkig gemaakt. Het gedachtestreepje geeft misschien net wat meer nadruk dan een gewone punt, dat hierna twee kernzinnen volgen.

Het inzicht in wat zijn zoon voor hem heeft betekent is zwaar aangezet: zijn hele leven was rampzalig, en dit is het énige wat ervoor heeft gezorgd dat zijn leven een onuitsprekelijk geluk werd. Hoe scherper zo'n tegenstelling wordt aangezet, hoe sterker wordt benadrukt hoe belangrijk de betekenis van zijn zoon voor zijn leven is geweest.


Het gedicht gaat over de dood (een vooruitblik naar zijn eigen sterven), maar het gaat meer nog over zijn liefde voor zijn zoon Wim. Zijn portret stond altijd naast zijn bed, was altijd aanwezig in zijn dromen, het is een 'bemind' gelaat, zijn kind was het liefste waar hij zich aan had verpand, deze liefde voor zijn zoon heeft zijn leven tot geluk gemaakt.

Hoewel het gedicht over ouderliefde gaat, de liefde van een vader voor zijn zoon, blijft de liefde enigszins abstract beschreven (hij hecht veel waarde aan zijn portret, hij wil dat zijn laatste gedachten naar zijn zoon uitgaan, enz.), maar het wordt nooit concreet naar zijn zoon toe geuite liefde (hij geeft zijn kind geen knuffel of zegt hem dat hij zo van hem houdt, hij slaat geen arm om hem heen of gaat iets met hem ondernemen - hij hoopt ook niet dat zijn zoon aan zijn sterfbed zal zitten, hij wil alleen diens portret vasthouden). De zoon zelf is in dit gedicht eigenlijk afwezig en wordt vertegenwoordigd door zijn portret. Daardoor blijft de liefde die de 'ik' voelt enkel iets dat in zijn gedachten en gevoel aanwezig is, maar niet tot uiting komt in een persoonlijke relatie.

Uit het gedicht wordt niet duidelijk of zijn oprechte liefde voor zijn zoon en zijn gehechtheid aan zijn zoons portret, ook leidden tot een liefdevolle omgang met de zoon zelf.

Het meest concrete dat de liefde in het gedicht doet, is dat het hemzèlf onuitsprekelijk gelukkig maakt. En zo staat in dit gedicht naast de liefde voor de zoon, ook de ik-figuur zèlf in het middelpunt - de zoon blijft in dit gedicht een levenloos, twee-dimensionaal portret.


Ik hoop dat je zo verder komt met je bespreking van dit gedicht. Heel veel succes met je presentatie.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


gedichten met bespreking



∗       ∗       ∗




© copyright 2010. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. J.C. Bloem, Het portret (2010). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Lees meer:

poëziegeschiedenis

kenmerken van poëzie        analyseren en interpreteren

alle gedichten met een bespreking




<    
  >