RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
korte bespreking gedicht


Hugo Claus - Thuis
In: Wat is natuur nog in dit land, 1999





Gastenboek. Onderwerp: Het gedicht 'Thuis'
(21 september 2005)


Beste mevrouw,

Ik ben al dagen bezig met werken met een gedicht ('Thuis'), heb het helemaal geanalyseerd etc. maar kan de betekenis van het gedicht niet vinden. Ik kan het niet interpreteren omdat ik er zelf geen wijs uit kan. Woorden als kaaksbeen en gedijdt bestaan niet eens, en de op elkaar volgende zinnen kan ik geen plaats geven.

Ik moet er morgen al mee gaan werken, dus wie weet ben ik wel te laat, maar bedacht nu pas dat internet misschien een helpende hand kon bieden.

Ik hoop dat u iets voor me kan betekenen, evengoed alvast bedankt voor uw tijd,

Nicky



Thuis

Het gras in mijn tuin groeit welig genoeg
En die God kende ik maar van horen zeggen
Toen ik in een versplinterd prisma
Onze kat zag liggen, zij krulde zich
En ik boog mij om haar te strelen
Toen die God mijn kaaksbeen heeft geraakt
En uit de haak geslagen
Sindsdien zit mijn gezicht in een raam
Geperst en verschoven
Mijn ogen: zwartgeblakerde luiken,
Niemand weet mij wonen,
Men heeft mij verlaten, men heeft mij gekwetst.
Nog bid ik niet
Maar ik vrees dat het niet lang zal duren.
Daarom: ik heb over kleuren gedroomd
    Die de gedachte verdoven
Daarom: omdat ik niet zou blijven steken
    In deze nauwe, grauwe staat
O verf me blauw
Dat het onguur en zuur geweld in mijn kop verzwakt
Voordat de nekslag komt!

Tuin en lente.
Het seizoen heeft daarbuiten de aarde
Met zijn groen belegerd en bezet.
Het gesteende ruift
In het licht dat vol bedaard grillige takken ligt.
Vlakke weiden. Weinig maar alles. Een simpele wet:
Wat gedijdt is goed.

De rest: het verlangen naar roet en zand en as
Verwaait.


auteur: Hugo Claus?




Antwoord     (21 september 2005)


Dag Nicky,

Klopt het dat het een gedicht is van Hugo Claus? Ik neem aan dat het uit de verzamelbundel komt 'Wat is natuur nog in dit land', literatuur over tuinen (samengesteld door Margot Engelen, Amsterdam 1999).

Dit is al een interessant gegeven: het gedicht is opgenomen in een bundel met literatuur over tuinen. In meteen de eerste regel komt het woord 'tuin' al voor. Dit zet je op het spoor van een belangrijk thema van dit gedicht.

Opvallend genoeg heet het gedicht zelf: 'Thuis'. Al voordat je begint met lezen, weet je dus al dat het gedicht zal gaan over 'tuinen' en over 'thuis' zijn. Het is aan te nemen dat beide thema's in dit gedicht op de een of andere manier samen zullen hangen.


De eerste strofe.

In de eerste strofe treedt een ik-persoon op. Het gras in zijn tuin groeit welig (goed), de ik aait een kat. In de eerste regels lijkt er niets aan de hand te zijn (tuin is paradijs?), al kent de ik God (dus de schepper van de aarde, dus ook van de tuin) alleen maar van horen zeggen.

Kaaksbeen zou ik heel letterlijk opvatten: het been (het bot) van de kaak. De zin staat er een beetje mysterieus ('kaaksbeen', en 'uit de haak geslagen'); maar het lijkt erop dat de ik een flinke klap van God gekregen heeft, die voelt als een flinke kaakslag (elke ontmoeting met God is altijd met mysterie omgeven, dus het is ook goed dat de zinnen een beetje mysterieus zijn. Bovendien verwijst het een beetje naar de bloemrijke taal van het Oude Testament).

Het is niet helemaal duidelijk wat er met de ik aan de hand is: in zijn gezicht 'zit een raam geperst en verschoven'. Maar een raam is vierkant en je gezicht is rond, dus er wringt iets, er is lichamelijk iets heel erg mis met de ik. (Waar verwijst dat 'versplinterde prisma' naar; is zijn gezichtsvermogen ineens versplinterd geraakt? Door een hersenbloeding ofzo, of denk ik nu te ver?).
Hij beschrijft in ieder geval zijn lichaam als een huis (met een raam, met luiken). Deze beschrijving is echter zeer negatief: het raam is geperst en verschoven; de luiken zijn zwartgeblakerd; niemand weet waar de ik woont; hij is verlaten.

Nog bidt de ik niet, zegt hij. Hij probeert kleur in zijn leven te brengen (verf me blauw), zodat de pijn (het 'geweld') in zijn hoofd minder zal worden en hij niet zal hoeven gaan bidden.
Verwijst de 'nekslag' naar de dood?

Conclusie van deze eerste strofe: er is een ik die zijn lichaam vergelijkt met een huis. Hij gebruikt allerlei beelden om aan te geven dat hij lichamelijk pijn lijdt, vooral in zijn hoofd (ziek? of ouderdom?). Hij probeert er vanalles tegen te doen, zodat hij niet hoeft te gaan bidden (is bidden laatste redmiddel?). Zowel de oorzaak van het probleem ('geslagen door God') als een mogelijk gevolg van het probleem (bidden) verbindt hij met God. Naast de lichamelijke pijn lijkt deze strofe dus ook te wijzen op een geestelijk probleem, een worsteling met God of geloof.


De tweede strofe.

In de tweede strofe neemt de dichter ons weer mee naar het beeld van de tuin: 'Tuin en lente'. Het seizoen bepaalt de aarde. En de gedachte die hierdoor bij hem opkomt is: 'Wat gedijdt is goed'.
Gedijt komt van: gedijen (goed groeien). Dus er staat: alles wat goed groeit, is goed.
Dit lijkt een verwijzing naar de schepping van God: 'en God zag dat het goed was' (Genesis).
Het verwijst ook naar de eerste zin van het gedicht: 'Het gras in mijn tuin groeit welig'. Met andere woorden: het gras in zijn tuin gedijt, groeit, en is dus goed.

Deze zin 'Wat gedijt is goed' kan op twee manieren worden gelezen. Aan de ene kant als tevreden constatering: de tuin gedijt goed. Het gras groeit welig, en de tuin die de ik omringt is dus 'goed'. Aan de andere kant is het een wrange constatering, want met de ik gaat het helemaal niet goed. Hij gedijt niet, maar is juist zwart, geblakerd en gekwetst. Hij is dus zelf helemaal niet 'gedijend' en 'goed'.


De derde strofe.

Deze bestaat nog maar uit twee regels: 'De rest: het verlangen naar roet en zand en as / Verwaait.' Naast hetgene wat goed groeit, is er dus ook nog een 'rest' (datgene wat niet goed groeit). Dat zal verwijzen naar het zwartgeblakerde en verlatene uit de eerste strofe. Het verlangen dat hierdoor opkomt, om roet en as te zijn, te verbranden, te verdwijnen, verwaait. Door naar de tuin te kijken en te zien hoe goed dat is, verdwijnt zijn verlangen om roet en as te worden (dood te gaan?).


Interpretatie.

In dit gedicht worden het beeld van een huis en het beeld van een tuin tegenover elkaar gezet. Het huis verbeeldt het lichaam van de ik, die duidelijk pijn heeft, lijdt, eenzaam is. De tuin verbeeldt de schepping, dat wat groeit, dat wat goed is. Dat laatste beeld overwint de somberheid en het verlangen om dood te gaan.

Naast deze tegenstelling zit er nog een religieuze laag in dit gedicht.
De ik verwijt God zijn lichamelijke klachten (ziekte? ouderdom? sterfelijkheid?). Hij vermijdt het om tot God te bidden. Toch is het aan de andere kant ook de schepping (dat wat groeit, dat wat goed is, God zag dat het goed was) die voldoende tegenwicht biedt voor het lijden van de ik, die hem weer levenszin geeft.


Ik hoop dat je hier wat aan hebt bij het schrijven van je interpretatie.


Ik zal deze interpretatie ook op mijn website zetten (in het gastenboek). Je kunt dus mijn website vermelden als bronvermelding: http://www.rozemarijnonline.net/


Veel succes ermee!



Rozemarijn van Leeuwen

www.rozemarijnonline.net/versanalyse.html

- © onderaan pagina





Re:     (22 september 2005)


Hai Rozemarijn,

Ik was zwaar onder de indruk van je interpretatie, had het er zelf nooit uitgehaald. Heb er ook heel veel aan gehad en alles vandaag schriftelijk uitgewerkt. Hartstikke bedankt en als ik ooit nog iets over poëzie moet weten, weet ik waar ik moet zijn!   :-)

Nogmaals bedankt, Nicky.




Re:     (22 september 2005)


:-) haha, ik kan niet beloven dat ik altijd zo snel kan reageren! :-)

Bovendien denk ik dat je de volgende keer alweer beter weet waar je op kunt letten (wat is de titel, in wat voor bundel staat het, enz.) en hoe je strofe na strofe steeds naar de inhoud kunt kijken.

Succes er verder mee, ik hoop dat je een goed cijfer krijgt voor je verslag.

dag dag! Rozemarijn.

www.rozemarijnonline.net/versanalyse.html




Re:     (4 november 2005)


Hai Rozemarijn,

De resultaten zijn binnen, iedereen heeft zijn verslag gedaan dus kon er worden beoordeeld. Ik heb een 8.4 gekregen, het hoogste cijfer dat was gehaald, een complimentje van mijn lerares, en een schoolexamencijfer dat meetelt voor mijn eindlijst.

Wil je dus nogmaals bedanken voor je hulp, dankzij jou ben ik een heel stuk verder gekomen!

Succes met je site nog en ga vooral zo door :-)

Wie weet tot spreeks!

Nicky.




Re:     (4 november 2005)


Gefeliciteerd met je mooie cijfer!!! Leuk dat je het even mailde!

Succes weer verder, en hartelijke groet, Rozemarijn.








Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (september 2005)   © zie hieronder.
Gedicht: Hugo Claus, Thuis. In: Wat is natuur nog in dit land, 1999.

Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.




© copyright 2005. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Hugo Claus, Thuis (2005). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Overzicht van gedichten:
lijst van gedichten met bespreking




<  
  >