RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
korte bespreking gedicht


Ida Gerhardt - Het carillon
In: Het veerhuis, 1945



<    
  >





gedicht analyse voordracht afspelen    Afspelen op YouTube - Kanaal van RozemarijnOnline



Het carillon
    (oorlogsjaar 1941)


Ik zag de mensen in de straten
hun armoe en hun grauw gezicht, -
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokketoren
na 't donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius: - een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
'Wij slaan het oog tot U omhoog.'

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luist'ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad -
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.


Ida Gerhardt
In: Het veerhuis, 1945.



Bespreking gedicht


Van Ida Gerhardt (1905-1997) verschenen rond de 20 dichtbundels, waar zij in 1979 de P.C. Hooftprijs voor ontving. Haar debuutbundel Kosmos kwam uit in 1940. Het hier voorgedragen gedicht komt uit haar tweede bundel Het veerhuis (1945).

De Tweede Wereldoorlog was net voorbij en het gedicht 'Het carillon' schetst een moment uit het oorlogsjaar 1941. Gerhardt woonde in die jaren in Kampen, dus het is aan te nemen dat het gaat om het carillon van de Nieuwe Toren aan de Oudestraat in Kampen.

Nederland werd vanaf mei 1940 bezet door Duitse nazi's. Het gedicht is daar een bittere aanklacht tegen, met als aanleiding een klein, concreet voorval.

De 'ik' loopt door de stad en schetst een beeld van armoede en grauwheid. Dan begint het carillon te klinken. Het is een stuk van Valerius. Dat was een 17e-eeuwse componist en dichter. Hij schreef zowel liederen over de Tachtigjarige Oorlog als religieuze liederen.

Het zal geen toeval zijn dat het net Valerius is die over de hele stad klinkt. In zijn liederen over de Tachtigjarige Oorlog komen Nederlanders in opstand tegen de Spaanse bezetter. Dat maakte de teksten geliefd in de Tweede Wereldoorlog (ze waren bijvoorbeeld populair bij het verzet). Op de tweede plaats schreef Valerius godsdienstige liederen, die Gerhardt mogelijk hebben aangesproken; zij schreef zelf ook veel gedichten met religieuze thematiek.

Het citaat suggereert dat Ida Gerhardt letterlijk uit een lied van Valerius citeert en dus de tekst kende, maar wellicht ook heeft zij geprobeerd samen te vatten waar voor haar Valerius over gaat. Het citaat heeft in ieder geval een religieuze betekenis: de mens kijkt omhoog naar God, wellicht om om hulp te vragen in een benarde situatie.

Het gedicht vervolgt met de 'ik' die blijft staan luisteren. Het eindigt dan met de beroemd geworden regels 'Nooit heb ik wat ons werd ontnomen / zo bitter, bitter liefgehad'.

In mei 1945 werd Nederland bevrijd. Ida Gerhardt publiceerde geen gedichten tijdens de oorlog, ook dit gedicht niet. Het verscheen meteen erna, nog in 1945.



∗       ∗       ∗



Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (mei 2011)   © zie hieronder.
Gedicht: Ida Gerhardt, Het carillon. In: Het veerhuis, 1945.

Voordracht: Rozemarijn van Leeuwen (april 2011).
Beeld: Nieuwe Toren met carillon in Kampen (litho).

Speel voordracht af op: YouTube - RozemarijnOnline - Gerhardt.
Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.




© copyright 2011. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Ida Gerhardt, Het carillon (2011). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Lees meer:

poëziegeschiedenis

kenmerken van poëzie        analyseren en interpreteren

alle gedichten met een bespreking




<    
  >