RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
bespreking gedicht


Hester Knibbe - Daedalus
In: Een dunne duurzaamheid (1999)





Onderwerp: Hester Knibbe
(24 maart 2012)


Beste,

Ik ben bezig met het analyseren van het gedicht 'Daedalus' van Hester Knibbe, maar ik zit een beetje vast. Ik heb de vorm al helemaal geanalyseerd, maar inhoudelijk snap ik niets van dit gedicht.

Ik weet dat dit gaat over het verhaal van Icarus & Daedalus, en ik ken dat verhaal. Zou u me kunnen helpen? Het is voor een schooltaak, en het moet tegen 30 maart af zijn.

Groetjes,

Sara.

---

Daedalus


Een labyrint heb ik gebouwd en Icarus         r. 1
verwekt. Beeldhouwer-architect, zit ik
alleen mijn kind te houwen
uit een steen nadat hij is gevallen
als een blok. Ik had hem lief                 r. 5
en nog, maar wist dat hij
niet blijven kon, verzon daarom
een list, een vliegensvlugge
list: ik maakte onze voeten los
van hechtenis en leem                         r. 10
en hemelde ons op. Vlieg Icarus,
zei ik, met vogelschoolslag door de lucht
en zie hoe je gevangenis gehangen is
als luchtkasteel decor wordt
voor een klucht. Wanneer een zoon         r. 15
neerstort, trekt hij de vader
mee: we blijven onafscheidelijk
bijeen en vallen door de eeuwen
heen binnen verf en lijst en
buiten beeld. Verbijsterd                         r. 20
in een labyrint van gruis en stof
zit ik stomweg te houwen
en te bouwen aan m'n kind.


Hester Knibbe
In: Een dunne duurzaamheid (1999).




Antwoord     (25 maart 2012)


Dag Sara,

Om de inhoud te begrijpen zijn twee invalshoeken van belang. Ten eerste verwijst dit gedicht, zoals je al aangeeft, naar een mythologisch verhaal. De vraag is dan: wat betekenen deze mythische thema's? Als tweede volgt de vraag: waarom gebruikt Hester Knibbe deze thema's in dit gedicht en wat wil ze daarmee zeggen?


Ten eerste de Griekse mythologische thematiek.
De vraag is niet alleen wie zijn Daedalus (titel) en Icarus (r. 1), maar ook: wie is de 'ik' (r. 1), wat is dat labyrint (r. 1), wie is de beeldhouwer-architect (r. 2), wie is het kind (r. 3)?

Als ik simpelweg zoek op Wikipedia, dan vind ik de volgende verhaallijn. Daedalus was een Griekse architect en uitvinder. Na een moord vlucht hij met zijn zoon Icarus naar het eiland Kreta. Daar bouwt hij een labyrint om een monster (dat moet worden gevoed met kinderen) in op te sluiten. Elk jaar moeten zeven kinderen het labyrint in, die door het monster worden gedood/opgegeten. Daedalus mag vervolgens niet meer van het eiland af. Daarom maakt hij vleugels voor hemzelf en voor zijn zoon Icarus. Omdat Icarus te hoog vliegt, stort hij in zee en gaat dood, onder de ogen van zijn vader Daedalus. Een beroemd schilderij hierover is 'De val van Icarus', door Rubens.
          (Dit volgens de artikelen 'Daedalus', 'Icarus' en 'Minotaurus' op Wikipedia.)

Hoe is deze thematiek verwerkt in het gedicht?

De titel is 'Daedalus', de vader dus van Icarus. Meteen in de eerste zin wordt duidelijk dat het gedicht is geschreven vanuit het perspectief van deze Daedalus: ik heb een labyrint gebouwd, ik heb Icarus verwekt - de 'ik' in het gedicht is dus Daedalus (zie de info uit Wikipedia). Ook is hij de 'beeldhouwer-architect' (r. 2). Meteen is dan ook duidelijk dat met 'mijn kind' dus Icarus wordt bedoeld (later wordt er ook met 'hij' en 'hem' naar Icarus verwezen). Dus de 'ik' in het gedicht is de vader, Daedalus; het kind of de 'hij' in het gedicht is de zoon, Icarus.

Het is Daedalus die, het gehele gedicht lang, spreekt in de ik-vorm. Wat zegt Daedalus?

Hij vermeldt eerst een aantal feiten: hij heeft het labyrint gebouwd en hij heeft Icarus verwekt. Hij is een beeldhouwer en een architect. Hij is bezig een beeld te maken van zijn kind (r 3-4), nadat dat kind is gevallen. Blijkbaar maakt Daedalus in dit gedicht, na de val van Icarus, een beeld van zijn zoon in steen (het is mij onbekend of dit in de mythologische verhalen ook wordt vermeld, maar mogelijk stelt Hester Knibbe dit zich zo voor). Hij zegt dat hij zijn zoon liefhad/liefheeft.
In de volgende zinnen (r 6-15) vertelt Daedalus in een paar zinnen de gebeurtenis van de val van Icarus na: ze konden niet blijven op het eiland, hij verzon een list, maakte vleugels en maakte daardoor hun 'voeten los van hechtenis', van de zwaartekracht dus, Icarus vliegt op.
Als de zoon neerstort, dus dood neervalt (r 15-16) stopt de beschrijving van het gebeuren, maar vertelt Daedalus wat dat met hem doet: de val van Icarus trekt hem mee, hij valt met Icarus, en blijft vallen, eeuwenlang. Hij valt 'binnen verf en lijst' (mogelijk een verwijzing naar het beroemde schilderij van Rubens) en buiten dat beeld.
In de laatste regels (r 20-23) keert Hester Knibbe terug naar het beginbeeld (r 2-4). Daedalus is bezig met het maken van een stenen beeld van zijn kind, hij zit verbijsterd tussen het gruis en stof (een 'labyrint van gruis en stof', alsof hij zelf in een labyrint zit).

Hester Knibbe vertelt in dit gedicht dus niet alleen simpelweg de mythe van Daedalus en Icarus na, maar vertelt, vanuit het gezichtspunt van de vader, Daedalus, ook wat de val van Icarus (de dood van zijn zoon) met hem doet. Hij is meegetrokken in zijn zoons val, hij heeft het gevoel dat hij blijft vallen, hij zit verbijsterd in een labyrint, hij probeert een stenen beeld van zijn zoon te maken (aan zijn zoon te 'bouwen'), alsof hij hem zo wil bewaren, bij zich houden, aanwezig wil houden na zijn dood.


Waarom staat Hester Knibbe in dit gedicht zo nauwkeurig stil bij niet zozeer de bekende mythe zelf, maar met name hoe de vader de val en de dood van zijn zoon heeft beleefd? Dat brengt mij bij de tweede vraag die ik van te voren had gesteld: waarom gebruikt Hester Knibbe deze thematiek en wat wil zij ermee zeggen?

Om die vraag te beantwoorden is het handig om iets te weten of het leven van Hester Knibbe (biografische gegevens) en de thema's die zij vaker in haar gedichten gebruikt. Als je googelt op de naam " Hester Knibbe", vind je meteen een aantal pagina's met enige achtergrondinformatie. Een belangrijke gebeurtenis uit haar leven, is de dood van haar zoon (die stierf aan kanker toen hij 29 was). Over haar poëzie wordt gezegd: veel van haar gedichten gaan over vergankelijkheid, verlies en dood. Ook over de dood van haar zoon schreef zij gedichten. Zij gebruikt in haar werk vaak klassieke thema's (Griekse oudheid), die duurzaamheid geven aan het vergankelijke.

Haar biografische gegevens zouden een verklaring kunnen geven waarom zij schreef over Daedalus. Daedalus is een vader die zijn zoon heeft verloren, Hester Knibbe heeft zelf ook een zoon verloren. Zij kan zich dus heel goed inleven in Daedalus, die zijn zoon voor zijn ogen zag neerstorten in zee (Knibbe zag zelf voor haar ogen haar zoon doodgaan aan kanker). Dit kan verklaren waarom ze juist vanuit het perspectief van Daedalus naar de bekende Icarus-mythe kijkt, en waarom ze juist ingaat op wat de dood van de zoon naderhand met de vader doet.

Misschien staat Daedalus eigenlijk wel symbool voor haarzelf.


Vanuit deze invalshoek kunnen we nu nogmaals het gedicht langslopen.

De 'ik' zegt dat hij een labyrint heeft gebouwd (het labyrint op Kreta, waar een monster in werd opgesloten dat kinderen doodde/at) en een kind heeft verwerkt. In deze beginzin (r. 1-2) kun je dus lezen dat Daedalus een zoon verwekt (leven gaf) en een kinderetend monster opsluit in een labyrint. Het gedicht begint dus meteen met het geven van leven, en het bezweren van een monster dat kinderen doodt. Daedalus zegt dan dat zijn zoon is gevallen. Hij is nu alleen en hij maakt een stenen beeldhouwwerk van zijn zoon - dit kun je lezen als een symbool voor dit gedicht, want in dit gedicht maakt Hester Knibbe een klein monumentje voor haar zoon. Daedalus meldt vervolgens nadrukkelijk dat hij zijn zoon lief had, lief heeft. Maar hij kon niet blijven (Daedalus en Icarus wilden niet blijven op het eiland; Knibbes zoon kon niet blijven, blijven leven, door zijn ziekte). Bij het vliegen gebruikt Knibbe de woorden 'hemelde ons op', dat je zou kunnen lezen als een verwijzing naar een religieus idee van worden opgenomen in de hemel.

In r. 15-16 stort de zoon neer en sterft. Knibbe beschrijft dan hoe vader en zoon bijeenblijven, onafscheidelijk zijn, samen blijven vallen, ook 'buiten beeld' (als niemand het ziet). Daedalus zit te 'houwen en bouwen' aan het beeld van zijn kind (Daedalus in steen, Knibbe in taal, in poëzie). Hij is verbijsterd en doet het 'stomweg', alsof hij zonder woorden is, eigenlijk er niets over kan zeggen; woorden schieten tekort. Hij zit in een 'labyrint van gruis en stof' - alsof hij nu zelf in het labyrint zit, waar het monster kinderen eet, daar zit hij nu middenin. En het labyrint is van gruis en stof, het is kapot, ingestort, vergaan (het kindetend monster zit niet langer gevangen).

Als Daedalus (vader wiens zoon dood is gegaan) symbool staat voor Hester Knibbe (moeder wier zoon dood is gegaan), dan zou je in de laatste zinnen iets kunnen lezen over hoe Knibbe het overlijden van haar zoon heeft ervaren: als zelf ook vallen, blijven vallen, bijeenblijven en onafscheidelijk zijn, verbijsterd zijn en stom.

Dat laatste, het 'stomweg' bouwen, lijkt te suggereren dat Knibbe geen woorden heeft voor het verschrikkelijke drama. Ook in dit gedicht kan zij enkel woorden geven aan de Icarus-mythe, zij kan Daedalus woorden geven, hem laten zeggen dat hij zijn zoon liefhad, hem een beeldhouwwerk laten maken van zijn zoon. Hoewel alles symbool kan staan voor haar eigen verlies, voor haar eigen verlangen om haar zoon vast te leggen in een kunstwerk, zwijgt zij tegelijk in dit gedicht geheel over haar zoon zelf, heeft zij geen woorden, maar is zij 'stomweg' aan het houwen en bouwen.

Hester Knibbe schrijft in dit gedicht dus niet expliciet over het verlies van haar zoon. Maar haar keuze voor een mythische vader die zijn zoon is verloren, als onderwerp van een gedicht, is veelzeggend. Wellicht heeft zij (hier nog) geen woorden voor de dood van haar kind, om hem vast te leggen, een 'beeld' van hem te 'houwen en bouwen' in taal. Maar door haar keuze voor Daedalus, kan zij hem laten spreken over het verlies van een kind en wat dat doet met de ouder, die dat kind leven had gegeven.


Ik hoop dat je hiermee inhoudelijk verder komt met het gedicht. Het gedicht is lastig door de mythologische thematiek en de link met Knibbes eigen verlies kun je pas leggen met enige achtergrondinformatie; het doodgaan van een kind is bovendien een heftig en verdrietig onderwerp. Niet eenvoudig dus allemaal.

Veel succes met het maken van je verslag. Ik hoop dat je er wat moois van maakt! Je kunt mijn website opgeven als bron.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

- meer gedichten met uitleg
- © onderaan pagina





Re:     (25 maart 2012)


Beste Rozemarijn,

hoe kan ik je toch ooit terug bedanken?

Het is duidelijk dat je een gave hebt, door jou heb ik dit gedicht helemaal door. Ik apprecieer je hulp en de tijd dat je hierin hebt gestoken. Je bent mijn engel in nood!

Veel succes nog met je geweldige website, en nogmaals bedankt!

Sara.





Re:     (25 maart 2012)


Dank je wel voor je enthousiaste mailtje terug, Sara!

Het klopt dat ik er veel tijd in stop, ongeveer 3 uur voor het bespreken van een gedicht. Maar ik doe het met plezier (anders kan ik m'n gastenboek beter sluiten). Mijn bedoeling is niet dat ik een bespreking voorkauw, maar ik hoop mensen te laten zien hoe je een gedicht kan benaderen - bijvoorbeeld door naar de context van mythologie of biografie te kijken; en door zin voor zin heel precies te lezen wat er nou eigenlijk staat.

Ik ben blij om te lezen dat je er echt wat aan hebt gehad. Zo'n enthousiaste mail is het beste bedankje voor mij!

Het wordt vast een mooi verslag, je hebt er in ieder geval alles aan gedaan om het gedicht goed uit te pluizen.

Veel succes en met groet, Rozemarijn.









Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (maart 2012)   © zie hieronder.
Gedicht: Hester Knibbe, 'Daedalus'. In: Een dunne duurzaamheid (1999).

Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.




© copyright 2012. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Hester Knibbe, Daedalus (2012). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Overzicht van gedichten:
lijst van gedichten met bespreking




<  
  >