RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
korte bespreking gedicht


Martinus Nijhoff - Ineengebroken IV. Alleen God weet
In: De wandelaar, vanaf 2e druk, 1926





Gastenboek. Onderwerp: Ineengebroken, Nijhoff
(28 september 2010)


Hallo,

Ik moet voor Nederlands een gedicht analyseren: 'Ineengebroken' van Nijhoff.

Ik had een gedicht op uw site gevonden (zie onderstaand gedicht) en ik heb daaronder een aantal vragen staan. Mijn vraag is of u deze kan beantwoorden voor mij, zodat ik een duidelijk beeld heb hoe je het beste een gedicht kan anlyseren.

Alvast bedankt!

Met vriendelijke groet,
Sanne.

---

Ineengebroken IV


Alleen God weet waarom ik bij je kwam,
Ik wist slechts dat ik niet kwam om te rusten,
Dat je mijn hart ziek en rumoerig kuste,
Dat onze nacht brandde als een zwarte vlam.

Wij, die boven de stad te dansen dorsten
Het licht langs, dat van niets naar niets steeds stijgt,
Vielen terug in 't donker onzer borsten,
Waar voortaan één hart, schaduw-zalig, zwijgt.

Zoo lagen we in den laatsten dageraad,
Hand in hand, glimlachend tegen de zon
Die door 't raam inkeek als een groot gelaat -

En 'k voelde tranen in mijn ogen springen
En hoorde mij, toen 't carillon begon,
Met vreemde stem een kinder-liedje zingen.


Martinus Nijhoff
In: Verzamelde gedichten, p.104
(oorspronkelijk in: De wandelaar, vanaf 2e druk, 1926).




Antwoord     (29 september 2010)


Dag Sanne,

Het gedicht "Alleen God weet waarom ik bij je kwam" van Martinus Nijhoff is onderdeel van een cyclus van 4 gedichten, die samen "Ineengebroken" heten (In: De wandelaar, vanaf de 2e druk 1926). In de eerste druk (1916) heette de cyclus nog "De vervloekte" (met nog vele andere veranderingen). Het gedicht maakt deel uit van een cyclus, en is daarom eigenlijk niet los te zien van de andere drie gedichten.

In dit gedicht, gedicht IV, is er sprake van een "ik" en een "jij" (in de 3e strofe: "wij"). Wie zijn die ik en die jij? Hoe verhouden ze zich tot elkaar? In strofe 1 kust de jij het hart van de ik. In strofe 2 dansen ze samen en klopt er daarna nog maar één hart. In de 3e strofe liggen ze hand in hand, in de laatste dageraad. Waarom breekt voor hen laatst de dag aan?
De ik moet huilen, en begint een kinderliedje te zingen. Waarom gebeurt dat?

Het is heel erg moeilijk om te begrijpen wie deze "ik" en "jij" zijn, als je dit gedicht als los gedicht leest. In de eerste drie gedichten van de cyclus wordt daarover meer duidelijk. Hierin is de "jij" duidelijk een vrouw. In gedicht I ("Je was zo hard voor mij als de eenzaamheid") wordt over haar gezegd: "wat je aan een kind geven moet dat bij je komt en schreit, wist je niet. Moeder moest je zijn". De moeder sterft ("een lied dat de dood zingt, en voorgoed"). Ook in gedicht III wordt duidelijk beschreven dat zij is gestorven ("En als ik je gebroken blik zacht dicht doe / Weet ik, dat ik nog nooit zoo van je hield / Als nu, nu 'k na de dood je nog behield").

Uit gedicht I t/m III van de cyclus blijkt dus dat de "jij" in de gedichten een moeder is die net is gestorven. Nu is bekend dat Nijhoff veel over zijn moeder heeft geschreven. Twee belangrijke thema's in zijn werk zijn: de moeder; en het terugverlangen naar het kind-zijn. Deze twee thema's zie je in dit gedicht terug.

Met die achtergrondinformatie is het veel makkelijker om te begrijpen waar dit gedicht over gaat.

De cyclus waar dit gedicht IV, als vierde en laatste gedicht, bij hoort, gaat over een net overleden moeder. In de eerste twee strofes komt de "ik" bij haar, in een nacht die als een vlam brandt. Hij denkt terug hoe ze samen boven de stad durfden te dansen en beseft dat er nu één hart zwijgt, niet meer klopt.

De laatste dageraad breekt aan (wellicht de dag van haar begrafenis?). De "ik" voelt de tranen in zijn ogen springen (van verdriet om zijn overleden moeder, of mogelijk over het definitief voorbij zijn van zijn kind-zijn, zijn jeugd) en hoort hoe hij een kinderliedje begint te zingen, wat mogelijk verwijst naar de liedjes die zijn moeder vroeger als kind voor hem zong, of wat nog breder symbool kan staan voor zijn jeugdherinneringen.

Tot slot nog iets over de titel "Ineengebroken". Het weet niet of het woord bestaat (even opzoeken in een goed woordenboek), maar het lijkt mij een samentrekking van twee woorden, bijv. "gebroken" en "ineengedoken" (de "ik" is gebroken over de dood van zijn moeder). Daarnaast zit er iets als "in één" in, wat mij lijkt te suggereren dat twee mensen, door te breken, één kunnen worden (hij draagt haar vanaf nu in zijn hart, wellicht).

Ik hoop dat je zo verder komt met het beantwoorden van je vragen over het gedicht en met je analyse ervan. Ik raad je aan om het verzameld werk van Nijhoff even uit de bibliotheek te lenen, zodat je de andere drie gedichten erbij kunt lezen. Volgens mij moet je er dan een mooi verslag over kunnen schrijven!

Veel succes ermee!

Vriendelijke groet,

Rozemarijn
www.rozemarijnonline.net/versanalyse.html







Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (september 2010)   © zie hieronder.
Gedicht: Martinus Nijhoff, Ineengebroken IV. Alleen God weet. In: De wandelaar, vanaf 2e druk, 1926.

Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.




© copyright 2010. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Martinus Nijhoff, Ineengebroken IV (2010). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Biografie van Nijhoff:
Leven en poëzie van Martinus Nijhoff


Overzicht van gedichten:
lijst van gedichten met bespreking




<  
  >