RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
korte bespreking gedicht


Martinus Nijhoff - Fuguette
In: Vormen, 1924





gedicht analyse voordracht afspelen    Afspelen op YouTube - Kanaal van RozemarijnOnline



Fuguette


Claudien, jij speelt piano, en ik zit
In de warande, en luister naar het zingen
Uit het innige hart der stille dingen
En luister naar de stem der nacht die bidt.

Nu is mijn hart heel stil geworden: dit
Is het stil einde van het groote dringen.
De regens die tusschen ons beiden hingen,
Claudien, zijn over en de nacht is wit.

Zachtheid, zachtheid is het woord van muziek:
Het is of je op een groene heuvel toeft,
Een fabel leest, of ziet een mozaiek -

En 't hart, ontvangend wat het hart behoeft,
Niet meer van pijn verbijsterd, niet meer ziek,
Vergeet - een glimlach lang - wat het bedroeft.


Martinus Nijhoff
In: Vormen, 1924.



Bespreking gedicht


Martinus Nijhoff (1894-1953) debuteerde in 1916 met de dichtbundel De wandelaar. In 1924 verscheen zijn tweede bundel, Vormen.

In deze bundel staat het hier voorgedragen gedicht Fuguette (geschreven in 1916). De titel betekent: een kleine fuga (een meerstemmig muziekstuk). Het gedicht is een sonnet met een vast rijmschema met slecht vier rijmwoorden. Een sonnet is een klassieke vorm, maar door het gebruik van spreektaal, het onderwerp en de inhoud, worden Nijhoffs gedichten toch gerekend tot het vroege modernisme.

Het gedicht begint met het schetsen van de situatie: er zijn twee personen. Claudien, die piano speelt, en een ik-figuur, die in de warande zit. Claudien verwijst mogelijk naar Claudine Witsen Elias, met wie Nijhoff voor zijn huwelijk met Netty Wind (1916) een relatie had (en aan wie hij in zijn eerste bundel twee gedichten had opgedragen).

De ik-figuur luistert naar het pianospel en beschrijft wat dit met hem doet. Hij hoort de stilte van de nacht en van zijn hart; hij beschrijft welke beelden de muziek oproept (een groene heuvel, een fabel, een mozaiek). Ook verandert de relatie tussen beide personen tijdens het muziekspel: de "regens die tusschen ons beide hingen" zijn over (wat tussen de twee in stond, raakt opgehelderd, verdwijnt).

De muziek vervult een behoefte voor de ik-figuur, en voor de duur van een glimlach worden de pijn, ziekte en droefheid verdreven.

Het gedicht schetst een klein, intiem moment, voor de korte duur slechts van een fuguette die op de piano wordt gespeeld. Het piano spelen van Claudien verandert de ik-figuur, heft pijn en droefheid op, verbindt de beide personen. Een glimlach lang.



Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (november 2010)   © zie hieronder.
Gedicht: Martinus Nijhoff, Fuguette. In: Vormen, 1924.

Voordracht: Rozemarijn van Leeuwen (november 2010).
Beeld: William Merritt Chase, Mrs. Meigs at the piano, 1883.

Speel voordracht af op: YouTube - RozemarijnOnline - Nijhoff.
Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.







Gastenboek. Onderwerp: Gedicht Nijhoff
(29 augustus 2016)


Beste Rozemarijn,

Voor een opdracht voor school heb ik mij verdiept in het gedicht 'Fuguette' van Martinus Nijhoff. Van een klasgenote, Maud, heb ik vernomen dat u haar heeft geholpen op punten waar ze het gedicht niet begreep. Ik heb de bespreking op uw website al bestudeerd en daar veel aan gehad. Toch zit ik nog met een paar kleine vragen.

Mijn lerares heeft mijn klas al gewezen op het feit dat u leerlingen wilt helpen door ze de goede richting in te sturen en ons niet alle antwoorden simpelweg te geven. Dit vind ik een fijne manier, omdat ik zo zelf een beter inzicht krijg. Als u tips heeft om achter de antwoorden van mijn vragen te komen, hoor ik ze graag, maar als u op sommige vragen het antwoord kunt geven, zou me dat ook een groot plezier doen!


Vragen:

Strofe 1:
v. 2: het zingen
Mijn vraag is of het zingen dat hier beschreven wordt, gezang van Claudien is. Een fuga/fuguette is volgens mij instrumentaal en daarbij wordt dus niet gezongen. Zou het kunnen zijn dat met het zingen, het musiceren wordt bedoeld? Pianospel kan ook 'zangerig' zijn.

v. 3: Innig en der stille dingen
Ik denk dat deze versregel doorgaat op de vorige en dat de ik-figuur dus luistert naar Claudien, die muziek maakt uit het innige hart. Dat vat ik op als uit het diepst van haar hart. Ik stel me voor dat ze zich erg inleeft in de muziek. Dan snap ik alleen niet wat er met 'der stille dingen' bedoeld kan worden. Stil hoeft natuurlijk niet letterlijk zonder geluid te betekenen, maar kan ook staan voor eenzaam, vredig of kalm. Gaat het hier om muziek uit het diepst van het eenzame/vredige/kalme hart.

v. 4: stem der nacht die bidt
Wat is de stem van de nacht? Stilte? Ik denk dat dit een symbolische betekenis heeft, maar zelfs na intensief informatie gezocht te hebben op internet kan ik er niet uitkomen. En waarom bidt de nacht?
Stel dat het om de 'stem', muziek, van Claudien gaat, snap ik niet wat der nacht toevoegt. De woorden 'die bidt' komen op mij over alsof Claudien smeekt.

Op uw website vermeldt u in de bespreking van dit gedicht: 'Hij hoort de stilte van de nacht en van zijn hart'. Bedoelt u hiermee dat de ik-figuur naar de stilte luistert in plaats van naar de muziek? Dit zou betekenen dat de zojuist besproken versregels (2, 3 en 4) niets te maken hebben met Claudien en haar muziek.

Strofe 2:
Ten slotte heb ik nog één vraag over strofe 2. Dit betreft het laatste deel van de laatste versregel: 'en de nacht is wit'.

De ik-figuur schetst een beeld af waar hij en Claudien van elkaar gescheiden zijn. Er hangt regen tussen hen in. Dit hoeft niet letterlijk bedoeld te zijn. De regen kan staan voor een symbolische afstand tussen de twee. Hij vertelt dat de regens over zijn, hiermee bedoelt hij dat datgene wat tussen hen instond opgehelderd is.

Ik snap de eerder genoemde laatste vier woorden alleen niet. Waarom is de nacht wit? Wat is de symbolische betekenis? De zogenaamde regen is weg, de lucht zou helder kunnen zijn, maar 's nachts is het donker. Waarom gebruikt de dichter dan het woord wit?


Ik zou u erg dankbaar zijn als u mij kunt helpen en ik hoop dat al deze vragen niet teveel gevraagd zijn. Mijn presentatie is aankomende woensdag al, maar ook daarna zou ik nog steeds graag informatie ontvangen, omdat ik erg nieuwsgierig ben naar antwoorden op mijn vragen.

Vriendelijke groet,

Eva.






Antwoord     (1 september 2016)


Dag Eva,

Wat betreft het analyseren van gedichten, is Nijhoff een beetje een geval apart. Voordat je kan proberen om zin voor zin, of strofe voor strofe, de betekenis te doorgronden, is het zinvol om te weten hoe Nijhoff over het schrijven van gedichten dacht. Hij heeft hier onder meer over geschreven in Pen op papier. We noemen dat 'vers-externe poëtica', dus: opvattingen over poezie, in andere boeken dan dichtbundels.

Je kunt in de volgende voordracht hierover iets vinden: Leven en poëzie van Martinus Nijhoff (onder het 2e kopje 'De plaats van Nijhoff in de literatuurgeschiedenis', en ook in de Inleiding).

Dus: in de jaren '30 vindt de vorm-of-vent discussie plaats (vent: in een gedicht uit je gedachten/emoties, de dichter staat centraal; vorm: de vorm van het gedicht bepaalt mede de inhoud, het gedicht staat centraal). Nijhoff was sterk overtuigd van het laatste. De vorm van een gedicht bepaalt mede de inhoud (bijv: de eerste regel bepaalt al een rijmwoord, en perkt je mogelijkheden sterk in). Verder vindt hij dat het gedicht niet om de dichter moet draaien (hoe minder persoonlijk het over jou gaat, hoe meer emotie het bij de lezer zal oproepen).

Dus: bij veel van zijn gedichten had Nijhoff niet een heel uitgewerkt idee dat hij in het gedicht ging uitschrijven, maar begon hij met een gedachte voor de eerste zin en keek welke kant de vorm hem opstuurde. Hierdoor is vaak niet elk beeld heel precies en inhoudelijk uit te leggen - Nijhoff liet zich graag leiden door rijmwoorden (waarom is de nacht 'wit'? Omdat het rijmt op 'dit').

Natuurlijk staat er ook weer geen volslagen onzin, maar het is wel goed om Nijhoffs vers-externe poëtica in je achterhoofd te houden bij het lezen van zijn gedichten. Ook schrijft hij weinig over zijn leven (een gedicht is geen dagboek) - Claudien was daadwerkelijk zijn voormalige geliefde, maar voor hetzelfde geld kon ze totaal niet pianospelen of was er helemaal geen huis bij een 'warande' (misschien ook wel, ik weet het niet - het punt is, is dat dit volgens Nijhoff zelf niet terzake doet). Juist doordat hij in gedichten niet tot in detail verslag doet van zijn persoonlijke ervaringen, maar ze veralgemeniseert, gevoelens suggereert in beelden die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, worden de gedichten mooi voor iedereen.


Tot zover Nijhoffs opvattingen over 'ontstaanspoëzie', de vorm die de inhoud bepaalt, het gedicht dat centraal staat (niet de dichter), een gedicht is geen dagboek, een gedicht dat gevoelens oproept ipv weergeeft, gedichten zonder vaste betekenis, de lezer geeft pas betekenis (elke interpretatie is juist). Let ook op de titel van de bundel: Vormen (!). Zie het stukje bij bovengenoemde link.

Met dat in je achterhoofd, dan naar het gedicht 'Fuguette' (sonnet, vast metrum, vast rijmschema, slechts 4(!) rijmklanken - perfecte vorm, dus).

r. 2-3: Het 'zingen' verwijst naar de 'stille dingen' (het 'zingen' komt uit het 'innige hart' van 'stille dingen'). Dus het lijkt me niet op Claudien slaan, zij is geen 'ding'. Het kan op de piano slaan: dat is een stil ding, zolang je er niet op speelt. Maar 'dingen' is meervoud. Het beeld lijkt meer op te roepen dat alles wat normaal stil is in de nacht, nu (door het spelen van de piano?) lijkt te zingen.

Terzijde: Een fuga is een meerstemmig muziekstuk, dat dus meestal door meerdere instrumenten wordt gespeeld. Er zijn wel fuga's voor enkel klavier bijv., waarbij het klavier de verschillende thema's speelt. Het zou dus kunnen zijn dat Claudien binnenshuis op de piano een fuga speelt. Maar het kan ook zijn dat voor de ik-figuur in de warande (een landgoed, jachtterrein), de piano (in de verte) èn het zingen van de stille dingen èn de stem van de nacht, samen een samenspel (een fuga) vormen. Een fuga heeft in principe drie of meer stemmen. Dat zou een verklaring zijn dat er zoveel verschillende geluiden worden benoemd in de stille nacht.

r. 4: de 'stem der nacht' die 'bidt'. Een gebed is iets heel intiems, persoonlijks, en ook religieus, verheven. Dus dit beeld roept op dat het moment van pianospelen in de nacht, een heel intiem en verheven moment is. Het is niet Claudien die bidt, en ook niet de ik-figuur. Het is de nacht die bidt, dit gebed hangt dus als het ware tussen hen in, geeft de (intieme, verheven, gewijde) sfeer aan die hen omgeeft/verbindt. Wat 'stem' betreft zou ik denken aan iets als het ruisen van de wind, ofzo, een typisch zacht geluid van de nacht. Meer zou ik er niet in lezen.

r. 5: mogelijk luistert hij naar de muziek (in str. 1 wordt dat niet duidelijk, want hij zit ergens in een jachtveld - maar het lijkt er wel op, op basis van zijn omschrijving van de muziek in r 9-11). Het kàn trouwens dat str. 1 en 3, en str. 2 en 4 geheel los van elkaar staan, en dat Claudien en de 'ik' op grote afstand van elkaar zitten (en de 'ik' in str. 3 alleen over muziek nadenkt), en dat de 'ik' dus de muziek niet hoort (is ook mogelijk).

strofe 2: je uitleg van strofe 2 (de regens) lijkt mij heel juist. Dat de nacht 'wit' is, lijkt mij hetzelfde te suggereren als dat de regens tussen hen beiden verdwenen zijn. Het is een (niet letterlijk maar figuurlijk) beeld dat oproept dat de donkerte tussen twee mensen is opgeklaard. Het is een extreme verandering, 180 graden, wat donker was schijnt hem nu 'wit' toe - dus het beeld geeft een grote omkering aan (lijkt me symbool voor de -stukgelopen- relatie, waar hij nu blijkbaar vrede mee voelt).

In alle gevallen, omdat het gedicht door Nijhoff is geschreven, kan een beeld ook zijn ontstaan omdat 'wit' nou eenmaal toevallig rijmt op 'dit'. Nijhoff is er niet op uit om een gedachte uiteen te zetten, of een moment of zijn gevoel zo goed mogelijk te beschijven. Hij gebruikt vaak beelden waar je van alles in kan lezen, die niet zo eenduidig zijn (juist omdat hij niet bezig is met een gedachtegang uit te schrijven). Hij wil vooral dat zijn beelden veel oproepen, de lezer mag er in lezen wat hij wil. Dat maakt zijn gedichten ook mooi en intrigerend, ook na vele keren herlezen blijven ze boeiend. Het maakt een analyse lastig, omdat je er vaak nooit helemaal je vinger op kunt leggen wat de tekst wil zeggen - maar ook makkelijk, omdat je altijd naar Nijhoffs poeticale opvattingen kunt verwijzen als het niet zo duidelijk is. Handig dus om je achter te verschuilen als je het even niet zo zeker weet tijdens je presenatie.


Wat in ieder geval duidelijk is: in het gedicht 'Fuguette' speelt Claudien piano en zit de ik-figuur buiten in een warande te luisteren. Hij luistert naar het pianospel, naar het zingen van de 'stille dingen' en naar de stem van de nacht. Zelf wordt hij heel stil (contrast met de muziek en het zingen) en hij voelt dat de problemen die tussen hen in stonden, over zijn (de problemen, ruzies, de worstelingen, komen 'stil' tot een einde), de donkerte is opgeklaard, wit geworden (hoewel wat hen scheidde, is weggevallen, is er nog wel afstand - zij zit binnen, hij ergens in een veld).

Hij omschrijft muziek als zachtheid, een groene heuvel, een fabel, een mozaiek. Zijn hart, dat heel stil geworden was en geen pijn meer voelt, niet meer ziek is, ontvangt wat het 'behoeft' (wat dat precies is, is niet zo duidelijk). Hierdoor in ieder geval, vergeet het voor een moment zijn verdriet. Heel kortstondig maar, enkel 'een glimlach lang' - blijkbaar keert daarna de pijn en het zieke gevoel terug. Omdat Claudien werkelijk iemand is uit zijn leven, kun je bij de pijn en het verdriet naar zijn biografie kijken en veronderstellen dat die verwijzen naar hun relatie die stukloopt (korte tijd later trouwt Nijhoff met iemand anders).

Je ziet dat hij in str. 3 teruggrijpt op de 'muziek' in str. 1, en dat verder uitwerkt. En dat hij in str. 4 teruggrijpt op het hart, uit str. 2, en dat verder uitwerkt. In die zin is het gedicht zelf ook een heel minimale fuga (een 'fuguette' is een 'kleine fuga'), waarin immers thema's terugkeren (een thema en een contrasubject), waarop dan wordt gevarieerd.

Dus het gedicht probeert misschien niet zozeer 1 verhaallijn te zijn, misschien is het afwisselen en terugkeren van thema's wel belangrijker dan de precieze inhoud. Er blijven namelijk inhoudelijk een heel aantal onbeantwoordbare vragen: waarom is de nacht wit, wat is de stem van de nacht, wat wordt er gebeden, waarom is muziek als een groene heuvel/fabel/mozaiek, wat ontvangt het hart precies? Je vindt binnen het gedicht weinig inhoudelijke antwoorden op alle vragen die je kunt stellen. Ieder lezer mag van Nijhoff zelf in de beelden lezen wat hij wil.
Maar de vorm is wel een perfect sonnet, het terugkeren van de thema's spiegelt de fuga uit de titel - in de vorm van het gedicht klopt alles.
Denk ook aan de titel van de bundel: Vormen. Ook in dit gedicht is Nijhoff (die naar mijn mening de beste dichter is die ons taalgebied gekend heeft), daar weer een meester in.


Ik hoop dat dit je toch weer een stukje verder helpt. Het ontbreekt me helaas deze weken, door medische perikelen, om alle tijd en energie in poezie te steken als ik wel zou willen. Ik laat het dus hierbij,

veel succes met je presentatie!

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


gedichten met bespreking






Re:     (6 september 2016)


Dag Rozemarijn,

Ik wil u ontzettend bedanken voor uw hulp en informatie. Ik had nooit gedacht dat er zoveel achter dit gedicht zou kunnen zitten en ben in de voorbereiding voor mijn presentatie geboeid aan het werk geweest.

Mijn presentatie is inmiddels achter de rug en inmiddels heb ik mijn beoordeling al gehad: een 8! Ik ben zeer tevreden.

Na afloop hoorde ik mijn lerares zeggen dat de leerlingen, die u geraadpleegd hebben, de beste presentaties neergezet hebben. Daar ben ik het helemaal mee eens en ik vind dat u dit compliment zeker verdiend.

Nogmaals bedankt.

Vriendelijke groet,

Eva.






Re:     (7 september 2016)


Dag Eva,

gefeliciteerd met je mooie cijfer, en fijn dat je wat aan mijn bespreking hebt gehad (al had ik dat een beetje in de gauwigheid moeten schrijven).

Ik ben het eens me je lerares dat je beter hulp kunt krijgen, die je aan het denken zet - dan dat je alleen aanmoddert, vastloopt en niets bijleert. Als je op ideeën wordt gebracht (kijk nog eens naar de titel, wat zegt die over het gedicht, kijk nog eens naar de stroming waar de dichter in staat, enz.), dan weet je bij een volgend gedicht ook dat het zin heeft om daarop te letten.

Ik was zeer verbaasd dat je me schreef dat je lerares haar klas op mijn website had gewezen - verrassend. Meestal weet ik niet wat er achter een mailtje allemaal gebeurt, dus ik vind het leuk dat je me eens zo'n inkijkje hebt gegeven.

Fijn dat je presentatie achter de rug is (toch altijd een hele klus, en spannend om te doen) en dat je harde werken en de energie die je erin hebt gestopt om echt serieus naar het gedicht te kijken, is beloond met zo'n mooi cijfer.

Dank voor je mailtje, heel attent van je, en met vriendelijke groet weer!

Rozemarijn.


gedichten met bespreking







© copyright 2010. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. M. Nijhoff, Fuguette (2010). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Biografie van Nijhoff:
Leven en poëzie van Martinus Nijhoff


Overzicht van gedichten:
lijst van gedichten met bespreking




<  
  >