RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
korte bespreking gedicht


Martinus Nijhoff - De wandelaar
In: De wandelaar, 1916



<    
  >





gedicht analyse voordracht afspelen    Afspelen op YouTube - Kanaal van RozemarijnOnline



De wandelaar


Mijn eenzaam leven wandelt in de straten,
Langs een landschap of tussen kamerwanden.
Er stroomt geen bloed meer door mijn dode handen,
Stil heeft mijn hart de daden sterven laten.

Kloosterling uit den tijd der Carolingen,
Zit ik met ernstig Vlaamsch gelaat voor 't raam;
Zie menschen op een zonnig grasveld gaan,
En hoor matrozen langs de kaden zingen.

Kunstenaar uit den tijd der Renaissance,
Teken ik 's nachts de glimlach van een vrouw,
Of buig me over een spiegel en beschouw
Van de eigen ogen het ontzaglijk glanzen.

Een dichter uit den tijd van Baudelaire,
- Daags tusschen boeken, 's nachts in een café -
Vloek ik mijn liefde en dans als Salomé.
De wereld heeft haar weelde en haar misère.

Toeschouwer ben ik uit een hoge toren,
Een ruimte scheidt mij van de wereld af,
Die 'k kleiner zie en als van heel ver-af
En die ik niet aanraken kan en horen.

Toen zich mijn handen tot geen daad meer hieven
Zagen mijn ogen kalm de dingen aan:
Een stoet van beelden zag ik langs mij gaan,
Stil mozaïekspel zonder perspectieven.


Martinus Nijhoff
In: De wandelaar, 1916.



Bespreking gedicht


Martinus Nijhoff (1894-1953) debuteerde in 1916 (dus ten tijde van de Eerste Wereldoorlog) met de dichtbundel De wandelaar.

Het hier voorgedragen gedicht 'De wandelaar' (geschreven begin 1916) is het eerste gedicht uit deze bundel. In dit eerste gedicht van deze debuutbundel presenteert Nijhoff een ik-figuur die zichzelf met een zekere afstand beziet. Hij is een wandelaar, wiens 'eenzaam leven' door de straten wandelt. Zijn handen zijn dood en de daadkracht in zijn hart is gestorven.

Deze passieve ik-figuur (eenzaam, met krachteloze handen, zonder daadkracht) beziet zichzelf achtereenvolgens als een middeleeuwse kloosterling, een renaissancistische kunstenaar en een negentiende-eeuwse dichter. Met deze drie figuren bestrijkt hij drie grote historische/culturele tijdperken (Middeleeuwen, Renaissance en (vroeg)moderne tijd), maar steeds is hij daarin schrijver, dichter, kunstenaar.

De ik-figuur is een 'toeschouwer', die de wereld als veraf ervaart. In de laatste strofe komt Nijhoff terug op het beeld van de 'dode handen' uit de beginregels. Als zijn handen niets meer doen, ziet de ik-figuur een reeks beelden langs zich trekken, als een mozaïek zonder perspectief (wat je op kunt vatten als een visuele techniek uit de schilderkunst, maar ook als het hebben of ervaren van uitzicht in je leven).

Martinus Nijhoff zet hier helemaal vooraan, als opening van zijn oeuvre, een ik-figuur neer die eenzaam door de wereld wandelt, ver van het leven staat, zich krachteloos voelt, niet in staat tot daden. Hij is een schrijver, dichter, kunstenaar, die zich wellicht beter in een andere tijd had thuisgevoeld, die uit zijn toren naar de wereld kijkt en passief het leven langs zich ziet trekken.

Dit lijkt een sterk statement te zijn over Nijhoffs visie op dichterschap en kunstenaarsschap. De dichter schouwt de wereld passief vanuit zijn toren. Het dichterschap kan beginnen.



∗       ∗       ∗


Biografie van Nijhoff:
Leven en poëzie van Martinus Nijhoff


∗       ∗       ∗



Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (november 2010)   © zie hieronder.
Gedicht: Martinus Nijhoff, De wandelaar. In: De wandelaar, 1916.

Voordracht: Rozemarijn van Leeuwen (november 2010).
Beeld: T. Miller, River (abstract mozaïek).

Speel voordracht af op: YouTube - RozemarijnOnline - Nijhoff.
Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.




© copyright 2010. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. M. Nijhoff, De wandelaar (2010). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Lees meer:

poëziegeschiedenis

kenmerken van poëzie        analyseren en interpreteren

alle gedichten met een bespreking




<    
  >