RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
bespreking gedicht


Eddy van Vliet - Icarus





Onderwerp: Gedicht Eddy van Vliet
(19 maart 2013)


Dag beste Rozemarijn,

Ik ben op dit moment bezig met de analyse van het gedicht: 'Icarus' van Eddy van Vliet.

Ik moet hierbij het metrum weergeven en tevens rijm aangeven. Ik kom hier echt niet meer uit, zou je mij willen helpen hierbij? De tekst staat hieronder.

Verder ben ik ook benieuwd naar wat een 'icarus motief' is?

Alvast erg bedankt. Met vriendelijke groeten,

Tom.

---

Icarus

De hemel duwt het licht in de aarde.
Gereïncarneerd keert Icarus weer.

De koffielepel: een klein zoet dal
weerspiegelt zijn langzame gang.

Hij slaapvliegt tot op mijn hand.
Een streling verbleekt het oor op zijn vleugels.

De cicaden stoppen hun snijdend gezang.
Rondom zijn kleine poten ontstaat verwachting.

Hij groet de lichtdrager. Nog even.
En hij danst en danst tot zijn resten aan de kaars blijven kleven.


Eddy van Vliet.




Antwoord     (21 maart 2013)


Dag Tom,

Allereerst de titel van dit gedicht: Icarus. Vaak zegt de titel iets overkoepelends over het gedicht en helpt ze zo bij de interpretatie ervan. Door simpelweg op de online encyclopedie Wikipedia te zoeken naar 'Icarus', is de Griekse mythe over Icarus te vinden (zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Icarus ).

In de Griekse mythe willen Icarus en zijn vader Daedelus ontsnappen van het eiland Kreta. Deadelus maakt daarvoor vleugels voor zijn zoon. Hij mag hier echter niet te hoog mee vliegen: de zon zal dan de vleugels kapot maken. Icarus vliegt toch te hoog - hij stort in zee en sterft. Dit is een zeer beroemde mythe en je vindt dit Icarus-thema vaker terug in de kunst.

Ook in dit gedicht is er sprake van een 'hij' die kan vliegen, maar sterft.


Strofe 1. Als je je het beeld voorstelt 'de hemel duwt het licht in de aarde', dan is voor de hand liggend om te denken aan een zonsondergang. Op dat moment 'keert Icarus gereïncarneerd weer'. Blijkbaar lijkt het erop dat Icarus (die met zijn namaakvleugels in zee stortte en stierf) weer opstaat uit de dood.

Strofe 2. Deze Icarus wordt weerspiegeld in een koffielepel. Het lijkt er dus op dat het gaat om een klein diertje of insect.

Strofe 3. De 'hij', de Icarus, kan vliegen, maar hij 'slaapvliegt', alsof hij nog maar net wakker (of: weer levend) is geworden en sloom of onhandig vliegt (mogelijk een insect dat overdag slaapt en bij zonsondergang actief wordt). Hij landt op de hand van de 'ik' (de 'ik' wordt nergens genoemd, maar het gaat hier om 'mijn hand'). Het 'oor' op zijn vleugels lijkt mij erop te wijzen dat er een tekening op zijn vleugels te zien is.

Strofe 4. Wat zijn cicaden? Ook hier biedt encyclopedia Wikipedia weer achtergrondinformatie ( http://nl.wikipedia.org/wiki/Cicaden ). Cicaden zijn kleine insecten, halfvleugeligen, met gekleurde vleugels (in Nederland/Belgie komen onder meer voor de rodondendroncicade, de groene cicade en de bloedcicade - ook hier zijn artikelen over met een foto erbij).

Bovendien meldt Wikipedia dat 'de zingcicadeachtigen harde geluiden maken' (een hoge, vaak harde, zoem- of fluittoon, door plaatjes bij hun borst te laten trillen).

In strofe 4 wordt vermeld dat de cicaden hun gezang stoppen. De vraag is, of de 'Icarus', die werd weerspiegeld in de koffielepel, die slaapvliegt, die landt op de hand van de 'ik', wellicht ook een cycade is. Omdat ik in het gedicht verder geen aanwijzingen vind, wie of wat 'Icarus' kan zijn, en wel duidelijk is dat hij klein is, kan vliegen en een tekening op zijn vleugels heeft, ga ik er maar vanuit dat het inderdaad om een cicade gaat.

Strofe 5. Icarus groet 'de lichtdrager', een 'kaars'. Hij danst (blijkbaar rond de vlam van de kaars), waarbij hij zich blijkbaar verbrandt en nogal gruwelijk aan zijn einde komt, 'zijn resten blijven aan de kaars kleven'.


Kortom: het gedicht speelt zich af aan het begin van de avond, de zon gaat onder. De 'ik' zit buiten bij een brandende kaars. De cicaden zingen en stoppen even later hun snijdende gezang. Icarus reïncarneert (komt weer tot leven), wordt weerspiegeld in de koffielepel, slaapvliegt, landt op de hand van de 'ik'. Waarschijnlijk is Icarus ook een cicade. Hij vliegt naar de kaarsvlam, waar hij verbrandt en sterft.

Net als Icarus, die te dicht bij de zon vloog en daardoor in zee stortte, komt deze Icarus te dicht bij de kaarsvlam en sterft hierdoor. Aan de Griekse mythe wordt vaak een morele lading gegeven: Icarus werd gestraft voor zijn hoogmoed, zijn overmoed. Deze morele kanttekening ontbreekt in dit gedicht. Eddy van Vliet verwijst dus wel heel expliciet naar de Griekse mythe, door zijn cicade 'Icarus' te noemen, maar volgt alleen het thema van het te dicht bij de zon vliegen en dood neerstorten, zonder morele kanttekening.


Tot slot het metrum en het rijm. Er is weinig gebruik van rijm gemaakt. Soms is er sprake van eindrijm (gang-gezang, even-kleven), maar er is geen vast rijmschema. Ook is er geen vast metrum gebruikt in het gedicht. Sommige regels hebben wel een metrum (bijv. 'weerspiegelt zijn langzame gang' is een dactylus). Het gedicht bestaat wel uit vaste strofen (distichons, 2 regels), maar de regels zijn niet van gelijke lengte. Er is dus weinig gebruik gemaakt van formele kenmerken. Het is daarmee dus duidelijk een modernistisch, vrij vers (Eddy van Vliet, 1942-2002, is natuurlijk ook een hedendaagse dichter).


Veel succes bij je analyse van het gedicht. Je kunt mijn website als bron opgeven.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

- meer gedichten met uitleg
- © onderaan pagina





Re:   Andreas Burnier en Tjitske Jansen     (25 maart 2013)


Dag beste Rozemarijn,

Allereerst hartelijk dank voor je zeer uitgebreide analyse. Echt super!! Eeuwige dank!!

Nu heb ik nog een vraag aan je, ik moet voor mijn vak Nederlands nog twee gedichten analyseren. Ik heb er al enige moeite en tijd inzitten. Maar ik kom ook hier echt niet uit...

Ik ben op dit moment bezig met de analyse van de volgende gedichten: 'Icarus' van Andreas Bumier en 'Icarus' van Tjitske Jansen.

Ik moet hierbij het metrum weergeven en tevens rijm aangeven en een interpretatie van het gedicht geven. Ik kom hier echt niet meer uit, nogmaals zou je mij willen helpen hierbij? Als het mogelijk is, een zelfde analyse als het vorige gedicht waarmee je hebt geholpen? dat zou ik erg waarderen!!!

De tekst van de gedichten zie je hier boven staan.

Alvast nogmaals erg bedankt!!

Met vriendelijke groeten, Tom.

---

Gedicht 1: Icarus - Andreas Burnier


Tussen Honolulu en de westkust
vlieg ik tussen zon en oceaan
begrijp ineens hoe alles is,
vanwaar wij komen en waarheen wij gaan.

De kosmos is zeer goed en louter schoonheid,
de mensen zijn misschien een beetje slecht;
ik wil mij voortaan aan het hoogste wijden,
de kleine dingen komen wel terecht.

Ik heb het lot, het doel, de zin begrepen,
ik ken mijn taak, ver boven 't daaglijks brood;
voor de essentie zal ik voortaan leven
de uren die mij scheiden van de dood.



Gedicht 2: Icarus - Tjitske Jansen


Ik hou van Icarus die wist dat de was zou smelten en toch naar de zon toe vloog.
ik hou van het meisje dat wel zag hoe blauw de baard van Blauwbaard was - dat
was juist de reden. Ik houd van Doornroosje die alleen maar deed alsof ze sliep.

Ik houd van Sneeuwwitje, die de dwergen een stelletje neuroten vond.
"Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten? Wie heeft er van mijn bordje gegeten?'
En van de dwerg, die helemaal niet zoveel van Sneeuwwitje hield;

'Toen zij er nog niet was, waren wij nog met zeven. En nu? Moet je ons nu eens zien.'
Van de reus die kwaad is, omdat iedereen zijn schoenen laarzen noemt.
Ik houd van wie niet in het sprookje past. Maar vooral

hou ik van Icarus die wist dat de was zou smelten en toch naar de zon toe vloog.





Re:     (27 maart 2013)


Dag Tom,

ik hoop dat mijn vorige mailtje je een handvat heeft gegeven om in drie stappen naar een gedicht te kijken:
- zoek alle woorden die je niet kent op in een woordenboek/encyclopedie (zoals Icarus en cicade);
- kijk goed naar de titel, die geeft vaak de korste samenvatting over een gedicht, of zegt er iets overkoepelends over;
- en schrijf dan per strofe op waar die inhoudelijk over gaat.

Het is mijn bedoeling om mensen een handvat te geven om een gedicht te lezen en te begrijpen, en zo enig plezier te krijgen in het lezen van gedichten ;-) Dat kan helpen om een huiswerkopdracht uit te werken - ik bedoel het als handreiking, en vanzelfsprekend niet om een complete huiswerkopdracht voor je te gaan maken.

Ik denk dat je met de vorige bespreking al een goed handvat hebt om naar deze 2 gedichten te kijken, want ze hangen natuurlijk thematisch samen: alledrie hebben ze Icarus als thema en titel. Als je het Wikipedia-artikel over Icarus hebt gelezen, dan heb je al een behoorlijk inzicht in de achtergrond van deze gedichten (nog beter om je leraar te imponeren: haal een boek over Griekse mythologie uit de bieb waar de mythe van Icarus in staat, dan kun je daarnaar verwijzen).


Dan kort over Burnier:

De 'ik' in dit gedicht vliegt 'tussen zon en oceaan'. De 'ik' zit dus blijkbaar in een vliegtuig. Terwijl ze vliegt, krijgt ze een inzicht. In de 2e strofe vertelt ze wat dit inzicht is (de kosmos is goed en de mensen zijn een beetje slecht), en wat dit met haar doet (ze wil zich aan het hoogste gaan wijden -blijkbaar 'de kosmos'-, en niet aan kleine dingen -waarschijnlijk 'de mensen'-). In de 3e strofe zegt de 'ik' dat ze haar lot en taak heeft begrepen, die boven het dagelijkse uitstijgt, en dat zij tot haar dood hiernaar zal leven.

In dit gedicht krijgt de 'ik' dus tijdens een vliegreis een inzicht, ze wil zich met verheven zaken gaan bezighouden (de kosmos, dingen die boven het dagelijkse brood uitstijgen). Interessant is nu de vraag wat de titel Icarus boven dit gedicht betekent voor de interpretatie van het gedicht.

Icarus vloog te hoog, te dicht bij de zon, de was van de vleugels smolt en Icarus stortte dood in zee neer (dit wordt wel uitgelegd als het gevolg van zijn eigen hoogmoed of overmoed). In dit gedicht van Burnier is het de 'ik' die vliegt, net als Icarus. De 'ik' vliegt tussen 'zon en oceaan'. Er staat nergens dat de 'ik' té hoog vliegt of neerstort (er staat juist nadrukkelijk 'tussen zon en oceaan', dus meer in het midden). Waarin is de 'ik' dan toch een Icarus? Wellicht moreel: het inzicht in het vliegtuig, leidt tot een inzicht met een zeer hoog streven: ze wil zich richten op de kosmos, niet meer op het leven van het 'dagelijkse brood'. In die zin wil zij dus wel hoog bij de zon gaan vliegen. Wellicht zit daar het gevaar voor de 'ik' om neer te storten, het gevaar is dat dit voornemen te hoogmoedig of te overmoedig zou kunnen zijn.

Net als de Icarus-mythe, eindigt dit gedicht met een verwijzing naar de dood: 'de uren die mij scheiden van de dood'. Er wordt echter niet expliciet gezegd dat dit sterven een gevolg is van te hoog vliegen. Het zou kunnen dat dit verwijst naar een oud persoon, die niet meer lang te leven heeft (zinvol om na te zoeken hoe oud Burnier was toen zij dit schreef). Wellicht betekent het dan dat de 'ik' de laatste fase van haar leven wil wijden aan het hogere.


Als laatste dan nog iets over Jansen:

Zij kijkt hier op een positieve manier naar de figuur van Icarus: ze houd van Icarus die naar de zon vloog, ondanks dat hij wist dat zijn vleugels dan kapot zouden gaan (de was zou smelten) en hij dan in zee zou storten. Zij draait de morele kanttekening (Icarus was hoogmoedig, overmoedig) dus om naar een positieve insteek: zij houdt van zijn overmoedige gedrag, gewoon je doel volgen, ondanks de gevolgen.

Zij vergelijkt dit met verschillende sprookjesfiguren. Hun gedrag zet zij naar haar hand - ze verandert hun daden in eigenzinnig gedrag. Tot slot herhaalt ze haar liefde voor de figuur van Icarus, waarmee ze deze figuur benadrukt. De morele afkeuring over zijn gedrag, verandert in dit gedicht in bewondering. Zo geeft Jansen je een verrassende blik en nieuwe insteek om naar de bekende mythe te kijken.


Veel succes Tom met het maken van je verslag over de poezie en de Icarus-mythologie. Je gaat er vast een mooi werkstuk van maken. Je kunt mijn website als bron opgeven.

Met hartelijke groet,

Rozemarijn.

- meer gedichten met uitleg
- © onderaan pagina







Re:    Icarus van Andreas Burnier     (16 juni 2014)


Beste Rozemarijn,

Ik heb voor school de opdracht om dit gedicht te analyseren en interpreteren: 'Icarus' van Andreas Burnier.

Ik ben al een aardig eind om het gedicht te analyseren, mede door jouw site. Er zijn alleen een aantal dingen die ik mij afvraag.

Is er ook sprake van alliteratie (dat vind ik erg lastig om te zien). En is er sprake van beeldspraak? Zijn er verder nog dingen die ik moet beschrijven/omschrijven bij het analyseren of interpreteren van het gedicht?

Alvast bedankt!

Lisa.





Re:     (17 juni 2014)


Dag Lisa,

op mijn website is, zoals je wellicht had gezien, een bespreking te vinden van dit gedicht van Burnier en over de Icarus-mythe (zie hierboven).

Dan over alliteratie. Alliteratie is simpelweg: dezelfde beginletters (dus bijv. 'liesje leerde lotje lopen' dat zijn 4 woorden die allitereren met de letter L). De woorden moeten wel bij elkaar in de buurt staan, liefst op dezelfde regel (of in dezelfde zin); en meestal worden onbelangrijke woordjes (zoals 'de' of 'een') niet meegerekend.

In dit gedicht van Andreas Burnier is niet veel gebruik gemaakt van alliteratie. Voorbeelden zijn:
r 6: mensen-misschien
r 10: boven-brood
(en je zou misschien kunnen meerekenen: r 4: wij-waarheen-wij; en r 8: kleine-komen. Maar dat lijkt me meer toeval dan bewuste en nadrukkelijke alliteratie).

Er is ook maar weinig assonantie (woorden met dezelfde klinker); voorbeelden zijn: r 2 zon-oceaan; r 4 vanwaar-waarheen-gaan; r 7 voortaan-hoogste; r 10 taak-daaglijks; r 10 boven-brood.

In dit gedicht is wat betreft klankovereenkomst vooral gebruik gemaakt van eindrijm (een vast rijmschema).


Er is ook weinig beeldspraak in het gedicht. Het gedicht is een overpeinzing van iemand die in een vliegtuig zit. De 'ik' krijgt een inzicht en wil zich de rest van zijn/haar leven met verheven zaken gaan bezighouden. Het grootste gedeelte van het gedicht is daardoor een filosofische gedachtengang, een 'monologue intérieur' (innerlijke monoloog).

Beeldspraak is, zover ik zie:
r 2: 'ik vlieg' (de 'ik' vliegt natuurlijk niet zelf)
r 10: daaglijks brood (beeld voor werken voor je dagelijkse behoeften), versteende beeldspraak, uitdrukking geworden.


Wat tot slot bij dit gedicht zeker belangrijk is, is de titel 'Icarus'. Waarom heet dit gedicht Icarus? Wat is de overeenkomst tussen Icarus en de 'ik'? Je vindt meer daarover bij de bespreking hierboven.


Veel succes met je bespreking van dit gedicht!

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.









Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (maart 2013)   © zie hieronder.
Gedicht: Eddy van Vliet, 'Icarus'.

Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.




© copyright 2013. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Eddy van Vliet, Icarus (2013). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Overzicht van gedichten:
lijst van gedichten met bespreking




<  
  >