RozemarijnOnline




Hadewijch en Ruusbroec

“Dat donkere verlichte alle dinc”

doctoraalscriptie
1996































Doctoraalscriptie Vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde

Faculteit der Letteren, Universiteit Utrecht

Onder begeleiding van prof.dr. W.P. Gerritsen, 1996




Er staan nog vijf nota’s met historisch letterkundig onderzoek integraal op deze site:

- Katharyne Lescailje
- Tristan en Isolde
- De Génestet
- De brulocht
- Het tabernakel

klik hiervoor op: Historische letterkunde






‘Dat donkere verlichte alle dinc’

Lichtthematiek en de daarmee samenhangende donker- en warmtethematiek in de teksten van de middeleeuwse mystici Hadewijch en Jan van Ruusbroec.

door Rozemarijn van Leeuwen
(© 1996)



 



Woord vooraf



De keuze voor het onderwerp van deze scriptie heb ik gemaakt op basis van verwondering. Verwondering die in mij wordt opgeroepen door teksten die uniek zijn binnen het kader van de Middelnederlandse geestelijke letterkunde. Teksten die mij intrigeren doordat er een verrassende visie op religie uit spreekt, doordat ze verwachtingspatronen doorbreken en doordat ze mij iedere keer weer tot nadenken aanzetten.

Toen ik in 1990 aan mijn studie Nederlandse taal- en letterkunde in Utrecht begon, had ik nog geen idee waar dit uiteindelijk toe zou leiden en hoe kronkelig het pad zou zijn dat ik zou gaan. Ik begon zes jaar geleden in de stellige overtuiging ‘iets met taal‘ te gaan doen, maar ik besefte aan het begin van de doctoraalfase dat mijn hart meer bij de historische letterkunde lag. Halverwege mijn specialisatiefase stapte ik over op een vrije specialisatie met Middelnederlandse letterkunde als hoofdrichting en begon me in de middeleeuwse geestelijke literatuur te verdiepen.

Uiteindelijk kwam ik in België, aan de universiteiten van Antwerpen en Leuven, terecht bij de mystieke teksten van Beatrijs van Nazareth en Jan van Ruusbroec. Er ging een wereld voor mij open en zo gauw ik in Utrecht terug was, bestudeerde ik door middel van een literatuurlijst ook de mystica Hadewijch. Deze scriptie ligt in het verlengde van mijn studiepad langs de verschillende middeleeuwse mystici die in het Middelnederlands hebben geschreven en is er een afronding van.


Tijdens mijn studie zijn er verschillende mensen geweest die mij hebben bijgestaan en zonder wie ik mijn studie wellicht nooit had voltooid. In het bijzonder waren dit Freek en Marijke, mijn ouders. Zij hebben altijd met mij meegeleefd en mij aangemoedigd en ook heel concreet geholpen: geen enkel werkstuk dat ik tijdens mijn studie heb ingeleverd was niet nauwkeurig door hen gecorrigeerd en becommentarieerd. Ik wil hen op deze plaats heel hartelijk bedanken voor hun steun!

Binnen mijn studie zijn het Anna-Marie Lücken en Lotte Jensen geweest die mij, ieder op hun eigen manier, in verschillende fasen van mijn studie hebben gestimuleerd en geënthousiasmeerd. Zonder hun aanwezigheid had mijn studietijd minder kleur en sfeer gehad. Buiten mijn studie was het Job die zorgde voor de broodnodige afleiding; naarmate het einde van mijn studie naderde werd hij zich er van bewust dat hij meer affiniteit met mystiek had dan hij tot dan toe had beseft.

Wat het schrijven van mijn doctoraalscriptie betreft, ben ik veel dank verschuldigd aan prof.dr. W.P. Gerritsen, die mij op plezierige wijze heeft begeleid. Enerzijds heeft hij mij veel ruimte gelaten om zelfstandig en op mijn eigen manier onderzoek te doen, anderzijds wist hij op de juiste momenten kritisch mee te denken; hiertussen heeft hij een goed evenwicht weten te vinden.

In een breder verband wil ik hier alle docenten en onderzoekers van de sectie Middelnederlandse letterkunde noemen: met name Orlanda Lie, Dieuwke van der Poel, Bart Besamusca, Erwin Mantingh, José van Aelst en Gea Schelhaas. Als student en later ook als student-assisent hebben zij mij met hun kennis en enthousiasme in de afgelopen jaren in grote mate gevormd. Het is mede aan de inzet en betrokkenheid van ieder van hen persoonlijk te danken dat ik met zoveel plezier terugkijk op mijn specialisatiefase.

Tot slot heeft Marijke zorg gedragen voor het omslagontwerp van deze scriptie en de creatieve uitvoering ervan (zie afbeelding hieronder), waarbij zij op kunstzinnige wijze uitdrukking heeft gegeven aan het met warmte verbonden licht.



Rozemarijn van Leeuwen

Utrecht, zomer 1996






Originele voorkant van de eindscriptie.

Afbeelding: ‘Licht en warmte’
Aquarel (1996), Marijke van Leeuwen




[einde van het Woord vooraf]



Rozemarijn van Leeuwen, ‘‘Dat donkere verlichte alle dinc’. Lichtthematiek en de daarmee samenhangende donker- en warmtethematiek in de teksten van de middeleeuwse mystici Hadewijch en Jan van Ruusbroec’ (doctoraalscriptie, 1996). Op: www.rozemarijnonline.net/letterkunde.html.


© Het is alleen toegestaan om gegevens uit deze nota over te nemen
met gebruikmaking van bovenstaande verwijzing.




  Scriptie Hadewijch en Ruusbroec
  Woord vooraf   ↑
  Inhoudsopgave
  Inleiding
  H1 - De lichte middeleeuwen
  H2 - Lichtthematiek bij Hadewijch
  H3 - Lichtthematiek bij Ruusbroec
  Synthese
  Literatuur
  Bijlagen: Overzicht terminologie