RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Middeleeuws lied analyseren
(28 juni 2019)


Goedemiddag,

Ik moet een aantal gedichten bespreken voor het vak Nederlands. Ik loop alleen vast bij het middeleeuwse lied 'Heer Halewijn'.

Ik moet in het verslag het rijmschema, metrum, beeldspraak en stijlfiguren benoemen. Het lukt me met name niet een metrum vast te stellen.

Misschien dat u mij kunt helpen? Alvast bedankt! Met vriendelijke groet,

Annemijn.

---


Heer Halewijn zong een liedekijn
al die dat hoorde wou bi hem zijn
al die dat hoorde wou bi hem zijn.

En dat vernam een koningskind
die was zoo schoon en zoo bemind
die was zoo schoon en zoo bemind.

Zi ging voor haren vader staen:
och vader, mag ik naer Halewijn gaen
och vader, mag ik naer Halewijn gaan?

Och neen, gi dochter, neen gi niet!
die derwaert gaen en keeren niet
die derwaert gaen en keeren niet.

enz.

Zie voor de volledige tekst en de melodie:
Heer Halewijn - volksliedjes met tekst en muziek
(3e lied, in donkerblauw).





Antwoord    (1 juli 2019)


Dag Annemijn,

De tekst 'Heer Halewijn zong een liedekijn' is géén gedicht, maar een liedtekst; en stamt bovendien uit de Middeleeuwen, vóór het voorkomen van het genre poezie in de Nederlandse taal. Om beide redenen kun je hier dus niet zomaar een formele analyse uit de vers-theorie op toepassen - je leraar verwart twee genres (poezie en lied) èn geeft je een anachronistische opdracht (tekst komt uit een veel eerdere periode dan waar versanalyse over gaat).

Voor een lied heb je het begrippenapparaat uit de muziekwetenschappen nodig (geen metrum, maar een maatsoort; geen repetitio als stijlfiguur, maar een nazinglied). En voor een middeleeuwse tekst is het een anachronisme om daar theorie en terminologie op toe te passen, van een genre dat pas in de 16e eeuw ontstaat.

Bovendien heb je een onvolledige tekst gekregen, want èlke strofe van dit lied bestaat uit 3 versregels, niet uit twee. Bij bovenstaande link naar mijn volksliedjes-website vind je de volledig uitgeschreven liedtekst en daar kun je bovendien de melodie afspelen.

Ik sta versteld dat een leraar je dit middeleeuwse lied bij een poezie-opdracht laat analyseren - het is immers geen gedicht èn stamt uit een andere tijd.

Maargoed, jij moet hier toch iets over inleveren, dus ik zal bij onderstaande bespreking enigszins de opdracht volgen, maar toch ook muziektheorie en de middeleeuwse praktijk er een beetje bij betrekken (anders wordt zo'n bespreking volkomen onzin).



Bespreking 'Heer Halewijn zong een liedekijn'


Inhoud. Het lied gaat om een zeker heer Halewijn, die vrouwen lokt met zijn lied. Een prinses krijgt toestemming van haar broer om naar hem toe te gaan. Ze kleed zich mooi aan en rijdt op het beste paard van haar vader naar het bos.

Zij ontmoet heer Halewijn en rijdt met hem mee naar een galgenveld vol vrouwen-lijken. Zij kiest ervoor om met het zwaard te worden gedood (dus de adellijke manier). Met een list echter (zij vraagt hem zijn bovenkleding uit te trekken, waardoor hij een kort moment niets kan zien), weet zij zijn hoofd eraf te hakken. Het afgehakte hoofd probeert haar nog over te halen hem te redden, maar dat doet zij niet.

Zij rijdt met het hoofd terug naar huis, waar een feestmaal wordt aangericht.

Het gaat om een verhalend lied.


Datering: Duitse versies van het lied gaan terug tot de 16e eeuw, maar het lied is waarschijnlijk nog ouder, vermoedelijk 13e- of 14e-eeuws.

Het lied bevat belangrijke kenmerken van een lied uit de mondelinge overlevering (orale traditie), zoals: veel herhaling, een eenvoudig meezingbare melodie en geen maten zonder tekst.


Genre. De tekst is een liedtekst. Het gedicht ontstaat in het Nederlandse taalgebied pas in de 16e eeuw als zelfstandig genre (bij sommige rederijkers en m.n. bij de vroegrenaissancistische dichters). In de Middeleeuwen gaat het bij lyrische teksten (strofische teksten met een beperkte lengte) steeds om het genre lied.

Liederen worden gewoonlijk geanalyseerd met terminologie uit de muziekwetenschappen. Zowel door de ouderdom als door het genre, valt het middeleeuwse lied dus niet onder de poëzie en de bijbehorende versanalyse en begrippenapparaat.


Strofenbouw. Tegenwoordig wordt het lied wel genoteerd met strofen van twee regels (distichon), met bijna 20 keer een strofe van drie regels (terzine). Dit middeleeuwse lied bestond oorspronkelijk echter enkel uit strofen van drie regels, de tweede regel werd tijdens het zingen namelijk steeds herhaald (een zogeheten nazinglied).

Nazingliederen duiden op een sociaal aspect, samen zingen (zoals bijvoorbeeld weefliederen tijdens het weven samen werden gezongen).

In bijna twintig gevallen werd de letterlijke herhaling van de tweede regel tijdens de mondelinge overlevering vervangen door een afwijkende regel, waardoor er meer inhoud aan het verhaal kon worden toegevoegd.

Door de hedendaagse notering in distichons, lijkt de terzine afwijkende strofenbouw te zijn. De strofenbouw is echter in feite steeds gelijk (altijd terzines), waarbij er enkel soms inhoudelijke variatie plaatsvindt in de derde regel (een derde regel met nieuwe inhoud in plaats van letterlijke herhaling).


Rijmschema. Elke strofe kent in principe één rijmwoord, waarbij in de meeste gevallen het rijmwoord van de tweede regel letterlijk in de derde regel wordt herhaald (rijk rijm). Het gaat dus om gepaard rijm, met als rijmschema aaa.


Metrum. Het gaat om een middeleeuws heffingsvers (of accentvers). Er bestond toen nog geen regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen, zoals later het metrum in de poezie (vanaf de 16e eeuw). Bij een heffingsvers zijn er twee tot vier heffingen per regel, met een onregelmatig aantal dalingen daartussen.

Een voorbeeld hiervan zijn bijvoorbeeld de tweede en derde strofe. De tweede strofe zou je, anachronistisch, kunnen noteren als een jambe:
en dat vernam een koningskind.

Meteen in de strofe daarna echter, zie je de meerdere dalingen die tussen een heffing kunnen voorkomen:
och vader mag ik naar Ha-le-wijn gaan.

Het is anachronistisch en daarmee zinloos om te proberen het metrum te bepalen van een heffingsvers.


Stijlfiguren. Er zijn strofen met gelijk zinsverloop (parallellisme), zoals de dialogen met haar vader, moeder en zuster; en de strofen over het aankleden. In de latere poëzie-analyse wordt parallellisme uitgelegd als het leggen van nadruk of plechtig taalgebruik. Vanuit de muziektheorie wordt dit echter anders uitgelegd: zinnen die met kleine varianten worden herhaald, zijn eenvoudig direct mee te zingen en zorgen dus voor een vergroting van het sociale aspect (samen zingen, meezinglied).

Ook hier kun je dus aspecten van een middeleeuws lied niet uitleggen in termen van een veel latere terminologie voor analyse van een ander genre, namelijk poezie. Gelijkvormig zinsverloop duidt dus niet op het parallellisme uit latere poezie, maar is een aanwijzing voor een meezinglied uit de orale traditie.


Herkomst thema's en motieven. Er zijn verschillende elementen die verwijzen naar literaire motieven in de Middeleeuwen of de oudheid.

1. Het thema van gezang dat kan lokken, maar dat dodelijk blijkt te zijn, is een bekend onderwerp in Griekse mythen over de Sirenen. Dit zijn halfgodinnen die mensen lokken met hun onweerstaanbare gezang, maar hun slachtoffers doden en hun levenskracht opzuigen. Het middeleeuwse lied heeft dit motief wel aangepast: het gaat hier om een man die zingt, en alle slachtoffers (een veld vol galgen met vrouwen-lijken) zijn vrouwen.

2. Nadat de koningsdochter het hoofd van heer Halewijn heeft afgehakt, spreekt het hoofd nog tweemaal. Dit wordt wel gezien als een sprookjesmotief. In sprookjes gebeuren vaak magische of onmogelijke dingen, in een wereld van prinsessen en kwade krachten (heksen, tovenaars, in dit geval een verlokkend zingende moordenaar).


Middeleeuws lied  versus  poezie sinds de Renaissance (16e eeuw).

Een middeleeuws lied valt om twee redenen niet onder de hedendaagse versanalyse. Ten eerste is het een ander genre (lied versus gedicht) en een lied wordt beschreven of ontleed met termen uit de muziekwetenschap (zoals maatsoort en liedgenres als het nazinglied).

Ten tweede onstaat de versanalyse pas na de opkomst van het gedicht als afzonderlijk genre in de 16e eeuw (vroegrenaissancistische dichters) - gebaseerd op de kenmerken van dat nieuwe genre; het is daarom een anachronisme om te proberen lyrische teksten uit een vroeger tijdperk te ontleden met het begrippenapparaat van een later ontstaan genre.


Veel succes met alle analyses die je moet maken. Ik heb het in de 15 jaar dat ik deze website heb, nog nooit eerder meegemaakt dat een scholier een (historisch) lied moest bespreken als gedicht. Ik hoop dat bovenstaande bespreking je toch iets verder helpt. Met vriendelijke groet,

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


•  Kenmerken van poëzie

•  Alle gedichten met een bespreking

---

Links

Volledige liedtekst en afspeelbare muziek van 'Heer Halewijn':
Heer Halewijn - volksliedjes met tekst en muziek
(3e lied, in donkerblauw).

Over lyriek in de Middeleeuwen (kopje: 'Middeleeuwen'):
Nederlandse poëziegeschiedenis

Over het heffingsvers:
Heffingsvers, Algemeen letterkundig lexicon (dbnl-nl)

Over kenmerken van liedjes uit de mondelinge overlevering (orale traditie):
Geschiedenis van Nederlandse volksliedjes.





Re:    (2 juli 2019)


Beste Rozemarijn,

Ik ben u zeer zeer dankbaar. U heeft mij erg geholpen. Heel erg bedankt.

Ik snap ook niet echt waarom ik nou weer een lied moet analyseren. Onze docent is al aardig op leeftijd. Ik weet niet of ze doorhad dat het een lied was en geen gedicht.

Helaas moeten we het alsnog analyseren, want het hoort bij de opdracht. Maar ik zal het zeker laten weten aan haar.

Nog bedankt! Met vriendelijke groet,

Annemijn.








Poëziegeschiedenis

Kenmerken poëzie      Interpreteren gedichten

Alle gedichten met bespreking






Home           Gastenboek