RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Elisabeth Cheixaou
(14 juli 2019)


Lieve Rozemarijn,

Voor het vak Nederlands moeten wij een voordracht houden over het gedicht 'Verouderende moeder' van Elisabeth Cheixaou. We moeten hiervan een uitgebreide analyse geven.

We hebben geprobeerd het gedicht te analyseren, maar het is vrij lastig (zie onderaan deze mail). Wij vroegen ons af of u ons hiermee zou kunnen helpen?

Hartelijk bedankt!!!

Groetjes, Daisy.

---

Verouderende moeder


Zij wordt steeds teerder en steeds brozer,
Een blanke lamp die zachtjes schijnt.
En ik, ik voel mij soms ontroostbaar,
Omdat dit alles straks verdwijnt,-      (4)

Dit schijnsel, dat mijn donkere wanden
Met 't goud der avondzon verlicht.
O helpensgrage, warme handen,
O klein en luisterend gezicht!         (8)

Waarom moet alles wat zo nodig,
Barmhartig is, onzegbaar goed,
De aarde in, als overbodig,
Verborgen, weggelegd voorgoed?    (12)

En moeten wij, alleen gelaten,
Beroofd van steun, volwassen zijn,
Als wijze, grote mensen praten
Terwijl we eeuwig kinderen zijn?      (16)


Elisabeth Cheixaou (1907-1997).





Antwoord    (17 juli 2019)


Dag Daisy,

Elisabeth Cheixaou is het pseudoniem van Bonny Boukema (1907-1997), een dichteres afkomstig uit Drenthe. Haar vader was predikant, haar moeder was deels Poolse (haar pseudoniem is afkomstig uit die Poolse tak van haar familie).

Zij schreef veelal religieuze gedichten en gebruikte veel christelijke beelden. Haar gedichten gaan vaak over diep doorleefde gevoelens, zowel voorspoed als gemis. Ze schreef ook proza, onder meer over een vrouwelijke invalshoek van geloof.

Meer over Elisabeth Cheixaou:
boekenroute.nl/cheixaou.


Het gedicht 'Verouderende moeder' gaat (zoals de titel al zegt) over een moeder, wellicht haar eigen moeder.

Het gedicht heeft een duidelijke opbouw: het valt in twee delen uiteen. In de eerste twee strofen beschrijft Cheixaou deze moeder (r.1-8). En in de laatste twee strofen stelt zij vragen, die door het ouder worden van haar moeder bij haar worden opgeroepen (r.9-16).

Strofe 1. Zij (de moeder uit de titel) wordt oud: ze wordt teerder en brozer. Cheixaou vergelijkt deze moeder met 'een lamp die zachtjes schijnt' - de lamp brandt nog, maar nog maar 'zachtjes'.

Het is een bekende vergelijking om het leven, of het in leven zijn, met een lamp aan te duiden (denk aan de uitdrukking 'er is geen olie meer in de lamp': hij leeft (bijna) niet meer). Ook heeft een brandende lamp betekenis in een christelijke kerk: het symboliseert de aanwezigheid van God of verwijst naar het leven (een lamp die uit is, verwijst naar de dood). In dit gedicht brandt de lamp nog, maar 'zachtjes'.

De 'ik' voelt zich verdrietig, omdat de 'ik' beseft dat dit voorbij zal gaan (dus dat de moeder niet lang meer te leven heeft, niet lang meer bij haar zal zijn).

Strofe 2. Ze komt terug op het beeld van het licht uit r.2: het schijnsel dat haar moeder nog altijd uitstraalt, verlicht de wanden van de 'ik' met de kleur van de avondzon. Oftewel: haar moeder laat nog steeds haar licht schijnen (verlicht nog steeds het leven van de 'ik'), maar het is het late licht van de avondzon (de zon begint onder te gaan, het einde van het leven van haar moeder is in zicht). De moeder wordt zeer positief beschreven: ze had handen die graag hielpen, en kon goed luisteren.

Naar aanleiding van de ouderdom van haar moeder, stelt Cheixaou dan twee vragen.

Strofe 3 beslaat één vraag: waarom gaat iedereen dood en wordt dan voorgoed begraven? Waarom gaat ook iedereen die barmhartig en goed is, uiteindelijk 'de aarde in' (begraven), alsof ze overbodig zijn geworden? (Barmhartigheid is heel belangrijk binnen het christendom - dus hier zegt Cheixaou ook dat deze moeder een goede christen was). Cheixaou stelt deze bekende 'waarom-vraag' (waarom moet iemand dood gaan?) duidelijk met emotie, ze vindt vreselijk dat deze moeder dood moet gaan, ze heeft haar 'nodig' (r.9) en deze is 'barmhartig' en 'onzegbaar goed' (r.10).

Strofe 4. De vraag loopt eigenlijk door. En waarom moeten wij, als wij alleen achtergebleven zijn na de dood van onze ouders, geen steun meer van ze hebben, waarom moeten we dan volwassen zijn, terwijl we eigenlijk altijd kinderen blijven? Je kunt deze laatste regel opvatten als: mensen blijven ten diepste altijd kind, blijven altijd een volwassene nodig hebben.

Maar In deze laatste regel lijkt Cheixaou vooral naar een religieus motief te verwijzen. Het woord 'eeuwig' komt natuurlijk veel voor in het geloof (er is een hemel waarin wij eeuwig verder zullen leven, met een eeuwige God) en ook het woord 'kinderen' kun je hier religieus opvatten (naar het bekende beeld dat mensen 'kinderen van God' zijn). Dus: als onze ouders zijn overleden, moeten mensen net doen alsof ze verstandige volwassenen zijn, terwijl ze eigenlijk ten diepste altijd kinderen zijn en blijven, kinderen van God.

In deze laatste twee strofen worden twee vragen gesteld, met duidelijk een religieuze lading (door de woorden 'barmhartig', 'eeuwig' en dat wij 'kinderen' zijn). Daarmee lijken deze twee strofen op een gebed. De waarom-vraag zou dan aan God worden gesteld: waarom moet mijn moeder dood gaan, waarom moet ik daarna een verstandige volwassene zijn, terwijl ik eigenlijk kind ben (uw kind ben)?


Kortom: dit gedicht gaat over een 'ik' die verdrietig is dat haar moeder niet lang meer zal leven. Ze begrijpt niet waarom mensen zoals haar moeder, die goed en barmhartig zijn, dood moeten gaan. Zonder onze ouders moeten wij ons volwassen gedragen, verstandig zijn, terwijl we eigenlijk altijd kinderen blijven.

Het gedicht valt dus duidelijk in twee delen uiteen. In de eerste twee strofen beschrijft Cheixaou haar moeder en haar verdriet om haar ouder worden en naderende einde. En in de laatste twee strofen stelt zij wanhopige en indringende waarom-vragen, die de indruk wekken van een gebed.


Het gedicht 'Verouderende moeder' bestaat uit 4 kwatrijnen en het metrum dat het hele gedicht door wordt aangehouden is een jambe (dus steeds een onbeklemtoonde lettergreep en dan een beklemtoonde) Bijvoorbeeld:
een blanke lamp die zachtjes schijnt.

In r.16 moet je elisie (het samentrekken van twee lettergrepen) toepassen om het jambe vol te kunnen houden: kind'ren.

Cheixaou heeft ook een vast rijmschema aangehouden: elke strofe heeft gekruist rijm (abab). Daarbij smokkelt ze een beetje met r.1 en 3 (brozer-ontroostbaar), dat tweede woord moet je een beetje uitspreken als 'ontroostb'r' (dus de beklemtoonde lettergrepen hebben assonerend rijm, maar de onbeklemtoonde laatste lettergrepen, rijmen eigenlijk niet).

Ook later is haar rijm soms erg eenvoudig: goed-voorgoed (r.10-12) is eigenlijk een soort van 'rijk rijm' (goed-goed) met wat variatie. En zijn-zijn (r.14-16) is onmiskenbaar rijk rijm, rijm zonder enige spanning of verrassing en dat nog wel als slot van het gedicht. En nodig-overbodig (r.9-11) is een directe tegenstelling, en wordt daarom als een zeer zwak rijm gezien (rijm werkt in feite alleen, als de klank overeenkomt, maar de inhoud verschilt - en geen synoniemen of tegenstellingen vormen). Zie voor meer uitleg hierover de link onderaan deze mail: 'Kenmerken van poëzie' onder 'Gevaren van rijm'.


Ik hoop dat je zo verder komt met je bespreking.

Veel succes ermee, vriendelijke groet,

Rozemarijn.


•  Kenmerken van poëzie

•  Alle gedichten met een bespreking





Re:    (18 juli 2019)


Lieve Rozemarijn,

Dank u wel voor uw reactie!!!

Dit zal zeker helpen! ONTZETTEND, ONTZETTEND bedankt!

Groetjes, Daisy.








Poëziegeschiedenis

Kenmerken poëzie      Analyseren gedichten

Alle gedichten met bespreking






Home           Gastenboek