RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Achterberg
(11 november 2019)


Beste mevrouw Van Leeuwen,

Ik zit in de zesde klas van het gymnasium. Voor Nederlands heb ik een gedicht gekregen om te analyseren op het gebied van onder andere inhoud, rijm, metrum en stijlfiguren.

Nu loop ik hier lichtelijk mee vast. Daarom zou ik aan u willen vragen of u, als expert op dit gebied, mij hier een beetje mee kunt helpen?

Het betreft het gedicht 'Status quo' van Gerrit Achterberg. Ik hoop dat u mij hiermee eventueel kan helpen. Ik hoor graag van u.

Met vriendelijke groet,

Miro.

---


Status quo


Ik sta verslonden van het ogenblik.
Kortsluiting met de eeuwigheid
houdt u bijeen in tijd.
Met mijn bestaan bestendig ik       (4)
uw statica. Op elke plek
bevestigt gij uw feit.
Waarop ik samentrek. Gij zijt
in 't oog van God de blinde vlek      (8)
boven mijn tegenwoordigheid.
Nooit worden wij verleden tijd.
Ik heb geen lot. Een woeste bloei     (11)
springt op achter mijn tred.
Zolang ik mij met u bemoei
zijn dood en leven zonder wet.       (14)


Gerrit Achterberg
In: Doornroosje (1947).





Antwoord    (14 november 2019)


Dag Miro,

Gerrit Achterberg schreef veel over thema's als de dood, het proberen te bereiken van een (afwezige of overleden) geliefde, taal, poëzie, natuurwetenschap en religieuze thematiek.

Zijn hoofdthema is het proberen te bereiken van een afwezige/gestorven geliefde (die meestal met 'u' of 'gij' wordt aangeduid). Deze geliefde is als het ware in moleculen uiteen gevallen en overal in verspreid geraakt. Zij is daardoor letterlijk overal in te vinden (van voorwerpen tot het heelal, van natuurkundige wetten tot energieën), maar nooit als complete, samenhangende persoon. De enige manier om haar weer even op te roepen, heel te maken, tot leven te brengen, is in een gedicht, in taal.

Hierdoor is taal voor Achterberg essentieel: tot leven brengend, scheppend. De dode geliefde weer aanwezig te laten zijn in het leven, kan alleen in een gedicht - en daardoor wordt dichten het allerbelangrijkste wat er is, de zin van het leven.


Ook in dit gedicht 'Status quo', uit de bundel Doornroosje (1947), komt een 'u' en 'gij' voor. Daardoor lijkt het voor de hand te liggen, om het gedicht vanuit deze achterliggende thematiek van de gestorven geliefde te lezen.

Allereerst de titel. 'Status quo' betekent zoveel als: de bestaande toestand, of een bereikte toestand die gehandhaafd dient te worden. Het gedicht zal dus gaan over een moment, dat de dichter het liefst in stand zou houden.

Meteen in r.1 staat dan ook het woord 'ogenblik'. De 'ik' voelt zich verslonden door het 'ogenblik', door dit ene moment. Wat gebeurt er in dit moment? Door 'kortsluiting met de eeuwigheid' wordt de onbereikbare geliefde 'bijeengehouden in tijd'.

Het woord 'kortsluiting' betekent: twee ongelijke elektrische draden raken elkaar, waardoor er ineens hoge stroom gaat vloeien. In dit geval zijn het 'het ogenblik' en 'de eeuwigheid' die elkaar lijken raken. Het moment staat dus onder hoogspanning (kortsluiting).

De dichter probeert dan in taal te bevestigen dat zij er echt is, bestaat, blijft bestaan: zij is 'statisch' (in evenwicht, in rust) zolang hij maar bestaat (r.4-5), elke plek bevestigt dat zij een 'feit' is (r.5-6), zij bestaat zelfs 'boven zijn tegenwoordigheid' (ook zonder zijn aanwezigheid, bestaat zij) (r.9).

Dan komt hij terug op het motief van de tijd, het moment (van r.1-2): 'nooit worden wij verleden tijd' (r.10), waarmee hij haar in taal altijd bij zich probeert te houden. Zolang hij zich maar met haar blijft bezighouden (over haar blijft dichten), gelden de wetten van leven en dood niet - en kan hij haar dus uit de dood weer oproepen (in taal, in poëzie).


Opmerkelijk is ook nog het woord 'lot' (r.11). Ook dat is een vaak terugkerend motief in Achterbergs gedichten. Vaak strijdt hij tegen het lot - dat dan wordt voorgesteld als God, de dood of de tijd. Hij probeert dan in een gedicht de tijd stil te zetten, een bewegingloze toestand op te roepen, waarin alles, ook tegengestelde dingen, tegelijk kunnen bestaan. Ook hier is het weer de taal, waarin het mogelijk is het lot te weerstaan of te ontlopen.

In dit gedicht werkt hij dit motief duidelijk ook uit. Achterberg probeert in dit gedicht één moment stil te zetten. In dit moment ontmoeten 'ogenblik' en 'eeuwigheid' elkaar en door deze 'kortsluiting' is de geliefde compleet aanwezig. Hij probeert dit ogenblik stil te zetten ('statisch', nooit wordt dit 'verleden tijd'). Daarmee is het lot (binnen dat ogenblik) overwonnen: de ik heeft 'geen lot' meer (r.11).


Kortom: in dit gedicht komen twee bekende thema's van Achterberg naar voren: het oproepen van de gestorven geliefde, en het overwinnen van het lot. Beide lukken in dit gedicht. In het 'moment' (of in dit gedicht) wordt de geliefde voor de duur van dit ogenblik 'bijeen gehouden'. Hij probeert dit moment, de tijd, stil te zetten, zodat haar bestaan een statisch feit wordt. Hiermee heeft hij zijn lot overwonnen, het lot is er niet meer, de wetten van leven en dood gelden niet meer. Binnen het gedicht heerst de 'status quo' uit de titel: er is een toestand bereikt, waaraan de dichter vasthoudt - binnen de talige werkelijkheid van dit gedicht.


Tot slot nog iets over de vorm. Hoewel het gedicht geen witregels kent, lijkt de vorm toch sterk op een sonnet. Het heeft immers 14 regels. En hoewel er geen onderverdeling is in strofen (van 4, 4, 3, en 3 regels, samen 14), kun je aan het rijmschema toch een sonnetvorm herkennen.

Het rijmschema is:
abba / cbbc / bbd / ede

Je ziet zo ook dat Achterberg slechts 5 rijmwoorden heeft gebruikt in dit gedicht (-ik, -eid, -ek, -oei, en -ed). Het is enorm knap, dat hij, binnen zulke strikte beperkingen, toch natuurlijke spreektaal en een samenhangende gedachtegang heeft weten te bereiken.

In het gedicht is grotendeels een jambe aangehouden (zwak-sterk), bijvoorbeeld:
'zijn dood en leven zonder wet'.
Al wijkt hij hier soms iets van af. Ook hebben zijn regels geen gelijke lengte: soms bestaan ze uit 5 beklemtoonde lettergrepen (oftewel versvoeten), andere keren uit 4 of 3 beklemtoonde lettergrepen.


Hieronder zijn de links gegeven naar artikelen die ik heb gebruikt voor deze korte bespreking - hier vind je veel uitgebreidere toelichting bij belangrijke thematieken van Achterberg.

Ik hoop dat je zo weer een stap verder komt met je bespreking.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

Alle gedichten met een bespreking

---

Gebruikte artikelen:

•  De gestorven geliefde bij Achterberg (in de dbnl)

•  Het lot bij Achterberg (in de dbnl)








Poëziegeschiedenis

Kenmerken poëzie      Interpreteren gedichten

Alle gedichten met bespreking






Home           Gastenboek