RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Andreus
(28 maart 2020)


Beste Rozemarijn,

Mijn dochter moet komende woensdag een gedicht bespreken van Hans Andreus, 'Liggen in de zon' (sfeer, rijm, stijlfiguren, betekenis ...).

Wij hebben jouw site bezocht om inspiratie op te doen en hoopten stiekem dat het gedicht er zou bij gestaan hebben. Mijn dochter heeft amper drie gedichtjes klassikaal besproken en moet nu een uitgebreide analyse maken voor haar mondelinge examen.

We hebben een aantal zaken gevonden maar met de betekenis van het gedicht zitten we vast. Wij waren onder de indruk van uw analyses en hopen dat u tijd heeft om ons te helpen bij deze opdracht.

Op voorhand al hartelijk bedankt voor u moeite!

Met vriendelijke groeten!

Anja (België).

---

Liggen in de zon


Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht      2
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.      4

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht          6
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt      8

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil        10
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.      12


Hans Andreus
In: Muziek voor kijkdieren (1951)





Antwoord    (31 maart 2020)


Dag Anja, en dochter die in haar examens zit,


Het gedicht van Hans Andreus gaat over een ik-figuur die, zoals de titel al zegt, in de zon ligt. Dit blijft het hele gedicht zo, de 'ik' doet echt niets anders dan liggen. Andreus herhaalt dit ook maar liefst 7 keer: 'ik lig' (r. 3, 4, 5, 6, 7, 9 en 10; repetitio).

Maar hoewel de 'ik-figuur' volkomen passief ligt, zit er toch een ontwikkeling in het gedicht. Daarbij is elke strofe een duidelijke inhoudelijke eenheid: in elke strofe gebeurt er iets anders:

- In de eerste strofe hoort de 'ik' ('ik hoor het licht' en 'de warmte spreekt').
- In de tweede strofe antwoordt de 'ik' (ik lig 'te zingen', ik 'antwoord op het licht').
- In de derde strofe weet de 'ik' ('ik weet alleen het licht', 'ik weet (...) alles wat ik weten wil').

Dus de tweede strofe is een reactie op de eerste. En de derde strofe is het gevolg van de eerste twee strofen. De opbouw is dus: actie (van het zonlicht) - reactie (van de 'ik') - gevolg (inzicht). Zo zie je dus dat Andreus een duidelijke opbouw heeft aangebracht in het gedicht.


Ik zal elke strofe kort inhoudelijk langslopen.

Strofe 1. De 'ik' ligt in de zon en 'hoort' het zonlicht als het zachte getokkel op een instrument (gitaar of viool) en voelt de warmte van het zonlicht 'spreken' ('pizzicato': term uit de muziek, het zachte geluid van tokkelen met de vingers op een snaarinstrument).

De zinnen zijn soms associatief, als kabbelende gedachten, waarin hij zich soms herneemt - zoals r.3 ('dat gaat zomaar niet, dat gaat zo'), alsof de 'ik' loom liggend in zon zijn situatie overdenkt.

'Monomaan' betekent: bezeten door één idee of waanidee, obsessie voor één onderwerp. 'Monodwaas' is geen bestaand woord, maar door Andreus gevormd naar 'monomaan' (neologisme, nieuw woord), en betekent letterlijk: één dwaasheid. Dus de 'ik' is geobsedeerd door licht en dwaas van het licht (r.4).

Strofe 2. De 'ik' zingt als antwoord op het licht. Hij 'hoorde' het licht ook al als iets muzikaals ('pizzicato'), hier trekt hij dat muzikale beeld door. De 'ik' en het licht kunnen dus duidelijk communiceren: spreken/tokkelen en zingen. Hij herhaalt ook dat hij dwaas is en ook in deze regels (6-8) lijken voortkabbelende gedachten, herhalingen, hernemingen te worden opgeroepen.

Het licht ligt zelf ook (r.8). De 'ik' ligt ergens, 'in zijn huid' (bepaald, afgebakend, één plek) en het licht dat ligt daar overal omheen (overal, onbepaald). Hier komen de 'ik' en het licht dus overeen (beiden liggen), maar verschillen ze tegelijk fundamenteel volkomen (bepaald <-> onbepaald).

Strofe 3. Het 'zuidelijk' lijkt te verwijzen naar Frankrijk/Italie waar Andreus veel is geweest, dat beide natuurlijk zonnig landen zijn. De 'ik' ligt zonder te weten 'hoe of wat', hij weet alleen maar van het licht (r.10-11). In de slotregel weet de 'ik' dan 'alles wat ik weten wil'. Wat dat is, heeft hij in de voorgaande regel gezegd: 'ik weet alleen het licht' (r.11). En dat is dus blijkbaar alles wat hij weten wil.

Het gebeuren in de eerste en tweede strofe (het spreken/tokkelen van het zonlicht; en de reactie, het zingen, van de 'ik') leiden dus tot iets concreets: een moment van openbaring bij de 'ik', een poëtisch inzicht, een bevredigende afloop van dat moment van in de zon liggen. Dit slot maakt het beschreven moment (wat je tot dan als oppervlakkige anekdote kan beschouwen) betekenisvol en geeft het gedicht als geheel een duidelijke afronding.


Dus het gedicht gaat over een 'ik' die in de zon ligt en met het licht en de warmte lijkt te communiceren, in muzikale bewoordingen (tokkelen, zingen). Dat leidt tot een inzicht, een moment van openbaring bij de 'ik' in de derde strofe. Hij weet alles wat hij weten wil.

Het gedicht is licht van toon en lijkt geregeld associatieve gedachten, voortkabbelende of zich hernemende gedachten weer te geven. De 'ik' noemt zichzelf 'monomaan' (bezeten), hij noemt zichzelf maar liefst drie keer 'dwaas' (r.4, 5 en 5) en zegt duidelijk van zichzelf dat hij niet weet 'hoe of wat' (r.9-10) - waardoor hij de lezer mee lijkt te geven dat hij een beetje dwaas is, dat je hem niet al te serieus moet nemen.

Juist door die lichte toon vormt de slotregel een opmerkelijk contrast - door maar een beetje wat te liggen en als een dwaas het zonlicht te ervaren, komt hij tot een groot inzicht: hij 'weet' het licht, hij weet 'alles wat hij weten wil'.


De betekenis van het licht

Het licht is een zeer veel terugkerend thema in de gedichten van Hans Andreus. Onder literatuuronderzoekers is er nooit overeenstemming bereikt waar dit bij Andreus precies voor staat - het kan een heel aantal verschillende dingen betekenen en binnen een gedicht naar meerdere dingen verwijzen. Bijvoorbeeld:

- het licht kan gewoon zonlicht zijn (natuurkundig verschijnsel), iets uit de werkelijkheid
- het licht kan staan voor leven (zonder licht is er geen leven mogelijk op aarde, licht is de oorsprong van het leven)
- het licht kan een religieuze lading hebben (met name verwijzen naar het Oude Testament; bijv. in het eerste bijbelboek Genenis begint Gods schepping met God die zegt "er zij licht, en er was licht" - oftewel: achter het licht zit iets goddelijks).

Het is hier heel duidelijk, dat het licht in de beginsituatie eerst gewoon verwijst naar natuurlijk zonlicht. De 'ik' ligt in de zon (ook in de titel), voelt de warmte ervan, en voelt zich erdoor geobserdeerd. Maar meteen tilt Andreus het licht boven die gewone betekenis uit. Hij kan het licht 'horen' (r.1; synesthesie) en de warmte van het zonlicht kan 'spreken' (r. 2; concretisering).

In de tweede strofe zingt de 'ik' als reactie daarop (ik 'antwoord op het licht' r.6). Waarover zingt hij? Hij ligt te zingen 'van het licht dat om en op mij ligt' - oftwel hij zingt over licht dat met de 'ik' overeenkomt (beiden liggen) en van de 'ik' verschilt (bepaalde plek versus overal aanwezig).

In de derde strofe zit nog een kleine aanwijzing voor de betekenis van het licht: het licht is een 'wonder boven wonder' (r.11) - en een 'wonder' is een religieus begrip (namelijk: een onverklaarbare gebeurtenis, waarvoor een bovennatuurlijke verklaring wordt gezocht). Daarmee brengt Andreus een derde betekenislaag aan voor het licht (na: gewoon zonlicht; en zonlicht krijgt eigenschap van menselijk wezen, kan spreken, communiceren -concretisering-). Hier (r.11) wordt een derde laag, een lichte religieuze laag, toegevoegd: het licht is een wonder (er zit iets bovennatuurlijks of iets goddelijks achter).

En hoe vaak het gedicht ook herhaalt dat de 'ik' maar 'dwaas' is - toch verandert dit moment (van liggen in zon, contact voelen/communiceren met het licht en de warmte, dit ervaren als een wonder) de 'ik', komt de 'ik' tot een belangrijk inzicht (r.12). Wat dat is, heeft hij in de voorgaande regel duidelijk gemaakt (r.11): hij weet van het licht en associeert dat met een wonder, geeft het licht een religieuze betekenis.


Tot slot een aantal formele kenmerken. In het hele gedicht is gekruist rijm aangehouden (abab). Bij r.1-3 gaat het om dubbelrijm (twee lettergrepen rijmen -cato -gaat zo). Bij r.6-8 om een vorm van rijk rijm (woord wordt in z'n geheel herhaald, al verschilt de spelling, licht/ligt; maar de inhoud verschilt wel). Een rijmklank uit strofe 1 wordt voortgezet in strofe 2 (-icht), waarbij bovendien de rijmklanken in strofe twee assoneren (-icht -ingen).

Het gedicht is dus rijk aan klank. Opvallend is het binnenrijm in r.9 (duidelijk-zuidelijk). Een aantal woorden wordt opvallend vaak in z'n geheel herhaald (lig, licht, zingen, dwaas - repetitio).

Er is veel assonantie (bijv. spreekt-tegen, languit-huid, weet-alleen, alles-wat) en alliteratie (lig-languit, zacht-zingen, zeer-zuidelijk-zonder, weet-wonder, weet-wat-weten-wil). Vooral de slotregel is zeer rijk aan klank (weet-alleen-weten, ik-wil, alles-wat; en weet-wat-weten-wil).

In het hele gedicht is een jambe als metrum aangehouden. De regels bestaan uit 5 of 6 beklemtoonde lettergrepen (oftewel versvoeten), dus de regels zijn vijf- of zesvoetige jambes.
'ik hoor het licht het zonlicht pizzicato' (5)
'ik weet alleen maar alles wat ik weten wil' (6)


Het gedicht 'Liggen in de zon' is een typerend gedicht voor het oeuvre van Hans Andreus. Ook in dit gedicht is hij weer op zoek naar de betekenis van licht. In de loop het gedicht voegt hij aan dat licht steeds een betekenislaag toe: het is gewoon zonlicht; hij voelt zich in staat om met het licht en de warmte te communiceren (spreken, zingen als antwoord); en het is een wonder, er zit iets goddelijks achter.

De 'ik' in het gedicht lijkt passief, omdat hij alleen maar ligt, maar toch vindt er in de drie strofen een duidelijke ontwikkeling plaats: actie - reactie van de 'ik' - gevolg. De 'ik' komt daarbij tot een poëtisch inzicht, dat het gedicht tot een tevredenstellende afloop, een bevredigende uitkomst brengt; en een duidelijke afronding geeft aan het gedicht.


Heel veel sterkte voor je dochter bij haar mondelinge examen.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


•  Kenmerken van poëzie

•  Alle gedichten met een bespreking





Antwoord    (1 april 2020)


Liefste Rozemarijn,

Ont-zet-tend bedankt voor je uiteenzetting!!!

We hadden zelf al een poging ondernomen, hier en daar zien we overeenkomsten (opluchting, we zaten al in de goede richting), maar dankzij jou wordt het nog veel duidelijker en overzichtelijker!

Morgen gaan we de voorbereiding aanpassen en aanvullen. En dan maar hopen dat mijn dochter haar presentatie even vlot verloopt als jouw geschreven tekst!

Hartelijk dank voor je ondersteuning,

Dikke kus, Anja & Karen.





Antwoord    (1 april 2020)


Dank, Anja, voor je lieve reactie.

Het was voor het eerst in de 15 jaar dat ik nu mijn website onderhoud, dat ik een berichtje kreeg van een moeder voor haar dochter! Heel lief van je, dat je je inzet om je dochter door haar examens te slepen - mijn moeder hielp mij vroeger ook altijd met overhoren en verslagen maken. Zulke hulp kan echt helpen om meer van de lesstof te begrijpen.

Ik zag dat jullie in België wonen. Tijdens mijn studietijd in Utrecht heb ik een klein jaar in Antwerpen gestudeerd. Ik heb warme herinneringen aan de mooie stad, de lieve mensen en de geweldige colleges. België heeft nog altijd een plekje in mijn hart!

Met hartelijke groet, en veel succes met alle voorbereidingen voor Karen,

Rozemarijn.


•  Kenmerken van poëzie

•  Alle gedichten met een bespreking





Antwoord    (1 juni 2020)


Hallo Rozemarijn,

Ik wou je nog even laten weten dat mijn dochter Karen geslaagd is in het 5de secundair en dat ze hele goeie commentaar gekregen heeft voor de bespreking van haar gedicht!!! Dit hebben wij allemaal te danken aan jou!!!

Nogmaals DIKKE DIKKE MERCI!!! Karen (en ik ook ?) kan nu genieten van een deugddoende vakantie!

Wij wensen jou het allerbeste en als je nog eens naar Antwerpen komt laat dan zeker iets weten!

Lieve groetjes van Karen & Anja! XXX





Antwoord    (2 juni 2020)


Wat heerlijk dat je dochter is geslaagd voor haar examen! Fijn dat haar bespreking zo goed is gegaan - heel leuk om te weten! Een knappe prestatie van haar!

Van harte gefeliciteerd en een ontspannen vakantie gewenst,

en met hartelijke groet weer terug,

Rozemarijn.


•  Kenmerken van poëzie

•  Alle gedichten met een bespreking








Poëziegeschiedenis

Kenmerken poëzie      Analyseren gedichten

Alle gedichten met bespreking






Home           Gastenboek