RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Nijhoff
(15 april 2020)


Hallo Rozemarijn,

Ik moet voor school een bespreking schrijven over het gedicht 'De wolken van Martinus Nijhoff. Ik kom er alleen niet helemaal uit, zou u mij hierbij willen helpen?

Ik heb eruit gehaald dat het gedicht gaat over opgroeien, hoe je serieuzer wordt en je kinderlijke fantasie verdwijnt. Verder moet ik een heel aantal vragen beantwoorden over stijlfiguren, beeldspraak, metrum en rijm.

Ik hoop dat u me kan helpen!

Groetjes, Yentl.

---

De wolken


Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat 'k in de wolken zag.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder -
De wond'ren werden woord en dreven verder,
Maar 'k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat 'k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van 't vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

- Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide -


Martinus Nijhoff
In: Vormen (1924)





Antwoord    (18 april 2020)


Dag Yentl,

Het is een prachtig gedicht van Nijhoff, 'De wolken', en ook een van zijn bekendste. Het past ook naadloos in zijn werk, omdat het kind-zijn en het terugverlangen naar zijn kindertijd en de band met zijn moeder zo'n belangrijk thema bij hem is.

Het gedicht beschrijft 3 momenten: toen de 'ik' nog kind was (str. 1+2); een later tijdstip (str. 2) en het 'nu', waarin de 'ik' zelf een kind heeft (str. 3). In elk moment keert het beeld van de wolken terug.

Str. 1+2. Het gedicht begint met een hoogst originele manier van zeggen dat de 'ik' nog een kind is: 'ik droeg nog kleine kleren...'. Je ziet het meteen voor je. Zoals je al schreef, vertelt de 'ik' aan z'n moeder welke beelden hij in de vormen van de wolken ziet. Dit is een bekend verschijnsel: mensen zijn er heel goed in, om in willekeurige vormen gezichten, dieren of figuren te zien (dit heet officieel: pareidolie). Zijn moeder glimlacht, maar weent ook.

Waarom huilt de moeder? Het antwoord staat in de slotregel: om de 'verre wolken' (r.16); de 'verre wolken' waarom zijn moeder in r. 8 huilde. Dus terwijl het kind vertelt over de beelden die hij ziet - ziet zij in de verte wolken aankomen waar zij verdriet om heeft.

Str. 3. In een latere periode kijkt de 'ik' niet naar de wolken, al hangt de hemel 'vol van wolken'. Zijn dit die 'verre wolken' waar zijn moeder om moest huilen? Zinnen als 'vol van wolken' en een 'schaduw' die op zijn leven valt, klinken veel negatiever, zwaarder, onheilspellender dan de omschrijvingen in str. 1-2 (daar ziet de 'ik' zeer onschuldige beelden in de wolken, eenden en schapen; en de wolken worden 'wonderen' genoemd, waar de 'ik' woorden aan geeft). Maar in str. 3 lijken de wolken zich boven zijn hoofd samen te pakken, is er schaduw.

Str. 4. In het nu herhaalt het beginbeeld zich, maar is de 'ik' een generatie opgeschoven. Nu vertelt zijn zoontje welke beelden hij in de wolken ziet. En net als zijn moeder vroeger, ziet de 'ik' nu 'verre wolken' in het verschiet, en nu huilt hij daar zelf om.


De vraag die nu open ligt is: wat is de betekenis van die 'verre wolken', die zowel de moeder ziet aankomen voor haar kind, als de 'ik' later voor zijn kind? En waarom huilen zij om die 'verre wolken'?

Ik het gedicht geeft Nijhoff daar geen duidelijke uitleg over. Hij suggereert in str. 3 wel iets negatiefs (en ook het huilen is natuurlijk een aanwijzing dat er iets aankomt dat niet leuk is). Maar wat het is, vertelt Nijhoff niet. Je zou natuurlijk kunnen denken aan bijv. dat elk mens tegenslag en verdriet kan overkomen in z'n leven (en dat een ouder die beseft dat dat onherroepelijk gaat komen, daar om huilt). De 'ik' is in str. 3 alleen, je zou dus ook kunnen denken aan een moeder die afwezig is, overleden is (en dat zij huilde omdat ze wist dat haar kind ooit zonder haar zou zijn).

Je kunt eventueel ook een religieus motief in het gedicht lezen, door dingen als 'schapen met een herder' (Jezus werd gezien als goede herder); 'wonderen' tot woord maken, en daarna het 'niet naar boven kijken'. Je zou hier aan kunnen denken, omdat Nijhoffs moeder zeer gelovig was. Als kind ziet hij wonderen in de wolken, als volwassene kijkt hij niet meer naar boven; zou kunnen duiden op verlies van geloof?

Maar misschien is het juist wel zo'n mooi gedicht, omdàt Nijhoff niet vertelt wat die 'verre wolken' betekenen. Nu kan iedere lezer er zelf iets bij bedenken en wordt het gedicht voor ieder toepasbaar. Nijhoff wilde als dichter altijd graag de betekenis voor de lezer open laten. Hij zei over zijn gedichten: elke interpretatie is juist, óók die interpretatie waar ik zelf nooit aan gedacht had.


De tijd verstrijkt in dit gedicht heel duidelijk (de 'ik' wordt ouder, schuift een generatie op, de wolken komen aandrijven en drijven altijd weer voorbij). De wolken weerspiegelen daarbij een gevoelswaarde (voor de beide kinderen zijn ze onschuldig, mooi, wonderen; voor de 'ik' in str. 3 pakken ze zich samen, werpen een schaduw; en voor de moeder, en de 'ik' in het nu, kondigen ze iets aan dat verdrietig maakt).

Door het verstrijken van de tijd, neemt de 'ik' aan het slot de plek van zijn moeder in. Het is eenzelfde tafereel (heide, kind vertelt over wolken), hij ziet nu (in) wat zij zag, hij voelt het verdriet dat zij voelde. Hij lijkt bijna samen te vallen met zijn moeder - maar dan een generatie later. En je zou het gedicht eigenlijk (als een soort doorgaande cyclus) weer van voor af aan verder kunnen lezen: het kind van str. 4 zou de woorden van strofe 1-2 weer kunnen zeggen: 'ik droeg nog kleine kleren... en ik zag dat moeder/vader met een glimlach weende', en vervolgens komt de tijd dat dat kind niet naar boven kijkt, en uiteindelijk weer met zijn kind in de hei gaat liggen - enzovoort. Je kunt het eindeloos blijven 'rondlezen', het gaat dan steeds een generatie verder.


Tot slot nog enkele formele kenmerken.

Voor Nijhoff was de vaste vorm van een gedicht heel erg belangrijk (belangrijker dan de inhoud); de bundel waarin dit gedicht staat, heet niet voor niets Vormen.

Dit gedicht nadert wat vorm betreft de perfectie. Het bestaat uit 4 strofen van elk 4 regels (kwatrijnen). Elke strofe bevat precies 1 doorlopende zin (strofe en zin vallen steeds samen). Het aangehouden metrum is een jambe (zwak-sterk-zwak-sterk). De regellengte van elke zin is exact even lang (zonder uitzondering): namelijk vijf beklemtoonde lettergrepen (oftewel vijf versvoeten), dus een vijfvoetige jambe. Bijvoorbeeld:
'de wolken schoven boven ons voorbij'

Ook heeft hij een vast rijmschema aangehouden: elke strofe heeft omarmend rijm (abba). Hij gebruikt meerdere keren alliteratie (bijv. kleine-kleren r1, wondren-werden-woord r7, vlucht-vreemde r11, langs-leven r12, wijst-wat-wolken r14)
en assonantie (bijv. schoven-boven-voorbij r3, gaat-dame-schapen r6, vol-wolken r10, greep-vreemde r11, zie-verschiet r15).

Elke strofe eindigt met een punt - behalve de allerlaatste, die eindigt (wat zeer zeldzaam is) met een gedachtestreepje. Het lijkt of Nijhoff wil aangeven, dat de inhoud van het gedicht niet ten einde is, dat de verre wolken naderen, dat de cyclus doorgaat en zich weer zal herhalen. Je kunt, zoals ik hierboven al zei, in feite het gedicht opnieuw vanaf het begin lezen (vanuit de ogen van het nieuwe kind): einde en begin sluiten inhoudelijk aan.

Het beeld 'kleine kleren' lijkt mij een metonymia: een deel staat voor het geheel (pars pro toto), de kleine kleren staan voor het kleine kind.

Ik hoop dat je hiermee weer een stapje verder komt. Veel succes met je verslag en vriendelijke groet weer!

Rozemarijn.


•  Kenmerken van poëzie

•  Alle gedichten met een bespreking








Poëziegeschiedenis

Kenmerken poëzie      Interpreteren gedichten

Alle gedichten met bespreking






Home           Gastenboek