RozemarijnOnline




Cursus
middeleeuwse mystiek





 • Over de docente
 • Reacties cursisten
 • Literatuurlijst
 • Teksten mystici
 • Bijlagen en vgv

























Cursus over christelijke spiritualiteit
in een cultuur-historische context



Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen

De geloofs- en denkwereld van Hadewijch en Jan van Ruusbroec


Rozemarijn van Leeuwen
© 1999-2001



 >



Bijeenkomst 1/7.  De Middeleeuwen

Onderwerpen dit uur:
  • Inleiding en overzicht cursus
  • Wanneer waren de Middeleeuwen, wat kenmerkt de periode?
  • De middeleeuwse maatschappij en cultuur
  • Het Middelnederlands en de Middelnederlandse literatuur



Inleiding en overzicht cursus


Goedenavond, allemaal van harte welkom bij deze cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen.

We hebben een reeks spannende bijeenkomsten voor ons liggen, waarin we ons met heel bijzondere en eeuwenoude handschriften gaan bezighouden: de mystieke teksten van Hadewijch uit de 13de eeuw en Jan van Ruusbroec uit de 14de eeuw.

Hadewijch heeft drie teksten geschreven, namelijk visioenen, brieven en gedichten. Zij schreef in het Middelnederlands, een voorloper van het huidige Nederlands, zeg maar het Nederlands van de Middeleeuwen. Van Hadewijch zullen we uit al haar genres iets gaan lezen: enkele visioenen en fragmenten uit haar brieven en gedichten.

Jan van Ruusbroec leeft een eeuw na haar en heeft 11 boeken geschreven en nog een aantal brieven en ook hij schreef over religieuze onderwerpen in de volkstaal, het Middelnederlands. Van Jan van Ruusbroec gaan we enkele delen uit een boek lezen, dat over het algemeen als zijn hoofdwerk wordt beschouwd, Die geestelike brulocht, oftewel De geestelijke bruiloft.

Centraal in deze cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen staan dus deze middeleeuwse mystieke teksten; de visioenen, brieven en gedichten van Hadewijch en Die geestelike brulocht van Ruusbroec. Maar daarnaast is het ook de bedoeling van de cursus dat jullie vertrouwd raken met de gedachtenwereld en de leefwereld van de tijd waarin ze zijn ontstaan - dus een context, de achtergrond, een cultuur-historische context waarin de teksten geplaatst kunnen worden, en waar vanuit de inhoud begrepen kan worden.

De opzet van de cursus is dan als volgt. In het eerste uur van de bijeenkomst, voor de pauze, vertel ik steeds iets over de cultuur-historische achtergrond. Ik wil een beeld geven van wie Hadewijch was, wie Ruusbroec was, in wat voor omgeving de Middelnederlandse teksten zijn ontstaan, hoe en in welk milieu ze hebben gefunctioneerd, hoe het toenmalige publiek heeft gedacht over deze teksten, hoe er in de Middeleeuwen in het algemeen werd gedacht over religie en visioenen en mystiek, en hoe het er voorstond met de kerk en met kloosters. En ik wil proberen jullie ook nog, voor zover mogelijk in de beschikbare tijd, een beetje kennis laten maken met andere mystici uit de Middeleeuwen en uit latere eeuwen.

Dan is er tien minuten pauze. In het tweede uur van iedere bijeenkomst, na de pauze, gaan we met de middeleeuwse teksten zelf aan de slag. De komende drie bijeenkomsten zullen we teksten van Hadewijch lezen, de laatste drie bijeenkomsten zullen we ons bezig houden met de Brulocht van Ruusbroec. In de Bloemlezing bij deze cursus staan de teksten vermeld die in ieder geval aan de orde zullen komen en wie dat wil kan de teksten vooraf lezen ter voorbereiding.

Aan het slot van de allerlaatste bijeenkomst komt dan de vraag aan de orde, of het lezen van deze beide mystici, de 13e-eeuwse Hadewijch en de 14e-eeuwse Jan van Ruusbroec, ons op het spoor heeft gezet van een gedeelde spiritualiteit, of er zoiets bestaat als een samenhangende laat-middeleeuwse mystiek van de Lage Landen.


Insteek


Zoals ik tijdens het voorstelrondje heb verteld, ben ik literatuurhistoricus. Dat zal tijdens deze cursus ook de insteek zijn om deze middeleeuwse religieuze teksten te lezen en te bespreken. Natuurlijk gaan we ook uitgebreid in op de religieuze inhoud: wat proberen Hadewijch en Ruusbroec tot uitdrukking te brengen, wat is hun mensbeeld, hun godsbeeld, hun wereldbeeld?

Maar daarbij kijken we steeds naar op welke manier die religieuze beelden en opvattingen betekenis hebben binnen het middeleeuwse wereldbeeld en hoe de teksten hebben gefunctioneerd in hun tijd. Er komen dus geen hedendaagse geloofsvragen aan de orde - de vraag is wat de teksten te zeggen hadden aan het toenmalige publiek. Kortom: we lezen deze mystieke teksten dus vanuit hun cultuur-historische context.



Vandaag voor en na de pauze


Vandaag wil ik een basis leggen voor de twee hoofonderwerpen van deze cursus: de Middeleeuwen en de mystiek.

Na de pauze gaan we kijken naar het verschijnsel mystiek in het algemeen. In een cursus over mystiek is het denk ik heel belangrijk om heel helder te hebben wat mystiek eigenlijk is. Ik zal na de pauze een duidelijke definitie geven van wat mystiek is, of in het bijzonder: wat christelijke mystiek is, want daar houden wij ons immers mee bezig.

Maar nu eerst zal ik kort iets vertellen over de Middeleeuwen: iedereen heeft wel een beeld over de Middeleeuwen (ik hoef alleen maar iets te noemen als: ridders, jonkvrouwen, tournooien of titels van verhalen als Mariken van Nimwegen, De vos Reynaerde en het Mariamirakel de Beatrijs). Wat ik nu voor de pauze wil doen is dat beeld dat iedereen zo globaal heeft over de Middeleeuwen weer helder krijgen. Waarschijnlijk vertel ik niet veel nieuws, maar ik wil weer even de grote lijn schetsen, hoe zat het ook al weer allemaal; wat ik eigenlijk wil proberen is om de eeuwen tussen de 21ste eeuw en de Middeleeuwen te overbruggen; om jullie terug te voeren naar de middeleeuwse wereld, waarin Hadewijch en Jan van Ruusbroec leefden.


beatrijs mariamirakel kb 1374

Beatrijs, mariamirakel, versierde initiaal
(exemplaar KB, 1374).
-klik voor vergroting-


Ik ga dus een heel globaal beeld te schetsen van die middeleeuwse maatschappij en de middeleeuwse literatuur en mijn verhaal bestaat uit drie onderdelen: eerst ga ik het hebben over de periode, de begrenzing in de tijd, wanneer waren de Middeleeuwen nou eigenlijk precies? En wat kenmerkt deze eeuwen? Daarna ga ik het hebben over de middeleeuwse maatschappij en cultuur, hoe zat de middeleeuwse maatschappij in elkaar, wie konden er lezen en schrijven en hoe zat het met het onderwijs? En, ten slotte, het derde onderdeel van mijn verhaal zal gaan over het ontstaan van de Nederlandstalige literatuur.

De tijd is veel te kort om de Middeleeuwen echt weer 'tot leven te roepen', het zijn alleen wat grote lijnen, maar ik kom in de volgende bijeenkomst nog uitgebreid terug op de denkwereld van de middeleeuwse mens.



Wanneer waren de Middeleeuwen en wat kenmerkt de periode?


Wanneer waren de Middeleeuwen en wat kenmerkt die periode? Welke tijdsperiode noemen wij de Middeleeuwen? Dat is van ongeveer 500 n.Chr. tot ong. 1550.

Dit is een periode van ongeveer duizend jaar, 10 eeuwen dus; maar waarom worden deze 10 eeuwen de 'middel-eeuwen' genoemd? Oftewel de 'midden-eeuwen', alsof het eeuwen zijn die tussen iets anders ingeklemd zitten? De Middeleeuwer zelf heeft deze term nooit gekend, het is een benaming achteraf, uit de 17de eeuw. Waarom hebben mensen uit de 17de eeuw die voorafgaande eeuwen zo benoemd?

Er staat voor het overzicht een tijdsbalkje op de hand-out.



We kijken eerst naar hoe de Middeleeuwen begonnen. Links op het tijdsbalkje zie je de periode die de Grieks-Romeinse beschaving of de Grieks-Romeinse oudheid wordt genoemd. In deze periode ligt het begin van onze jaartelling: namelijk het jaar 0: de geboorte van Jezus en dus ook de kiem van het christendom. In de derde en de vijfde eeuw vinden de belangrijkste volksverhuizingen van de Germanen plaats, die mede de oorzaak zijn van de val van het Romeinse Rijk. Rond 400 na Christus ligt het einde van het Romeinse Rijk.

Het begin van de Middeleeuwen, rond het jaar 500, wordt dus gemarkeerd door:
  • de val van het Romeinse Rijk
  • de opkomst van de Germaanse beschaving
  • de verspreiding van het christendom

Deze laatste twee punten zijn zeer kenmerkend voor hoe het middeleeuwse Europa geworden is, wat het is. De komst van de Germanen, en de verspreiding van het christendom.

Deze beide hebben als twee enorme veranderings-golven Europa overspoeld. Na de volksverhuizingen (3e en 5e eeuw) wordt zo ongeveer de hele Europese cultuur beschouwd als Germaans en Keltisch (Germanen in noord Europa en Kelten in zuid en midden Europa; met een meergodendom, de Germaanse mythologie). En daarna wordt heel Europa, vanuit het Romeinse Rijk, gekerstend (6e tot 10e eeuw) en komt hier een monotheïstisch geloof uit het nabije oosten (met één god, de mannelijke god Jahweh).

Bij de 'Veel gestelde vragen' staat een toelichting op deze twee punten: hoe is die Germaanse cultuur hier gekomen en hoe ging de kerstening te werk? Zie VGV: Verspreiding Germaanse cultuur en christendom in Europa.

De hele periode van 1000 jaar wordt wel opgedeeld in drie delen: de vroege, hoge en late Middeleeuwen. Op de hand-out staat van elke periode een korte karakterisering. Bedenk hierbij, dat de vroege Germanen geen schriftcultuur hadden, en wat anderen (meestal tegenstanders) optekenden vaak negatieve typeringen zijn (voor de Romeinen waren het 'barbaren'; voor de reeds gekerstende christenen waren het 'heidenen'; voor de 17e-eeuwers waren het 'donkere eeuwen') - deze bepalen nog steeds ons beeld, maar zeggen vooral iets over de blik van die ander, niet zozeer over de historische feiten w.b. deze duizend jaar aan cultuur - onze eigen geschiedenis.

Op de hand-out dus een algemene, globale karakterisering van de maatschappij en de cultuur van de vroege, hoge en late Middeleeuwen.


Maatschappij en cultuur in vroege, hoge en late Middeleeuwen  (hand-out)


De samenleving in de vroege Middeleeuwen (tot 950), voornamelijk boeren, was egalitair georganiseerd met een volksvergadering (waar alle vrije mannen mochten spreken) en een Ding, de rechtspraak door die vergadering. Hun cultuur stond bekend om onder meer hun hoogstaande smeedkunst (zoals sieraden, gebruiksvoorwerpen (bekers) en wapentuig met fijn bewerkt goud en ingezette edelstenen); hun mozaïeken; hun weefkunst; en hun orale vertelkunst, waarvan bijv. de Edda, het Nibelungenlied en Tristan en Isolde zijn opgetekend.

De hoge Middeleeuwen (950-1270) kenmerken zich door bouwkunst: kastelen, kathedralen en later ook steden met stadsmuren en grote poortgebouwen. Men gaat gotische kathedralen bouwen met spitsbogen, hoge ramen, veel licht. Deze leiden tot een hoogtepunt in de architectuur, de glas-in-lood-kunst en de beeldhouwkunst. In steden als Brugge zijn prachtige huizen behouden. In de mode voor de adel gebruikt men dure stoffen als fluweel en zijde, rijk geborduurd. In de muziek worden de meerstemmigheid en het notenschrift ontwikkeld. Perkamenten handschriften worden rijk verlucht met margeversieringen, miniaturen en bladgoud. De eerste universiteiten ontstaan.

De late Middeleeuwen (1270-1550) is een tijd van economische neergang en pestepidemieën. Maar in deze tijd worden wel bijv. de bril, het mechanische uurwerk, de standerdmolen, het kanon, de olieverf en de boekdrukkunst uitgevonden. Grote schrijvers als Dante, Petrarca en Christine de Pizan worden zeer beroemd. Jacob van Maerlant schrijft een encyclopedie (1270) en de geschiedenis van de mensheid (1288) in het Diets. Met de Vlaamse Primitieven bereikt de schilderkunst een hoogtepunt. Rond 1360 wordt voor het eerst de gehele Bijbel in het Middelnederlands vertaald. In de 14de eeuw wordt het denken (wetenschap, dat wat bewijsbaar is) gescheiden van geloven - wat de weg vrijmaakt voor het latere ontstaan van de Verlichting.

∗ ∗ ∗ 

Bovenstaande in beeld en geluid:
bijlage middeleeuwse miniaturen en
Middelnederlandse liedjes.


Wat de Lage Landen betreft: na die twee grote veranderingsgolven, zijn deze vanaf het einde van de vroege Middeleeuwen (vanaf ong. de achtste eeuw) geheel Germaans, bevolkt door Friezen, Saksen en Franken, en geheel rooms-katholiek. En men spreekt hier dan Oudnederfrankische of Oudnederlandse streektalen.

kaartje lage landen met franken friezen en saksen

Kaartje van de Lage Landen
met de Friezen, Saksen en Franken
- klik voor vergroting -



Goed, we hebben nu gezien wanneer en hoe de Middeleeuwen zijn begonnen; en wat de vroege, hoge en late Middeleeuwen kenmerkt. Dan ga ik naar het einde van de Middeleeuwen, rond 1550, helemaal rechts op het tijdsbalkje.

Vanaf de tweede helft van die 16de eeuw en zeker in de zeventiende eeuw, wordt er heel sterk teruggegrepen op de cultuur van die Griekse en Romeinse oudheid: wat betreft de rechtspraak, de literatuur, de filosofie. Men noemde de 16de en 17de eeuw dan ook de 'Renaissance', de 'wedergeboorte van de klassieke oudheid'. En de tussenliggende eeuwen worden dan beschouwd als 'barbaars', 'onwetend' - kortom 'donkere' eeuwen.

Dit is dus geen absolute waarheid, maar een zeventiende-eeuwse visie. Nog altijd worden de Germaanse en Keltische beschavingen ten onrechte wel aangeduid als 'donker'. Omdat dit historisch onjuist is, zijn er wel andere benamingen voorgesteld, zoals de 'gouden eeuwen'.

De benaming 'Middeleeuwen' ('midden-eeuwen', 'tusseneeuwen') stamt dus uit de 17de eeuw, omdat deze duizendjarige periode vanuit hun gezichtspunt ingeklemd zat tussen de Griek-Romeinse oudheid en de Renaissance (de wedergeboorte van die klassieke oudheid).

Rond 1550, in de loop van de 16de eeuw, vinden er een paar ingrijpende dingen plaats, die het einde van de Middeleeuwen markeren en die als breekpunten kunnen gelden met de periode daarna. Ik zal er twee van noemen:

(1)  Ten eerste wordt rond 1450 de boekdrukkunst uitgevonden en vanaf ± 1550 wordt de boekdrukkunst op grote schaal toegepast. Dit is een enorm ingrijpende verandering, dat kunnen wij ons bijna niet meer voorstellen. In de Middeleeuwen wordt er met een ganzeveer op perkament geschreven; en de enige manier om in bezit te komen van een boek dat was: door het over te schrijven of het te láten overschrijven. Dit is natuurlijk ontzettend tijdrovend.

Maar daarnaast was het ook verschrikkelijk duur: perkament werd namelijk gemaakt van dierenhuiden (m.n. van kalveren, koeien, geiten en schapen) en als je een beetje redelijk dik boek wilde overschrijven, dan moest je zo ongeveer een hele kudde schapen slachten. Eén gemiddeld boek kostte in de Middeleeuwen bijna het jaarinkomen van een handwerkman (vergelijkbaar met nu een middenklasse auto). En als je dan bedenkt hoeveel boeken een klooster soms bezat (vaak verlucht met miniaturen, versierde en gekleurde initialen, margeversieringen, bladgoud, zilveren sierbeslag op de band - en dus nog vele malen duurder dan een gemiddeld boek), dan kun je je voorstellen hoe rijk kloosters vaak waren in die tijd (alsof ze een wagenpark aan Porsches bezaten...) - maar dat even terzijde.


getijdenboek brugge 15de eeuw

Getijdenboek uit Brugge, 15de eeuw (KB)
met gedetailleerde miniatuur (aureool van bladgoud), versierde initiaal, margeversieringen, zilveren sierbeslag.
-klik voor vergroting-.


In de 16de eeuw gaat men op grote schaal boeken drukken en men drukt dan op papier. Papier wordt gemaakt van lompen en is spotgoedkoop, zeker in vergelijking met perkament. Hierdoor worden literatuur en kennis bereikbaar voor een veel grotere groep mensen. Boeken worden in de 16de eeuw dus minder kostbaar en minder exclusief. De uitvinding van de boekdrukkunst en het drukken op papier wordt gezien als een belangrijke markering van het einde van de Middeleeuwen.

(2)  De tweede ingrijpende verandering in de 16de eeuw die ik wil noemen, vindt plaats in 1517. Dan treedt Luther met zijn stellingen naar buiten en dat luidt het begin in van kerkhervorming, het protestantisme. Er ontstaat verzet tegen misbruiken in de rooms-katholieke kerk, tegen het gezag van de kerk en men wil terug naar de tekst van de evangeliën.

In de Middeleeuwen is zoiets als kerkhervorming ongekend: het katholicisme is de hele Middeleeuwen door het enige geloof in Europa (wat zeer belangrijk is als eenheid-brengende factor). Er zijn gedurende de Middeleeuwen wel eens groeperingen die denkbeelden hebben die afwijken van de katholieke geloofsleer, maar deze worden al snel als ketters bestempeld en fel bestreden, met name door de Inquisitie (de kerkelijke rechtbank), en worden vaak ook letterlijk uitgeroeid.

Er bestond in de Middeleeuwen simpelweg nog geen persoonlijke godsdiensvrijheid, dat was nog niet uitgevonden. Heresie (ketterij) is niet voor niets afgeleid van het Griekse woord hairesis, wat 'keuze' betekent. Een andere benaming was 'heterodoxie' (heteros doxa is: 'andere leer'), oftewel dwaalleer. Dus iedereen die afwijkt van de orthodoxe leer (de 'rechte leer'), wordt tot de opkomst van het protestantisme bestempeld als ketter.

Het protestantisme was in beginsel ook helemaal niet bedoeld om allerlei nieuwe stromingen en kerkgemeenschappen te vormen (zoals het heeft uitgepakt), maar om die ene, universele (katholieke) kerk te hervormen, te veranderen. Het ging om een hervorming van die ene religie in zijn geheel - maar leidde tot het einde van de eenheid van godsdienst.

Kortom, in de Middeleeuwen is (in Europa) het katholieke geloof het enige en algemeen aanvaarde geloof - en de opkomst van het protestantisme vanaf 1517 is dus echt een enorm breekpunt.


Zo hebben we dus de Middeleeuwen globaal begrensd: het begin ervan, rond het jaar 500, wordt gemarkeerd door:
  • de val van het Romeinse Rijk
  • de opkomst van de Germaanse beschaving
  • de verspreiding van het christendom (het katholicisme)

Deze duizend-jarige periode van de Middeleeuwen wordt gekenmerkt door:
  • hoogstaande smeedkunst, bouwkunst (kathedralen, steden), ontstaan universiteiten - de Germaanse beschaving
  • boeken geschreven op perkament (zeer tijdrovend en duur, dus literatuur/kennis is exclusief)
  • eenheid van godsdienst: het rooms-katholicisme

En het einde ervan wordt gekenmerkt door allerlei grote veranderingen rond 1550, zoals:
  • de Renaissance (teruggrijpen op Grieks-Romeinse oudheid)
  • de boekdrukkunst (literatuur/kennis wordt goedkoop, bereikbaar)
  • de opkomst van het protestantisme.



De middeleeuwse maatschappij en cultuur


Hadewijch en Ruusbroec leefden en schreven in deze periode, de Middeleeuwen. Hadewijch in de 13de eeuw (de hoge Middeleeuwen) en Jan van Ruusbroec in de 14de eeuw (de late Middeleeuwen). Het zijn dus eeuwen die vrij aan het einde van die duizend jaar van de Middeleeuwen liggen. Zij leven in een tijd zonder computers en internet, er bestaat niet eens een balpen, er zijn geen uitgeverijen, geen openbare bibliotheken, en er is ook geen algemene leerplichtwet; het is een heel andere wereld. De middeleeuwse maatschappij zit heel anders in elkaar dan de onze 21ste-eeuwse.

Ik ben nu aanbeland bij het tweede onderdeel van mijn verhaal: de middeleeuwse maatschappij en cultuur. Hoe zit de middeleeuwse maatschappij in elkaar? En omdat we ons gaan bezig houden met middeleeuwse teksten, wil ik vooral stilstaan bij de vraag: wie konden er in de Middeleeuwen lezen en schrijven en hoe zat het met het onderwijs?

Kijk je naar het begin van het tijdperk van de Middeleeuwen, op het tijdsbalkje op de hand-out, dan is vrij makkeijk te zien dat de middeleeuwse cultuur in feite op drie pijlers rust:


een Grieks-Romeinse pijler    (Latijn, schriftcultuur, artes liberales, hiërarchie)
een joods-christelijke pijler    (kerk, kloosters, chr. geloof)
een Germaanse pijler    (egalitaire samenlevingen met enkele adellijke families; volkstaal, mondelinge cultuur)


De middeleeuwse cultuur is eigenlijk een smeltkroes van deze drie culturen, waarbij het christendom een hoofdrol speelt. Het christelijke geloof, dat is ook te zien op het tijdsbalkje, ontstaat tijdens de Romeinse beschaving. Het is eerst niets meer dan een kleine stroming binnen het jodendom, zoals er in het Romeinse Rijk wel meer kleine groeperingen waren met een eigen geloof. In het jaar 313 gebeurt er iets belangrijk voor dat prille christendom, want in 313 bekeert keizer Constantijn zich tot het christelijke geloof en dan wordt het christendom een erkend en toegestaan geloof in het Romeinse Rijk. Bijna 70 jaar later, in 380, wordt het zelfs de staatsgodsdienst.

Vanaf dat moment begint het christendom, wat betreft inhoud en geloofstellingen, steeds meer vorm te krijgen. En die eerste geleerden die over de inhoud van het christendom gingen schrijven, de theologen in de 4de, 5de, 6de eeuw, die worden wel de 'kerkvaders' genoemd, en zij schreven in het Latijn. Het christendom was immers staatsgodsdienst geworden in het Romeinse Rijk en vanuit die Romeinse beschaving krijgt de katholieke kerk drie dingen mee:
  1. een sterke hiërarchie
  2. het gebruik van de Latijnse taal en een schriftcultuur in de Latijnse taal
  3. een onderwijssysteem met 7 vakken (de zogenaamde artes liberales / zeven vrije kunsten), waaronder: taalkunde, wiskunde en kosmologie.
De voertaal en schrijftaal binnen de kerk en de kloosters èn binnen het onderwijs dat door de kerk en de kloosters wordt verzorgd, is dus het Latijn. Dit komt dus niet omdat Jezus Latijn sprak of omdat de bijbel in het Latijn was geschreven, maar dat stamt dus uit de Romeinse beschaving (de Romeinse pijler). De hele Middeleeuwen blijft dit zo.


middeleeuwse maatschappij standen adel en boeren in middeleeuwen bergeres

Middeleeuwse standen:
Adellijke dames, boer, stad en kerktoren (geestelijkheid).
Miniatuur Frans handschrift Bergères,
Les Secrets de l'histoire naturelle, ill. Robinet Testard,
Département des Manuscrits Français 22971
-klik voor vergroting-.


Binnen die middeleeuwse, christelijke cultuur werden verschillende maatschappelijke standen onderscheiden. De middeleeuwers verdeelden de maatschappij onder in drie standen: de geestelijkheid, de adel en de boeren. Later in de Middeleeuwen, vanaf de 12de eeuw, beginnen de steden beginnen te groeien en is er dus ook sprake van een burgerij: handwerklieden, handelaren, bestuurders. Dan wordt er vaak niet meer over 'de boeren' gesproken, maar over 'het volk' of 'boeren en burgerij'. Deze drie standen zijn wellicht een iets te groffe indeling, maar geven wel houvast om nu even grip te krijgen op de middeleeuwse maatschappij.

Elke stand had in de samenleving zijn eigen (door God bepaalde) rol (kortweg: bidders, strijders en werkers - 'oratores, bellatores en laboratores'). Bijvoorbeeld edelen waren grondbezitters of leenmannen, die hun gebied bestuurden en verdedigden. De adel had het alleenrecht op wapens (ridders met zwaarden, speren, kruis en boog) - dat was voor boeren verboden. Vandaar dat je de mensen tijdens boerenopstanden ook altijd ziet afgebeeld met rieken en hooivorken als 'wapens'.

Bij de stand van de geestelijken zit de schriftcultuur en het onderwijs, dus bij de priesters en monniken. Deze geestelijken zijn overigens vaak adellijke jongens, die niet de oudste zijn en dus niet de titel/landgoed erven (mede doordat zij hun erfenis aan hun klooster/kerk nalieten, werden die steenrijk). De geestelijken uit de adellijke stand, bekleedden de hoge posten binnen kerk en kloosters - als je uit het volk afkomstig was, werd je veelal lekenbroeder en deed je handenarbeid binnen het klooster.

In de Middeleeuwen (tot ong. de 12de eeuw) kreeg je eigenlijk alleen onderwijs als je in een klooster wilde intreden of priester wilde worden. En zoals ik al zei kreeg je onderwijs in het Latijn. Jongens konden vanaf ongeveer hun 8ste tot hun 15de les krijgen in kloosterscholen en kathedraalscholen; en kunnen dan in feite hun hele leven blijven studeren in de kloosterbibliotheken.

Als je het Latijn eenmaal beheerste, dan werd vrijwel alles wat ooit geschreven was in Europa toegankelijk voor je. Het Latijn was een internationale taal, een lingua franca; zoiets wat het Engels nu ook een beetje is, maar het Latijn had dat veel sterker (omdat er tot begin 12de eeuw verder geen schriftcultuur was in volkstalen).

Literatuur en kennis was dus sterk voorbehouden aan de stand van de geestelijkheid, niet alleen omdat perkamenten boeken peperduur waren, maar ook omdat boeken tot de 12e eeuw vrijwel altijd in het Latijn waren geschreven. Boeken, schriftcultuur, onderwijs en kennis zit dus exclusief bij die geestelijkheid.


geestelijkheid    bidden voor zielenheil; vrijgesteld van belasting en krijgsdienst; schrijven, onderwijs, Latijn
adel    oorlogsvoering, besturen, belasting innen
boeren/burgerij    werken, krijgsdienst, belasting betalen


Als je als vrouw het klooster in ging, kreeg je ook onderwijs, maar veel minder; nonnen leerden schrijven om handschriften te kunnen kopiëren en ze leerden voldoende Latijn om de psalmen te kunnen lezen. Wetenschappelijke teksten konden zij over het algemeen niet lezen en zij kenden ook niet voldoende Latijn om zelf Latijnse teksten te kunnen schrijven.

Pas in de 12de en 13de eeuw komt er onderwijs dat los staat van de kerk: in de steden ontstaan de stadsscholen, de zogenaamde Franse scholen. Kinderen uit de gegoede burgerij leren op de Franse school lezen, schrijven en rekenen. In diezelfde 12de eeuw ontstaan ook de universiteiten (Bologna, Parijs, Oxford); centra van geleerdheid en wetenschap onafhankelijk van de kerk, maar waar overigens het Latijn de voertaal en schrijftaal bleef. De universiteit was alleen toegankelijk voor mannen, vrouwen waren uitgesloten van universitair onderwijs.

Hoewel ik hier verschillen tussen mannen en vrouwen aangeef, speelt in de Middeleeuwen zelf nauwelijks de vraag van man-vrouw verhoudingen. Daar lag niet de grote scheidslijn: het ging erom of je van adel was, of van het volk. Een jonkvrouw werd vele malen hoger aangeslagen, dan een man die een arme boer was. Binnen een stand zijn er man-vrouw verschillen, zeker, maar de scheidslijnen die de middeleeuwer bezig hielden, lagen tussen de standen. Het (door 'Gods wil' gelegitimeerde) onderscheid tussen: geestelijken, adel, boeren, burgerij.


Als het goed is, is het beeld van de middeleeuwse cultuur en maatschappij zo duidelijk. De middeleeuwse cultuur rust op drie pijlers (Grieks-Romeins, joods-christelijk en Germaans), waarbij het christendom de hoofdrol speelt. En de middeleeuwse maatschappij is onderverdeeld in drie standen (geestelijken, adel, boeren/burgerij).

Wat betreft lezen en schrijven, zijn het tot de 12de eeuw de geestelijken die religieuze teksten schrijven in het Latijn en die wetenschap bedrijven. Het Latijn is de taal van de schriftcultuur, de religie en de wetenschap.

Maar hoe zit het met het lezen en schrijven bij de andere twee standen? En hoe zat het in de Middeleeuwen met de verhalen in de volkstaal, met de volkstalige literatuur?



Het Middelnederlands en de Middelnederlandse literatuur


Dit brengt mij bij het derde deel van mijn verhaal: de volkstaal, het Middelnederlands, en het ontstaan van de Nederlandstalige literatuur. Deze twee standen, de adel en het volk, hadden eeuwenlang geen schriftcultuur. De verhalen die er bestonden in de volkstaal werden eeuwenlang niet opgeschreven, maar mondeling doorverteld en gezongen. Dus ridderverhalen, exempelen, heiligenverhalen, legenden, dierdichten en liederen (liefdesliedjes, weefliederen, drinkliedjes, dansliedjes, verhalende liederen, balladen, geestelijke liederen, enz.) worden van generatie op generatie mondeling doorgegeven.

In de volkstaal is er dus sprake van een zogenaamde orale traditie. Die mondelinge overlevering is afkomstig van de derde pijler, de Germaanse pijler. De Germanen kenden namelijk geen schriftcultuur. (Ze hadden wel schrift, nl. runen, maar die werden vrijwel alleen gebruikt voor korte graf- en herinnerings-inscripties en bijv. op munten).

geestelijkheid schrijven, onderwijs, Latijn Gr./Lat. pijler
adel volkstaal, mondeling Germaanse pijler
boeren/burgerij volkstaal, mondeling Germaanse pijler

De taal die in de Middeleeuwen in deze streken gesproken werd, de volkstaal, is dus ook afkomstig van de Germanen, en wordt in de Nederlanden het Diets genoemd (diet is 'volk', diets is dus 'van het volk', de 'volkstaal' - dit woord is afgeleid van de Deens/Duitse (Saksische) streek Ditmarsken, het 'Ditse volk'). Tegenwoordig kennen wij nog de woorden 'Duits' en 'Dutch', wat oorspr. verwees naar 'Germaans'.

Wij noemen deze Germaanse taal vóór 1150 Oudnederlands (oftewel Oudnederfrankisch) en vanaf 1150 het Middelnederlands. Het Middelnederlands is eigenlijk een verzamelnaam voor een groep aan elkaar verwante, West-Germaanse dialecten. Er staat een kaartje van zowel de middeleeuwse Lage Landen, als van de grote Middelnederlandse dialectgroepen, op de hand-out.


kaartje middeleeuwse hertogdommen, graafschappen, bisdommen in de lage landen, holland utrecht oversticht friesland gelre brabant vlaanderen limburg, in de middeleeuwen

Hertogdommen, graafschappen, bisdommen
in de middeleeuwse Lage Landen
-klik voor vergroting-.


Je ziet hier dat de Lage Landen verdeeld zijn in allerlei verschillende gebieden. In de noordelijke Lage Landen heb je links het graafschap Holland (geel), het huidige Zeeland viel daaronder; in het midden het bisdom Utrecht met rechtsboven het bijbehorende Oversticht (paars); in het uiterste noorden de Friese landen (roze); en tussen Utrecht en het Oversticht: het graafschap Gelre (bruin). In de zuidelijke Lage Landen ligt het hertogdom Brabant, met Antwerpen en Brussel (groen), links daarvan ligt het graafschap Vlaanderen (bruin) en rechts van Brabant zie je van boven naar beneden het graafschap Loon, het bisdom Luik en Limburg, dat eigenlijk nog weer was opgedeeld onder verschillend gezag.

Zoals je ziet, waren de Nederlanden in de Middeleeuwen staatkundig gezien geen eenheid. De eenheidbrengende factor is de eenheid van godsdienst, het katholicisme (dit is een van de redenen waarom ketterijen zo fel werden bestreden; katholiek betekent niet voor niets 'universeel').

In al die verschillende hertogdommen, graafschappen en bisdommen werden verschillende dialecten oftewel streektalen gesproken. We onderscheiden vijf grote dialectgroepen in het Middelnederlands: het Hollands, de noord-oostelijke dialecten, het Vlaams, het Brabants en het Limburgs. (Pas in de 17de eeuw is hieruit het Standaardnederlands ontstaan, vnl. op basis van het Hollands en Brabants, omdat men na de uitvinding van de boekdrukkunst een grotere, eenvormige afzetmarkt nodig had voor gedrukte boeken).

kaartje dialectgroepen vijf middelnederlandse dialecten of streektalen in lage landen middeleeuwen

Vijf grote dialectgroepen Middelnederlands:
Hollands, noord-oostelijk, Vlaams, Brabants, Limburgs
-klik voor vergroting-.

Verhalen in die dialecten, het Middelnederlands, worden dus eeuwenlang niet opgeschreven, er is die orale traditie; maar in de 12de eeuw, een eeuw vóór Hadewijch dus, verandert deze situatie. In de 12de eeuw begint men teksten te schrijven in het Middelnederlands (schriftcultuur in de volkstaal, het begin van de verschriftelijking van de volkstalige literatuur). Wat gebeurt er in die 12de eeuw?

Er is in de 12de eeuw sprake van een grote economische bloei, de adel heeft meer geld te besteden en krijgt meer vrije tijd - en rond het hof (van Brabant, Limburg en Holland) ligt dan het begin van de geschreven Middelnederlandse literatuur. De adel heeft niks aan Latijnse teksten, want ze zijn immers het Latijn niet machtig! Vaak heeft zo'n adellijke familie een klerk in dienst (een man die op een kathedraalschool heeft gezeten), voor bijv. de administratie en de correspondentie. En het zijn dan in het bijzonder adellijke dames (de heren hebben het waarschijnlijk nog te druk met vechten, besturen en de jacht) die aan die klerken de opdracht gaan geven om literatuur in de volkstaal op te gaan schrijven.

Het zijn in die beginjaren, in de 12de en 13de eeuw, vooral ridderverhalen (Arthur- en Karelepiek), heiligenlevens en (liefdes)liedjes die worden opgeschreven en het gaat vaak om vertalingen uit het Frans, in Frankrijk begonnen ze ietsjes eerder met in de volkstaal te schrijven dan in de Nederlanden. De allereerste volledige, Middelnederlandse tekst die wij nu nog kennen is in 1170 opschreven door de klerk van het Loonse hof. De naam van deze klerk was Hendrik van Veldeke en hij schreef in opdracht van gravin Agnes van Loon. Hij schreef in het Limburgse dialect een legende over Sint Servaas en een roman over de Romeinse held Eneïs en verder tekende hij nog een aantal liefdesliederen op. Daar leggen we dan het beginpunt van de geschreven Nederlandstalige literatuur: 1170.


hendrik van veldeke leven sint servaes handschrift 15e eeuw

Hendrik van Veldeke, Het leven van Sint Servaes,
handschrift 15e eeuw
-klik voor vergroting-.


In die eerste decennia gebeurt dat schrijven in de volkstaal nog niet op grote schaal. Als je kijkt wat er tussen 1170 en 1300 aan Middelnederlandse teksten is, in 130 jaar dus, dan blijkt dat er nog geen 40 literaire teksten/ tekstfragmenten in een Middelnederlands dialect bewaard zijn gebleven. Dat is dus niet zo heel veel! Waarschijnlijk is er wel meer geweest, maar in de loop van de eeuwen zijn er een heleboel teksten verloren gegaan: door plunderingen door de Noormannen, door brand, door overstromingen, en meer van dat soort rampen. Ook in de 17de eeuw zijn er heel veel middeleeuwse handschriften verloren gegaan; in die tijd vond men dat toch maar 'een duistere periode' en men ontdekte dat je van perkamenten handschriften heel goed lijm kon koken. Verschrikkelijk zonde!

In die heel vroege Middelnederlandse teksten vind je vaak nog sporen terug van de mondelinge verteltraditie, bijvoorbeeld: 'Vraie historie ende al waer, mach ic u tellen, hoort ernaar' (Karel ende Elegast). Het gaat dus om vertellen en horen, niet om opschrijven en lezen.


Hadewijch en Ruusbroec zijn beiden Brabanders - zij komen dus uit het hertogdom Brabant. Van Ruusbroec weten we dat hij in Brussel woonde. Hun beider geschriften zijn overgeleverd in Brabants dialect. En bijvoorbeeld het Rooklooster, net buiten Brussel, bezat handschriften van de beide mystici.

De volgende bijeenkomst gaan we teksten lezen van Hadewijch, zij schrijft rond 1240. Als je bedenkt dat men in 1170 was begonnen om in de volkstaal te schrijven, is dat dus héél erg vroeg; op dat moment schrijft men dus nog geen zeventig jaar in het Middelnederlands. Maar Hadewijchs teksten zijn niet alleen heel vroeg, er zitten ook heel curieuze kanten aan. Hadewijch schrijft niet in opdracht van het hof een ridderverhaal, vertaald uit het Frans, nee, zij schrijft in de volkstaal over geloof, over religie! En dat is iets heel nieuws, want dat behoor je nog steeds in het Latijn te doen! En daarbij is zij ook nog eens een vrouw - vrouwen in het klooster kopieerden wel handschriften, maar Hadewijch schreef zelf haar eigen teksten. En dat is heel uitzonderlijk in die tijd. Wie was deze Brabantse vrouw, deze Hadewijch eigenlijk, dat zij dat deed? Er zijn heel veel vragen rond Hadewijch.

Hadewijch is één van de opmerkelijkste figuren van de Lage Landen in de Middeleeuwen. Zij valt op bijna alle gebieden buiten het gebruikelijke stramien. Een vrouwelijke schrijver in de 13de eeuw is al iets uitzonderlijks. Maar dan schrijft zij ook nog eens in de volkstaal over religie, dat is gewoonweg revolutionair! Ook haar leefwijze is zeer afwijkend van dat keurige model van drie standen dat ik net heb geschetst. Hadewijch is nergens in te passen en uniek in onze vrouwengeschiedenis, religieuze geschiedenis en literaire geschiedenis. Maar daar zal ik in de derde en vierde bijeenkomst nog uitgebreid op terugkomen.



Bijlagen bij deze bijeenkomst:

Middeleeuwse cultuur in beeld
(miniaturen geven kijkje in middeleeuwse wereld)
en
Middelnederlandse liedjes beluisteren
(brengen liedcultuur en het Diets tot klinken,
met hertaling, toelichting en muziek).


Veel gestelde vragen:

Verspreiding Germaanse cultuur en kerstening Europa
(Hoe is die Germaanse cultuur hier gekomen en hoe ging de kerstening te werk?)




Afronding


Wat hebben we het afgelopen uur enkele belangrijke kenmerken gezien van de middeleeuwse wereld, die de context vormen voor het leven van Hadewijch (13e eeuw) en Ruusbroec (14e eeuw).

•  De Middeleeuwen lopen van ongeveer 500 tot 1550. Het begin van de Middeleeuwen wordt gemarkeerd door de val van het Romeinse Rijk, de opkomst van de Germaanse cultuur en de verspreiding van het christendom.

•  Het einde van de Middeleeuwen wordt gekenmerkt door de Renaissance, de opkomst van de boekdrukkunst en het protestantisme.

•  Het rooms-katholicisme was de hele Middeleeuwen door het enige geloof (eenheid van godsdienst).

•  De middeleeuwse cultuur rustte op drie pijlers: Grieks-Romeins, joods-christelijk en Germaans. De rooms-katholieke kerk kreeg vorm vanuit de eerste pijler: hiërarchische organisatie, Latijns schrift en onderwijssysteem (kathedraalscholen, artes liberales).

•  De middeleeuwse maatschappij werd onderverdeeld in drie standen: geestelijken, adel en boeren/burgerij. Monniken lazen en schreven in het Latijn (vanuit de eerste pijler) over religie.

•  Vanaf eind 12e eeuw ontstond er bij de adel geschreven literatuur in de volkstaal: het Middelnederlands oftewel Diets (m.n. ridderverhalen, heiligenlevens, liederen).

•  Hadewijch is binnen dit kader uitzonderlijk: zij schreef al halverwege de 13e eeuw, als vrouw, in de volkstaal, over geloof.



Na de pauze


Na de pauze gaan we naar de vraag 'Wat is mystiek?'.



Achtergrondinformatie


De cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen bestaat uit zeven bijeenkomsten. De mystieke teksten van Hadewijch en Ruusbroec worden hierin in een cultuur-historische context gelezen.

•  Over deze cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen: inhoud en opzet.

•  Achtergrondliteratuur bij deze cursus: over de Middeleeuwen, Hadewijch, Ruusbroec en middeleeuwse mystiek.

•  Over de docente Rozemarijn van Leeuwen.

•  Veel gestelde vragen, als: Verspreiding Germaanse cultuur en christendom in Europa.

•  Reacties lezen of zelf een reactie achterlaten.

•  Teksten van Hadewijch en Ruusbroec: fragmenten in het Middelnederlands en in hedendaagse hertaling.



Copyright


©  Bovenstaande tekst is een onderdeel van de cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen, door Rozemarijn van Leeuwen (1999-2001).

Het is niet toegestaan om deze tekst digitaal of in druk over te nemen en/of te publiceren.



∗         ∗         ∗




Volg de hele cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen online:

    voor de pauze (achtergrond) na de pauze (teksten lezen)
  1 De Middeleeuwen   ↑ Wat is mystiek?
  2 Het middeleeuwse wereldbeeld Hadewijch: visioen of mystiek
  3 Het leven van Hadewijch Hadewijch: wegen naar God
  4 Vrouwen in de Middeleeuwen Hadewijch: door het ghebreken
  5 Het leven van Jan van Ruusbroec Ruusbroec: het werkende leven
  6 De verschrikkelijke 14e eeuw Ruusbroec: het innige leven
  7 Gods beeld en gelijkenis Ruusbroec: om Hem te ontmoeten




 >