RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
gedicht analyseren






















Versanalyse en interpretatie
analyse gedicht


J.J. Slauerhoff - Een eerlijk zeemansgraf
(1936)



 >



Onderwerp: Bundel van Slauerhoff
(3 oktober 2021)


Beste Rozemarijn,

Wij moeten in ons eindexamenjaar de bundel Een eerlijk zeemansgraf (1936) van J.J. Slauerhoff grondig uitpluizen en er aan het einde van het jaar een mondeling over doen.

We vinden het lastig om overzicht te krijgen. In hoeverre sluit deze bundel aan bij de belangrijkste thema's in zijn werk als geheel? En wat betekent de titel van de bundel?

Tijdens het mondeling kunnen alle gedichten aan bod komen, maar het zou al heel veel schelen als we een goed beeld hebben van de achtergrond van de bundel als geheel.

Wij horen héél graag van u! Het heeft geen haast (begin volgend jaar is ook nog goed).

Met vriendelijke groet, ook namens Clair,

Nienke.





J. Slauerhoff, Een eerlijk zeemansgraf
(1936).



∗       ∗       ∗



Antwoord    (13 december 2021)


Dag Nienke,

Wat een grote opdracht, om een hele gedichtenbundel te moeten bespreken.

Ik zal drie punten wat uitgebreider langslopen. Ten eerste over Slauerhoff en het verschijnen van de bundel Een eerlijk zeemansgraf (1936) - dat geeft een duidelijke achtergrond bij deze specifieke bundel.

Ten tweede Slauerhoffs belangrijke thematiek rond de zee - die ook in deze bundel is terug te vinden. En dat leidt meteen tot het derde punt: de betekenis van de titel - die namelijk sterk samenhangt met zijn belangrijkste thematiek.

Ik hoop dat dat voor jullie voldoende handvatten geeft om van daaruit tijdens een mondeling tentamen iets te zeggen over de verschillende gedichten.



Over Slauerhoff en het verschijnen van de bundel


Jan Slauerhoff (1898-1936) ('Slau' voor vrienden) was scheepsarts en reisde daardoor veel. Hij was echter zijn hele leven veel ziek. Hij had astma en kreeg later malaria en tbc. Daardoor overleed hij zeer jong, hij was nog maar 38. Hij maakte veel ellende mee in zijn leven; zo overleed zijn enige kind bij de geboorte en scheidde zijn vrouw daarna van hem.

Slauerhoff schreef veel over onderwerpen als het verlangen (naar zee, maar eenmaal op zee naar land), je toch nooit ergens thuis voelen, rusteloosheid, onvrede met het leven, heimwee naar andere plekken en tijden.

De gedichtenbundel Een eerlijk zeemansgraf (1936) was de laatste bundel die tijdens zijn leven verscheen. De dichtbundel kwam uit in de zomer van 1936 en hij overleed in oktober van dat jaar.

Tijdens het samenstellen van de bundel was hij al zwaar ziek: hij was in oktober 1935 van boord gegaan in Genua, verbleef in verschillende kuuroorden en keerde in februari 1936 terug naar Nederland, waar hij in oktober overleed in een rusthuis.

Omdat hij zelf arts was (scheepsarts) besefte hij zeker hoe ziek hij was en ook dat hij aan de tbc kon overlijden. Toch bleef hij tot in het verzorgingstehuis plannen maken voor nieuwe uitgaven. Dus hoewel hij besefte dat hij dood zou kunnen gaan, had hij blijkbaar toch nog wel hoop om weer op te knappen.


Slauerhoff heeft Een eerlijk zeemansgraf  thematisch samengesteld rond de zee, zeereizen, het zeemansleven. Een deel van deze zeegedichten was nieuw geschreven, in de jaren voor de verschijning; maar Slauerhoff voegde ook veel oudere gedichten toe (tot wel tien jaar oud), die meestal nog niet eerder waren verschenen en die hij soms nog voor de publicatie herschreef.

Welke gedichten er precies in de bundel staan, hangt af van de druk. Na zijn vroegtijdige overlijden bleken er nog veel ongepubliceerde gedichten te liggen. Deze zijn deels in een latere dichtbundel verschenen, maar deels opgenomen in al bestaande bundels (waardoor in het Verzameld Werk, de bundel Een eerlijk zeemansgraf véél meer gedichten bevat dan de eerste druk ervan).

Dus als je het Verzameld Werk gebruikt om de bundel te lezen (zoals ik hieronder heb gedaan), zie je dus niet hoe Slauerhoff zelf de gedichtenbundel had samengesteld, maar wat samenstellers er later na zijn dood van hebben gemaakt.



Onderverdeling van de bundel


Omdat de dichtbundel "Een eerlijk zeemansgraf" thematisch is samengesteld, spelen alle gedichten zich op of rond de zee af. Wel belichten de gedichten allerlei verschillende kanten van het leven op zee: het reizen, de havens, de bemanningsleden en passagiers, contacten met de mensen aan wal, enz.

Sommige gedichten laten zien hoe mooi het op zee kan zijn, maar andere belichten het aspect van verveling of eenzaamheid. En ook andere kanten van het zeeleven komen aan bod; door de bundel heen worden er dus allerlei aspecten van het leven op zee belicht.


Bij het doorbladeren van de bundel valt meteen op dat deze uit twee delen bestaat. De onderverdeling geeft een inhoudelijke tweedeling aan in de bundel.

In het eerste deel werkt Slauerhoff belangrijke thematieken in zijn werk verder uit. Je kunt de gedichten in dit deel in 9 onderwerpen groeperen:

ontdekkingsreizen  ;  zeereizen  ;  schepen  ;  zinken / wrakken / zeemansgraf / dood  ;  verlangen naar land of zee  ;  aan land zijn  ;  havens  ;  passagiers  ;  leven aan boord  ;  en nog enkele diversen (vogel, golven).

Onderaan deze bespreking vind je een lijst met alle gedichten gegroepeerd per onderwerp.


Het tweede deel heeft een motto meegekregen: 'Hoera dat zeemansleven'. Dit deel gaat over de ruwe kant van het zeeleven, is luchtiger van toon, met humoristische gedichten en zelfs zeemansliederen. De verschillende onderwerpen die in dit onderdeel zijn te onderscheiden (twee komen overeen met deel 1), zijn:

passagiers  ;  leven aan boord  ;  vrouwen  ;  en luchtige / grappige / flauwe of melige onderwerpen.

Zie verder de preciezere lijst 'Gedichten per onderwerp' onderaan deze bespreking. Hier zie je in één oogopslag dat alle gedichten uit deel II onder slechts deze vier onderwerpen vallen.

De luchtigere toon wordt al aangekondigd door het motto dat Slau aan deel 2 heeft meegegeven: 'Hoera dat zeemansleven' is namelijk een citaat uit een historisch zeemanslied uit de negentiende eeuw (ca. 1850). Het gebruik van een zin uit een ander werk, heet een 'literaire verwijzing'.

Het betreffende lied bestaat uit 5 lange coupletten en begint:

    Het schip is ree, wij gaan de zee doorklieven
    Wij zijn verheugd, blijmoedig en content
    Geen storm of wind kan onze harten grieven
    Want lucht en zee, zie daar ons element.

En het refrein luidt:

    Hoera, hoera, het zeemansleven
    Het kan veel nut en voordeel geven
    Hoera, hoera, het zeemansleven
    Het is tot nut van 't algemeen
    Welaan, wij gaan de ankers lichten
    't Gevaar zal nimmer ons doen zwichten
    Getrouw volbrengen wij ons plichten
    En gaan naar vreemde streken heen.

Het citaat uit dit negentiende-eeuwse zeemanslied kondigt dus de luchtigere toon aan van het tweede deel, met gedichten over onder andere piraten, prostituees en verstekelingen. Ook verwijst hij naar het verschijnsel zeemansliederen, door enkele gedichten als liedtekst te schrijven.

Deze gedichten wijken erg af van zijn werk als geheel en zal ik verder grotendeels buiten beschouwing laten.



Belangrijkste thema's in de bundel


Ik zal drie thema's langslopen die belangrijk zijn in de poëzie van Slauerhoff en die hij in deze bundel verder uitwerkt:

- zijn verhouding tot de zee (horizontaal en vertikaal);
- het leven aan boord en aan land (dat hem beide niet langdurig gelukkig maakt); en
- zijn verhouding tot vrouwen (zeemansvrouwen thuis, liefje in elke stad; ook geen blijvend geluk).


•   Slauerhoffs horizontale en vertikale verhouding tot de zee

De zee speelt met name een belangrijke rol in gedichten die gaan over twee van de hierboven genoemde onderwerpen: reizen en zinken.

In het wetenschappelijke onderzoek naar Slauerhoff wordt dan ook gesteld dat de dichter een horizontale (reizen) en een vertikale (zinken) gerichtheid heeft naar de zee. In beide gevallen is zijn houding ten opzichte van de zee tweeledig (verlangen en teleurstelling/afkeer). Belangrijke artikelen hierover zijn met name Janssens 1992 en Elshout 2003 (zie literatuur onderaan).

Allereerst de horizontale verhouding tot de zee. Hierbij zijn zijn personages op reis, ze zijn op zoek naar ongerepte eilanden die achter de kim (achter de horizon) zijn gelegen, of naar de ideale vrouw, of naar oude tijden of culturen - ze zoeken onbereikbaar geluk. Wordt de gedroomde bestemming bereikt, dan volgt er vaak teleurstelling (verlangen → reizen → teleurstelling).

In de bundel Een eerlijk zeemansgraf vind je hiervan twee voorbeelden: 'De ontdekking der nieuwe Hebriden' en 'De ontdekker

In 'De ontdekking der nieuwe Hebriden' vaart een zeiler (r.5) door een harde storm, hij wordt 'naar het einde voortgezweept'. Hij komt dan bij een woest eiland aan, het lijkt of het 'verdronken' was en weer is 'opgewoeld'. Hierna hopen ze 'nu nooit meer land te vinden', zodat ze zee 'leeg en zuiver' blijft. Dan verschijnt er toch een 'rotspunt aan de horizon'. Later ligt het schip 'drie dagen lang' in een baai; er is geen levensteken. Er ontstaat hoop, dat dit een 'reine plek' is - maar als ze aan land gaan, zien ze 'verkoolde hutten' en 'lijken met gekloofde schedels'. In afschuw varen ze weer weg.

Dit gedicht laat duidelijk Slauerhoffs houding zien tegenover reizen: verlangen (naar ongereptheid of geluk achter de horizon) → teleurstelling (als je ergens aankomt).

Precies ditzelfde verloop vind je in 'De ontdekker'. Deze reiziger gaat eropuit om land te ontdekken - en hij heeft het bij voorbaat al lief (zoals een vrouw tijdens een zwangerschap haar ongeboren kind al lief heeft). Maar als hij het dan ontdekt, voelt het als 'verraad', hij voelt zich met het land niet verbonden, zoals een navelstreng een moeder met haar kind verbindt. Hij wil er eigenlijk stiekem weer van weg gaan, maar anderen weten er ook al van. Er blijft hem niets anders over dan 'voort te varen, doelloos', 'leeg, over lege zeeën'.

Hier zie je hetzelfde verloop: reizen betekent verlangen, het onontdekte bij voorbaat liefhebben → maar leidt tot teleurstelling. Hierna rest er niets anders dan doelloos blijven ronddolen, hopen dat je nooit meer op land zult stuiten. De eenzaamheid en leegte die dat met zich meebrengt, leidt dan weer tot verlangen naar rust, eeuwige rust, die mogelijk alleen in de dood te vinden is.


Daarmee zijn we gekomen bij de vertikale verhouding tot de zee, die Slauerhoff in deze bundel laat zien, in gedichten over de diepte van de zee, de onderwaterwereld, zinken, wrakken, het zeemansgraf en de dood.

Ook hier is zijn houding tweeledig. Enerzijds (negatief) is de onderwaterwereld spookachtig en roept angst, huiver en walging op (vooral in eerdere bundels). Anderzijds (positief) heerst er rust, stilte, er zijn geen verlangens meer - en is er een verlangen naar die rust, naar de dood, naar een zeemansgraf. In een eerdere bundel verwoordt hij het: 'Ik wou nu liever zinken (..) onder de lome deining van 't diepe waterwoud' ('De oude zeeman').

Een voorbeeld, in deze bundel, van zo'n vertikale verhouding tot de zee is te vinden in 'Het veroordeelde vaartuig'. Het gaat over een schip dat die nacht nog zal zinken. De lichamen van de bemanningsleden zullen 'verglijden' in de 'golven', maar hun zielen zullen 'uit de golven stijgen' en over het land gaan zweven, waar hun huizen staan en hun vrouwen wonen. Het schip ligt leeg in 'eeuwig zwijgen', er zijn geen 'wervelingen' van de golven meer, er is alleen 'duisternis'.

In 'Ultra Mare' vraagt de dichter zich af, of als hij zal zijn 'vergaan', of hij dan 'verlost' zal zijn van 'verlangen'. En in zijn beroemde gedicht 'Het einde' verlangt hij naar zee als hij aan land is, en naar land als hij op zee is; en de dichter weet dat hij nergens 'vrede' zal vinden, 'op aarde niet en niet op zee' - alleen de dood brengt rust, vrede (zie bespreking van gedicht 'Het einde').


Dit is misschien wel de belangrijkste thematiek in Slauerhoffs poëzie: de horizontale en vertikale verhouding tot de zee. De horizontale verhouding draait om verlangen - reizen - teleurstelling. Daarna ontstaat er onrust, om weer opnieuw op reis te gaan, wederom op zoek naar geluk, wat weer leidt tot teleurstelling. Uiteindelijk leidt dat tot doelloosheid, leegte, eenzaamheid, en dan tot verlangen naar rust, eeuwige rust, die mogelijk alleen in de dood te vinden is.

De vertikale verhouding gaat dan om de diepte van de zee waar rust heerst; uiteindelijk de rust van het zeemansgraf.


•   Het leven aan boord en aan land

Een ander onderwerp dat in deze bundel meermaals terugkomt, zijn beschrijvingen van het leven aan boord of juist op het land. In de gedichten die zich op het land afspelen zijn de personages of de 'ik' vaak op de een of andere manier ongelukkig of verlangen ze naar de zee. Eenmaal aan boord heeft de 'ik' soms wel geluksmomenten, maar het leven is er ook vaak vervelend of ondraaglijk - en ontstaat er weer verlangen naar het land.

Bijvoorbeeld in 'Kustland' gaan oude vissers op het land wonen en hun omgekeerde schip wordt een 'bewoonde doodskist'. Het leven wordt een 'wachten' op de 'dood'. In 'Zeemans herfstlied' is het herfst en stelt de 'ik' zich voor dat hij een hoeve zou bezitten waar kinderen speelden. In die 'stilte' zou hij 'gedachteloos gelukkig' kunnen zijn. Maar in werkelijkheid woont hij in een 'dode stad' en is hij eenzaam. En in de 'Lichtwachter' wordt een zeeman van boord gezet in Shanghai en wordt lichtwachter, vuurtorenwachter, waar 'wal' en 'schip' even ver zijn. En hoewel hij 'rust' vindt, heeft hij 'met het leven afgedaan'.

Het leven aan wal is dus eigenlijk niet-leven, een eenzaam wachten op de dood.

En zelfs als zijn situatie aan land tijdelijk wel goed is, zoals in 'Zeeroep' (hij woont in een stadje, schrijft, is langere tijd samen met een vrouw) weet hij, zogauw de 'najaarsstorm' opsteekt, dat hij weer 'scheep zal gaan'.

Maar als hij eenmaal aan boord is, verlangt hij uiteindelijk toch weer naar het land. Er is niet zo dat Slauerhoff niets liever wilde dan reizen, nee, hij vond het (volgens zijn brieven) aan boord 'dodelijk vervelend' en hij verkeerde er in het gezelschap 'van imbicielen'. Van alle exotische landen zag hij weinig, hij zei daarover: "Het is een eeuwig misverstand dat de zeeman vreemde landen kent. Hij komt er wel, maar hij ziet ze niet".

Wel beschrijft hij in deze bundel enkele keren korte geluksmomenten aan boord ('Onder het zonnezeil'). Maar er is ook eenzaamheid, bijv. in 'Brieven op zee': de brieven van familie en vrienden worden 'ontelbare malen' herlezen, na het 'eenzaam' avondeten (en dat woord 'eenzaamheid' wordt twee regels later nogmaals herhaald) en het eindigt opnieuw met 'men is alleen', de zeeman hoort alleen nog bij het schip en het water.

In het gedicht 'Verzadiging' zijn de middagen 'lang' en 'leeg' en 'stil' en de hut is bedompt. Hij richt de blik dan op een 'koord' en daarbij staat de onheilspellende zin 'men moet er niet aan denken, het leven dat ons kwelt één dag te schenken' - en samen met het beeld van dat koord lijkt dat te wijzen op suïcidale gedachten.

En in de 'Kust van Guinee' (in het tweede deel van de bundel, waar wat meer luchtige gedichten staan) wordt gesteld dat het schip 'benauwd en klein' is en het 'leven eentonig en schriel'. Hij eindigt dan met een grapje, dat je meer van het zeeleven geniet op een strandstoel in Noordwijk, dan aan boord van een schip.


Ook dit behoort tot de belangrijkste thema's in Slauerhoffs poëtische werk: op land verlangen naar zee, op zee weer verlangen naar land, je nergens echt thuisvoelen, rusteloosheid, onvrede met het leven (deel van zijn horizontale verhouding tot de zee).


•   Verhouding tot vrouwen

Zoals het de personages en de 'ik' in deze gedichten niet lukt om blijvend geluk te vinden aan wal of aan boord van een schip, zo lukt het ook niet om blijvend geluk te vinden met een vrouw. Terugkerende thematiek bij Slauerhoff is het zoeken naar een ideale vrouw, wat altijd tot teleurstelling leidt en van korte duur is.

Dat ideaal zie je bijv. verwoordt in 'Ach wie ist' (in dl. II), waarin 'de oneindigheid' en 'het levensgeheim' in het samenzijn met een vrouw worden geopenbaard (en niet aan dek op zee, tijdens een reis onder de sterrenhemel). Maar gewoonlijk duurt dit niet lang.

Bijvoorbeeld in het gedicht 'De havensteden' stelt hij: 'Alleen de havens zijn ons trouw, al het andere aan de vaste wal behoort niet bij ons, vriend noch vrouw'. Andere zeelieden, zegt hij, hebben thuis een vrouw, waardoor ze steeds verlangen als ze in het zog (= het omgewoelde water achter een varende boot) staren. De 'ik' zegt een vrouw te hebben in iedere stad, maar haar weer te vergeten, zogauw hij verder vaart.

In 'Waakdroom' (dl. II), hoewel luchtig van toon, droomt de 'ik' dat hij een vrouw heeft en een kind heeft gekregen - maar zij wijst hem af. De 'ik' wordt wakker en maakt het dek nat met 'zout water' (tranen). Dit tafereel komt sterk overeen met een trieste autobiografische gebeurtenis in het leven van Slauerhoff, die getrouwd was en een kind kreeg, dat echter dood geboren werd, waarna zijn vrouw van hem scheidde.


Dit valt onder het motief van het zoeken naar geluk (of dat nu is bij nog onondekt land, bij andere culturen of bij vrouwen). Eenmaal gevonden, blijkt het echter een teleurstelling of slechts van korte duur te zijn.


•   Overige onderwerpen

De drie thema's die ik hierboven langsgelopen ben, beslaan maar een deel van alle gedichten in deze bundel.

Slauerhoff schetst ook allerlei andere aspecten van het leven op zee: passagiers, havens en sfeertekeningen van zeereizen (zoals een reis in de winter, 'Winter op zee', waarin de winter invalt, de kou plotseling opkomt en het drijvende ijs 's nachts tegen de wanden van het schip kraakt).

Ook de ruwe kant van het leven op zee komt, zoals gezegd, langs, in het tweede deel van de bundel. Bijv. in 'Stowaway' (verstekeling) wil de kapitein een verstekeling overboord gooien, er wordt meerdere malen gevloekt. En 'Zwartbaard' gaat over een soort piratenleven, een 'hel op aarde', er wordt gefolterd, mensen doodgeschoten, men is dronken, enz. En 'William' gaat over een schip en een prostituee, zij was 'zijn vaste hoer', maar is nu ziek.

Zie verder het overzichtje onderaan deze mail, waarin alle gedichten in deze bundel zijn onderverdeeld naar onderwerp. Zo'n thematische groepering geeft altijd een goed houvast om overzicht te krijgen over de bundel als geheel.



De titel van de bundel


De titel van de bundel, "Een eerlijk zeemansgraf", verwijst naar het sterven op zee. Als een zeeman doodging aan boord van een schip, kon zijn lichaam niet worden bewaard tot men bij een havenstad aankwam (je kunt een lichaam niet dagenlang ongekoeld bewaren) en dat werd dus, in een doek of zak verzwaard met stenen, overboord gezet. Dat werd een zeemansgraf genoemd.

Uit brieven van Jan Slauerhoff blijkt, dat hij de bundel eerst anders wilde noemen: Zout water (als verwijzing naar zeewater en tranen). Dit is een citaat uit het hierboven genoemde gedicht 'Waakdroom'.

Hij veranderde dit later. Er is wel gesuggereerd dat hij met 'eerlijk zeemansgraf' verwees naar zijn eigen aanstaande dood - maar hoewel hij inderdaad heel ziek was en wist dat hij aan de tbc kon overlijden, was hij tot in de laatste maanden hoopvol dat hij nog wel op zou knappen en druk bezig een volgende bundel samen te stellen (postuum verschenen als Al dwalend). Dat de titel zou verwijzen naar zijn eigen aanstaande dood, is dus onwaarschijnlijk.

Wel noemt Slauerhoff het in een brief (aan P.C. Boutens): "een omineuze titel" (oftewel: een onheilspellende titel).

De woorden 'eerlijk zeemansgraf' komen uit een gedicht dat Slauerhoff eerder schreef (in de bundel Eldorado): 'Brief in een flesch gevonden'. Dit is een wat geestig gedicht, over zeelieden die na een schipbreuk op een eiland terechtkomen en van daar een brief versturen per flessenpost. Daarin staat: "Ik ging naar een eerlijk zeemansgraf".

Ik neem aan, dat 'eerlijk' hier is bedoeld in de zin van 'eerbaar', 'eervol' (het is dus niet tegengesteld aan een 'oneerlijk' zeemansgraf - ik weet ik niet wat dat zou moeten zijn -, maar tegengesteld aan een 'eerloze' dood, een 'eerloos' graf). Het rusteloze zwerven over de wereld - ook al is het leven op zee wellicht wat ruw en worden er nogal wat vrouwen verlaten - vindt toch een 'eervol' einde, een eerlijk zeemansgraf. Mogelijk zit er ook de gedachte achter, dat sterven op zee beter is dan sterven op land.

In de gedichten over de diepte van de zee en de dood zagen we net al dat er onder water rust heerst, stilte, vrede - en dat daar geen verlangens meer zijn. Daardoor is een zeemansgraf te verkiezen boven een graf op het land. In de grote thematiek van Slauerhoff van zijn nooit vervulde verlangens, brengt alleen de dood rust en vrede, een einde aan zijn eindeloze, rusteloze reis - in het bijzonder in de rust en stilte van de diepte van de zee.

De titel 'Een eerlijk zeemansgraf' hangt dus zeer nauw samen met zijn belangrijke thematiek van zijn horizontale en vertikale verhouding tot de zee.



Poëtisch register


Omdat de bundel thematisch is samengesteld, draaien alle gedichten rond dicht bij elkaar liggende thema's (zeegedichten, zeereizen, het zeemansleven).

Dit leven op zee en aan boord wordt opgeroepen door een heel specifieke, duidelijke woordenschat van: scheepstermen, personages, exotische plaatsnamen en engelse termen. Zo'n specifiek woordgebruik in een bundel wordt een 'poëtisch register' genoemd.

Door dit poëtische register roept Slauerhoff het leven op zee en aan boord van een schip op.

Voorbeelden.

Scheepstermen: aan dek, aan boord, (aan)monsteren, anker, atol, averij, azuur, baai, bark (schip), brik (zeilschip), branding, dekstoel, dok, eb, eiland, fokkezeil, golven/baren, havenstad, hut, kabeltros, kaden, kim (horizon), klippen, kust, mast, meeuw, oceaan, pacific, schuim, reis, rif, roer, romp, ruim, scheepgaan, schip, schipbreukeling, stoomschip, varen, verdrinken, wal, werf, wrak, zee, zinken, zog/kielzog ('slipstream') en zuidelijk halfrond.

's Nachts is dan de nachtelijke hemel op zee zeer goed te zien: sterren, sterrenhemel, melkweg, sterrenbeelden.

Personages: de gedichten worden bevolkt door kapiteins; lichtmatrozen; stewards; passagiers; vrouwen aan wal; prosituees in de havensteden; en negers (tegenwoordig zouden we zeggen Afrikanen).

Exotische plaatsnamen: Hebriden, Akreyri, Shanghai, Rio, Reykjavik, Hongkong, Wladiwostok, Buenos Airos, Dar es Salaam, Bordeaux, Suez, Konakry (Guinee), Bombay, Singapoer, enz.
Doordat deze steden over de hele wereld verspreid liggen, roept het bij de lezer het beeld op van reizen rond de wereld.

Engelse termen: winches (lier, hijs-apparaat); inches (lengtemaat); boy, come here; bottle champaign, steady, stowaway (verstekeling), shilling (geld); en beachcomber (strandjutter). Soms gebruikt hij ook andere talen, zoals: en esta fonda, senores/senoras, ach wie ist's moglich, sampan. Dit roept de internationale sfeer op van een wereldreis.

Al deze woorden komen daadwerkelijk in een of meerdere gedichten voor. Je ziet hoe de dichter door een heel vast omlijnd, samenhangend poëtisch register - van nautische en exotische terminologie - een wereld oproept voor de lezer die zich afspeelt op zee, tijdens een zeereis. De gebruikte woordenschat laat je precies zien wat voor wereld jij als lezer betreedt in deze bundel.



Tot slot


Als er tijdens een mondeling tentamen meerdere gedichten uit deze bundel aan bod komen, kan het een houvast zijn om je steeds te blijven bedenken, dat veel gedichten in deze bundel naadloos aansluiten bij een grote thematiek in het werk van Slauerhoff, dat proces van verlangen-reizen-teleurstelling.

Dat volgt steeds eenzelfde patroon: hij verlangt naar het volmaakte (of dat nou een eiland is of een vrouw) dat hem gelukkig zal maken - hij reist erheen - hij vindt het geluk er niet of slechts zeer kortstondig - hij raakt teleurgesteld - verlangt ernaar ergens anders te zijn - hij voelt zich nergens thuis (niet op land en niet op zee) en vindt nergens blijvend geluk - dit leidt tot gevoelens van eenzaamheid en leegte. Hij gaat weer naar verlangen naar het volmaakte en het geluk en gaat weer rusteloos zoeken - dit patroon herhaalt zich eindeloos. De enige plek die rust en vrede zou kunnen brengen, is de dood.

In dit grote verhaal heeft de zee dan een horizontale en een vertikale betekenis. Horizontaal: de mogelijkheid om ergens heen te reizen, zijn verlangen te volgen, hoop om zijn ideaal te vinden, geluk te vinden. Vertikaal: de diepte van de zee, waar rust en stilte heersen, waar geen verlangens meer zijn, en dan zelfs gaan verlangen naar die rust, het zeemansgraf.



Ik hoop dat jullie zo meer overzicht hebben gekregen over deze bundel en meer grip op de gedichten en hun plaats in Slauerhoffs poëtische denken.

Veel succes met de uitwerking en met het mondeling. Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


•  Kenmerken van poëzie

•  Alle gedichten met een bespreking


---


Literatuurgeschiedenissen

* H.J.M.F. Lodewick, Literatuur: geschiedenis en bloemlezing (1958)

* Twee eeuwen literatuurgeschiedenis. Poëticale opvattingen in de Nederlandse literatuur. Red: G. van Bork. (Groningen, 1986)


Artikelen

* Slauerhoff, Jan Jacob (1898-1936), biografische gegevens, Huygens ING (KNAW). Op: huygens.knaw.nl

* Arie Pos, 'J. Slauerhoff'. In: '''t Is vol van schatten hier'' (1986). Op: dbnl.org

* Gerrit Jan Zwier, 'Slauerhoff bij kampvuur en traanlamp'. In: ''Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde'' (1986). Op: dbnl.org

* Marcel Janssens, 'J.J. Slauerhoff en Columbus'. In: 'Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde'' (1992). Op: dbnl.org

* Wim Hazeu, 'De dood nabij'. In: ''Bzzlletin'', jrg. 28 (1998-1999). Op: dbnl.org

* Ron Elshout, 'Slau, de zee en de vrouw'. In: ''Bzzlletin'', jrg. 32 (2003-2004). Op: dbnl.org

* Onno Blom, 'Recht en slecht een onverdraagzaam leven'. In: ''Trouw'', 26 juli 2001. Op: trouw.nl


Liederenbank

* 'Hoera, hoera, het zeemansleven', (zeemanslied 'Het schip is ree', ca. 1850). Op: liederenbank.nl




Gedichten per onderwerp, thema

ontdekkingsreizen
Ontdekking der nieuwe Hebriden
De ontdekker

zeereizen
Winter op zee
Onder het zonnezeil
Zuidwaarts
Spaanse kust

schepen
Brik Erebos
Lof der stoomvaart

zinken, wrakken, zeemansgraf, dood
Het veroordeelde vaartuig
Ultra Mare
Uitvaart
Suez
Klaaglijk roepen de alcyonen

verlangen naar land/zee
Zeeroep
Het einde

aan land zijn
Kustland
Dit eiland
Akreyri
Zeemans herfstlied
Konakry
Lichtwachter
   havens
De havensteden
Dar es salaam
Bordeaux
Priok

passagiers
La voyageuse
Braziliaanse kustpasagiers   (dl. II)

leven aan boord
Brieven op zee
Verzadiging
Kust van Guinee   (dl. II)

vrouwen
Ach wie est   (dl. II)
Waakdroom   (dl. II)
William en Irene's   (dl. II)
Donkeyman   (dl. II)

luchtig / grappig / flauw, melig
Dialogue mystique   (dl. II)
Droom van steward   (dl. II)
Stowaway   (dl. II)
Zwartbaard   (dl. II)

diversen
vogels
Albatros
golven
Golven slaan in woesten dans






Antwoord   (14 december 2021)


Beste Rozemarijn,

Heel erg bedankt voor je uitgebreide mail. Ik ga er samen met Clair mee verder en dit zal dan erg goed helpen!

Enorm bedankt voor de moeite!!!

Met vriendelijke groet,

Nienke (en Clair).



∗       ∗       ∗



Bespreking bundel: Rozemarijn van Leeuwen (december 2021).

Bundel: J. Slauerhoff, Een eerlijk zeemansgraf (1936).

© copyright 2021. Het is alleen toegestaan om kort te citeren uit bovenstaande bespreking met de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Analyse van de bundel Een eerlijk zeemansgraf van Jan Slauerhoff (2021). Bron: https://www.rozemarijnonline.net/poezie/slauerhoff-eerlijk-zeemansgraf.html.

Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.



∗       ∗       ∗



Lees meer:

poëziegeschiedenis

kenmerken van poëzie        analyseren en interpreteren

alle gedichten met een bespreking




 >