RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Herzberg
(12 februari 2019)


Beste Rozemarijn,

In mijn onderzoek naar de werken van Judith Herzberg, kwam ik op jouw site terecht. Je hebt al enkele gedichten van Herzberg uitvoerig besproken op je site en weet duidelijk waar je het over hebt. Daarom zou ik graag ook jouw mening vragen over Judiths gedicht 'Dozen'.

Zoals vaak in Herzbergs gedichten, lijkt het gedicht over een simpele kwestie te gaan, maar is er een onderliggende boodschap aanwezig. Dit gedicht gaat volgens mij niet zomaar over dingen weggooien en er daarna spijt van hebben.

Ik zou graag van u willen horen wat Judith volgens u duidelijk probeerde te maken met dit gedicht en wat de onderliggende boodschap is. Ik kijk al uit naar uw antwoord!

Met vriendelijke groeten,

Sam.

---

Dozen


Omdat je in de oorlog altijd hoorde
van voor de oorlog, hoe argeloos
ze waren, ben ik nu heel voorzichtig.
Gooi ik iets weg, bijvoorbeeld
een kartonnen doos, dan hoop ik
dat die doos mij nooit meer zal
heroveren in de vorm van zelfverwijt;
weet je nog wel, hoe zorgeloos,
we gooiden gewoon dozen weg!
Als we er één hadden bewaard,
één hadden bewaard!


Judith Herzberg.





Antwoord    (14 februari 2019)


Dag Sam,

Allereerst zie ik in dit gedicht drie afzonderlijke momenten beschreven:

- het verleden: de herinnering van de 'ik' aan de (tweede wereld-) oorlog
- het heden: de 'ik' in het nu (r. 3)
- een mogelijke toekomst

De 'ik' (ik zal er voor het gemak vanuit gaan dat dit de dichteres is) herinnert zich dat ze tijdens de oorlog hoorde, hoe argeloos/zorgeloos men was vóór de oorlog. Daarom is ze nog altijd (in het nu) 'voorzichtig', bijvoorbeeld als ze een lege doos weggooit. Want wellicht komt er in de toekomst een moment (wellicht als er een ramp is, tekorten zijn, een nieuwe oorlog uitbreekt?), dat ze juist zo'n doos nodig heeft en spijt krijgt dat ze die zo onnadenkend weggooide.

Dus door haar ervaring in het verleden, voelt ze zich angstig over de toekomst.

Het is een heel bekend fenomeen, dat veel mensen die de oorlog hadden meegemaakt, nog vele decennia voor de zekerheid grote voorraden aanlegden van alles waar je tekort aan kunt krijgen (zeep, waspoeder, lucifers, kaarsen, blikjes eten, enz.). Het gedicht verwijst dus naar een bestaand en bekend, herkenbaar verschijnsel. Natuurlijk is een lege doos maar een 'voorbeeld' (r. 4), het is vrij onwaarschijnlijk dat je ooit nou net een lege doos nodig gaat hebben. Maar misschien heeft ze juist net een 'lege doos' als voorbeeld gekozen omdat die 'leeg' is en dus voor alles kan staan.

Tegelijk laat het voorbeeld zien, dat je van te voren nooit zeker kunt weten, wat je ooit nodig gaat hebben. Je kunt je nooit helemaal op de toekomst voorbereiden. Je kunt simpelweg niet elke doos 'voor de zekerheid' bewaren.

Natuurlijk kun je dit nog breder trekken, en veronderstellen dat de 'doos' symbool staat voor algemeen te argeloos en zorgeloos gedrag, vlak voordat een ramp zich gaat voltekken, een oorlog gaat uitbreken - als de mensen maar gevlucht waren, geëmigreerd waren, ondergedoken waren... Als de mensen het maar hadden kunnen voorzien, dan... Maar dan blijft het probleem, dat je van te voren niet alles weet. Stel dat de derde wereldoorlog op het punt van uitbreken staat, dan zou je voor de zekerheid kunnen vluchten - maar waarheen?

Ik denk dat de 'ik' daarom weliswaar deze angst voelt, maar de doos tòch weggooit ('gooi ik iets weg', r. 4). Ze bewaart de doos dus niet. Ze overwint haar angst, dat er ooit een tijd komt dat ze hem nog nodig zal hebben, omdat de toekomst simpelweg niet te voorspellen is.

Het gedicht laat algemeen menselijke onzekerheden zien - het leven is onzeker en je zou je het liefst indekken tegen alle mogelijke toekomstige tegenslagen en rampspoed - en het laat de diepe sporen zien die het meemaken van een oorlog kan hebben op de menselijke psyche - zoals zo'n blijvende angst om de allerkleinste dingen -.

De dichteres overwint deze angst, gooit de doos weg - en wat haar daarbij helpt is 'hoop' (r. 5). Dat ze zich vast kan houden aan de hoop om nooit in de situatie te komen, dat ze net die doos nodig heeft, dat ze in nood, in ellende, in een nieuwe oorlogssituatie komt te verkeren - daardoor kan ze zich over die angst heen zetten en de doos toch wegooien. Daarin zit de hoop, en misschien zelfs een sprankje vertrouwen in de toekomst.

Ik hoop dat je hiermee een stapje verder komt in je denken over dit gedicht. Veel succes met je onderzoek naar het werk van Judith Herzberg!

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


Kenmerken poëzie









Versanalyse en interpretatie


Home           Gastenboek