RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Van Alphen
(20 maart 2019)


Beste Rozemarijn,

Ik moet het gedicht 'De pruimeboom' van Van Alphen bespreken voor een schoolopdracht. Ik zou hiermee mijn cijfer kunnen ophalen naar een voldoende, maar ik weet niet goed wat ik erover moet zeggen.

Zou u me kunnen helpen? Ik zou u zooo dankbaar zijn.

Groetjes, Mira.

---

De pruimeboom
Eene vertelling


Jantje zag eens pruimen hangen,
    o! als eieren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
    schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
    noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
    mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
    en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
    ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
    die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen
    voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje, zei de vader,
    kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
    nu heeft vader Jantje lief.
Daar op ging Papa aan 't schudden,
    Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
    en liep heen op een galop.


Hieronymus van Alphen
In: Kleine gedigten voor kinderen (1778-1782).





Antwoord    (23 maart 2019)


Dag Mira,

Hieronymus van Alphen (1746-1803) is vooral bekend om zijn kindergedichten (uitgegeven in de jaren 1778-1782). Deze waren in die tijd zeer vernieuwend (door: eenvoudig taalgebruik, aansluiten bij belevingswereld kind, en het opvoedingsideaal uit de Verlichting dat eruit sprak) en zijn dichtbundels worden wel gezien als het begin van de kinderliteratuur in Nederland.

Het gedicht 'De pruimeboom' is een van die kindergedichten.


Inhoud. Het gedicht 'De pruimeboom. Eene vertelling' van Hieronymus van Alphen is een verhalend gedicht voor jonge kinderen. Jantje overweegt enkele pruimen te plukken, hoewel dat niet mag van zijn vader. Hij besluit het niet te doen, omdat hij niet ongehoorzaam wil zijn.

Vader, die het tafereel heeft gadegeslagen, beloont Jantje voor zijn goede gedrag met een hoed vol pruimen. Het gedicht draagt dus een moralistische, opvoedkundige boodschap uit voor kinderen: goed en gehoorzaam gedrag wordt beloond.


Formele kenmerkenRijm. Het gedicht is geheel op rijm (eindrijm). Per vier regels gaat het om gebroken rijm (abcb). Een uitzondering zijn regel 5 en 7, waar bij de niet-rijmende regels assonerend rijm is gebruikt (vader-geladen, r. 5 en 7, hieronder aangegeven als d-d') en bij deze vier regels gaat het dus om gekruist rijm.

Enkele malen keren rijmklanken later in het gedicht terug, namelijk: 'vader' (r. 5, 13 en 17, letter d in het rijmschema), 'pruimen' (r. 11 en 23, letter h in het rijmschema) en 'plukken' (r. 3 en 19, letter c in het rijmschema). In alle drie de gevallen wordt het woord in zijn geheel herhaald en gaat het dus om rijk rijm.

Het volledige rijmschema is dan: abcb ded'e fghg diji dkck lmhm.

Metrum. In het gehele gedicht is een trochee als metrum gebruikt (dus steeds volgen een bekemtoonde en dan een onbeklemtoonde lettergreep elkaar op). Als voorbeeld hieronder de beklemtoonde lettergrepen onderstreept:
Janje zag eens pruimen hangen.

Strofen. Het gedicht bestaat uit 24 regels zonder strofenindeling. Op basis van het rijmschema, dat steeds vier regels beslaat (gebroken rijm, abcb), ontstaat er toch structuur in het gedicht en kan de lezer 6 strofen van vier regels ervaren bij het lezen. Hoewel daar ook steeds een inhoudelijke eenheid in te lezen is, heeft Van Alphen door zijn keuze voor één doorlopend gedicht, zonder witrgels, het gedicht duidelijk willen presenteren als één samenhangend verhaal. De ondertitel is niet voor niets 'Eene vertelling'.

Stijlfiguren. Het gaat om een verhalend gedicht, dat eenvoudig, chronologisch verteld wordt. Het moest natuurlijk ook niet te ingewikkeld zijn om te lezen, gezien de beoogde doelgroep (jonge kinderen). Er zijn enkele eenvoudige stijlfiguren te benoemen.

In het gedicht wordt tweemaal gesproken, beide keren gaat het om een korte monoloog. Eerst spreekt Jantje, wat je een monoloog zou kunnen noemen, maar omdat hij tegen zichzelf spreekt, zou je het ook een hardop uitgesproken 'innerlijke monoloog' ('monologue intérieur') kunnen noemen (r. 5-12). In de tweede helft van het gedicht volgt een monoloog van vader, gericht aan Jantje (r. 17-20).

In r. 11-12 staat een retorische vraag (zou ik hierom ongehoorzaam wezen?). Normaal gesproken volgt er geen antwoord op zo'n vraag, omdat het juiste antwoord geheel voor de hand ligt - maar in dit geval schrijft Van Alphen expliciet en kort en krachtig het antwoord op: 'Neen'. Waarschijnlijk om een zo helder mogelijke boodschap af te geven aan de beoogde doelgroep, jonge kinderen.


Veel succes met je verslag, met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


Kenmerken poëzie





Re:    (23 maart 2019)


Echt super bedankt!!

Mira.









Versanalyse en interpretatie


Home           Gastenboek