RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Boutens
(12 mei 2019)


Beste mevrouw Rozemarijn,

Ik heb een gedicht dat ik heel moeilijk vind om te analyseren. Het gaat om een nagelaten gedicht van P.C. Boutens: 'Het geheim'.

Hopelijk kunt u mij helpen, ik zou u heel dankbaar zijn en zal uw naam in mijn verslag schrijven.

Vriendelijke groeten,

Sara.

---

Het geheim


Te verraden niet en niet te raden,            (1)
Tusschen ons zelfs een gemeen geheim
(Als de manna-stralende genade
Van het in den slaap gevonden rijm):   4

Dit heelal dat daadlijk in den ander            (2)
Zich tot wolkelooze gaafheid welft
(Waar uw melkweg mondt in den meander
Van zijn tweede-wereldwederhelft),   8

Als in zelfvergeten onbewustheid               (3)
Heel uw diepste wezen zich ontheelt
(Liefde zelf in windstille algerustheid
Slaapt verankerd op haar spiegelbeeld)   12

Reikend naar de komende openbaring            (4)
Die zich langzaam uitspant als een tent
(Hart dat niets wil weten dan ervaring,
Ziel die 't zelfbeleefde alleen erkent!):   16

Neêr van zeniths maalsteen tinteltreemlen            (5)
Andre stelslen voor de' alommen dom
(Door het ruim van stervergruisde heemlen
Gaat een lichternis van zwijgen om):   20

Stilte blijft tot stiller stilte wassen                  (6)
Buiten 't wisselspel van zon en maan
(Vloeit als langs geleidlijke terrassen
Naar een hellen omgaande' oceaan):   24

't Leven zelf wint daar zijn teêrste wende,            (7)
Tot zichzelf in zoetsten dool herleid
(Zaliger mag 't nergens zijn om te enden,
In zoo heldere verdronkenheid):   28

't Antwoord, eer de vraag nog is geboren,            (8)
Vangt al vragen in zijn zwijgen op,
Eindlijk tot verstaanbaarheid te hooren
Als Gods onnaspeurbre harteklop....   32

Te verraden niet en niet te raden,                  (9)
Tusschen ons zelfs een gemeen geheim,
Als de manna-stralende genade
Van het in den slaap gevonden rijm.   36


P.C. Boutens (1870-1943)
nagelaten gedicht.





Antwoord    (15 mei 2019)


Dag Sara,

Pieter Cornelis Boutens (1870-1943) studeerde klassieke talen. Dit had invloed op zijn dichtwerk, naast de Bijbel was bijvoorbeeld ook Plato een belangrijke inspiratie voor zijn gedichten.

Boutens wordt gerekend bij de literaire stroming van het symbolisme (begin 20e eeuw). Symbolistische gedichten gaan niet over de werkelijkheid om ons heen, maar over 'iets hogers' (wat dat is kan per dichter verschillen). De dichters gebruiken symbolen voor die hogere werkelijkheid, die vaak zeer persoonlijk en daardoor moeilijk te doorgronden zijn (hermetische poezie: gesloten, moeilijk toegankelijk), ze roepen iets op in plaats van het precies te benoemen.

Daarnaast was taal zelf vaak het onderwerp, het gedicht gaat vaak over het gedicht zelf (l'art pour l'art) en ook de vorm was belangrijk. Om het onzegbare toch te zeggen, gebruiken ze vaak beeldspraak en ambiguïteit.

Het gedicht van Boutens, 'Het geheim', is inderdaad een lastig gedicht om te begrijpen. Een zeer uitgebreide analyse over dit gedicht is geschreven door A.L. Sotemann (1978), zie link onderaan.


Inhoud. Dit gedicht van Boutens is een hermetisch gedicht. De titel is 'Het geheim', dit wordt ook genoemd in r.3 ('een gemeen geheim', een algemeen geheim). Dit geheim wordt gedeeld tussen twee personen, een 'ik' en een 'u'. Het geheim is 'niet te verraden' èn 'niet te raden' (r.1), oftewel: degenen die het kennen, kunnen er niet over spreken, èn wie het niet kent, kan het niet raden - zelfs tussen de 'ik' en de 'u', die het geheim beiden kennen, is het een geheim (r.2). Hoewel het gedicht 9 strofen lang is, vertelt Boutens nergens wat het geheim is, hij zegt alleen veel over het geheim. Doordat het geheim niet te verraden en niet te raden is, en Boutens de lezer geen sleutel geeft (bijv. in de titel) om te begrijpen wat het is, is het gedicht sterk hermetisch.

Toch rijst er uit de volgende strofen wel een beeld op, waar het bij dit geheim om draait. De 'ik' en de 'u' worden voorgesteld als een 'heelal' (r.5) en een 'melkweg' (r.7) en worden 'wederhelften' (r.8) van elkaar genoemd en een strofe later wordt de 'liefde' (r.11) genoemd. In de vierde strofe wordt er gereikt naar een 'openbaring' (r.13), waarbij het hart niets anders wil dan 'ervaring' en de ziel het zelf wil 'beleven' (r.15-16).

In strofe 5 is het ruim, het heelal, gevuld door sterrengruis dat het heelal verlicht ('lichternis') - maar Boutens noemt deze verlichting 'lichternis van zwijgen'. Het heelal is dus gevuld met zwijgen. Dat werkt hij in strofe 6 meteen verder uit: de stilte groeit uit tot een steeds stillere stilte (r.21), vloeit tot een enorme oceaan (r.24).

En wat is er in die diepe stilte? Daar is het leven zelf (str. 7, r.25). Over dit leven wordt gezegd dat het 'in zoetsten dool' (r.26) is (dolen is: ronddwalen, de weg niet kennen). Niets is 'zaliger' (r.27) dan dit. Bij het 'antwoord' (str. 8, r.29) geeft Boutens helaas geen antwoorden op vragen die de lezer heeft, integendeel, hij zegt dat het antwoord alle vragen 'in zwijgen' opvangt (r.30). Wel is dit antwoord hoorbaar (r.31), namelijk als 'Gods harteklop' (r.32). Dus het antwoord (r.29) bij het leven (wellicht de vraag naar de zin van het leven) (r.25) en het ronddolen (het ronddolen door het leven), klinkt als de harteklop van God. Hiermee krijgt het gedicht een religieuze lading.

Tot slot herhaalt Boutens de beginstrofe: dit geheim is niet te verraden en niet te raden - oftewel het antwoord bij het leven en het ronddolen door het leven, dat klinkt als Gods harteklop, is het geheim. Wat dat antwoord precies is, vermeldt het gedicht niet (het antwoord is zwijgen en het is niet te verraden of te raden).

De 'ik' en de 'u' hebben, waarschijnlijk in hun liefde, het antwoord niet gekregen in woorden, maar door hun ervaren en beleven (r.15-16), in stilte, Gods hart achter alle vragen horen kloppen.


Strofenbouw. Het gedicht bestaat uit 9 strofen van elk 4 regels (kwatrijnen). De regels zijn steeds even lang (5 beklemtoonde lettergrepen), al is er dan soms wel sprake van elisie (samentrekken van een onbeklemtoonde lettergreep). In de eerste 7 strofen zijn de twee slotregels tussen haakjes geplaatst.

Vijf strofen eindigen met een dubbele punt en één strofe met een komma. Daarmee lopen deze strofen door in de volgende (en enjambement over de strofe-scheiding heen).

De laatste strofe is een letterlijke herhaling van de eerste, met dit verschil dat de haakjes zijn weggelaten.

Metrum. In het hele gedicht is een trochee als metrum aangehouden, oftewel steeds afwisselend een beklemtoonde en een onbeklemtoonde lettergreep. Als voorbeeld de regel: Te verraden niet en niet te raden.

Elke regel bevat vijf beklemtoonde lettergrepen (oftwel vijf versvoeten). Dit wordt een vijfvoetige trochee genoemd.

Rijm. Het rijmschema is in elke strofe gekruist rijm (abab).

Stijlfiguren. Prolepsis (r.1-2): het belangrijkste deel van de zin staat voorop (in plaats van: 'dit geheim is niet te verraden en niet te raden'). In dezelfde twee zinnen (r.1-2) is ook sprake van ellips (weglating), het is een onvolledige zin, zonder persoonsvorm.

Beeldspraak: In het hele gedicht wordt voortdurend een kosmisch beeld aangehouden: de 'ik' en 'u' worden voorgesteld als een heelal en een melkweg die wederhelften zijn, en er is vervolgens sprake van een zenith en hemelen vol sterrengruis.


Ik hoop dat je er zo verder mee komt.

Veel succes met deze lastige opdracht! Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


•  Kenmerken van poëzie

•  Alle gedichten met een bespreking

---

Geraadpleegd artikel:
A.L. Sötemann, 'Wegen naar Boutens' Het geheim'. In: De Revisor (5, 1978), op dbnl.org.





Re:    (15 mei 2019)


Mevrouw Rozemarijn, u bent een schat! Echt super, super bedankt!

Groet, Sara.








Poëziegeschiedenis

Kenmerken poëzie      Analyseren gedichten

Alle gedichten met bespreking






Home           Gastenboek