RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht Michaelis
(10 januari 2020)


Hallo Rozemarijn,

Toen ik op het internet aan het rondstruinen was, kwam ik uw site tegen, en ik zag daarbij ook dat u mensen helpt met het analyseren van gedichten. Mijn vraag is daarom of u mij hiermee ook kunt helpen, aangezien ik dit ook moet doen voor school, en ik dit vrij lastig vind.

Ik heb een sonnet uitgekozen van Hanny Michaelis: 'Bij dag slaagt men erin om te vergeten'.

Ik moet op deze aspecten letten: rijm; metrum; betekenis / thematiek; stijlfiguren; en beeldspraak. En misschien nog wel het lastigste: ik moet de schrijfster indelen bij een stroming... Hiernaast is alle extra interessante informatie (bijv. samenhang leven schrijfster en gedicht) natuurlijk altijd welkom!

Ik zou uw hulp heel erg waarderen - alvast bedankt!!

Groetjes, Yentl.

---

Bij dag slaagt men erin om te vergeten


Bij dag slaagt men erin om te vergeten
hoe diep zich de verraderlijke pijn
sluw als een slang in 't hart heeft vastgebeten.
Bij dag slaagt men erin gewoon te zijn

tevreden en zelfs opgewekt te heten.
Gewillig drinkt men de goedkope wijn
der alledaagsheid, tegen beter weten,
en laat zich troosten door de zonneschijn.

Alleen de nacht, genadeloos, ontdekt
hoe tevergeefs de ziel zich tracht te warmen
aan 't droombeeld, door herinnering gewekt.

En elke nacht opnieuw, zonder erbarmen,
doorvlijmt het lichaam, weerloos uitgestrekt,
hetzelfde heimwee naar dezelfde armen.


Hanny Michaelis (1922-2007).





Antwoord    (14 januari 2020)


Dag Yentl,

Hanny Michaelis (1922-2007) was een dichteres, schrijfster en vertaalster. Ze was joods en haar ouders kwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog om in concentratiekamp Sobibor. Ze overleefde zelf de oorlog doordat ze was ondergedoken.

Michaelis was tien jaar getrouwd met Gerard Reve; daana verliet hij haar, omdat hij homosexueel was. Daarna had ze nog twee jaar lang een relatie, maar deze man kwam om bij een verkeersongeluk. Ze maakte dus veel verlies mee in haar leven (ouders, twee geliefden).

Ze publiceerde zes dichtbundels tussen 1949 en 1971. Ze ontving hiervoor onder meer de Anna Bijns-prijs. Na haar dood verscheen er nog een bundel met nagelaten gedichten (2007). Haar vroege werk is vaak zeer vormvast, later gebruikt ze steeds meer een vrije versvorm.

Haar gedichten gaan vaak over verlies van geliefden, gemis, eenzaamheid, vergankelijkheid en zwaarmoedigheid. Toch zijn de gedichten vaak licht van toon en verwijst ze naar alledaagse situaties. Ze lijken vaak sterk autobiografisch te zijn - maar ze verwijst nooit expliciet naar haar vermoorde ouders of haar voormalige partners. In de gebruikte beelden legt Michaelis vaak een sterk verband tussen haar gevoelens en de beschreven omgeving.


Inhoud gedicht

Ook het gedicht 'Bij dag slaagt men erin' gaat over de pijn van het gemis van een geliefde, heimwee naar iemand, verlangen. Overdag kan je zulke gevoelens nog wel vergeten, opgewekt zijn. Maar 's nachts komt die pijn 'genadeloos' naar boven.

De eerste twee strofen (het octaaf) beschrijven de gevoelens overdag (waarbij je de pijn, het gemis, de heimwee kunt vergeten). De laatste twee strofen (het sextet) beschrijven de gevoelens 's nachts.

Er is geen ik-figuur in dit gedicht; het is een beschrijvend gedicht dat een bepaald verschijnsel beschrijft.

Het octaaf. Overdag is de mens in staat om pijn te vergeten (het gaat om 'verraderlijke pijn' die diep in het 'hart' zit). Overdag kun je je 'gewoon' voelen, tevreden, zelfs opgewekt. De alledaagsheid neemt over, je kunt je getroost voelen door het daglicht.

Het sextet. Maar 's nachts blijkt dat je ziel zich probeert te 'warmen' aan een 'droombeeld', een herinnering, maar dat dit niet lukt. Dan voel je de vlijmende pijn van 'heimwee', het verlangen naar de armen van iemand uit je verleden (uit die herinnering) om je heen.

Het gedicht beschrijft een bekend verschijnsel: dat je 's nachts, als je wakker ligt, dingen moeilijk kan relativeren en gevoelens als angst, verdriet of gemis je sterker kunnen overspoelen dan overdag.

Het gedicht vermeldt niet wie de persoon is naar wie zo wordt verlangt. Als het gedicht biografisch bedoeld is, kan het naar een van haar echtgenoten verwijzen, maar ook naar een jeugdherinnering, de armen van een van haar ouders om haar heen.

Maar Michaelis probeert heel duidelijk niet naar haar eigen leven te verwijzen, ze veralgemeniseert de ervaring door uitdrukkelijk te schrijven over 'men'. Zo wordt het gedicht herkenbaar voor iedereen die 's nachts wel eens wakker ligt en dan gevoelens en pijn niet meer kan relativeren.


Vorm

Het gedicht 'Bij dag slaagt men erin' is een sonnet (het bestaat uit 4 strofen van 4, 4, 3 en 3 regels - dus twee kwatrijnen en twee terzetten).

Ze heeft een heel strak rijmschema gevolgd: in de eerste 8 regels (het octaaf) gebruikt ze gekruist rijm met maar twee rijmwoorden (-eten, -ijn), en in de laatste 6 regels (het sextet) ook slechts twee (-ekt, -armen). Het volledige rijmschema wordt dan:
abab / abab / cdc / dcd.

Als metrum is in het hele gedicht een jambe volgehouden (dus steeds een onbeklemtoonde en dan een beklemtoonde lettergreep). Bijvoorbeeld:
'hetzelfde heimwee naar dezelfde armen'.

Een enkele keer staat er een beklemtoonde lettergreep op een onbeklemtoonde plek (antimetrie). Het woord krijgt hierdoor meer nadruk. Bijvoorbeeld: slaagt (r.1), sluw (r.3), zon(der) (r.12).

Elke regel heeft dezelfde lengte, namelijk vijf beklemtoonde lettergrepen (oftewel vijf versvoeten). Dit wordt een vijf-jambische versregel of vijfvoetige jambe genoemd.

Tussen het octaaf en het sextet zit inhoudelijk een wending (de volta). Dit was gebruikelijk in een sonnet. Wat vorm betreft is dit gedicht dus vrijwel perfect, zeer vormvast.


Stroming

Hanny Michaelis publiceerde in de na-oorlogse jaren (1949-1971) en dat zet je al op een spoor van een mogelijke literaire stroming waarin zij is onder te brengen. Ik zou haar rekenen tot het gematigde modernisme (net als dichters als Bertus Aafjes en M. Vasalis; die ook nog veel in vaste vormen en met rijm schreven, maar later ook in meer vrije vorm).


Tot zover even kort - ik hoop dat dit je verder helpt bij je bespreking.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


•  Kenmerken van poëzie

•  Alle gedichten met een bespreking








Poëziegeschiedenis

Kenmerken poëzie      Analyseren gedichten

Alle gedichten met bespreking






Home           Gastenboek