RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
gedicht analyseren






















Versanalyse en interpretatie
analyse gedicht


Frans Pointl - Moeder
Ik raak aan je (1983)



 >



Onderwerp: Gedicht van Frans Pointl
(1 mei 2021)


Dag Rozemarijn,

Voor een schoolexamen heb ik een analyse nodig van het gedicht 'Moeder' van Frans Pointl. Ik heb een beetje rondgekeken op jouw site, maar dit gedicht zie ik nog niet.

Zou jij mij op weg kunnen helpen met jouw analyse hiervan?

Bij voorbaat dank!

Groetjes, Andrea.

---


 


 1.
 2.
 3.
 4.

 5.
 6.
 7.
 8.
 9.
10.
11.
12.
13.
14.

15.
16.
17.
Moeder


hoe de doden in haar woelden
's nachts ijlde ze hun namen af
henriëtte, fanny, vader, mams
serah, simon, martha, sem!

ik amper dertien beluisterde
angstig ademloos die dodendraf
in haar ontmenselijkte stem
dan stond ze op
lopend dromend
trok de koffer van onder haar bed
verwilderd krijsend: razzia, razzia!
dan hield ik haar staande
roepend het is 1946 1946
en voorbij voorbij

in haar bleef het klagend gaande
zoals zij gaande en klagend
blijft in mij


Frans Pointl
In: Ik raak aan je (1983).



∗       ∗       ∗



Antwoord    (3 mei 2021)


Dag Andrea,

Het gedicht 'Moeder' van Frans Pointl (1933-2015) staat in de bundel Ik raak aan je (1983). Pointl publiceerde voornamelijk boeken en gedichtenbundels vanaf de jaren 1980, toen hij al een vijftiger was (hij brak in 1989 door met de verhalenbundel De kip die over de soep vloog).

Hij schreef in een eenvoudige, sobere, makkelijk leesbare stijl. Veel van zijn verhalen en gedichten zijn gebaseerd op gebeurtenissen uit zijn leven: zijn jeugd, de Tweede Wereldoorlog en zijn moeizame verstandhouding met zijn moeder.



Eerste lezing en vragen bij het gedicht


Het gedicht 'Moeder' komt bij de eerste lezing wat akelig over: er zijn 'doden' die in iemand 'woelen', er is een vrouw die 'verwilderd krijst' - je krijgt er bij zo'n eerste, vluchtige lezing een wat afstotend gevoel van.

Het gedicht gaat over een 'zij' (r.2) en een 'ik' (r.5). De 'ik' is dertien jaar (volgens r.5) en het is '1946' (r.13) – en Frans Pointl zelf was in werkelijkheid 13 jaar oud in 1946. Dat zet je op het spoor, dat deze 'ik' naar de dichter zelf verwijst, dat het een autobiografisch gedicht is en het een jeugdherinnering beschrijft.

De 'zij' is dan de moeder van de 'ik' - je wordt al op dit spoor gezet door de titel van het gedicht, 'Moeder'.

Het gedicht gaat dus over een moeder en een zoon en bevat een jeugdherinnering van de dichter zelf, van toen hij 13 jaar oud was in 1946 (bijna veertig jaar vóór het verschijnen van de dichtbundel).

Wat bij eerste lezing ook meteen opvalt, is dat er woorden in voorkomen, die verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog. Bijv. 'razzia', r.11 (bij een razzia werd een straat afgezet door de nazi's en werden alle joodse bewoners uit hun huis gehaald om naar concentratiekampen te worden gestuurd); die 'koffer' hoort daar ook bij, r.10 (bij een razzia mochten joden snel één koffer pakken om mee te nemen); en ook het jaar '1946' (r.13) is veelzeggend: de Tweede Wereldoorlog duurde van 1940-1945, dus 1946 is het eerste jaar dat Nederland bevrijd is.

Vragen die je je dan kunt stellen bij het gedicht zijn dan bijvoorbeeld: naar welke autobiografische gegevens verwijst dit gedicht, wat gebeurde er in 1946 in het leven van de dichter? Wat is er aan de hand met de moeder? Hoe verhouden moeder en zoon zich tot elkaar? En is dit gedicht te bestempelen als oorlogsgedicht?

Om makkelijker te kunnen begrijpen waar dit gedicht over gaat, is het in het geval van zo'n autobiografsch gedicht heel handig om iets te weten over het leven van de dichter (dit is allemaal vrij eenvoudig online te vinden, ook staat Pointls biografie deels op google-books). Ik volg hieronder zoveel mogelijk de officiële biografie van De Poel uit 2019.



Biografische gegevens


Frans Pointl werd geboren in Amsterdam in 1933. Toen hij vijf jaar oud was, in 1938, scheidden zijn ouders. Zijn moeder, Rebecca van Dam, was pianolerares en van joodse afkomst. Na de scheiding kreeg zij last van depressies, waardoor Frans Pointl tijdelijk bij verschillende pleeggezinnen moest wonen. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak in 1940, was Frans zeven jaar oud. In 1942 ging hij tijdelijk naar zijn moeder terug, maar al snel moest hij opnieuw naar een pleeggezin, in Krommenie, waar hij de rest van de oorlogsjaren (tot en met 1945) bleef.

In Krommenie werd Frans katholiek gedoopt (en omdat zijn vader niet joods was, had hij geen joodse achternaam), waardoor hij gewoon naar de lagere school kon gaan (hij zat dus niet letterlijk ondergedoken). Hij had het daar redelijk goed en hoewel hij zijn ouders miste, was dit niet een heel traumatische periode voor hem. Zijn moeder Rebecca woonde bij familie in Amsterdam, maar die werd in maart 1943 tijdens een razzia opgepakt en weggevoerd naar concentratiekampen. Toevallig was Rebecca net boodschappen aan het doen, een paar straten verderop, en zo ontsnapte zij aan dit lot. Zij dook daarna meteen onder, in april 1943. Hierdoor overleefde zij de oorlog.

Nadat de oorlog was afgelopen (in 1945) ging Frans Pointl in 1946 weer bij zijn moeder wonen, hij was toen 13 jaar. Rebecca had echter te horen gekregen dat al haar familie was omgekomen in de kampen - haar ouders, broer en zus, ooms, tantes, ze had helemaal niemand meer. Dit was ontzettend traumatisch voor haar en ze kreeg bijv. heftige nachtmerries, waarbij de alle namen van haar familieleden hardop schreeuwde. Frans moest daardoor eigenlijk voor zijn moeder zorgen, hoewel hij nog heel jong was. Zijn moeder overleed, door een ziekte, acht jaar na de Tweede Wereldoorlog, in 1953, maar deze jaren met zijn moeder waren zeer traumatiserend voor Frans Pointl en hielden hem de rest van zijn leven bezig.



Inhoud gedicht


Bijna alle elementen uit de biografie, zie je terugkomen in het gedicht 'Moeder'.

De titel, 'Moeder', geeft kort en helder het onderwerp aan: het gedicht gaat over een moeder. En aangezien het gaat om een autobiografisch gedicht, een jeugdherinnering, gaat het dus om de moeder van Frans Pointl, Rebecca (de 'zij'), en haar zoon, Frans Pointl zelf (de 'ik').

In de eerste regels (r.1-4) is het nacht en 'ijlt' de 'zij', de moeder. Ze heeft duidelijk een nachtmerrie, waarin ze namen noemt. Dit zijn namen van familieleden van haar, die zijn vermoord door het nazi-regime tijdens de oorlog (hierbij noemt ze ook 'vader' en 'mams', onmiskenbaar dus familieleden; Simon was haar broer, Henriëtte haar zus).

De 'ik' luistert naar die reeks namen, die hij een 'dodendraf' noemt (r.6), en hij vindt stem 'ontmenselijkt'. De moeder staat op, blijkbaar nog altijd in slaap, want ze loopt al 'dromend' (r.9). Ze pakt een koffer van onder haar bed en schreeuwt het woord 'razzia' (r.11) - wat verwijst naar de razzia waarbij een deel van haar familie is opgepakt, en waaraan zij op het nippertje ontsnapte.

De dertienjarige zoon probeert dan in te grijpen, hij houdt haar tegen (r.12), roept dat het '1946' is, dat de oorlog 'voorbij' is (r.13-14). Maar dit helpt niet definitief, het heftige trauma in de moeder blijft altijd 'klagend gaande'. En de moeder blijft (na haar overlijden, neem ik aan) altijd 'gaande en klagend' aanwezig in de 'ik'.


Dit gedicht is duidelijk een voorbeeld van een gedicht waarin zoveel autobiografische elementen zitten, dat het pas goed te begrijpen valt als je een klein beetje weet van het leven van de schrijver. Daarmee valt het onder de 'parlandische poëzie', ook wel het 'Nieuwe Realisme', te scharen: hedendaagse gedichten die handelen over de gevoelens en gedachten en het leven van de dichter zelf.

Het gedicht beschrijft een jeugdherinnering van de dichter uit 1946. Er wordt op een beklemmende en aangrijpende manier een oorlogstrauma beschreven. De moeder heeft nachtmerries, droomt over haar vermoorde familieleden, de doden 'woelen' in haar, ze 'krijst' over razzia's. De dichter maakt in een paar zinnen helder duidelijk hoe heftig zulke vreselijke oorlogsgebeurtenissen een mens kunnen beschadigen.

Zij komt hier na de oorlog ook niet meer overheen - zoals wel wordt gezegd: je kunt een persoon wel uit een oorlog halen, maar je kunt een oorlogservaring nooit meer uit die persoon halen. In het geval van deze moeder, Rebecca, blijft zij blijvend beschadigd.

De zoon roept, vanuit goede bedoelingen, wel 'voorbij, voorbij' (r.14) - maar de oorlogsellende is natuurlijk voor Rebecca helemaal niet voorbij - al haar familieleden zijn en blijven dood. De oorlog is voorbij, maar de verschrikking duurt voort.

(Probeer je maar eens een moment voor te stellen hoe het zou zijn, als je ineens zou horen dat je broer en je zus zijn vermoord, en dat ook je beide ouders zijn vermoord, èn ooms, tantes... dat moet verpletterend zijn).


Maar de dichter laat in dit gedicht nog iets anders zien: hij laat zien hoe zo'n oorlogstrauma doorwerkt. Want dit gedrag van de moeder, hoe begrijpelijk en verdrietig ook, is op zijn beurt in feite traumatiserend voor de zoon. Dit is een bekend verschijnsel en wordt genoemd: een tweede generatie oorlogsslachtoffer.

Frans Pointl was niet zozeer getraumatiseerd door de oorlog zelf, toen hij een redelijk normaal leven kon leiden bij zijn pleeggezin in Krommenie. Maar hij lijdt onder het feit dat hij een door oorlog getraumatiseerde, instabiele moeder heeft, die niet een leuke moeder is die lief voor hem zorgt, maar die emotioneel onstabiel is, die psychisch ernstig beschadigd is, en voor wie hij moet zorgen, in een soort nachtmerrie-achtige sfeer vol dode mensen. Hij noemt zichzelf in dit gedicht ook 'angstig' (r.6).

Dit werkte de rest van zijn leven bij hem door, hij noemt het hier dat het 'gaande en klagend' blijft in hem (r.17). Hij heeft dit tot aan het einde van zijn leven met zich meegedragen.



Beginvragen


Dan terug naar de twee vragen die ik aan het begin stelde.

Is dit gedicht een oorlogsgedicht? Het gedicht gaat weliswaar over de oorlog, maar het is geen oorlogsgedicht in enge zin: het beschrijft niet de oorlog zelf (veldslagen of soldaten of het verzet o.i.d.). Het speelt zich juist af als de oorlog al is afgelopen, in 1946.

Het gedicht gaat over een oorlogstrauma. Het laat zien hoe de oorlog doorwerkt in een oorlogsslachtoffer en hoe een getraumatiseerd slachtoffer vervolgens weer een volgende generatie kan beschadigen.

Het gedicht laat ook zien, hoe een gebeurtenis op wereldschaal, zoals in dit geval een oorlog, kan doorwerken op twee willekeurige mensen en hun hele leven kan bepalen. Het laat de heftigheid, gruwelijkheid en ernst van de hele oorlog zien, aan de hand van één persoonlijk leven.


En dan de vraag: hoe verhouden de moeder en de zoon zich tot elkaar in dit gedicht? Is de een goed en de ander slecht, of is de een sympathiek en de ander onsympathiek?

Nee, zo zet de dichter ze niet tegenover elkaar. Het zijn beiden slachtoffers. De moeder is slachtoffer van de oorlog; de zoon is slachtoffer van een slachtoffer - ze hebben beiden hun eigen ellende, die hen ongewild is overkomen; en als lezer kun je, in dit gedicht, met hen beiden even goed meevoelen.



Formele kenmerken


Pointls gedicht 'Moeder' is een anekdotisch gedicht dat in prozaïsche stijl is geschreven (haast als proza, niet heel poëtisch). Net als in zijn overige werk hanteert hij een eenvoudige, sobere, makkelijk leesbare stijl.

Er zitten een paar rijmwoorden in (af-draf 2-6; sem-stem 4-7; staande-gaande 12-15; en voorbij-mij 14-17), maar die staan steeds best ver van elkaar af, waardoor ze weinig opvallen.

Ook zijn er af en toe klankherhalingen gebruikt, zoals assonantie (bijv: lopend-dromend r.9; en trok-koffer-onder 10).

Driemaal wordt een woord in z'n geheel herhaald, repetitio ('razzia' r.11; '1946' r.13; en 'voorbij' r.14). In alle gevallen gaat het om wat de figuren in dit gedicht uitspreken en benadrukt het dus de herhaling in wat ze zeggen (en waarschijnlijk jarenlang zullen blijven herhalen).

In de slotregels is er sprake van een chiasme: zinnen zijn elkaars spiegelbeeld, ze spiegelen elkaar kruislings ('klagend gaande' r.15; en in de volgende regel 'gaande en klagend' r.16). De moeder en de zoon spiegelen elkaar. Zij heeft iets aan hem doorgegeven, wat hij op zijn manier weer in zich meedraagt.

Het hele gedicht is in de verleden tijd geschreven, behalve de slotregel ('blijft', r.17), die staat in de tegenwoordige tijd. Dit laat zien, dat het bij de zoon een nog voortdurend proces is; het is voor hem nog altijd niet voorbij. Hoewel het gedicht dus grotendeels een jeugdherinnering beschrijft, laten de laatste twee slotregels zien, dat het, veertig jaar later, nog altijd in de 'ik' voortleeft.

Zoals het 'voorbij voorbij' in r.14, niet opgaat voor de moeder, laat de tegenwoordige tijd hier zien, dat het ook niet opgaat voor de zoon. Het leed gaat niet voorbij. Het blijft 'gaande' in hem, zolang hij leeft.



Ik hoop dat dit je verder helpt om een mooie bespreking te schrijven over dit aangrijpende gedicht, want zo'n gedicht verdient dat.

Kijk, je kunt vele dikke boeken lezen over alle veldslagen en legers en generaals - maar je hoeft in feite alleen maar dit ene gedicht van zeventien regeltjes te lezen, over een willekeurige pianiste uit Amsterdam, die 's nachts krijst om haar vermoorde familieleden, om in al je vezels te voelen dat we altijd alles op alles zullen moeten zetten om oorlog, waar ook ter wereld, te voorkomen.

Geen enkel mens verdient het om in oorlog terecht te komen en zulke verschrikkingen mee te maken.


Veel succes met je examen - en laten we op 4 mei zeker weer een bloemetje gaan leggen bij het plaatselijke monument...

met vriendelijke groet,

Rozemarijn.


•  Kenmerken van poëzie

•  Alle gedichten met een bespreking


---


Biografische gegevens in:
David de Poel, De schrijver die over de soep vloog. Het leven van Frans Pointl (2019). Op books.google-nl.






Antwoord   (3 mei 2021)


Hoi Rozemarijn,

Ontzettend bedankt voor deze uitgebreide en heldere analyse!

Hierdoor gaat het gedicht als het ware leven voor mij en geeft het me zelfs kippenvel. Het is een aangrijpend gedicht en ik kan hier zeker wat mee.

Nogmaals bedankt!

Groetjes, Andrea.



∗       ∗       ∗



Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (mei 2021).

Gedicht: Frans Pointl, 'Moeder'. In: Ik raak aan je (1983).

© copyright 2021. Het is alleen toegestaan om kort te citeren uit bovenstaande bespreking met de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Analyse van het gedicht 'Moeder' van Frans Pointl (2021). Bron: https://www.rozemarijnonline.net/poezie/pointl-moeder.html.

Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.



∗       ∗       ∗



Lees meer:

poëziegeschiedenis

kenmerken van poëzie        analyseren en interpreteren

alle gedichten met een bespreking




 >