RozemarijnOnline




Versanalyse en interpretatie
-
korte bespreking gedicht






















Versanalyse en interpretatie
korte bespreking gedicht


Pablo Neruda - Sonnet XI. Ik honger naar je mond
In: Honderd liefdessonnetten (Cien Sonetos de Amor), 1960



<    
  >



Gastenboek. Onderwerp: Pablo Neruda - Ik honger naar je mond
(4 mei 2006)


lieve rozemarijn

Bedankt om je uitleg op je site over gedichten interpreteren het heeft mij alvast een beetje op weg geholpen.

maar ik zou je graag om een gunst vragen, ik wil namelijk acteur worden en als toelatingsproef moet ik één van pablo neruda's liefdessonnetten interpreteren. maar dit valt mij nogal tegen ik ben bang dat dit mij niet lukt en het is mijn levensdroom ooit op het podium te verschijnen.
dus wil ik je vragen of je mij al op weg wil helpen of deze liefdessonneten voor te mij interpreteren.

Ik weet dat ik het zelf moet doen maar mijn liefdesappel heeft mij recent verlaten dus ik vraag je voor deze gunst.

alvast bedankt

leander

---

XI


Ik honger naar je mond, je stem, je haren
En vasten en stom loop ik door de straten,
Het brood voedt me niet, de ochtend ontwricht me,
Ik zoek je voetgeklater in de dagen.

Ik honger naar je losgeslagen lach,
Je handen, als het razend graan gekleurd,
Ik honger naar je bleke stenen nagels
En wil je huid, gave amandel, eten.

Ik wil eten de straal door je schoonheid verbrand,
Je neus, de vorstin van je trotse gezicht,
Ik wil eten de vluchtige schaduw van je wimpers

En hongerig besnuffel ik de schemer
Jou zoekend, zoekend naar je bloedwarm hart
Als poema in 't verlaten Quitratùe


Pablo Neruda
In: Honderd liefdessonnetten, 1960.



XX


Lelijk lief, je bent een verwaaide kastanje,
Mooi lief, je bent zo mooi als de wind,
Lelijk lief, je hebt een mond als twee monden,
Mooi lief, je zoenen zijn koel als watermeloenen.

Lelijk lief, waar heb je je borsten verborgen?
Ze zijn zo miniem als twee maatjes koren.
Ik had op je borst graag twee manen zien rijzen:
De reusachtige torens van je heerschappij

Lelijk lief, de zee biedt je nagels niet te koop,
Mooi lief, bloem na bloem, ster om ster,
Golf om golf, liefste, ik heb je lichaam geteld:

Lelijk lief, ik heb je lief om je gouden taille,
Mooi lief, ik heb je lief om een frons op je voorhoofd,
Liefste, ik heb je lief om donker en om licht.


Pablo Neruda
In: Honderd liefdessonnetten, 1960.




Antwoord     (6 mei 2006)


Dag Leander,

moet je echt een interpretatie uitschrijven? Vreemde opdracht voor een toelating voor een acteursopleiding. Of moet je het gedicht voordragen (en er misschien iets bij vertellen)? Nouja, hoe dan ook, ik kan wel wat dingen voor je opschrijven die mij direct opvallen. Dan kun je daar zelf verder mee aan de slag.

Pablo Neruda is een beroemde Chileense dichter uit de vorige eeuw (1904 - 1973) die in 1971 de Nobelprijs voor de literatuur heeft gewonnen. Hij was politicus. Dat is in zijn werk ook terug te vinden, hij heeft veel politiek getinte en maatschappelijk geëncageerde poezie geschreven. Daarnaast schreef hij liefdespoezie.

De twee gedichten in de bijlage vallen duidelijk qua thematiek in de tweede categorie: liefdespoezie.

De sonnetten komen uit de bundel Honderd liefdessonnetten (Cien Sonetos de Amor) uit 1960. Deze bundel met honderd liefdessonnetten is in z'n geheel opgedragen aan Matilde Urrutia (1912-1985). Zij was de derde echtgenote van Neruda, zij waren getrouwd van 1966 tot aan zijn dood in 1973.

Neruda schreef dus een hele bundel liefdesgedichten voor zijn geliefde, een paar jaar voor ze zouden trouwen. De bundel staat bekend om zijn concrete ontmoetingen, lichamelijke erotiek, grootse beelden, plastische en soms bombastische taalgebruik.

De gedichten die je stuurde zijn beide sonnetten, de gedichten hebben dus een vaste vorm. Aan de vertaling is niet te zien of het gedicht oorspronkelijk in het Spaans heeft gerijmd, maar de vertaler heeft wel duidelijk gezocht naar klankovereenkomsten (vooral veel assonantie, dus herhaling van klinkers); bijv.: haren-straten-dagen, vorstin-gezicht-wimpers, zoekend-bloedwarm-poema.

Het is altijd lastig om een vertaald gedicht te interpreteren; je weet niet precies wat de dichter in het oorspronkelijke gedicht met taal heeft gedaan, je hebt geen beeld hoe origineel bijvoorbeeld zijn taalgebruik was ten opzichte van bestaande poëzie in zijn taalgebied in zijn tijd. Een vertaling is altijd een slap aftreksel van het origineel en voor een voordracht zou ik zelf altijd een gedicht in zijn oorspronkelijke taal kiezen, als dat mogelijk was.

In het eerste gedicht, sonnet nummer 11, houdt Neruda van het begin tot het eind vast aan een uitgesproken beeld: de honger naar een geliefde. Hij concretiseert dit: de ik in dit gedicht wil onderdelen van de geliefde echt opeten, of ze in werkelijkheid nu eetbaar zijn of niet. Hij maakt een figuurlijk beeld (ik zou je wel willen opeten) dus heel letterlijk (ik wil je opeten).

Het beeld wordt op twee manieren opgebouwd.

Ten eerste wordt het hongeren en willen eten steeds sterker uitgewerkt. Het begint met 'hongeren', dan 'willen eten' en tot slot stelt de ik zich zelfs als een poema voor, een bloeddorstig roofdier. Het lijkt wel hoe langer het zoeken duurt, hoe onbereikbaarder de geliefde blijkt, hoe heftiger het hongeren wordt.

Ten tweede zit er een soort tijdsverloop in het gedicht. Het begint met een beeld van de ochtend, daarna wordt de dag genoemd (dagen), dan wordt er zon gesuggereerd (straal, schaduw) en tot slot noemt hij de schemer.

In het gedicht wordt de geliefde steeds gezocht (het woord 'zoeken' wordt drie keer genoemd), ze wordt niet gevonden. Integendeel, de ik zwerft als een poema door een verlaten stad (Quitratue is een stad in Chili (even Googelen...); in de eerste strofe is de 'stad' ook al genoemd). De honger wordt niet gestild, de zoektocht levert alleen leegte op. Hierdoor blijft er ook na de lezing van het gedicht een verlangen bestaan.
Het gedicht gaat dus uiteindelijk om onvervulde liefde.

De slotzin heeft een sterk concretiserende waarde voor het gedicht. De ik in het gedicht wil iets letterlijk doen wat alleen figuurlijk mogelijk is (hongeren naar je geliefde, een ander willen opeten). Hij wil zelfs haar stem en de schaduw van haar wimpers opeten. Dit alles maakt dat het gedicht niet aan de werkelijkheid lijkt te raken. Tot de heel concrete naam van een stad in Chili wordt genoemd. Dit geeft een daadwerkelijk kader waar het gedicht in deze werkelijkheid te plaatsen is. Het gaat om een concrete plek en een concrete vrouw, zijn geliefde.

In ieder geval speelt Neruda met de werkelijkheid en met de taal: hij maakt een figuurlijk beeld letterlijk, waardoor het onwaarschijnlijk wordt. Vervolgens brengt hij het beeld naar een bestaande stad, waardoor hij het juist weer naar de werkelijkheid trekt.

Het is niet een lastig gedicht om voor te dragen: want de zinseindes vallen meestal samen met de regeleindes. De inhoudelijke structuur komt dus sterk overeen met de poetische structuur. Wel lastig is dat het een nogal opsommend gedicht is; dit kan leiden tot een 'dreun', een monotonie tijdens het voordragen. Maar dat is dan natuurlijk aan jou als aankomend acteur om dat te vermijden... :-)

Tot slot: je kunt mijn website opgeven als bron waar je achtergrondinformatie over het gedicht vandaan hebt gehaald: http://www.rozemarijnonline.net/

Ik hoop dat je verder komt met bovenstaande informatie. Ik raad je natuurlijk aan om met de bovenstaande interpretatie zelf met het gedicht aan de slag te gaan en jouw eigen visie op het gedicht onder woorden te proberen te brengen; want uiteindelijk is het voor je toelating natuurlijk belangrijk wat jouw blik is, jouw benadering, jouw stem.


Veel succes ermee! Rozemarijn.

www.rozemarijnonline.net/versanalyse.html





Re:     (6 mei 2006)


dag rozemarijn

bedankt voor je hulp het heeft mij aardig op weg geholpen nu is het natuurlijk aan mij

groeten leander

p.s. nogmaals bedankt




∗       ∗       ∗



Bespreking gedicht: Rozemarijn van Leeuwen (augustus 2006)   © zie hieronder.
Gedicht: Pablo Neruda, Sonnet XI. Ik honger naar je mond. In: Honderd liefdessonnetten (Cien Sonetos de Amor) 1960.

Overzicht alle besprekingen gedichten: Lijst gedichten met bespreking.




© copyright 2006. Het is alleen toegestaan om gegevens van deze pagina over te nemen met gebruikmaking van de volgende verwijzing:
Rozemarijn van Leeuwen, Versanalyse en interpretatie. Pablo Neruda, Sonnet XI. Ik honger naar je mond (2006). Bron: http://www.rozemarijnonline.net/poezie_gedichten.html.





Lees meer:

poëziegeschiedenis

kenmerken van poëzie        analyseren en interpreteren

alle gedichten met een bespreking




<    
  >