RozemarijnOnline




Cursus
middeleeuwse mystiek





 • Over de docente
 • Reacties cursisten
 • Literatuurlijst
 • Teksten mystici
 • Bijlagen en vgv

























Cursus over christelijke spiritualiteit
in een cultuur-historische context



Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen

De geloofs- en denkwereld van Hadewijch en Jan van Ruusbroec


Rozemarijn van Leeuwen
© 1999-2001



<     >




Bijlage: Middeleeuwse liederen in het Middelnederlands


Vier Middelnederlandse liedjes om te beluisteren, om de Middeleeuwen en het Diets weer tot klinken te brengen. Deze wereldlijke liedjes geven een kijkje in de volkscultuur, de maatschappij, het leven van de middeleeuwer.

Met de oorspronkelijke liedtekst (Middelnederlands); een hertaling naar hedendaags Nederlands; een toelichting; en afspeelbare muziek. Uitvoering: Camerata Trajectina.


↓↓    Egidius waer bestu bleven    ↓↓
Het daghet in den oosten  ∼  Wi willen van den kerels zinghen
Ick seg adieu



- klik om af te spelen -



Egidius waer bestu bleven

Het middeleeuwse lied 'Egidius waer bestu bleven' is een afscheidslied en klaaglied. Het lied is van vóór 1400.

De 'ik' rouwt om zijn overleden vriend Egidius. Deze heeft nu de hemelse vreugde, terwijl de 'ik' nog pijn moet lijden in de wereld en nog een liedje moet zingen. De 'ik' vraagt hem om een plaatsje naast hem vrij te houden. Eens moet immers iedereen sterven. (Bron toelichting: Volksliedjes met bladmuziek en muziek).

icoontje muziek afspelen  Afspelen:   Egidius waer bestu bleven
Bron muziek:    de Nederlandse Liederenbank
Uitvoering:   Camerata Trajectina
Cd:   Pacxken van Minnen.




Egidius waer bestu bleven
mi lanct na di gheselle mijn
du coors die doot du liets mi tleven.
 
 



Egidius, waar ben je gebleven
ik verlang naar je, mijn vriend
jij keurde de dood, je liet mij het leven.

Dat was gheselscap goet ende fijn
het sceen teen moeste ghestorven sijn.
 
 

Het was goed en fijn gezelschap
het leek dat wij tegelijk zouden sterven

Nu bestu in den troon verheven
claerre dan der zonnen scijn
alle vruecht es di ghegheven.
 
 

Nu ben je opgenomen in de hemel
helderder dan het zonlicht
alle vreude is aan jou gegeven.

Egidius waer bestu bleven
mi lanct na di gheselle mijn
du coors die doot du liets mi tleven.
 
 

Egidius, waar ben je gebleven
ik verlang naar je, mijn vriend
jij keurde de dood, je liet mij het leven.

Nu bidt vor mi ic moet noch sneven
ende in de weerelt liden pijn
verware mijn stede di beneven.
 
 

Nu, bid voor mij, ik moet nog ongelukkig zijn
en pijn lijden in de wereld
bewaar mijn plaatsje naast jou.

Ic moet noch zinghen een liedekijn
nochtan moet emmer ghestorven sijn.
 
 

Ik moet nog een liedje zingen
toch moet iedereen ooit sterven.

Egidius waer bestu bleven
mi lanct na di gheselle mijn
du coors die doot du liets mi tleven.
 
 

Egidius, waar ben je gebleven
ik verlang naar je, mijn vriend
jij keurde de dood, je liet mij het leven.

Dat was gheselscap goet ende fijn
het sceen teen moeste ghestorven sijn.


∗ ∗ ∗


Handschrift Gruuthuse (ca. 1400).



 
 

Het was goed en fijn gezelschap
het leek dat wij tegelijk zouden sterven.


∗ ∗ ∗


Muziek: cd Pacxken van Minnen, Camerata Trajectina.






troubadour perdigon thumb



Het daghet in den oosten

Het middeleeuwse lied 'Het daghet in den oosten' is een dageraadslied en een verhalend lied. Het lied is van vóór 1438.

Een vrouw krijgt te horen dat een aanbidder haar heimelijke geliefde heeft gedood. Ze vindt hem onder een groene linde (boom van de liefde). Niemand wil haar helpen haar dode te begraven. Ze begraaft hem zelf en treedt in in een klooster.

De mantel is een teken van hoge geboorte, adel. Het belletje: tijdens de mis werd een belletje geluid.

De eerste vier strofen zijn een dialoog tussen de aanbidder en het meisje. Een officiële begrafenis zou van het meisje (en een eventueel kind) erkende erfgenamen maken. In de feodale verhoudingen werkte dit zo, maar bij het (toen opkomende) kerkelijke huwelijk, waarbij de macht bij de mannen kwam te liggen, niet meer. (Bron toelichting: Volksliedjes met bladmuziek en muziek).

icoontje muziek afspelen  Afspelen:   Het daghet in den oosten
Bron muziek:    de Nederlandse Liederenbank
Uitvoering:   Camerata Trajectina
Cd:   Souterliedekens: 16e-eeuwse wereldlijke liederen.




Het daghet in den oosten
het lichtet overal.
Hoe luttel weet mijn liefken
och waer ick henen sal.

Och warent al mijn vrienden
dat mijn vijanden sijn
ick voerde u uuten lande
mijn lief, mijn minnekijn.
 
 



De dag breekt aan in het oosten
het wordt overal licht.
Mijn liefje weet nauwelijks
och, waar ik heen zal gaan.

Och, waren zij allen mijn vrienden
die mijn vijanden zijn
ik voerde u het land uit ('schaken')
mijn lief, mijn beminde.

Dats waer soudi mi voeren
stout ridder wel gemeyt?
Ic ligge in mijns liefs armkens
met grooter waerdicheyt.

Ligdy in uus liefs armen?
Bilo, ghi en segt niet waer!
Gaet henen ter linde groene
versleghen so leyt hi daer.
 
 

Waar zou jij mij heen voeren
moedige ridder, hoog geacht
Ik lig in de armen van mijn geliefde
met grote waardigheid.

Lig jij in de armen van je geliefde?
Wis en waarachtig, je spreekt niet de waarheid!
Ga naar de groene linde
daar ligt hij verslagen.

Tmeysken nam haren mantel
ende si ghinc eenen ghanck
al totter linde groene
daer si den dooden vant.

Och, ligdy hier verslaghen
versmoort in al u bloet?
Dat heeft gedaen u roemen
ende uwen hooghen moet.
 
 

Het meisje nam haar mantel
en zij volgde de weg
al tot de groene linde
waar zij de dode vond.

Och, lig je hier verslagen
gesmoord in al uw bloed?
Dat komt door uw grootspraak
en door uw hoogmoed.

Och, ligdy hier verslaghen
die mi te troosten plach?
Wat hebdy mi ghelaten?
So menighen droeven dach.

Tmeysken nam haren mantel
ende si ghinck eenen ganck
al voor haers vaders poorte
die si ontsloten vant.
 
 

Och, lig jij hier verslagen
jij, die mij altijd plach te troosten
Wat heb je mij nagelaten?
Talrijke droeve dagen.

Het meisje nam haar mantel
en zij volgde de weg
tot voor de poort van haar vader
die zij ontsloten vond.

Och, is hier eenich heere
oft eenich edel man
die mi mijnen dooden
begraven helpen can?

Die heeren sweghen stille
si en maecten gheen geluyt.
Dat meysken keerde haer omme
si ghinc al weenende uut.
 
 

Och, is hier één enkele heer
of één enkele edelman
die mij kan helpen
om mijn dode te begraven?

De heren zwegen stil
zij maakten geen geluid.
Het meisje keerde zich om
zij ging al wenende naar buiten.

Si nam hem in haren armen
si custe hem voor den mont
in eender corten wijlen
tot also menigher stont.

Met sinen blancken swaerde
dat si die aerde op groef
met haer snee witten armen
ten grave dat si hem droech.
 
 

Zij nam hem in haar armen
zij kuste hem op de mond
voor een korte duur
voor zovele momenten.

Met zijn blinkende zwaard
groef zij de aarde uit
met haar sneeuwwitte armen
droeg zij hem ten grave.

Nu wil ic mi gaen begeven
in een cleyn cloosterkijn
ende draghen swarte wijlen
ende worden een nonnekijn.

Met haer claer stemme
die misse dat si sanck
met haer snee witten handen
dat si dat belleken clankc.


∗ ∗ ∗


Antwerps liedboek (1544).



 
 

Nu zal ik mij gaan begeven
in een klein kloostertje
en zwarte sluiers dragen
en een nonnetje worden.

Met haar heldere stem
zong zij de mis
met haar sneeuwwitte handen
luidde zij het belletje.


∗ ∗ ∗


Muziek: cd Souterliedekens, Camerata Trajectina.






troubadour perdigon thumb



Wi willen van den kerels zinghen

Het middeleeuwse lied 'Wij willen van den kerels zingen' is een spotlied van de adel over de boeren. Het lied is van vóór 1400.

De onbeschaafde boeren, met lange baarden en kapotte kleding, hebben een kwade aard en zijn gevaarlijk, ze zouden de ruiters/ridders willen onderwerpen.

Tijdens een kermis denkt een boer dat hij een graaf is, maar van een beetje wijn wordt hij al dronken. Uit de slotstrofe spreekt opnieuw de vrees van de adel: het beste is om ze te slepen en hangen, ze deugen niet zonder dwang.

Het refrein is cynisch bedoeld: er heerste veel armoede onder de boeren. (Bron toelichting: Volksliedjes met bladmuziek en muziek).

icoontje muziek afspelen  Afspelen:   Wi willen van den kerels zinghen
Bron muziek:    de Nederlandse Liederenbank
Uitvoering:   Camerata Trajectina
Cd:   Pacxken van Minnen.




Wi willen van den kerels zinghen
Si sijn van quader aert
Si willen de ruters dwinghen
Si draghen enen langhen baert.
Haer cleedren die zijn al ontnait.
Een hoedekijn up haer hooft ghecapt
Tcaproen staet al verdrayt
Haer cousen ende haer scoen ghelapt.
 
 



Wij willen van de boeren zingen
zij zijn slecht van aard
zij willen de ridders onderwerpen
zij dragen een lange baard.
Hun kleren die zijn helemaal losgetornd
hun hoofd is bedekt met een hoedje
de mantelkap zit helemaal verdraaid
hun kousen en hun schoen zijn gelapt.

Wronglen, wey, broot ende caes
dat heit hi al den dach.
Daer omme es de kerel so daes
hi etes meer dan hijs mach.
 
 

Wrongel (jonge kaas), wei (waterige melk), brood en kaas
dat eet hij de hele dag.
Daarom is de boer zo achterlijk
hij eet meer dan hij op kan.

Henen groten rucghinen cant
Es arde wel sijn ghevouch
Dien neimt hi in sijn hant
Als hi wil gaen ter plouch.
Dan comt tot hem sijn wijf, de vule
Spinnende met enen rocke
Een sleter omtrent haer mule
Ende gaet sijn scuetle brocken.
 
 

Een grote homp roggebrood
is helemaal zijn gerief
die neemt hij in zijn hand
als hij naar de ploeg wil gaan.
Dan komt zijn smerige wijf bij hem
spinnend met een spinrok (stok)
een lap voor haar muil
en gaat zijn brood in een schotel verbrokkelen.

Wronglen, wey, broot ende caes
dat heit hi al den dach.
Daer omme es de kerel so daes
hi etes meer dan hijs mach.
 
 

Wrongel, wei, brood en kaas
dat eet hij de hele dag
daarom is de boer zo achterlijk
hij eet meer dan hij op kan.

Ter kermesse wille hi gaen
Hem dinct datti es een grave
Daer wilhijt al omme slaen
Met sinen verroesten stave.
Dan gaet hi drincken van den wine
Stappans es hi versmoort
Dan es al de werelt zine
Stede, lant ende poort.
 
 

Naar de kermis wil hij gaan
hij drinkt alsof hij een graaf is
daar wil hij alles omkiepen
met zijn verroeste staaf.
Dan gaat hij van de wijn drinken
meteen is hij dronken
dan is de hele wereld van hem
stad, land en poort.

Wronglen, wey, broot ende caes
dat heit hi al den dach.
Daer omme es de kerel so daes
hi etes meer dan hijs mach.
 
 

Wrongel, wei, brood en kaas
dat eet hij de hele dag
daarom is de boer zo achterlijk
hij eet meer dan hij op kan.

Wi willen de kerels doen greinsen
Al dravende over tvelt.
Hets al quaet dat zi peinsen
Ic weetze wel bestelt
Me salze slepen ende hanghen
Haer baert es alte lanc.
Sine connens niet ontganghen
Sine dochten niet sonder bedwanc.
 
 

Wij willen de boeren angstig laten kijken
al dravende over het veld.
Zij denken alleen maar aan kwade dingen
ik weet wel hoe je ze het beste kunt behandelen
men moet ze slepen en hangen
hun baard is veel te lang.
Zij kunnen er niet aan ontkomen
zij deugen niet zonder dwang.

Wronglen, wey, broot ende caes
dat heit hi al den dach.
Daer omme es de kerel so daes
hi etes meer dan hijs mach.


∗ ∗ ∗


Gruuthuse handschrift (ca. 1400).



 
 

Wrongel, wei, brood en kaas
dat eet hij de hele dag
daarom is de boer zo achterlijk
hij eet meer dan hij op kan.


∗ ∗ ∗


Muziek: cd Pacxken van Minnen, Camerata Trajectina.






troubadour perdigon thumb



Ick seg adieu

Het middeleeuwse lied 'Ik zeg adieu' is een liefdesklacht en afscheidslied. Het lied is van vóór 1537. Het wordt hier meerstemmig gezongen.

Een 'ik-persoon' moet, gedwongen door venijnige praat van afgunstenaars, afscheid nemen van zijn/haar geliefde. Hij/zij laat zijn/haar hart bij haar achter en blijft geheel van de ander tot de dood. (Bron toelichting: Volksliedjes met bladmuziek en muziek).

icoontje muziek afspelen  Afspelen:   Ick seg adieu
Bron muziek:    de Nederlandse Liederenbank
Uitvoering:   Camerata Trajectina
Cd:   Souterliedekens: 16e-eeuwse wereldlijke liederen.




Ick seg adieu
Wy twee wi moeten sceiden
Tot op een nyeu
So wil ic troost verbeyden.
Ic late bi u dat herte mijn
Want waer ghi zijt daer sal ic zijn
Tsi vreucht oft pijn
Altoos sal ic u vry eygen zijn.
 
 



Ik zeg adieu
wij twee, wij moeten scheiden.
Tot een nieuwe gelegenheid
wil ik troost afwachten.
Ik laat mijn hart bij u
want waar gij zijt, daar zal ik zijn.
't Zij vreugd of pijn, 't zij vreugd of pijn
altijd zal ik geheel de uwe zijn.

Ic dancke u, lief
Reyn minnelic lief gepresen
Voor alle grief
So wilt mi doch ghenesen.
dese niders fel met haer fenijn
Si hebben belet ons blide aenschijn
Op dit termijn
altoos sal ic u vry eygen zijn.
 
 

Ik dank u, lief
rein minnelijk lief geprezen
van alle leed
zo wil mij toch genezen.
Deze felle afgunstenaars met hun venijn
zij hebben ons blijde gelaat belet
voor dit moment, voor dit moment
altijd zal ik geheel de uwe zijn.

Adieu, schoon stadt
Adieu, prieel vol vruechden
Reyn maechdelijck vat
Daer wi tsamen verhuechden.
Gedenct den troost die ghy mi boet
Ghi zijt mijn lief die ic noeyt en vloot
Ic segt u bloot
u eygen blive ic tot inde doot.


∗ ∗ ∗


Zutphens Liedboek (ca. 1537).



 
 

Adieu, mooie stad
adieu, prieel vol vreugden
rein maagdelijk vat
waar wij ons samen verheugden.
Gedenk de troost die gij mij bood
gij zijt mijn lief, die ik nooit verliet.
Ik zeg 't u onomwonden, ik zeg 't u onomwonden
de uwe blijf ik tot de dood.


∗ ∗ ∗


Muziek: cd Souterliedekens, Camerata Trajectina.







Zie ook de voorgaande bijlage:

De middeleeuwse cultuur in beeld:
miniaturen van het dagelijkse leven

Germaanse beschaving en cultuur in beeld.



*     *     *     *     *



Deze bijlage hoort bij de cursus Middeleeuwse mystiek, bij de bijeenkomst:

De Middeleeuwen.




*     *     *     *     *




Volg de hele cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen online:

    voor de pauze (achtergrond) na de pauze (teksten lezen)
  1 De Middeleeuwen Wat is mystiek?
  2 Het middeleeuwse wereldbeeld Hadewijch: visioen en mystiek
  3 Het leven van Hadewijch Hadewijch: wegen naar God
  4 Vrouwen in de Middeleeuwen Hadewijch: door het ghebreken
  5 Het leven van Jan van Ruusbroec Ruusbroec: het werkende leven
  6 De verschrikkelijke 14e eeuw Ruusbroec: het innige leven
  7 Gods beeld en gelijkenis Ruusbroec: om Hem te ontmoeten




<     >