RozemarijnOnline




Cursus
middeleeuwse mystiek





 • Over de docente
 • Reacties cursisten
 • Literatuurlijst
 • Teksten mystici
 • Bijlagen en vgv

























Cursus over christelijke spiritualiteit
in een cultuur-historische context



Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen

De geloofs- en denkwereld van Hadewijch en Jan van Ruusbroec


Rozemarijn van Leeuwen
© 1999-2001



<     >



Bijeenkomst 2b.  Hadewijch: verschil tussen visioen en mystieke ervaring

Onderwerpen dit uur:
  • Visioen VI:  visioen versus mystieke ervaring
  • Het visioen in de Middeleeuwen
  • Hoe ziet Hadewijch God?
  • Hoe ervaart Hadewijch God?



Inleiding


We gaan dit uur het zesde visioen van Hadewijch lezen. Aan de hand van dit visioen, kunnen we een helder onderscheid gaan maken tussen twee soorten religieuze ervaringen: visioenen en mystieke ervaringen. We zullen zien hoe deze zich tot elkaar verhouden en beide begrepen kunnen worden vanuit het middeleeuwse wereldbeeld.

We lezen dit visioen vanzelfsprekend ook inhoudelijk - Hadewijch beschrijft hoe een engel haar begeleid, tot zij een ontzagwekkende stem hoort spreken: "Zie wie ik ben" - 'ende ic sach den ghenen dien ic sochte' ('en ik zag Degene die ik zocht').

Zij geeft daarbij duidelijk enkele kenmerken van haar godsbeeld aan. En ook die omschrijving valt uiteen in twee delen, overeenkomstig met het onderscheid tussen visioen en mystieke ervaring.



Hoofdthema in Hadewijchs werk


We zijn nu dus aanbeland bij de teksten van Hadewijch. Volgende week zullen we uitgebreid stilstaan bij haar leven en de doelgroep voor wie zij schreef, maar in ieder geval heeft zij ongeveer halverwege de dertiende eeuw drie teksten geschreven: 14 visioenen, 31 brieven (+16 rijmbrieven) en 45 gedichten.

Een belangrijk en steeds terugkerend thema in haar werk, is de tegenstelling ghebruken en ghebreken. Ik zal alvast een beeld proberen te geven wat deze begrippen betekenen, want we zullen het straks ook in het zesde visioen tegenkomen.

In de visioenen beschrijft Hadewijch haar mystieke ervaringen. Dus de momenten dat ze zich bewust is van de aanwezigheid van God. Ze benoemt dit vaak met het woord ghebruken, dit woord is niet goed te vertalen, je kun het het best weergeven met 'ervaren' of 'genieten'. Wij kennen nog het woord 'gebruiker', bijv. 'hij is een gebruiker van koffie' in de zin van 'liefhebber'; en ik denk dat die betekenis in de verte nog verwant is met het woord ghebruken. In ieder geval zit er een aspect van liefhebben in, de liefde liefdevol ervaren.

De teksten die in de Bloemlezing zijn opgenomen, komen uit een uitgave van de visioenen van prof. Mommaers (één van de leden van het Ruusbroecgenootschap in Antwerpen), en Mommaers vertaalt het met 'genieten'. Maar het betekent eigenlijk méér dan dat. Als je dus 'genieten' ziet staan, kijk dan even naar het Middelnederlands; de kans is groot dat daar dan ghebruken staat en dat betekent dus eigenlijk veel méér dan genieten - meer een soort intens, liefdevol ervaren van de goddelijke liefde. Hadewijch schrijft met name over het ghebruken in haar visioenen en brieven.

Maar je bent je niet voortdurend bewust van de aanwezigheid van God. Die mystieke ervaringen zijn maar incidentele, korte momenten, voor het grootste deel is God niet ervaarbaar aanwezig hier op aarde, moet je hier alleen je leven leven, in verlatenheid, 'in ellende', zegt Hadewijch. Na dat moment van het ghebruken komt het ghebreken, dat zijn de twee polen in Hadewijchs geschriften. Ghebreken is de ellende en verlatenheid door het afgescheiden zijn van God in het ondermaanse.

In de toestand van het ghebreken zit ze dus weer gewoon hier in het ondermaanse. En dat is maar goed ook, zegt Hadewijch, we zullen nog zien, ook in de vierde bijeenkomst, dat zij het heel belangrijk vindt om als mens hier op aarde gewoon je leven te leven. Maar dat neemt niet weg dat ze dan wel de aanwezigheid van God mist en naar haar geliefde, haar minne, verlangt. En dat verwoordt ze vooral in de brieven en de gedichten: het ghebreken, eenzaamheid, verlangen.

We zullen het ghebruken nu meteen gaan zien aan het begin van het zesde visioen.

ghebruken   ghebreken
genieten, ervaren vd liefde, aanwezigheid van God   eenzaamheid, verlangen, aardse leven leven



Visioen VI


We pakken dan nu het zesde visioen erbij. In de Bloemlezing staat op de linker bladzij het Middelnederlands, op de rechter bladzij de hertaling. Bij het dit visioen wil ik twee vragen stellen:

•  wat zijn visioenen eigenlijk en
•  hoe verhoudt een visioen zich tot een mystieke ervaring?

We zullen daarbij ook zien hoe Hadewijch God ziet en ervaart. We krijgen dus een eerste blik op Hadewijchs godsbeeld. Ook de beschrijving van die persoonlijke beleving, valt uiteen binnen bovengenoemde twee vragen. Hoe beschrijft Hadewijch haar godsbeeld vanuit een visioen en hoe vanuit mystiek?

Als we nu het visioen lezen, houdt dus bovenstaande twee vragen in je achterhoofd. Ik lees nu de hertaling op blz. 11.


Het was op een Driekoningendag. Ik was toen, naar men zei, negentien jaar oud. Ik wilde toen tot onze Heer gaan en ik was in die periode vervuld van begeerte en een overweldigend verlangen naar God - hoe Hij namelijk geeft en neemt wanneer men in Hem verloren is en in genieting opgenomen; en dit bij hen die Hem in alle opzichten ter wille zijn. Op die dag werd ik daarbij opnieuw sterk door de minne bewogen.

En toen werd ik opgenomen in een geest en ik werd geleid naar waar mij een hoge, ontzagwekkende plaats getoond werd en op die machtige plaats stond een zetel. En die daarop zat kon men niet aankijken en niet begrijpen - zodanig is de waardigheid van de taak die daar boven uitgeoefend moest worden. Zetelen op zo een plaats is iets wat hemels en aards begrip te boven gaat.

Boven die hoge zetel op die hoge plaats, daar zag ik een kroon die alle diademen overtrof en die zo wijd was dat zij alle dingen onder zich besloten hield en buiten die kroon was er niets. Er kwam toen een engel met een gloeiend wierookvat, het gloeide van vuur en rook. Hij knielde voor die hoogste zetelplaats waarboven de kroon hing, en vereerde Hem, zeggende: 'O ongekende macht en almachtige, grote Heer, hiermee zij U hulde en eer gebracht door deze vrouw die U komt opzoeken in uw verborgen plaats'.


Hadewijch, visioen VI (r. 1-24).

Hertaling: P. Mommaers, De visioenen van Hadewijch (1979).  Volledige tekst visioen VI (Mnl. en hertaling).


Ik wil even teruggaan naar de beginregels, r. 1-8, wat er vooraf gaat aan het eigenlijke visioen. Wat leeft er in Hadewijch, wat wil ze? Er staat, in de derde regel:


Ik was in die periode vervuld van begeerte en een overweldigend verlangen naar God, hoe Hij namelijk geeft en neemt wanneer men in Hem verloren is en in genieting opgenomen.


Hadewijch, visioen VI (r. 3).

Hertaling: P. Mommaers, De visioenen van Hadewijch (1979).  Volledige tekst visioen VI (Mnl. en hertaling).


Hier zien we al direct, nog voordat het visioen begonnen is, dat kernwoord van Hadewijch: ghebruken. In het Middelnederlands staat er vanaf het einde van r. 3:


ic was te dien tiden in begherten ende in overstarken eyschene wie god nemt ende gheeft in verlorenheiden van hem in op nemene van ghebrukenessen


Hadewijch, visioen VI (r. 3).


Wat wil Hadewijch? Zij wil niet graag een visioen krijgen, zij wil God niet van een afstandje zien, aanschouwen, nee ze voelt een begeerte en een overweldigend 'eisen' naar het verloren zijn in God, naar het ghebruken - dus naar dat intense, liefdevolle ervaren van de goddelijke liefde. En zij wordt dan door de minne beroerd, aangeraakt, in r. 7: 'Op die dag werd ik daarbij opnieuw sterk door de minne bewogen' (beroerd, aangeraakt).

Aangeraakt worden door liefde is iets wat we ook al hebben gezien bij Simone Weil en bij de karmelietes, vorige week. Minne is een kernwoord in Hadewijchs mystiek.

Dan begint het eigenlijke visioen, vanaf r. 9. Maar dat is dus níet waar Hadewijch naar verlangde. Zij verlangt ernaar om opgenomen te worden in God, naar het ghebruken, het ervaren van Gods liefde, naar de mystieke ervaring. In de vorige bijeenkomst hebben we gezien dat zo'n mystieke ervaring on-middelijk is, zonder middelen, zonder beelden. En op een gegeven moment, vanaf r. 67 gebeurt dat ook, maar eerst krijgt Hadewijch een geestelijke ervaring mèt beelden, dus een visioen.

Je denkt misschien wat een hoop gedoe, of een omweg misschien wel - maar zo'n visioen heeft een duidelijke functie. We hebben de vorige keer gezien dat een mystieke ervaring bijna niet te beschrijven is, dat degene die het overkomt nauwelijks onder woorden kan brengen wàt haar of hem is overkomen. Wat is er eigenlijk gebeurd? Met woorden als 'aanwezigheid' en 'iets allesoverstijgends' en 'gevoel van liefde' proberen ze het enigszins aan te duiden, maar in feite kan de mysticus niet eens zeggen: 'Ik heb de aanwezigheid van God ervaren', want tijdens de hele ervaring zegt niemand tegen je: 'dit, wat je nu ervaart, dit is nu God'. Dus de vraag die je kunt stellen is: hoe weet je dat het God is, die je hebt ontmoet? Is een mystieke ervaring wel het ervaren van God?

Hadewijch krijgt hier, voorafgaand aan de eigenlijke mystieke ervaring, een visioen. Dus een geestelijke ervaring mèt beelden. Door middel van zo'n visioen wordt er voorafgaand aan de mystieke ervaring voor Hadewijch een heleboel duidelijk. Het visioen maakt voor haar duidelijk wat zij meemaakt, dat het inderdaad God is die zij ontmoet, in beelden wordt getoond waar het om gaat. Hadewijch wordt geleid door een engel, vervolgens ziet ze God. En als ze dan, vanaf r. 67, een mystieke ervaring krijgt, dan weet ze precies wat haar overkomt, al kan ze misschien over de eenheidservaring zèlf bijna niets zeggen.



Het visioen in de Middeleeuwen


Wat vond men in de Middeleeuwen van het verschijnsel van het krijgen van visioenen? Wat gebeurde er volgens de middeleeuwer en welke waarde hechtte men eraan? Verschillende mystici hebben in de Middeleeuwen geschreven over visioenen, dus we kunnen er behoorlijk goed achter komen hoe de middeleeuwer erover dacht. Op de hand-out die ik heb uitgedeeld staan vier fragmenten over visioenen en ik wil daar een paar stukjes uit lezen.

Eerst het fragment van Hildegard van Bingen, hoe beschrijft zij het verschijnsel visioenen?


Waarlijk, de visioenen die ik heb gezien, die heb ik niet ontvangen in dromen of al slapende, noch in waanzin, niet met de ogen van het lichaam of de oren van de uiterlijke mens, noch in verborgen plaatsen; maar wakend en bij het volle bewustzijn met de ogen en de oren van de innerlijke mens, in open plaatsen, volgens de wil van God. Maar hoe dit gebeurt, is moeilijk te achterhalen voor de sterfelijke mens.


Hildegard van Bingen.


Volgens Hildegard slaapt zij niet als zij visioenen krijgt, het zijn dus géén dromen. Ook is zij niet waanzinnig. En heel belangrijk: de beelden van een visioen komen niet door haar lichamelijke zintuigen heen, maar ziet zij ze met haar 'innerlijke ogen', de ogen van de innerlijke mens of van de ziel. Het is dus een bovennatuurlijke of geestelijke ervaring, van iemand die wakker en bij zinnen is.

Ook Ruusbroec stelt dat je een visioen niet met je zintuigen waarneemt. Ik lees de eerste alinea van het fragment van Jan van Ruusbroec:


Uit deze zielestorm en ongedurigheid van minne worden sommige mensen bijwijlen boven hun zinnen getrokken in de geest; en hun wordt in woorden meegedeeld of in beelden en voorstellingen getoond, een of andere waarheid, waaraan zij of anderen nood hebben, of ook wel eens aan dingen die nog in de toekomst liggen. Dit noemt men openbaringen of visioenen. (...) Dit kan een engel, door Gods kracht, in de mens bewerken.


Jan van Ruusbroec.


Ruusbroec zegt dus dat God in een visioen aan de mens een bepaalde waarheid kan tonen en dat dit gewoonlijk wordt bewerkstelligd door een engel. Dit stemt overeen met hoe er volgens het middeleeuwe wereldbeeld over engelen werd gedacht: we hebben net voor de pauze gezien dat de engel werd gezien als boodschapper van God, dat God via de engelen met de mens in contact kon treden.

Tot slot een alinea van Teresia van Avila. Zij schrijft, in de zestiende eeuw, het volgende:


Vindt de Heer het goed aan de verrukte ziel bepaalde geheimen of sommige hemelse dingen of visioenen met beelden te tonen, dan kan zij ze later verhalen. Het blijft zo in haar geheugen geprent dat ze het nooit vergeet. Zijn het echter visioenen van het verstand [daarmee bedoelt ze ervaringen zonder beelden, mystieke ervaringen] dan is het haar onmogelijk er iets over te zeggen.


Teresia van Avila.


Hier maakt Teresia onderscheid tussen een visioen en een mystieke ervaring. Bij een visioen worden er 'door de ogen van de ziel' beelden waargenomen, en dit kan diegene naderhand in detail beschrijven. Een mystieke ervaring is een geestelijke ervaring zònder beelden, waarbij het bijna onmogelijk is er achteraf iets over te zeggen.

Een visioen is dus, volgens de middeleeuwer, een waarheid van God, die door engelen in beelden aan de ziel getoond wordt. De mens ziet dit rechtstreeks met zijn geestelijke ogen (de beelden komen niet door de zintuigen heen) en is daarbij wakker en niet waanzinnig. Het sluit daarmee naadloos aan aan hun wereldbeeld, met de negen engelenkoren en engelen als boodschappers van God. Op basis van deze middeleeuwse fragmenten zou je dit als definitie kunnen aanhouden: een visioen is een waarheid van God, die door engelen in beelden aan de ziel getoond wordt.

Wij kunnen misschien in onze tijd aan visioenen denken als verzinsels of waanbeelden of literaire verbeelding; en wij zouden de vraag kunnen stellen 'is een visioen wel echt of is het een verzinsel'? Maar dat is in deze cursus niet aan de orde, want wij lezen deze middeleeuwse teksten vanuit die cultuur-historische context: hoe keek het toenmalige publiek aan tegen dit soort teksten, wat zijn de opvattingen van een middeleeuwer over visioenen?

En voor een middeleeuwer is een visioen echt. Wat er wordt getoond is waar. En niet zomaar waar, het is waarheid die direct van God afkomstig is! En vanuit dat uitgangspunt zal ik in deze cursus dus, met een historische blik, naar deze middeleeuwse visioenen kijken - niet om te gaan begrijpen wat wij van deze visioenen vinden, maar om een blik te kunnen werpen in het hoofd van Hadewijch en Ruusbroec, om te gaan begrijpen wat hun denkwereld en de geloofswereld was.



Vervolg visioen VI


Hoe gaat zo'n visioen nou in z'n werk? We gaan terug naar het 6de visioen van Hadewijch. In r. 9 staat er in het Middelnederlands:


ende doen werdic op ghenomen in enen gheeste


Hadewijch, visioen VI (r. 9).


Mommaers vertaalt dit eigenlijk niet, hij laat gewoon staan: 'toen werd ik opgenomen in een geest'. Maar wat is nou opgenomen worden in een geest? Hadewijch wordt opgenomen in 'een geest', en dan ziet ze een machtige plaats, een zetel en een kroon; en vervolgens komt er een engel, die haar aanbeveelt bij degene die op die plaats zetelt.

Hadewijchs middeleeuwse publiek wist nu precies wat er aan de hand was! Zij gingen namelijk uit van dat wereldbeeld dat ik voor de pauze heb geschetst. Hadewijch ontmoet een engel die haar naar God leidt; zij is (of beter: haar ziel is) dus in het bovenmaanse. Om precies te zijn: zij is in één van de planetaire sferen, die gevuld zijn met ether en de negen engelenkoren.

In Hadewijchs eerste visioen vertelt Hadewijch dat ze wordt geleid door een troonengel, die haar op 'al haar wegen zal vergezellen':


Die mij leidde was een engel, een van de Tronen; en zij hebben de gave van onderscheid. Juist op die dag was ik tot zijn hoogte opgegroeid en ik had verkregen dat hij mij zou behoeden en op al mijn wegen vergezellen.


Hadewijch, visioen I (r. 23).

Hertaling: P. Mommaers, De visioenen van Hadewijch (1979).  Volledige tekst visioen I (Mnl. en hertaling).


Dan weet de middeleeuwer al helemaal precies waar Hadewijch zich bevindt: je hebt negen engelenkoren, de hoogste drie engelenkoren zijn de tronen, cherubijnen en serafijnen, en zij bevindt in het gezelschap van een troonengel. Dus al heel dicht bij God.

De tronen bevolken de planetaire sfeer van Saturnus - dus waarlijk een zeer bovenmaanse ervaring die zich hoog in de hemel afspeelt. Daarna komen enkel nog de sfeer van het Firmament (cherubijnen) en van het Primum Mobile (serafaijnen) - dus bij de Tronen bevind je je al héél dicht bij het Empyreum, de woonplaats van God, die de hele schepping omhult.

We hebben net voor de pauze de naadloos op elkaar te leggen middeleeuwse afbeeldingen van de negen planetaire sferen en de negen engelenkoren al gezien. Hier nog eens naast elkaar:

middeleeuwse ptolemeische wereldbeeld aarde middelpunt    hildegard scivias visioen engelen

Het geocentrische wereldbeeld met de negen planetaire sferen
en de negen engelenkoren rond de aarde (vlg. Hildegard).

Kortom, het middeleeuwse wereldbeeld maakt duidelijk hoe je het begrip 'in enen gheeste' zou kunnen vertalen. Het woord 'gheeste' duidt hier een engelensfeer aan: Hadewijch bevindt zich in het bovenmaanse, in de wereld van de onstoffelijke ether, in een planetaire sfeer, die zich om de aarde bevindt, bij een van de negen engelenkoren.

Dus 'opgenomen worden in een geest' betekent: 'opgenomen worden in een planetaire sfeer bij een van de engelenkoren', of kortweg 'opgenomen worden in een engelensfeer'.

Ik pak Teresia er nog even bij. Zij schrijft in de tweede alinea:


Het is zo, dat de geest werkelijk het lichaam schijnt te verlaten. En anderzijds is die persoon duidelijk niet dood. Gedurende enkele ogenblikken is ze echter niet bij machte te zeggen of haar geest al dan niet in haar lichaam is. Het komt haar voor alsof ze helemaal in een ander land was, heel verschillend van dat waarin wij leven. Daar werd haar een ander licht getoond, zo verschillend van het licht hier beneden (...).

Er wordt haar in een oogwenk zoveel bijgebracht dat, al werkten haar verbeelding en haar denken er jaren aan, zij er in geen duizendste in zou slagen ze te rangschikken. Dit is geen visioen van het verstand, maar één met beelden. Het wordt met de ogen van de ziel gezien, veel beter dan wij hier beneden zien met de ogen van het lichaam.


Teresia van Avila.


Even tot zover. Teresia beschrijft het uitdrukkelijk als een buiten-lichamelijke ervaring. En ze noemt de plek waar we ons normaal bevinden 'hier beneden' - ten opzichte dus van het 'land' der visioenen, dat dus 'daar boven' moet zijn (ondermaans-bovenmaans).

Datzelfde element zien we ook terug aan het einde van verschillende visioenen van Hadewijch, waarbij zij beschrijft dat ze 'in zichzelf', 'in de materie', in haar lichaam terugkeert. Bijvoorbeeld het einde van visioen 8:


Keer terug in uw lichaam [kere weder in dine materie] en laat uw werken bloeien. (...)

Toen kwam ik weer in mezelf [in mi selven] (...).


Hadewijch, visioen VIII.

Hertaling: P. Mommaers, De visioenen van Hadewijch (1979).  Volledige tekst visioen VIII (Mnl. en hertaling).


Je kunt alleen terugkeren in de materie (in het ondermaanse) als je weg van die materie bent geweest (bovenmaanse, ether).

We kunnen de gevolgtrekking maken dat bij een visioen de geest het lichaam verlaat, naar het bovenmaanse gaat, naar de engelensferen - misschien zou je nu zeggen de hemel, of de geestelijke wereld - en daar ziet met haar geestelijke ogen. Een visioen of mystieke ervaring, is dus een buiten-lichamelijke, geestelijke ervaring.

Ik kan de definitie van zojuist dus uitbreiden. Wat is volgens een middeleeuwer een visioen? Dat is een waarheid van God, die door engelen in beelden aan de ziel getoond wordt. De geest verlaat daarbij het lichaam, gaat naar de sferen van de engelenkoren en ziet daar met zijn/haar geestelijke ogen.

We gaan terug naar het zesde visioen van Hadewijch. Wat ziet zij? Eerst ziet zij alleen een zetel met een kroon erboven. R. 12: 'Die daarop zat kon men niet aankijken en niet begrijpen'. Een engel, waarschijnlijk de troonengel die Hadewijch op al haar wegen begeleidt, beveelt haar dan aan bij God. En dan, in r. 35, hoort ze een stem die zegt: 'Zie wie ik ben'. En dan pas, nadat de stem dat heeft gezegd, is ze in staat om God te zien. Het allereerste wat ze over God zegt, is dat hij licht uitstraalt, r. 37: 'ende ic sach den ghenen dien ic sochte ende sijn anschijn oppenbaerde hem met selker claerheit'.


En toen hoorde ik een stem tot mij spreken, vreselijk en nooit gehoord. In een verschijning sprak ze tot me en zei: 'Zie wie ik ben'.

En ik zag Degene die ik zocht en zijn aanschijn openbaarde zich zo lichtend. Ik kon er in herkennen al de aanschijnen en al de gestalten die ooit bestaan hebben en bestaan zullen van alle gerechte mensen van wie Hij eer en dienst ontvangt.

Ik zag hoe iedereen, veroordeeld of gezegend, het zijne zal hebben; ik zag hoe ieder zijn rechtmatige plaats toegekend zal krijgen; ik zag hoe het levenslot is van degenen die verdolen weg van Hem en weer terug geraken tot Hem, fierder en schoner dan voorheen.


Hadewijch, visioen VI (r. 35-46).

Hertaling: P. Mommaers, De visioenen van Hadewijch (1979).  Volledige tekst visioen VI (Mnl. en hertaling).


God is hier een menselijke figuur, met een aanschijn en verderop, in r. 55 noemt Hadewijch ook nog een rechter- en een linker hand en later, in r. 64, ook een borst. En in dat aanschijn (r.40-55), dus in die persoonlijke God, ziet zij alle vormen van leven, alle verschillende verhoudingen tussen mens en God die mogelijk zijn.

Jullie herinneren je van de vorige keer nog wel het citaat van Hildegard van Bingen, die inzicht kreeg in de bijbel. Hier komt een soortgelijk aspect terug: de mystica krijgt geestelijk inzicht. In dit geval inzicht in de verhouding mens-God. Een visioen bestaat dus uit zicht èn inzicht - de beelden alleen zijn niet genoeg, ze hebben ook betekenis, leiden tot kennis, leveren inzichten op.

En dan volgt, vanaf r. 60, een beschrijving van God die heel sterk doet denken aan het citaat uit brief 22, dat we de vorige keer hebben gelezen:


Ik zag zijn grootheid onder alles verdrukt; ik zag zijn kleinheid boven alles verheven; ik zag zijn verborgenheid alles omvatten en omvloeien; ik zag zijn wijdheid binnen alles besloten.


Hadewijch, visioen VI (r. 60).

Hertaling: P. Mommaers, De visioenen van Hadewijch (1979).  Volledige tekst visioen VI (Mnl. en hertaling).


In het Middelnederlands:


Ic sach sijn lingde onder al verdruct. Ic sach sine cleinheit boven al verheven. Ic sach sijn verborgenheit begripeleke alle dinc omme vloeyende. Ic sach sine wijtheit binnen al besloten.


Hadewijch, visioen VI (r. 60).


Met vier paradoxen geeft Hadewijch aan dat God ìn alles is, immanent, èn alles overstijgt, transcendent.

Hadewijch beschrijft God dus eerst als persoonlijk, als een persoon, een menselijke figuur (met een gezicht en handen). In die persoonlijke God ziet zij alle manieren van leven, alle mogelijke verhoudingen tussen mens en God. Vervolgens beschrijft ze God als niet-persoonlijk, a-persoonlijk, een grootheid, een wijdheid, in alles aanwezig: dus transcendent en immanent. Vorige week hadden we in de verschillende citaten ook al gezien dat mystici God kunnen beschrijven met persoonlijke en niet-persoonlijke omschrijvingen: God is een Ander èn een afgrond, God is een gelaat met een glimlach èn is liefde.

En Hadewijch besluit dan r. 63: 'Ik hoorde zijn rede en verstond alle rede met mijn rede'. Dus nadat God tegen Hadewijch heeft gezegd 'Zie wie ik ben', krijgt ze niet alleen daadwerkelijk Gods aanschijn en de klaarheid ervan te zien, maar zij neemt ook dingen waar die haar inzicht geven in de verhouding mens-God èn ze verkrijgt godskennnis.

Dit alles brengt haar zo in verwondering dat ze 'buiten de geest' komt, in r. 67: 'buten den gheeste'. Als je je het Ptolemeïsche wereldbeeld nog even voorstelt, dat bestond grofweg uit drie delen: de aarde/het ondermaanse (woonplaats mens); de planetaire sferen en het firmament, oftewel de engelensferen (woonplaats engelen); en dan het empyreum (woonplaats God).

'Opgenomen worden in een geest' betekent dus vanuit de aardse sfeer opgenomen worden in een geestelijke sfeer, in de engelenkoren. En vervolgens buten den geeste raken, is dus buiten die engelensferen raken, in het empyreum komen, waar God is. Hier, in r. 67 begint pas de eigenlijke mystieke ervaring. Tot nu toe zàg Hadewijch God, van een afstand, hier begint de godserváring, de mystieke eenwording.


Maar toen bracht al die rijkdom die ik in Hem had gezien mij in verwondering. En door die verwondering kwam ik buiten de geest waarin ik gezien had al wat ik zocht. Als ik dus zo, in al die rijke weelde, mijn angstwekkende en onuitsprekelijk zoete Lief mocht kennen, viel ik buiten de geest, weg van mezelf en van al wat ik van Hem gezien had - helemaal verloren viel ik aan de verzaligende borst van zijn natuur, de minne.

Daar bleef ik in verzwolgen en verloren, buiten alle begrip: geen weten, noch zien, noch verstaan van iets anders dan een te zijn met Hem en Hem te genieten. Daarin bleef ik minder dan een half uur.


Hadewijch, visioen VI (r. 67-78).

Hertaling: P. Mommaers, De visioenen van Hadewijch (1979).  Volledige tekst visioen VI (Mnl. en hertaling).


Hier vinden we ook verschillende kenmerken terug die we vorige week in de fragmenten van mystici zijn tegengekomen. Hadewijch schrijft dat ze zich verliest in Gods natuur, de minne. De natuur van God, het wezen van God, beschrijft zij dus als minne, liefde. Hier heb je weer dat woord minne, dat zo belangrijk is in Hadewijchs teksten.

Tot dan toe werd het woord 'minne' in Middelnederlandse teksten gebruikt in wereldlijke teksten, in bijvoorbeeld de hoofse literatuur en in liefdeslyriek. Hadewijch gebruikt het hier in een religieuze tekst, om de natuur of het wezen van God en haar gevoelens naar God toe te beschrijven. Het woord betekende hetzelfde als 'liefde', in al zijn facetten, van vriendschap tot liefde, van verlangen tot passie. Binnen de hoofsheid (dat in de 12e eeuw was opgekomen, en waarin de diepe liefde van een ridder voor een onbereikbare jonkvrouwe werd geïdealiseerd) werd het vooral gebruikt als een zeer affectief woord, innige liefde. Een fundamenteel verschil is natuurlijk dat 'minne' in wereldlijke literatuur kan voorkomen in een erotische context. Hadewijch ervaart de minne echter als zij 'in den gheeste' is, in de sferen van de engelenkoren, bij een buitenlichamelijke ervaring en dus niet-zintuigelijk en niet-erotisch, maar een religieus gevoelde, goddelijke, verheven minne.

En als Hadewijch opgaat in het wezen van God, de minne, kan ze eigenlijk niets meer zeggen, ze ziet niets meer (onzintuigelijk) en alle woorden en beelden schieten tekort, ze raakt buten alle verstannesse; 'buiten alle begrip': geen weten, noch zien, noch verstaan van iets anders dan één te zijn met hem en hem te genieten, te ghebrukene.

Tijdens het visioen zag Hadewijch met haar geestelijke ogen, nu is daar die on-middelijke ervaring, zonder beelden, die mystieke eenheidservaring. De vorige keer hadden we ook gezien dat mystici nauwelijks iets over de godservaring kunnen zeggen. De beschrijving is hier inderdaad ook maar heel kort, van r. 67 tot r. 78, 12 regels maar van de 92 regels van dit visioen.



Slotvragen


Ik hoop dat de vragen die ik vooraf bij dit 6de visioen van Hadewijch had gesteld, nu helder zijn. Op de eerste plaats had ik de vraag gesteld: wat is een visioen en wat is het verschil tussen een visioen en een mystieke ervaring?

Ik hoop dat dat verschil duidelijk is geworden. We hebben gezien: een visioen is, volgens de middeleeuwer, een geestelijke ervaring mèt beelden. Een visioen is een waarheid van God, die door engelen in beelden aan de ziel getoond wordt. De geest verlaat daarbij het lichaam, gaat naar de sferen van de engelenkoren en ziet daar met zijn/haar geestelijke ogen.

Een mystieke ervaring is een ervaring van eenwording met God - dit gaat on-middellijk, zonder middel, dus zonder beelden of woorden of gedachten. De mysticus is zich bewust van Gods aanwezigheid en ervaart Gods liefde.

Hadewijch vermeld dat ze 'opgenomen wordt in een geest' als ze een visioen krijgt, en dat ze 'buiten de geest raakt' als ze een mystieke ervaring krijgt. Haar omschrijvingen hiervan krijgen betekenis vanuit het middeleeuwse wereldbeeld, de middeleeuwse kosmologie: ze wordt opgenomen in een engelenkoor en valt buiten de engelenkoren in het empyreum. Zij wordt hier geleid door een troonengel en het bovenmaanse, het engelenkoor, is het decor waarin haar visioen plaatsvindt. In dit visioen is de kosmologie het toneel van haar geestelijke ervaringen.

We zullen echter later bij Ruusbroec nog een andere toelichting zien op de mystieke ervaring, nadat hij zijn mensbeeld heeft uitgelegd. De mens is een micro-kosmos, een weerspiegeling van de kosmos, en het is dan ook logisch dat je religieuze ervaringen, visioenen en mystiek, ook inwendig in de ziel, in de kern van de mens, kunt beschrijven. De mens is immers een micro-kosmos en God is transcendent èn immanent. Daarover later dus nog meer.


Daarnaast had ik vooraf, bij dit 6de visioen van Hadewijch, de vraag gesteld: wat heeft Hadewijch ervaren, wat beschrijft zij als haar godsbeeld? En hoe valt die persoonlijke beleving en die beschrijving uiteen gezien het onderscheid visioen en mystieke ervaring?

In het zesde visioen beschrijft Hadewijch uitgebreid dat zij God ontmoet. Eerst in het visioen, dat loopt van r. 9-67; daarna in de mystieke ervaring die loopt van r. 67-78. Bij het eerste gedeelte, bij het visioen, is de vraag: hoe ziet Hadewijch God? En bij het tweede gedeelte, bij de eigelijke mystieke ervaring, is de vraag: hoe ervaart zij God?

Beide beschrijft zij duidelijk. Hoe ziet zij God? Als persoonlijk en a-persoonlijk. Als transcendent en immanent. Als licht en liefde. Als bron van inzicht: zelfkennis en godskennis. Al deze elementen hebben we de vorige keer gezien bij de vraag 'wat is mystiek', hebben hier toen allemaal op het bord gestaan.

En hoe ervaart Hadewijch God? Het antwoord op deze vraag is duidelijk: als minne. Op een ghebrukelike manier ervaart zij de natuur van God als minne, liefde.


Aan het slot van dit 6de visioen van Hadewijch staat nog een heel curieuze opmerking. Het is God die daar spreekt en God zegt daar, in r. 86:


Ik leid u, als god en mens, weer de wrede wereld in: daar zult ge alle soorten van dood proeven, todat ge weer hier komt om mij ten volle te genieten.


Hadewijch, visioen VI (r. 86).

Hertaling: P. Mommaers, De visioenen van Hadewijch (1979).  Volledige tekst visioen VI (Mnl. en hertaling).


Met de 'dood' bedoelt Hadewijch trouwens niet het sterven, maar de aardse ervaring van de afwezigheid van God. Dood is bij Hadewijch het afwezig zijn, het niet ervaarbaar zijn van God.

Maar het gaat mij nu om die zin: 'Ik leid u, als god en mens, weer de wrede wereld in'; in het Middelnederlands: 'Ic gheleide di, god ende mensche, weder in die wrede werelt'. Hier wordt Hadewijch 'god en mens' genoemd. Dat is natuurlijk zeer curieus! Op het 'goddelijk worden' en het 'goddelijk zijn' zal ik de vierde bijeenkomst terug komen.

En het zesde visioen sluit dan af: 'En daarmee werd ik weer, jammergenoeg, teruggebracht in mijzelf'; 'Ende ic wart met dien weder bracht jamerleke in mi selven'. Ze wordt weer in zichzelf teruggebracht, dus haar ziel wordt weer in haar lichaam gebracht. Terug van het bovenmaanse naar de aarde. Jammergenoeg, jamerleke.

We hebben nu het hele zesde visioen gelezen en uitgebreid besproken. Ik wilde voorstellen om hem nu, als er nog tijd is, nog eens in zijn geheel in het Middelnederlands te lezen. Je hebt nu een beetje een beeld van de tekst en het lijkt me goed om hem dan ook in de oorspronkelijke versie te lezen, in Hadewijchs eigen woorden.

Het is ook leuk om een beetje vertrouwd te raken met het Middelnederlands. Je zult ook zien hoe het verschilt; en ook hoe je op moet passen met vertalingen. Als je het Middelnederlands moeilijk te volgen vindt, dan kun je ook meelezen met de vertaling terwijl je luistert naar het Middelnederlands.

Volledige tekst visioen VI, Middelnederlands en hertaling.



Afronding


In het afgelopen uur hebben we, aan de hand van Hadewijchs zesde visioen, gekeken naar het visioen versus de mystieke ervaring. Wat is een visioen, wat betekent het krijgen van een visioen, wat is het verschil met de eigenlijke mystieke ervaring en wat heeft Hadewijch ervaren?

•  Een visioen is, volgens de middeleeuwer, een waarheid van God, die door engelen in beelden aan de ziel getoond wordt. De geest verlaat daarbij het lichaam, gaat naar de sferen van de engelenkoren en ziet daar met zijn/haar geestelijke ogen.

•  Overeenkomstig met het middeleeuwse wereldbeeld betekent het begrip 'opgenomen worden in een geest' (in enen gheeste): 'opgenomen worden in een engelensfeer'. Hier vindt het visioen plaats.
En het begrip: 'buiten de geest' raken (buten den gheeste) betekent dan: buiten die engelensferen raken, in het empyreum, in God. Hier vindt de mystieke ervaring plaats.

•  Zij doet op twee verschillende manieren godskennis op - overeenkomstig het onderscheid visioen en mystiek. Gedurende een visioen ziet Hadewijch God, gedurende een mystieke ervaring ervaart zij God.

•  Gedurende een visioen ziet Hadewijch God als persoonlijk en a-persoonlijk, als transcendent en immanent. God is een bron van inzicht: zelfkennis en godskennis.

•  Gedurende een mystieke ervaring ervaart Hadewijch God als minne, als liefde.

•  Hadewijch beschrijft de mystieke ervaring met het woord ghebruken (genieten, het intens, liefdevol ervaren van de goddelijke liefde). Dit staat in tegenstelling met het ghebreken (afgescheiden zijn van God in het ondermaanse; eenzaamheid, verlangen, je aardse leven leven).



De volgende bijeenkomst


De volgende bijeenkomst gaan we uitgebreid kijken naar het leven en de leefwereld van Hadewijch.

Het uur na de pauze, als we verder lezen in de geschriften van Hadewijch, zal ik eerst nog verder ingaan op haar godsbeeld. De kenmerken die ze hierboven in het zesde visioen noemde, komen overeen met de mystieke kenmerken die we vorige week vonden. Maar zij voegt daar nog een onverwacht beeld aan toe.

Verder lezen we teksten over de wegen, die Hadewijch volgens haar visioenen zou moeten gaan. In de bijeenkomst erna zullen we zien, hoe Hadewijch die wegen integreert in haar leven op aarde.



Achtergrondinformatie


De cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen bestaat uit zeven bijeenkomsten. De mystieke teksten van Hadewijch en Ruusbroec worden hierin in een cultuur-historische context gelezen.

•  Over deze cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen: inhoud en opzet.

•  Achtergrondliteratuur bij deze cursus: over de Middeleeuwen, Hadewijch, Ruusbroec en middeleeuwse mystiek.

•  Over de docente Rozemarijn van Leeuwen.

•  Reacties lezen of zelf een reactie achterlaten.

•  Teksten van Hadewijch en Ruusbroec: fragmenten in het Middelnederlands en in hedendaagse hertaling.



Copyright


©  Bovenstaande tekst is een onderdeel van de cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen, door Rozemarijn van Leeuwen (1999-2001).

Het is niet toegestaan om deze tekst digitaal of in druk over te nemen en/of te publiceren.



∗         ∗         ∗




Volg de hele cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen online:

    voor de pauze (achtergrond) na de pauze (teksten lezen)
  1 De Middeleeuwen Wat is mystiek?
  2 Het middeleeuwse wereldbeeld Hadewijch: visioen of mystiek   ↑
  3 Het leven van Hadewijch Hadewijch: wegen naar God
  4 Vrouwen in de Middeleeuwen Hadewijch: door het ghebreken
  5 Het leven van Jan van Ruusbroec Ruusbroec: het werkende leven
  6 De verschrikkelijke 14e eeuw Ruusbroec: het innige leven
  7 Gods beeld en gelijkenis Ruusbroec: om Hem te ontmoeten




<     >