RozemarijnOnline




Cursus
middeleeuwse mystiek





 • Over de docente
 • Reacties cursisten
 • Literatuurlijst
 • Teksten mystici
 • Bijlagen en vgv

























Cursus over christelijke spiritualiteit
in een cultuur-historische context



Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen

De geloofs- en denkwereld van Hadewijch en Jan van Ruusbroec


Rozemarijn van Leeuwen
© 1999-2001



<     >




Vraag over: verspreiding Germaanse cultuur en christendom (kerstening)


Het begin van de Middeleeuwen, rond het jaar 500, wordt gemarkeerd door:
  • de val van het Romeinse Rijk
  • de opkomst van de Germaanse beschaving
  • de verspreiding van het christendom

Deze laatste twee punten zijn zeer kenmerkend voor hoe het middeleeuwse Europa geworden is, wat het is. De komst van de Germanen (volksverhuizingen, 3e en 5e eeuw), en de verspreiding van het christendom (6e tot 10e eeuw). Deze beide hebben als twee enorme veranderings-golven Europa overspoeld.


Vóór de volksverhuizingen woonden hier in de Lage Landen jager-verzamelaars (sinds de oude steentijd), die rond 3000 v.Chr. waren overgegaan naar het boerenbestaan. Zij geloofden in een voortbestaan na de dood (grafgiften, hunebedden), maar over hun religie is weinig bekend. In z'n algemeenheid kun je zeggen dat we uit de prehistorie vele godinnenbeeldjes kennnen (wat zou kunnen wijzen op het geloof in een zogeheten Grote Godin; mogelijk samenhangend met vruchtbaarheid, wat indertijd natuurlijk van groot belang was om te overleven); terwijl we in z'n algemeenheid vanaf de landbouwculturen een meergodengeloof gaan zien.

Deze oorspronkelijke bewoners in Europa werden tijdens de volksverhuizingen (3e en 5e eeuw) deels verdreven, maar namen grotendeels de cultuur van de Germanen en de Kelten over (in noord Europa kwamen er Germanen, in zuid en midden Europa Kelten). Vanaf die tijd ging men in de Lage Landen een Germaanse taal spreken: het Oudnederlands of Oudnederfrankisch.
    [Overigens zijn er mogelijk nog steeds woorden in onze taal, die stammen van die oorspronkelijke bevolking, de oude jager-verzamelaars/boeren (het 'voor-Indo-Europees substraat', dus niet-Germaanse-woorden); zoals zee, schip, strand, zwaard, koning en ding.]

Maar vanaf de volksverhuizingen in de derde en de vijfde eeuw, wonen hier in de Lage Landen dus Germanen en oorspronkelijke boeren die opgaan in de Germaanse cultuur (Friezen in het noorden en westen, Saksen in het oosten, en Franken in het midden en zuiden), vind je hier een Germaanse cultuur en worden er Germaanse (streek)talen gesproken.

kaartje lage landen met franken friezen en saksen

Kaartje van de Lage Landen
met de Friezen, Franken en Saksen
- klik voor vergroting -

De Germanen geloofden in een meergodendom met goden en godinnen (zoals bijv. Wodan, Donar, Balder, Frija, Ertha en Nehalennia) en met een uitgebreide mythologie. Vanuit de Ginnungagap (gapende leegte) zijn meerdere werelden ontstaan, zoals Asgaard (woonplaats van de goden) en Midgaard (mensen). De heilige boom Yggdrasil houdt alle werelden samen. Bomen als de eik en de linde werden als heilig gezien.


Deze Germanen gaan tussen de zesde en tiende eeuw over op het christendom (kerstening). Dit proces begint vanuit het Romeinse Rijk - dit besloeg toen vrijwel het gehele zuidelijke Europa, nabije oosten en noordelijk Afrika. In de nadagen van deze beschaving (in de vierde eeuw) werd het christendom daar ingevoerd als staatsgodsdienst.

Dit christendom is een monotheïstisch geloof uit het midden-oosten. Dit geloof heeft één god, de mannelijke god Jahweh. Vanaf nu dus, verdwijnt het vrouwelijke goddelijke in heel Europa voor vele eeuwen uit het geloof (de Grote Godin, godinnen als Frija en Nehalennia). Dit is dus een enorme geloofsomslag: een ééngodendom, met enkel een mannelijke god. We zullen later nog zien, hoe dat in de eeuwen erna uitsluiting van de vrouw op meerdere gebieden zal legitimeren - en hoe vrouwelijke mystici zich daartegen verzetten.

De kerstening van de rest van Europa duurde tot de tiende eeuw. Dit ging deels onder dwang en met geweld (heilige bomen werden omgehakt, van het hout werden kapellen gebouwd; Karel de Grote liet mensen vermoorden die weigerden gedoopt te worden). En deels door gewoonten, feesten en heilige plaatsen te verchristelijken. Als een vorst of leider zich (al dan niet gedwongen) bekeerde, moest de hele stam of het hele volk mee. Doordat de Germanen nauwelijks een schriftcultuur kenden, is er weinig over hun oorspronkelijke geloof overgeleverd.

Het zuidelijke deel van de Lage Landen ging in de vijfde eeuw naar het christendom over, na de bekering van de Frankische vorst Chlodovech (of Clovis), koning der Franken. Hij heerste over een rijk dat ongeveer heel Frankrijk bestreek en doorliep tot aan de zuidelijke Lage Landen.
Het noordelijke deel werd in de achtste eeuw gekerstend, mede door bekeerders als Willibrord (die de bekeerde gebieden wilde inlijven bij het grondgebied van de hofmeier Pepijn, en dus ook politieke motieven had) en Bonifatius (ja, bij Dokkum vermoord).


Je ziet dus hoe geloofsopvattingen veranderen of vervangen worden door de eeuwen heen.

Eerst was er een geloof met godinnenbeeldjes, mogelijk een Grote Godin, waarschijnlijk rond de vruchtbaarheid van het land. Vanaf de landbouwculturen zie je de opkomst van een meergodendom (er ontstaan daarbij gebruiken die problemen van zo'n landbouwcultuur oplossen; bijv. graan werd geofferd aan de god van die gemeenschap en vanuit de tempel verdeeld). Dan is er in Europa een verschuiving naar de Germaanse mythologie (nog steeds een meergodendom, met goden en godinnen als Wodan, Frija en Nehalennia).

Dit meergodendom wordt dan vervangen, door een proces van kerstening (aan het volk opgelegd), door een geheel ander geloof, dat niet in deze streken is ontstaan en niet uit deze cultuur is voortgekomen, maar uit het midden-oosten stamt: een monotheïstisch geloof, met één god, de mannelijke god Jahweh.

Het is duidelijk dat het volk toch een volledige overtuiging en oprecht beleefde vroomheid voor zo'n nieuwe geloofsleer ontwikkelt - tot er in de komende eeuwen natuurijk weer verschuivingen en veranderingen in plaats zullen vinden of het vervangen wordt door weer een ander geloof.


De veranderingen in de vroege Middeleeuwen, van de derde tot de tiende eeuw, in Europa zijn dus enorm en gaan in twee grote golven. Eerst verandert de komst van de Germanen en de Kelten zowel de cultuur als het geloof (3e en 5e eeuw). En de kerstening verandert vervolgens opnieuw, zeer radikaal en volledig, het geloof (6e tot 10e eeuw). Vanaf de hoge Middeleeuwen (va. 10de eeuw) is Europa dus Germaans en Keltisch, en volledig christelijk (rooms-katholiek).



Deze vraag werd gesteld in het kader van de cursus Middeleeuwse mystiek, tijdens de bijeenkomst:

De Middeleeuwen.





runen op munt uit friesland

Runen op munt uit Friesland;
de naam 'Hama' in Angelofriese runen
(voor 800).




Volg de hele cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen online:

    voor de pauze (achtergrond) na de pauze (teksten lezen)
  1 De Middeleeuwen Wat is mystiek?
  2 Het middeleeuwse wereldbeeld Hadewijch: visioen en mystiek
  3 Het leven van Hadewijch Hadewijch: wegen naar God
  4 Vrouwen in de Middeleeuwen Hadewijch: door het ghebreken
  5 Het leven van Jan van Ruusbroec Ruusbroec: het werkende leven
  6 De verschrikkelijke 14e eeuw Ruusbroec: het innige leven
  7 Gods beeld en gelijkenis Ruusbroec: om Hem te ontmoeten




<     >