RozemarijnOnline




Cursus
middeleeuwse mystiek





 • Over de docente
 • Reacties cursisten
 • Literatuurlijst
 • Teksten mystici
 • Bijlagen en vgv

























Cursus over christelijke spiritualiteit
in een cultuur-historische context



Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen

De geloofs- en denkwereld van Hadewijch en Jan van Ruusbroec


Rozemarijn van Leeuwen
© 1999-2001



<     >




Aanvulling bij bijeenkomst 7b

Onderstaande passage is een aanvulling bij bijeenkomst 7b van de cursus Middeleeuwse mystiek; bij het schema van de mens als beeld en gelijkenis van God.


     de mens als beeld en gelijkenis van God


psyche
mens

concreet
niveau

geestelijk
niveau

‘psyche’
God


memorie eenheid   Vader: donker/rust
verstand wijsheid gstl. licht Zoon
wil liefde gstl. warmte Heilige Geest




Ruusbroec geworteld in het middeleeuwse denken


Hoewel dit laatste schema, van de mens als beeld en gelijkenis van God (in termen van licht en warmte), een mooi beeld lijkt te geven van de overeenkomst van de mens en God, lopen er toch een paar dingen scheef in dit schema. Het blijft bijvoorbeeld vreemd dat Ruusbroec de liefde onderbrengt bij de wil - de liefde is een gevoel en de mens heeft nog meer gevoelens (blijdschap, verdriet, wanhoop, weemoed, geluk, enz.) en het lijkt niet logisch dat hij geen geestelijk vermogen voor het hebben van gevoelens benoemt.

Ook is de memorie (het bewustzijn) géén actief vermogen waarmee de mens kan handelen en geestelijk kan groeien - ook benadrukt Ruusbroec dat dat juist anders is dan de Vader, de eenheid van God, omdat daar het donker zit (het voorlichtelijke donker, dat in rust is en waar scheppingskracht in besloten zit). Eigenlijk past het niet echt in het schema van de gelijkenis van de mens aan God.

Iets anders wat onbegrijpelijk is, is dat Ruusbroec uitgebreid schrijft over het geestelijke zien van de mens (we hebben daarover gelezen in de vijfde bijeenkomst: lichamelijk zien versus geestelijk zien). Maar het zien, nadrukkelijk een geestelijk waarnemingsvermogen dus, wordt niet genoemd als een van de geestelijke vermogens (enkel verstand en wil). Hij noemt dat geestelijke zien steeds enkel als eerste stap in het proces 'Ziet, de bruidegom komt, gaat uit, om hem te ontmoeten'. Dus het toeneigen naar God begint uitdrukkelijk met 'geestelijk zien' - maar waarom is dat zien dan geen geestelijk vermogen?

(We hadden dit trouwens ook al gezien bij Hadewijch en Theresia van Avila, tweede bijeenkomst, dat zij zien 'met de ogen van de ziel').

De indruk wordt gewekt, bij het lezen van de Brulocht, dat Ruusbroec beter uit de voeten had gekund met 'geestelijk zien' als geestelijk vermogen naast het verstand en de wil; en eigenlijk ook 'het gevoel' als vermogen, om de liefde een voor de hand liggende plek te geven.

Waarom houdt Ruusbroec vast aan verstand, wil en het 'onactieve' geestelijke vermogen dat eigenlijk geen geestelijk vermogen is, de memorie (bewustzijn)? Waarom kiest hij er niet voor om vier geestelijke vermogens uit de eenheid van de geest voort te laten komen: zien/waarnemen, verstand, wil en gevoel? Hij heeft het voortdurend over het belang van geestelijk zien en het belang van het gevoel de liefde - waarom noemt hij dit niet als geestelijke vermogens?

Dat komt doordat Ruusbroecs teksten stevig wortelen in de middeleeuwse denkwereld en autoriteiten als de vierde-eeuwse kerkvader Augustinus. Augustinus had gesteld dat de mens drie geestelijke vermogens heeft: memorie, verstand en wil, en iedere middeleeuwer ging daarvan uit.

En in het middeleeuwse denken ging men ervan uit dat zien een lichamelijk vermogen, of lager vermogen, was; en dat gevoelens animaal (dus dierlijk) waren. Dus het zien en het gevoel konden dus simpelweg geen hoge, verheven, geestelijke vermogens zijn.

En in zijn godsbeeld gaat Ruusbroec natuurlijk uit van het beeld van de Drie-eenheid, een dogma uit de vierde eeuw. Dat is een ander beeld waaraan hij vastzit, in dat geval aan drie Personen.

En er wrikt nog meer bij het beschrijven van de mens als gelijkenis aan God. In zijn latere, en uitgebreidere, tractaat Van den gheesteliken tabernakel (rond 1350) werkt hij de gelijkenis aan God verder uit (in het fragment over de bouwmeesters). En dan gaat er nog meer scheeflopen. Daar beschrijft Ruusbroec vier eigenschappen van God, die hij moet verbinden aan drie Personen van de Drie-eenheid. Vervolgens ook vier vormen van genade (of gaven), die hij dan moet verbinden aan de twee actieve geestelijke vermogens van de mens.

Als je betoogt dat de mens geestelijk gezien geschapen is naar het (voor-)beeld van God, dan wil je natuurlijk dat je de overeenkomsten ook kunt aanwijzen en dat die 'kloppen'. Maar doordat hij voortdurend vastzit aan vaste gegevens als drie Personen en twee actieve vermogens, loopt de overeenkomst scheef. In de uiteenzetting in het Tabernakel had Ruusbroec vier geestelijke vermogens en vier goddelijke Personen (inwerkingen) nodig gehad om tot een sluitende overeenkomst te komen van het goddelijke als blauwdruk voor de geest van de mens.

In het Tabernakel voegt hij trouwens ook nog een heel nieuw element toe aan de geestelijke vermogens: hij beschrijft dat de mens deze zowel ingekeerd als uitgekeerd kan gebruiken. Dus bijvoorbeeld het verstand kan zich naar buiten keren: gericht op de wereld, in aandacht voor deugden en goede werken. En het kan zich naar binnen keren: in aandacht voor waarheid, inzicht, wijsheid en het licht van de genade.

Je ziet dus heel duidelijk, dat Ruusbroec enerzijds een groot denker is, die zijn denkbeelden in ongelooflijk detail uitwerkt - maar dat hij anderzijds volledig is geworteld in het middeleeuwse denken, het middeleeuwse wereldbeeld, kerkelijke dogma's, middeleeuwse autoriteiten. En dat dat hem soms beperkt in zijn vrijheid van denken.


Tot in bijvoorbeeld de hedendaagse esoterie zie je dat er door de eeuwen heen wordt voortgeborduurd op ditzelfde uitgangspunt van geestelijke vermogens, die samenhangen met licht en warmte. In sommige gevallen wordt deze samenhang verder uitgewerkt, en zeker in latere eeuwen met meer vrijheid. Er kan dan bijvoorbeeld worden aangehaakt aan het denken over de mens in de hedendaagse psychologie, waarbij men niet vastzit aan drie vaste vermogens.

Dat maakt een sluitend beeld bij het beschrijven van de geestelijke vermogens in termen van licht en warmte, en de overeenkomst daarin met het goddelijke, wel mogelijk. Ook wordt nog basaler gedefinieerd: wat is eigenlijk geestelijk licht, en wat is eigenlijk geestelijke warmte; waarom zijn dat de twee bouwstenen van de menselijke geest? Het is eenvoudig te zien dat dit, zes eeuwen later, in precies eenzelfde spirituele traditie staat.

Het is een zijweg die deze cursus natuurlijk te buiten gaat, maar die wel laat zien hoe bepaalde gedachtegangen in de ideeëngeschiedenis door de eeuwen heen kunnen voortleven, veranderen, zich ontwikkelen. Ik heb er daarom een heel beknopt overzicht van uitgedeeld op een hand-out. Wie wil kan daar dus zelf meer over lezen.



Hand-out - Hedendaagse esoterie
De geestelijke vermogens in samenhang met licht en warmte.


De betekenis van geestelijk licht en geestelijke warmte

De mens bestaat, geestelijk gezien, uit licht en warmte. Maar wat is geestelijk licht, en wat is geestelijke warmte?
- licht is bewustzijn
- warmte is kracht
De mens is daarmee in beginsel een bewuste levenskracht. Deze kracht kan in rust zijn en werkzaam zijn.


Hoe kan de mens werkzaam zijn?

Zowel licht als warmte kunnen vormbaar zijn en vormend zijn. Hierdoor ontstaan vier geestelijke vermogens.

Omdat het geestelijke licht vormbaar is, is de mens in staat tot waarnemen. Omdat het licht vormend is, kan de mens denken. Omdat de geestelijke warmte vormbaar is, is de mens in staat tot gevoelens, het voelen. Omdat de geestelijke warmte vormend is, heeft de mens het vermogen om te willen.

De vier geestelijke vermogens zijn daarom: waarnemen, denken, voelen en willen. Deze vier vermogens kunnen ingekeerd zijn en uitgekeerd zijn.


Geestelijke groei

Geestelijke groei begint bij bewustwording en leidt tot zelfverwerkelijking en geestelijke zelfstandigheid (zelfbewustzijn=bewustzijn=licht, zelfstandigheid=kracht=warmte) op basis van het geweten.

Elk van de vier geestelijke vermogens kan bij geestelijke groei een belangrijke deugd verwerven: waarnemen: aandacht; denken: begrip; voelen: liefde; en willen: geduld.


Schematisch overzicht

geestelijke vermogens mens
deugden
geestelijk
niveau

‘psyche’
God


waarnemen aandacht gstl. licht vormbaar waarnemen
denken begrip gstl. licht vormend denken
voelen liefde gstl. warmte vormbaar voelen
willen geduld gstl. warmte vormend willen


Het vrouwelijke en het mannelijke

Het vormbare aspect (waarnemen, voelen) wordt dan wel het vrouwelijke aspect genoemd; en het vormende aspect (denken, willen) wel het mannelijke aspect (beide aanwezig in ieder mens, of deze fysiek man of vrouw is). In deze spirituele denktrant zijn de menselijke geest en gstl. vermogens dus gelijkelijk mnl-vrl (denk aan het Thomas-evangelie).

Daarmee is God eveneens half mannelijk en half vrouwelijk, en keert ook het beeld van de mnl-vrl God terug - denk aan Hildegards blauwe cirkel van licht (mnl.) en rode cirkel van liefde (vrl.).

Het gaat hierbij dus om het mnl. en vrl. in ieder mens èn in God als voor-beeld van de menselijke geest en de actieve geestelijke vermogens. Overigens kun je deze aspecten evengoed neutraal benoemen, als de lichte en warme aspecten van de geestelijke vermogens, en de vormende en vormbare eigenschappen van de vermogens van ieder mens.


Spirituele traditie in ideeëngeschiedenis

Enerzijds zie je dat het bovenstaande schema, zes eeuwen later, aansluit op eenzelfde spiritueel gedachtegoed van waaruit Ruusbroec schreef: de geestelijke vermogens van de mens (in de eenheid van de geest), in termen van licht en warmte, naar gelijkenis met God.

Anderzijds is dit in de loop der eeuwen vrijer uitgewerkt (zonder vast te zitten aan drie vaste vermogens of drie vaste personen, volgens kerkvaders of dogma's), waardoor de geestelijke overeenkomst van mens en God niet scheef gaat lopen.


Bron: Geestkunde
Zie de literatuurlijst onder het kopje 'Over mystiek'.





Deze passage is een aanvulling
bij bijeenkomst 7b van de cursus Middeleeuwse mystiek:

Ruusbroec: Om Hem te ontmoeten.





augustinus van hippo in basiliek lateranen 6e eeuw

Augustinus van Hippo (354-430)
kerkvader, theoloog
(Basiliek van Lateranen, Rome, 6de eeuw).




Volg de hele cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen online:

    voor de pauze (achtergrond) na de pauze (teksten lezen)
  1 De Middeleeuwen Wat is mystiek?
  2 Het middeleeuwse wereldbeeld Hadewijch: visioen of mystiek
  3 Het leven van Hadewijch Hadewijch: wegen naar God
  4 Vrouwen in de Middeleeuwen Hadewijch: door het ghebreken
  5 Het leven van Jan van Ruusbroec Ruusbroec: het werkende leven
  6 De verschrikkelijke 14e eeuw Ruusbroec: het innige leven
  7 Gods beeld en gelijkenis Ruusbroec: om Hem te ontmoeten




<     >