RozemarijnOnline




Cursus
middeleeuwse mystiek





 • Over de docente
 • Reacties cursisten
 • Literatuurlijst
 • Teksten mystici
 • Bijlagen en vgv

























Cursus over christelijke spiritualiteit
in een cultuur-historische context



Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen

De geloofs- en denkwereld van Hadewijch en Jan van Ruusbroec


Rozemarijn van Leeuwen
© 1999-2001



<     >




Vraag over: opvattingen over het huwelijk en de liefde (Middeleeuwen versus heden)


De middeleeuwse opvatting over wat een huwelijk was, was voor de uitvinding van de romantische liefde radikaal anders dan onze huidige opvatting. Probeer het je voor te stellen: het huwelijk ging in de Middeleeuwen niet om het vinden van je grote liefde, maar allereerst om het smeden van familiebanden. Hoewel scheiden zo oud is als de mensheid, is dat in de afgelopen eeuwen vaak ongewenst of een schande geweest: je verscheurde immers die familiebanden (met name die van je kinderen).

Genegenheid tussen echtelieden was vanzelfsprekend een pluspunt, maar het ging op de eerste plaats om het vinden van een goede man: gezond en niet arm. Het was voor iemand van het gewone volk héél belangrijk dat de echtgenoot kon werken - niet omdat men inhalig was, maar omdat er nog geen sociale voorzieningen bestonden. Het ging dus om bestaanszekerheid. Het huwelijk was een economische eenheid.

Werd je ziek of gebrekkig en kon je niet meer werken, dan verviel je tot bittere armoede. Alleen je familie(banden) en de beperkte armen- en ziekenzorg van de kerk konden dan nog je redding zijn van de bedelstaf.  (Je ziet nog altijd, dat ontkerkelijking pas kan plaatsvinden, in landen waar een seculiere overheid sociale uitkeringen instelt, zodat je bij werkeloosheid of ziekte niet meer hoeft terug te vallen op de kerk(gemeenschap) - maar dit terzijde).

Kinderen waren je pensioen; als je oud en krakkemikkig werd, dan konden je volwassen kinderen voor je zorgen. Zo garandeerde je huwelijk en de kinderen die daaruit voortkwamen, ook je oude dag.

De opvattingen over het huwelijk gingen dus in de kern om: familiebanden, om bestaanszekerheid, om het behoud van bezit en welvaart en het doorgeven daarvan aan een volgende generatie.

De allereerste voorloper van de latere romantische liefde was de in de literatuur uitgedragen hoofse liefde.


In de vroege middeleeuwse literatuur was de genegenheid van een man voor een vrouw geen gebruikelijk motief: ware vriendschap, trouw en liefde bestond vooral tussen mannen, die samen aan een strijd deelnamen, een hechte groep wapenbroeders.

In genres als de ridderroman (Karel-epiek, over heldendaden van Franse ridders, en Arthur-epiek, over heldendaden van Engelse ridders) komen vrouwen met name voor als bijfiguur. De held verovert een vrouw, ze wordt zijn echtgenote en moet dan voornamelijk zijn nakomelingen op de wereld zetten.

Maar in de 12de eeuw ontstaat in Zuid-Frankrijk een geheel nieuw genre (deels geïnspireerd op Arabische literatuur): de hoofse liefde ('liefde aan het hof'). Hoofse liefde is dus een literaire uitvinding en het verwijst naar de liefde van een ridder voor een onbereikbare jonkvrouw.

In de traditionele hoofse liefde gaat het om een man die een onbereikbare vrouw aanbidt (eenrichtingsverkeer). De liefde heeft een verheffend effect op de ridder en hij wordt door haar tot dappere daden aangezet. Al snel, in diezelfde 12de eeuw reeds, komen er ook literaire teksten waarin men een stap verder gaat: een verlangen naar wederzijdse liefde; en verhalen waarin de liefde beantwoord wordt. Een voorbeeld hiervan zagen we al in de eerste bijeenkomst: een liefdeslied van de 12de-eeuwse Limburger Hendrik van Veldeke.


Tristant moeste ane sinen danc
stade siin der koninginnen
want poisoen heme daer toe dwanc
mere dan die cracht der minnen
des sal mich die goede danc
weten dat ich niene gedranc
sulic piment ende ich sie minne
bat dan he ende mach dat siin
wale gedane valsches ane
laet mich wesen diin
ende wis doe miin.


Hendrik van Veldeke
(Limburgs dialect, eind 12de eeuw).

   
Tristan moest, tegen wil en dank
trouw zijn aan de koningin (Isolde)
want een liefdesdrank dwong hem daartoe
meer dan de kracht van de minne.
Hier zal mijn geliefde dankbaar om wezen
dat ik nooit zo'n kruidendrank dronk
en dat ik van haar houd
meer dan hij (van Isolde), als dat kan.
Schoonheid, zonder enig bedrog
laat mij de uwe wezen
en weest gij van mij.


Hendrik van Veldeke
(hertaling RvL).


Liedtekst naar Chrétien de Troyes, 'D'amors, qui m'a tolu a moi'.
Anders dan in dat Franse, traditionele hoofse lied (eenrichtingsverkeer) gaat Veldeke in de slotregels een stap verder en spreekt een verlangen uit naar wederzijdse liefde.


Het is onduidelijk in hoeverre de hoofse liefde in de realiteit voorkwam aan de Europese hoven - de zeer wijdverspreide hoofse literatuur droeg het in ieder geval uit als een ideaal. Sommige onderzoekers wijzen erop dat er juist in die 12de eeuw, die enorme bloeitijd, minder tijd nodig was voor strijd, maar er aan de hoven vrije tijd ontstond, waardoor er ruimte zou kunnen zijn gekomen om de aandacht voor je loyaliteit aan je wapenbroeders te verschuiven naar aandacht voor één enkele vrouw.

Wellicht is het geen toeval dat juist rond de plaats en tijd van ontstaan hertogin Eleonora van Aquitanië (1122-1204) zeer invloedrijk was. Zij was eerst hertogin van Aquitanië (Zuid-Frankrijk), vervolgens koningin van Frankrijk en daarna koningin van Engeland. Rond haar hoven (en daarna bij haar dochter Maria de Champagne) bloeide de literatuur en zij hebben mogelijk het genre van de hoofse roman mede over Europa verspreid.

Het lijkt veelzeggend dat juist als adellijke vrouwen (die het Latijn niet machtig zijn) door heel Europa opdracht gaan geven om literatuur te gaan optekenen in de volkstaal, het genre van de hoofse liefde zijn intrede doet: de vrouw staat in het middelpunt van de roman, zij wordt aanbeden, op een voetstuk geplaatst, inspireert tot dappere daden. Zij is vaak, zeker in de strikte, traditionele hoofse roman, nog passief en monddood - maar het is toch een positievere literaire benadering van de vrouw.

Met de opkomst van de hoofse liefde zien we ook de opkomst van de minne in de geestelijke literatuur. Na eeuwen van intellectuele theologie en verlichting van het verstand - ontstaan er religieze teksten over liefde, minne, de verhitting van de wil, de onbereikbare Geliefde, het ideaal van bruidsmystiek, het geestelijk huwelijk. Daarmee is de 12de eeuw de eeuw waarin de liefde een belangrijke plaats gaat innemen in de Europese literatuur - en wellicht zou je kunnen veronderstellen, in de tijdsgeest.


In de loop der eeuwen kwam hier de romantische liefde uit voort (een ideaal dat in onze cultuur bijv. veelvuldig wordt uitgedragen in Hollywood-films), wat in onze tijd zoveel is gaan betekenen als: je echtgenoot moet je grote liefde zijn, je soulmate, je beste vriend, een romantische minnaar èn dan ook nog een baan hebben en een goede vader voor je kinderen zijn. Op basis van dat uitgangspunt is een echtscheiding acceptabel geworden: als je romantische liefde niet meer voldoet, mag je een ander zoeken, ook al verbreek je daarbij familiebanden (en daarnaast: door sociale voorzieningen verval je na een scheiding niet meer in armoede).

Als laatste uitloper raakte ook de homosexuele liefde in Westerse landen geaccepteerd: als liefde het uitgangspunt is van een verbintenis, en je voelt liefde voor iemand van hetzelfde geslacht, dan is het legitiem om daarvoor te kiezen en met die liefde te trouwen (je ziet deze acceptatie dan ook juist opkomen in landen waar de hoofse liefde zijn invloed had en waar, na acht eeuwen van ontwikkeling, de romantische liefde het uitgangspunt van een verbintenis is geworden).

De veranderende scheidingsmoraal vanuit romantische liefde als uitgangspunt van het huwelijk, brengt weer nieuwe problemen voort. De hoge scheidingsgraad zorgt voor toename van het aantal uitkeringen ('bijstandsmoeders'). Hierdoor ontstaat er bijv. een roep om meer kinderopvang, maar ook, om het probleem voor te zijn, om 'economische zelfstandigheid binnen het huwelijk'. Zo kent iedere nieuwe situatie voordelen (iemand kan een punt zetten achter een mislukt huwelijk) en ook z'n eigen nadelen (economische nadelen, veel kinderen die te maken hebben met gebroken gezinnen).

De zuid-Franse troubadours die literaire verhalen schreven over de idealistische aanbidding van een ridder voor een onbereikbare jonkvrouwe, zullen zich niet hebben kunnen voorstellen dat hun idealen ontwikkelingen in gang zetten, die eeuwen later leidden tot onze huidige opvattingen over huwelijk en scheiding.


Zo zie je verschuivende opvattingen door de eeuwen heen. Een literaire thematiek, de hoofse liefde, leidt tot een ideaal van romantische liefde als basis voor een verbintenis en die leidt weer tot een veranderende scheidingsmoraal. Politieke en economische omstandigheden (sociale voorzieningen) leiden tot grotere vrijheid om te scheiden of om de kerk te verlaten (er is nu een seculier economisch vangnet).

Het laat ook zien, dat veranderingen kunnen doorwerken op allerlei andere, onbedoelde, gebieden en (soms eeuwen later) onverwachte en onvoorziene gevolgen kunnen hebben in een samenleving en kunnen leiden tot nieuwe idealen die volledig tegengesteld zijn aan de tijd, eeuwen eerder, dat de verandering werd ingezet.



Deze vraag werd gesteld in het kader van de cursus Middeleeuwse mystiek, tijdens de bijeenkomst:

Vrouwen in de Middeleeuwen.





lanseloet sanderijn abele spelen 15e eeuw

Lanseloet en Sanderijn
ontmoeten elkaar stiekem in een ommuurde tuin
(Abele spelen, Goudse druk, 15de eeuw).




Volg de hele cursus Middeleeuwse mystiek in de Lage Landen online:

    voor de pauze (achtergrond) na de pauze (teksten lezen)
  1 De Middeleeuwen Wat is mystiek?
  2 Het middeleeuwse wereldbeeld Hadewijch: visioen of mystiek
  3 Het leven van Hadewijch Hadewijch: wegen naar God
  4 Vrouwen in de Middeleeuwen Hadewijch: door het ghebreken
  5 Het leven van Jan van Ruusbroec Ruusbroec: het werkende leven
  6 De verschrikkelijke 14e eeuw Ruusbroec: het innige leven
  7 Gods beeld en gelijkenis Ruusbroec: om Hem te ontmoeten




<     >